Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Tommy Wieringa is een goed schrijver en zijn boeken verkopen dan ook uitstekend, terwijl er talrijke vertalingen van zijn werk zijn uitgebracht. In zijn Caesarion uit 2009 beschrijft hij de belevenissen van zijn moeder, die later in het verhaal ook borstkanker kreeg. Zij liet zich lange tijd alleen behandelen door haar antroposofische huisarts uit Groningen. Later zette zij koers naar ene ‘Dr. Med. Richard H. Kloos’, Arzt für Allgemeinmedizin und Naturheilkunde, werkzaam in een instituut te Keulen. Deze arts wordt in Caesarion afgeschilderd als een trillende zenuwlijder met een vlinderdasje, die hem zijn geloofwaardigheid zouden verlenen zoals ‘de ziener vaak blind is en de sjamaan mank of verlamd. Hiermee heeft de god hem geslagen om diepe waarheid te kunnen preken.’
Van pagina 299 tot aan 304 wordt de arts trefzeker beschreven en geciteerd en de schrijver vertelde in interviews dat hij ook daadwerkelijk in Gorters kliniek, want over hem gaat het, was geweest als begeleider van zijn moeder. Na een aantal uitspraken waarin Steiner en de maretak en Gorters zelfgenezing van kanker langs die lijnen aan de orde waren geweest ‘daverde de storm van spierkrampen weer over de tafel. Hierna schikte hij zijn geblondeerde lokjes en veegde over zijn snorretje alsof het van zijn plaats was geweest.’
Na levensechte beschrijvingen van de eigenbloedtherapie, de hyperthermie-behandeling en nog vijf nieuwe ‘rampzalige reizen naar Keulen’ alsmede na het sterven van medepatiënten stopt de moeder van de hoofdpersoon haar Keulse avonturen om op zoek te gaan naar genezers in Drenthe en Noordwijk aan Zee. Ook nadat de diagnose was gesteld weigerde zij nog langer tijd om reguliere therapie te ondergaan.

Inmiddels overleed Wieringa’s moeder in 2015 op 73-jarige leeftijd aan de gevolgen van een veel te laat behandelde borstkanker, want volgens de antroposofische huisarts was er geen sprake van kanker, een blunder die zij twee jaar volhield. Het betrof hier een ongewone soort kanker, namelijk de ziekte van Paget, die er aanvankelijk uitziet als een soort eczeem rond de tepelhof. Ook normale medici behandelen dit ziektebeeld soms eerst alsof het eczeem betreft, maar als daarop gerichte therapie niet werkt, dan heroverweegt zo’n arts zijn diagnose en wordt de juiste diagnose gesteld.
Twee jaar vasthouden aan een onjuiste diagnose onderwijl kijkend naar een zich geleidelijk uitbreidende afwijking, daarvoor moet je toch wel een bijzonder slecht arts zijn. In zijn recent verschenen boek Dit is mijn moeder geeft Wieringa meer details over haar ziektegeschiedenis. Dit tegen de achtergrond van een levensbeschrijving, die zich kenmerkt door een haat-liefdeverhouding met zijn moeder, die geheel verstrikt is in New Age denken, in spiritualisme, alternatieve geneeswijzen, geloof in reïncarnatie, liederlijke feesten en liefdesaffaires.
Wieringa laat in dit boek zijn terughoudendheid varen en noemt als voorbeelden van de artsen die haar beterschap beloofden de namen van de kwakzalvers Robert Gorter en de basisarts Henk Fransen. Ze bleef deze en ook andere kwakzalvers lang trouw, hoewel genezing uitbleef. Hij kwalificeert ze trefzeker als lijders aan een messiascomplex, die de wanhoop van de stervenden voeden, en soms ook wel als schaamteloze opportunisten, maar ‘allemaal horen ze thuis tussen de balletje-balletje-artiesten op de kermis’.

Van een ander kaliber is de antroposofisch huisarts, die ons enig inzicht in haar praktijkvoering verleende tijdens een lezing op een congres  in oktober 2012, getiteld Heel de Mens. Integrative Medicine in de praktijk. Daarin legde ze uit dat zij, ‘net als elke antroposofisch arts, naast de reguliere diagnose altijd ook direct een antroposofische diagnose stelt. (…) De NHG-huisartsenstandaarden worden zo toegepast dat meestal naast de standaardtherapie ook een antroposofisch geneesmiddel en of therapie wordt aangeboden, speciaal gericht op het specifiek individuele van deze patiënt. Als patiënten de standaardtherapie niet willen, worden mogelijke gevolgen, complicaties en bijwerkingen besproken.’
Waartoe een luchtweginfectie kan leiden bij een antroposofisch arts maakt ze ook duidelijk: ‘Wanneer dat passend is, schrijf ik een antibioticum voor. Wanneer de patiënt aangeeft als het ware een nieuwe instap in zijn leven te willen maken en de tijd te willen nemen om het natuurlijk beloop met ondersteuning van antroposofische middelen aan te gaan, dan gaan we in gesprek, intensiveer ik de controles en schrijf een antroposofisch, gehomeopathiseerd middel voor. Ook uitwendige wikkels rond de borstkas met bijvoorbeeld tijmolie zijn dan weldadig.’ Even later gaat het over het belang van de biografie, over de maretak tegen kanker en over patiënten met een ‘bloeiende stofwisseling’. Nog een citaat: ‘Wie oncologische therapie ondergaat, krijgt als het ware de mogelijkheid tot een tweede leven’. En zo kwebbelt dat nog een tijdje door.

Deze woorden zijn afkomstig van Madeleen Winkler, antroposofisch huisarts te Gouda en sinds 2000 voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders, die in maart 2019 afscheid nam. Misschien hebben wij hier niet te maken met een balletje-balletje-artiest, maar met al dit magisch denken in haar gedachtegoed moeten we toch wel minimaal van een gepatenteerd warhoofd spreken. Daarom deed het mij pijn te moeten vernemen dat haar op 9 maart 2019 de versierselen behorende bij de Orde van Oranje-Nassau zijn opgespeld door de Goudse burgemeester. Wegens haar grote verdiensten voor de antroposofische geneeskunde.

Twee antroposofische huisartsen: de eerste zou alsnog voor de tuchtraad moeten staan, de tweede zou blij moeten zijn dat dat haar nog net bespaard is gebleven, maar een koninklijke onderscheiding voor deze Steineriaanse quatsch in haar medische praktijk: wat een gotspe!