Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Sinds 1980 publiceert het CBS elk jaar het percentage van de bevolking dat bij een alternatieve genezer onder behandeling is geweest. Ik hecht veel waarde aan deze statistieken, want zo hebben wij iets in handen als er weer eens gevraagd wordt naar het effect van alle inspanningen, die de Vereniging tegen de Kwakzalverij en de stichting Skepsis zich onvermoeibaar getroosten.

Tot 2014 waren de gegevens uit de Gezondheidsenquête van het CBS wat  verwarrend omdat men ook vroeg of er een contact was geweest met de huisarts, die ook alternatieve geneeswijzen toepaste. Vaak wisten de ondervraagden niet eens of hun huisarts zich schuldig maakte aan alternatieve geneeswijzen en bovendien was maar bij 1 op de 7 contacten met zo’n alternatieve huisarts sprake van een alternatieve behandeling, vaker ging het om alledaagse klachten als verwijzing naar de oogarts voor de bril of pilrecepten.
Die consulten kwamen toch in de CBS-statistiek terecht. En niet zelden telden aanhangers of slecht geïnformeerde journalisten de getallen ‘contact met huisarts, die ook alternatief behandelt’ plus ’onder behandeling geweest met alternatieve genezer, niet de eigen huisarts’ onbekommerd bij elkaar op. Dat leidde tot veel te hoge percentages aan ondergane alternatieve behandelingen. In 2014 besloot het CBS dit vervuilende gegeven over de eigen huisarts uit de enquête weg te halen, onbetrouwbaar en weinig relevant als het was.

Uit de CBS-cijfers komt al jarenlang een percentage ‘onder behandeling geweest bij een alternatieve genezer’ naar voren dat internationaal zeer laag is. Dat werd recent nog eens bevestigd in het onderzoek dat Nijmeegse sociologen verrichtten en waarin Nederland en Portugal er in Europa als besten uit kwamen. Zie bijvoorbeeld de volgende figuur uit het rapport over 2014:

Kwakzalverij in maat en getal 1

Op www.europeansocialsurvey.org kunt u het hele rapport vinden. Omdat de vraagstelling in alle deelnemende landen identiek was zijn deze cijfers als basis voor vergelijking zeer betrouwbaar.

Aanhangers van alternatieve geneeswijzen zoals de antropoloog Peter Jan Margry trachten op alle mogelijke wijzen aan te tonen, dat onze bevolking erg gehecht is aan alternatieve geneeswijzen en Margry includeert in zijn statistiek ook marginale en weinig medische zaken als yoga en mindfulness. Hij kwam in zijn enquête (Healing en alternatief genezen, een culturele diagnose, 2018) uit 2017 op 51,5 procent gebruikers van alternatieve geneeswijzen en merkte zelf al op dat dat getal wel erg ver weg lag bij de 5,2% bezoekers aan alternatieve genezers uit de Gezondheidsenquête van het CBS. De respons van zijn enquete was slechts 20% en de steekproef was bepaald niet aselect en alleen al om die redenen kan aan de statistiek van Margry geen enkele waarde worden gehecht.

Recent wijdde ook de doorlopende serie Statistische Trends van het CBS aandacht aan de alternatieve geneeswijzen. Er kwamen enkele merkwaardige zaken uit naar voren, zoals dat elf procent van de bevolking in dat jaar een alternatieve genezer had bezocht en wel twintig procent als het om de afgelopen vijf jaar ging. Terwijl de Gezondheidsenquête aangaf dat 5,2% onder behandeling was geweest bij een alternatieve genezer noemde het Trends rapport 6%. Navraag leerde dat het verschil te verklaren was omdat in de Trends was gekeken naar mensen van 18 jaar en ouder, terwijl in de Gezondheidsenquête vanaf nul werd gerekend. De osteopaat, chiropractor en acupuncturist waren ieder met 2 procent het vaakst bezocht door de volwassen bevolking. Vrouwen gingen vaker dan mannen en de meerderheid is zeer tevreden over de ondergane alternatieve behandeling. Het verschil tussen de 11% en de 6% berust op het feit dat het in het eerste geval om ‘contact’ gaat en bij de 6% om ‘behandeling’.

In dit Trends-onderzoek Belevingen kwam ook naar voren dat 60% van de bevolking graag zag dat alternatieve geneeswijzen zouden worden opgenomen in het basispakket en 80 % wenste wetenschappelijk onderzoek naar de werkzaamheid en veiligheid van alternatieve geneeswijzen. 22% wilde zelfs dat alle alternatieve geneeswijzen in het basispakket zouden worden opgenomen.
Curieus was ook de vraag in het Trends-onderzoek waarop ondervraagden, die niet bij een kwakzalver waren geweest, moesten uitleggen waarom zij in het afgelopen jaar geen alternatieve genezer hadden bezocht. Hoe verrassend: het Trends-onderzoek ontdekte dat ‘voorstanders van reguliere geneeswijzen’ weinig vertrouwen in alternatieve geneeswijzen hebben. Bij lezing van de vragenlijst en de uitkomsten ervan dringt zich bij mij weer een oud citaat van wijlen Jan Blokker op: sociologen ontdekken altijd dingen, die een normaal mens al met zijn klomp kon aanvoelen. Maar toch las ik het Trends-rapport met enig genoegen en is mijn conclusie onontkoombaar: als je alle wensen van de geënquêteerden bij elkaar optelt dan wordt het basispakket weer flink duurder en gaat er een hoop geld naar zinloos effectiviteitsonderzoek van alternatieve geneeswijzen. Of de antwoorden dezelfde waren geweest als men zich had gerealiseerd dat de premie van de zorgverzekering daardoor weer verder zou gaan stijgen, dat zou ik nog wel eens willen weten.