Probleemstelling
‘s Werelds meest vooraanstaande astrofysici hebben in 2006 op een grote conferentie in Praag besloten dat Pluto niet langer een “planeet” is. Gepassioneerde debatten zijn er gevoerd. Er zijn comités en subcomités gevormd en er is met vuisten op tafels geslagen.

Ook na het besluit is het niet stil geworden. Op de campus van Pluto’s ontdekker is gedemonstreerd. Astrologen in Myanmar gaven de wereld te verstaan zich niet bij de nieuwe nomenclatuur neer te leggen. In Myanmar bleef Pluto een planeet omdat de stand van Pluto blijkbaar essentieel is in de Myanmarese wijze van horoscopen trekken.
Recentelijk is de discussie opnieuw opgelaaid. Het is Jared Isaacman die sinds eind 2025 bij de NASA aan het hoofd staat. Hij is een rijke ondernemer met goede politieke connecties, maar behalve een onlinegraad in de luchtvaartkunde heeft hij geen noemenswaardige wetenschappelijke kwalificaties. Isaacman heeft er recentelijk bij president Trump op aangedrongen om een presidentieel decreet uit te vaardigen en “Make Pluto Planetary Again.” De acteur William Shatner (Kapitein Kirk uit de oorspronkelijke Star Trek), Elon Musk en een aantal leden van het Amerikaanse Congres hebben zich bij deze oproep aangesloten.
Precedent
Dat het met naamgeving gevoelig kan liggen, werd me voor het eerst duidelijk in de tweede en derde klas van de middelbare school. Ik was toen goed bevriend met Maarten Aardgaren.
Maarten had een ongebruikelijke familieachtergrond. Zijn moeder was overleden toen hij nog maar een jaar of vijf oud was. Z’n vader was toen al 55 jaar oud. Drie jaar na het overlijden van die moeder liep Pa Aardgaren tegen een enorme erfenis aan. De meeste Nederlanders zouden in zo’n situatie lekker zijn gaan vutten. Maar niet Pa Aardgaren. Pa Aardgaren zat berstensvol energie. Voor Pa was dit de kans om eindelijk een droom te verwezenlijken die hij al z’n hele leven lang gekoesterd had. Hij begon een heuse viskwekerij!
Hij kocht een boerderij en liet twee bassins aanleggen van zo’n 80 meter lang en 40 meter breed. Wat voor vissen hij daarin kweekte, weet ik niet meer. Maar ze waren in ieder geval behoorlijk groot.
Ik schrijf expres “bassins,” want de nomenclatuur bleek een gevoelige zaak met Pa Aardgaren. Als je het toevallig had over “vijvers,” “visvijvers,” “teelvijvers” of “kweekvijvers,” dan kon Pa behoorlijk poestig worden. “’t Benne geen vijvers, verdomme, ‘t benne meren!” riep hij dan uit. “Vijvers, dat is waar al dat nieuwbouwvolk ze goudvissies in laat zwemme. Sodeju! Dit hier benne meren!” Het was dan zaak hem onmiddellijk volmondig gelijk te geven.
In de loop van de jaren dat ik omgang had met Maarten werd de “geen vijvers, maar meren”-fixatie van Pa steeds sterker. Ik weet nog goed hoe we bij Maarten in de bijkeuken eens een keer aan het Monopoly-en waren. Plots kwam Pa zwaar ademend binnenbenen. Zonder aanleiding bracht hij zijn gezicht vlak bij het mijne en brieste “BEWIJS jij mij maar eens, jochie, dat dat geen meren zijn! Bewijs jij maar eens dat dat vijvers zijn! Dat kun je niet! Dat kun je gewoon niet, omdat het niet kan!” Hij riekte sterk naar uien en rispte veel speeksel op. Ik stamelde vervolgens iets als “Nou ja, zo belangrijk is dat toch niet. Het heeft toch eigenlijk niets om ‘t lijf.” Maar echt sussen deed dat de situatie niet. Pa Aardgaren beukte met z’n vuist op tafel en de pionnen, dobbelstenen en hotels vlogen daarbij van het bord af. Nog een paar minuten lang oreerde hij over hoe het wetenschappelijk onweerlegbaar en visserijkundig klaar als een klontje was dat die vissen daarbuiten in “meren” zwommen. Hij dreigde dat ie de misvatting dienaangaande kwaadschiks de wereld uit zou helpen indien mocht blijken dat het niet goedschiks kon.
