Onder de vloer van de toren van de Oude Jeroenskerk in Noordwijk troffen archeologen op maandag 11 juni twee schedels aan. Volgens berichten in Trouw en bij Omroep West zou het misschien gaan om een vermiste relikwie, de schedel van Sint Jeroen, die tijdens de Reformatie zou zijn verborgen om die te beschermen tegen beeldenstormers. Opmerkelijk is dat de plek voor de opgraving lijkt te zijn gekozen op aanwijzing van Chris Zoet, een paragnost en wichelroedeloper.

Van de Facebookpagina van de gemeente Noordwijk.

De gemeente Noordwijk vindt het allemaal maar wat spannend, blijkt ook uit de berichtgeving op de Facebook-pagina van de gemeente. Wethouder Marie José Fles en burgemeester Jan Rijpstra kwamen zelfs even poseren voor een foto met Harrie Salman die het initiatief heeft genomen voor deze opgraving.

Maar zomaar een beetje gaan graven in een monument, omdat een of andere fantast daar een goed gevoel bij heeft? Zo lichtzinnig gaan we toch niet om met ons cultureel erfgoed? In Trouw wordt die vraag wel aan de orde gesteld:

Nederlandse overheden staan graafwerk in en rond monumenten alleen toe als daar een zwaarwegend argument voor is. In dit geval was daar volgens de gemeente sprake van. Ze achtte het in het belang van Noordwijk om te weten waar de belangrijkste relikwie van het dorp is gebleven.

“Ik had zoiets van: je weet maar nooit”, vertelt wethouder Marie José Fles. En, laat het duidelijk zijn, zegt Fles: “Het is dus niet zo dat we als gemeente een paragnost hebben ingehuurd”. Het onderzoek wordt uitgevoerd en betaald door de eerdergenoemde cultuurfilosoof Harrie Salman, die doceert aan de Hogeschool Leiden en veel historisch onderzoek doet. Dat hij zich in dit geval behalve op historische documenten ook baseerde op een paragnost maakte voor de gemeente geen verschil. Fles: “We hebben positieve ervaringen met hem”.

Het kan best zijn dat Salman, inderdaad werkzaam bij de Hogeschool Leiden als coördinator van het Ervaringscentrum voor Kunstzinnige therapie en ook bekend van wat antroposofische schrijfsels, een heel goede onderbouwing heeft gegeven voor de mogelijke aanwezigheid van de relikwie op die plek, die niet alleen gebaseerd is op de verklaring van Zoet. Maar dat willen we nu dan toch eigenlijk wel zien. De bewoordingen van de wethouder stellen in ieder geval niet gerust. Misschien heeft de gemeente inderdaad positieve ervaringen met Salman (hij gaf eerder opdracht voor een andere opgraving vlakbij), maar elke aanvraag zal op zich beoordeeld moeten worden. En als dan een van de overwegingen lijkt te zijn “je weet maar nooit”, roept dat toch vragen op.

Ik heb begrepen dat er inderdaad wel geruchten bekend zijn dat de relikwie in de toren verborgen zou zijn (ingemetseld), maar daarvan werd bij  een renovatie in 1909 geen sporen gevonden. Maar zelfs als er een concrete onderbouwing gegeven is voor de mogelijkheid van de aanwezigheid van de schedel onder de vloer, is die dan zo concreet dat alleen in die ene hoek gezocht hoefde te worden? Want dat was volgens een van de archeologen namelijk een ongebruikelijke plek. Ze noemde de vondst in een hoek tegen de fundering aan “zeer toevallig.” Als de kans om iets op die plek aan te treffen vooraf zo laag ingeschat werd, waarom gaf de gemeente dan toestemming?

Ik heb dan ook de gemeente verzocht om de vergunningsaanvraag en de documenten die daar verder bij komen kijken, openbaar te maken met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Of een van de gevonden schedels de bewuste relikwie is, moet natuurlijk verder onderzocht worden. Een briefschrijver in het Leids Dagblad vraagt zich af of die paragnost niet alvast even kan vertellen welke van de twee het zou moeten zijn.

