Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Aan het eind van hun loopbaan worden veel artsen routineus, soms zelfs cynisch, en zien zij het nut van nieuwe ontwikkelingen lang niet altijd in. ‘Toen je nog een meewerkende hoofdzuster op je afdeling had, die alles wist en die nog gewoon in uniform liep, toen ging alles veel beter’: die categorie. Ik ging wel altijd met mijn tijd mee en koester de illusie dat ik nooit ook tot die groep heb behoord. Maar je hebt dat van jezelf niet altijd in de gaten. Ik ben nu bijna 5 jaar gepensioneerd en houd mij o.a. op de hoogte via het lezen van Medisch Contact en Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Tijdens de lezing van het 25 februarinummer van Medisch Contact moest ik maar liefst drie maal mijn wenkbrauwen zo diep fronsen dat ik bang werd nu toch ook tot die categorie kankeraars gerekend te moeten worden. Oordeelt u zelf.

Drie maal een sentiment du déjà vu.

In een interview met Wouter Bos, directeur VUmc, ging het o.a. over de betaalbaarheid van dure kankermedicijnen. Zijn oplossing? ‘Laten we systematisch gaan doorrekenen hoeveel deze geneesmiddelen in termen van qali’s opbrengen’. Qali’s, dat zijn quality adjusted life years, dus hoe levensverlengend zijn ze en dat gecorrigeerd voor de kwaliteit van dat verlengde leven. Maar dat begrip ‘qali’, dat is toch al zo oud als de weg naar Rome? Alleen zo kunnen toch de behandelkosten van uiteenlopende soorten aandoeningen enigszins vergeleken worden? Waarom komt Bos daarmee nu op de proppen alsof hij het zelf bedacht heeft?

Nummer twee. Interview met Bas Veersema, gynaecoloog en expert/pionier op de sinds 2002 in ons land geïntroduceerde innovatieve sterilisatiemethode bij de vrouw, waarbij zonder narcose of verdoving via een kijkbuis vanuit de baarmoederholte een minuscuul veertje (roestvrij staal, nikkel en titanium) in de eileiders wordt aangebracht. De vrouwvriendelijke methode werd in ons land inmiddels al bijna 30.000 maal uitgevoerd. Maar nu komt het verzet op gang, eerst in de VS en minder agressief ook in ons land. Vrouwen, die de zgn. Essure-sterilisatie hadden ondergaan, rapporteren klachten als allergieën, pijn, jeuk en vermoeidheid. De Nederlandse Facebook-pagina ‘Essure-problemen in Nederland’ heeft inmiddels bijna 700 leden. Een verklaring van de klachten is er vrijwel nooit te geven, maar de aandacht in de media kweekt vlot nieuwe klaagsters. Er zijn al vrouwen, die meerdere operaties ondergingen om van hun klachten af te komen. Hier gaan mijn gedachten terug naar de syndromen die optreden bij vrouwen met siliconen-implantaten, patienten met amalgaamvullingen in hun gebit en aan mensen die denken last te hebben van hoogspanningskabels et cetera. De overeenkomsten springen in het oog. Ze zijn ongeneeslijk.

Nummer drie. Om onduidelijke redenen heeft de MC-redactie aanleiding gevonden om ruimte te bieden aan een niet-praktiserende verloskundige uit Epen. Zij bepleit de fysiologie in de verloskunde en verwijt de gynaecologen veel te snel in te grijpen en onnodig pijnstilling aan te bieden. Deze pleidooien kunnen in vrijwel identieke bewoordingen worden teruggevonden in de geschriften van een halve eeuw geleden van toenmalige bewonderaars van de eerste lijns verloskunde in ons land. De Epense verloskundige haalt er gelukkig nu wel een paar hedendaagse argumenten en verklaringen bij, want ‘vrouwen hebben meer dan mannen behoefte aan persoonlijke continuïteit, ook in de persoon van de hulpverlener’. Dat fenomeen wordt volgens haar versterkt door de ‘neurohormonale veranderingen’ tijdens de zwangerschap. En vrouwen zouden evolutionair optimaal zijn toegerust om een gezond nageslacht te produceren met hun ‘uitermate dynamische bekkens en geavanceerde neurohormonale systeem’. Deze wartaal kan niet verhullen dat inmiddels 75% van alle vrouwen tijdens de bevalling hulp van een gynaecoloog nodig heeft en dat de wishfull thinking van een Nederlandse verloskundige uit Epen daarmee ernstig in tegenspraak is.

Ik zou een ingezonden brief moeten sturen, maar breng dat niet meer op. Ben ik nu een mopperende gepensioneerde specialist of geldt hier dat l’histoire se répète en dat mijn eerbiedwaardige leeftijd mij bij de herkenning van die patronen een voorsprong geeft?  Ik hoop op het laatste.