Later heb ik ook nog eens gehoord over hoe Maarten een klasgenootje mee naar huis had genomen dat Theo van de Vijver heette. “Van de Vijver? … ” Pa Aardgaren was nogal uit het veld geslagen en moest, zo vertelde Maarten mij nadien, in eerste instantie gedacht hebben dat ie in de maling werd genomen. De altijd pientere en erudiete Theo was allesbehalve uit het veld geslagen en meldde onmiddellijk dat het Nederlandse woord “vijver” was afgeleid van het Latijnse “vivere,” wat “leven” betekent! Pa Aardgaren verklaarde daarop “skoit” te hebben aan Latijn en voegde eraan toe dat dat vijvervolk die graat maar eerst eens uit z’n keel moest laten trekken.
Veel later, toen ik al in Amsterdam studeerde, ben ik Maarten nog eens tegengekomen toen we alletwee meededen aan dezelfde 10 kilometer strandloop in Egmond aan Zee. In een strandtent hebben we na het draven met koffie en appelgebak nog wat zitten kouten over die vader en over die bassins. Uiteindelijk is de arme Pa Aardgaren volkomen doorgedraaid toen z’n kwekerij door de gemeente werd geconfiskeerd om plaats te maken voor een nieuwe woonwijk. De gemeente is nog wel zo goed geweest om Pa Aardgaren de eerste keus te geven voor een 55plus-woning in die nieuwe woonwijk. Maarten zat in die dagen gelukkig al lang en breed op de TH in Delft. Echt opgebeurd door die eerste keus werd Pa Aardgaren niet. Een paar jaar na de gedwongen verhuizing naar de 55plus-nieuwbouwwoning is ie op een nacht met z’n fiets in de eendenvijver van de nieuwe woonwijk terechtgekomen. Drank en valium bleken een rol te hebben gespeeld. Volgens de autoriteiten was ‘t een ongeluk. Volgens Maarten was ‘t zelfmoord.
Conclusies
Ik was in 2006 niet aanwezig op die conferentie in Praag. Was ik er wel geweest, dan zou ik de verzamelde menigte aldaar over Pa Aardgaren hebben verteld. En mocht Trump mij ooit audiëntie verlenen in het Witte Huis en mij verzoeken een standpunt te formuleren in De Kwestie Pluto, ook dan zou ik van Pa Aardgaren verhalen.
Een nuchter denkend mens moet toch in kunnen zien wat elke blauwe reiger reeds weet: dat het voor de kwaliteit en de kwantiteit van de vis niet uitmaakt of je die bassins nu als “vijvers” of als “meren” kwalificeert. Op dezelfde manier gaat de materie in ons zonnestelsel zich niet anders gedragen naar aanleiding van een nieuwe categorisatie van Pluto. Ook zie ik niet in waarom Myanmarese astrologen zich iets aan zouden moeten trekken van het etiket dat een groepje astrofysici op Pluto plakt. Het staat iedere sterrenwichelaar vrij hemellichamen op eigen manier in te delen en de lotsvoorspellingen waar het tenslotte om gaat, op eigen manier af te leiden.

Het volgende moet duidelijk zijn. Ten eerste wordt wetenschappelijk debat niet beslecht door middel van presidentieel decreet, pauselijke verordening of volksstemming. De aarde is rond, ook als de hele wereld unaniem van mening is dat ze plat is. Ten tweede gaat het met “Pluto – planeet of niet!” natuurlijk niet om een wetenschappelijk debat. Wetenschap verklaart waarom de zaken zijn zoals ze zijn. “Wel of niet een planeet” – dat is geen wetenschappelijke, maar een semantische kwestie. Definities in het algemeen zijn woordenbrij en hebben niets van doen met wetenschappelijke informatie of wetenschappelijk inzicht.