Wordt vervolgd!


Update
Via Twitter liet de gemeente het volgende weten:

De gemeente Noordwijk wilde graag ingaan op de aanwijzing gezien het grote belang van een eventuele vondst voor het dorp. Over het verzoek om te graven heeft het college dan ook een positief besluit genomen in de vergadering van dinsdag 14 februari 2017. (1/3)

Hierbij is geadviseerd door onze archeologisch adviseur van Erfgoed Leiden. Ze schreef: “In principe laat je archeologische resten het liefst in de grond zitten want daar zijn ze beter bewaard. Dit is landelijk de richtlijn en ook in Noordwijk de normale gang van zaken…” (2/3)

..Opgraven omdat je graag iets wil weten is tegenwoordig niet meer gebruikelijk en wordt alleen nog door universiteiten gedaan. Verboden is het echter niet. De (…) gemeente Noordwijk heeft de vrijheid om daar onderbouwd van af te wijken als ze het willen.” 3/3

Nog niet echt een compleet antwoord, want het gaat natuurlijk om die onderbouwing. Dit kwam er nog achteraan:

En daarna nog

Tot slot: Onderzoeker Harrie Salman: “Volgens de overlevering is de in 1572 verdwenen schedel van St. Jeroen in de toren van de kerk verborgen.” De paragnost wees vervolgens de plek aan. Voor aanvullende vragen verwijzen we je naar Harrie Salman.

Ik denk dat we voorlopig wel kunnen concluderen dat de aanwijzing van de paragnost wel degelijk doorslaggevend was. De geruchten dat de schedel in de toren zou liggen waren immers al lang bekend en ook al grotendeels onderuit gehaald, omdat er geen sprake kan zijn van inmetseling in de muren. Het openen van de hele vloer was blijkbaar nooit aan de orde gekomen op grond van die geruchten, nu ze alleen maar een stukje hoefde te openen was het opeens wel goed, omdat het dan maar een kleine ingreep was.

Update 2
Ik vond nog een interview met Harrie Salman bij de Bollenstreekomroep. Hierin vertelt Salman dat Zoet al 10 jaar terug eens op het terrein had rondgewicheld en toen de muren van de toren als lokatie van de schedel had aangewezen (in overeenstemming met die oude geruchten dus). Op verzoek van Salman is Zoet 4 jaar terug nog eens komen kijken en toen wees hij dus de lokatie onder de vloer aan. Misschien ben ik wat achterdochtig, maar het zou zomaar kunnen dat Salman aan Zoet had verteld dat de muren als optie al waren uitgesloten bij eerder onderzoek.
In plaats van te stellen dat de paragnost het compleet mis had, kreeg ie dus een tweede kans …

Update 3 (27 juni)
Langzamerhand wordt iets meer duidelijk hoe het gelopen is, en alles bevestigt eigenlijk mijn eerdere inschatting.  De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed liet bijvoorbeeld weten door de gemeente alleen gevraagd te zijn te bekijken of de graafwerkzaamheden in de kerk (een rijksmonument) adviesplichtig waren. Omdat het een zeer kleine ontgraving was, achtte de RCE dat niet het geval. Eigenlijk heeft de RCE alleen naar het technische deel van de opgraving gekeken, of het geen gevaar zou opleveren voor de fundering van de toren bijvoorbeeld.

Kortom: als iemand geld over heeft over een mini-opgraving op welke grond dan ook en je krijgt de verantwoordelijke wethouder mee, dan kun je vrijwel zeker je gang gaan. De bestaande regelingen laten het formeel toe. Ook al zullen de professionals die er bij betrokken zijn (en die daadwerkelijk gaan graven) de aanleiding om op die plek te gaan graven misschien volkomen onzinnig vinden, er dwars voor gaan liggen zullen ze ook niet gauw gaan doen, want hun schoorsteen moet ook blijven roken.