Het blad Skepter bestaat inmiddels meer dan 25 jaar, in mei dit jaar kwam het jubileumnummer uit. De allereerste Skepter van maart 1988 trok de aandacht van de christelijke kranten Trouw en het Nederlands Dagblad. In het openingsartikel van de Skepter  had Skepsis voorzitter professor dr. Kees de Jager iets geschreven over de kans op buitenaards leven en mogelijkheid van contact met buitenaardse intelligenties. Trouw vond de Skepter daarover veel te pessimistisch. En op zijn beurt maakte het ND zich weer druk over die opvatting. 

In de zoekmachine van de Koninklijke Bibliotheek, Delpher, zocht ik voor de grap eens op ‘stichting skepsis’ en trof het volgende artikel uit het Nederlands Dagblad van 13 mei 1988 aan:

Nederlands Dagblad over de eerste Skepter (18-5-1988)

Nederlands Dagblad over de eerste Skepter, 13-5-1988 (klik op de afbeelding voor de volledige versie in Delpher)

Als je het stuk leest, zie je een ernstig verschil van mening over de mogelijkheid van buitenaards leven. Trouw rekent Skepsis voor dat de kans daarop veel te negatief wordt voorgesteld en concludeert dat “vrijwel uitgesloten is dat de aarde de enige planeet in het heelal is waarop leven voorkomt”. Het ND verwerpt die nuchtere benadering op basis van kansberekening. De houding van Trouw laat volgens de schrijver A.P. Wisse zien dat “de moderne theologie niet zomaar een intern tijdverdrijf is van wat kerkelijke, aan de orthodoxie ontgroeide professoren. Nee, de moderne theologie getuigt ook. En op wat voor manier! Zij gooit voor de buitenwereld de Bijbel en haar betrouwbaarheid te grabbel.”

Ik probeerde terug te vinden wat nu deze tweespalt tussen de christenbroeders naar boven had gebracht. Het artikel van De Jager (Is Para-wetenschap ook wetenschap?) staat niet online op de site van Skepsis, maar natuurlijk wel op de USB stick met alle Skepters van de eerste 25 jaargangen. Het kan eigenlijk alleen om de volgende stukken uit zijn verhaal gaan:

Ik wens op dit punt goed begrepen te worden. Het zou één van de grootste ontdekkingen van de mensheid zijn wanneer we inderdaad kontakt zouden kunnen verwerven met buitenaardse intelligenties; en een niet onaanzienlijk aantal onderzoekers besteedt een belangrijk deel van hun werkzame leven aan de speurtocht naar die intelligentie. Maar kritisch zoeken, op wetenschappelijk verantwoorde wijze, is heel wat anders dan botweg beweren, uit sensatiezucht of uit geldbejag, dat men buitenaardse wezens ontmoet heeft.

Prof. dr. C. de Jager (foto uit Skepter 1.1, 1988)

Prof. dr. C. de Jager (foto uit Skepter 1.1, 1988)

iets verder:

Bij dat alles zal men zich dienen te baseren op de verworvenheden van de wetenschap. Als iemand met een ‘waarneming’ komt die inhoudt dat een ruimteschip ons zou naderen met een snelheid groter dan die van het licht dan is duidelijk dat we die waarneming moeten verwerpen omdat wetenschappelijk onderzoek uit den treure bewezen heeft dat zo’n snelheid niet bestaan kan.

en nog wat verderop in het stuk:

Waar het doorgaans aan schort is een niet duidelijk beseffen van wat ‘waarschijnlijkheid’ is. Iemand die op grote hoogte een ballonnetje voorbij ziet vliegen en dat tot een buitenaards ruimteschip verklaart omdat ‘het toch wel erg onwaarschijnlijk is dat iemand vandaag, zo vroeg in de ochtend een ballonnetje zou oplaten’ (historisch!) die beseft niet dat de kans aanzienlijk groter is dat ergens in ons land met zijn veertien miljoen bewoners iemand op het malle idee komt om een ballonnetje op te laten, dan dat wezens ons in een buitenaards ruimteschip komen bezoeken, snel langs vliegen, daarbij slechts door één of enkelen gezien worden, en daarna verdwijnen om niets meer van zich te laten horen. Waarom blijven ze niet enkele weken of jaren op de aarde na hun reis van, vermoedelijk, duizenden jaren, om na een grondige kennismaking, wellicht na een bezoek aan de Verenigde Naties, de saaie en lange terugtocht weer te gaan ondernemen. Met andere.woorden: de natuurlijke oorzaak is meestal enorm veel waarschijnlijker dan de para-natuurlijke, maar dat wordt door velen niet begrepen; in het bovenstaande voorbeeld omdat men er vaak geen besef van heeft hoeveel waarschijnlijker de ene verklaring is dan de andere.

Als je dat zo leest, begrijp ik eigenlijk niet waar Trouw het over had. Ik vond nergens iets terug in het verhaal van De Jager als “we stellen vast dat er op de aarde intelligentie heerst, maar hebben geen aanleiding te denken dat er in het heelal nog meer planeten als de aarde zijn.” zoals het ND Trouw weer citeert. Misschien mis ik wel iets in die eerste Skepter, maar het lijkt erop dat de schrijver van Trouw een eigen interpretatie van het verhaal van De Jager heeft aangevallen. Het stuk van Trouw is helaas niet in Delpher opgenomen en ook niet via het eigen archief op de website terug te vinden. De eerdere bespreking van de Skepter in het ND, waarin verwezen wordt in het artikel dat ik als aanleiding heb gebruikt, staat wel in Delpher. Daaruit valt op te maken dat de ‘orthodoxen’ indertijd de Skepter waarschijnlijk beter hebben gelezen dan de wat liberalere gelovigen van de Trouw. Tekstgetrouwheid heeft zo zijn voordelen.