Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Op 20 augustus werd in de altijd interessante Volkskrant-serie necrologieën van Peter de Waard bekend gemaakt dat de legendarische Eindhovense gebedsgenezer en ‘schreeuwjezus’ Nol Kox op 15 juli op 68-jarige leeftijd was overleden. Deze man genoot buiten Eindhoven weinig bekendheid, maar zijn naam was mij zeer bekend, omdat hij in de lezingen die ik vroeger wel gaf over modeziekten steevast ter sprake kwam als de man, die een vrouw die rolstoelafhankelijk was ten gevolge van de destijds populaire bekkeninstabiliteit door middel van handoplegging weer kon laten lopen. Deze wondergenezing haalde De Telegraaf en werd door de verslaggever Willebrord Frequin in samenspraak met de huisarts van de vrouw als onverklaarbaar beschouwd.

Een overpeinzing bij de dood van een gebedsgenezer 1

Eindhovens Dagblad 24 oktober 1996

De gebeurtenis vond plaats in 1996 en droeg in aanzienlijke mate bij aan Kox’ bekendheid in Eindhoven. Hij heeft bijna vier decennia lang als straatprediker door de Eindhovense binnenstad gezworven. Op dat wonderlijke van die genezing is natuurlijk alles af te dingen, want bij aandoeningen waarbij er geen objectieve afwijkingen te vinden zijn, kunnen dergelijke genezingen natuurlijk makkelijk optreden.
Zo was er in die periode ook sprake van een plotselinge spontane genezing van ME bij de schrijfster Renate Dorrestein, die ruim tien jaar aan dat vermoeidheidssyndroom had geleden. Dit type kwalen wordt in de psychiatrie conversie genoemd en de daarbij optredende symptomen imiteren veelal neurologische ziektebeelden, waarvan ze op het eerste gezicht moeilijk te onderscheiden zijn.
Al van oudsher boeken reguliere artsen weinig succes bij het behandelen daarvan, terwijl kwakzalvers soms wel met spectaculaire resultaten kunnen komen. Een fraai voorbeeld ervan is ook te vinden in de roman De vijfde winter van de magnetiseur van Per Olov Enquist, waarin de magnetiseur de dochter van een huisarts geneest van hysterische blindheid. Deze arts haatte magnetiseurs, maar kon niet anders dan gelukkig zijn met de genezing van zijn dochter.

Een van de bekendste paranormale genezers in ons land was wijlen Gerard Croiset, die zowel helderziende was als paranormaal therapeut c.q. magnetiseur. De emeritus hoogleraar neurologie Rien Vermeulen deed na zijn pensionering onderzoek naar een aantal ziektegeschiedenissen van patiënten van Croiset, die sterk verbeterd waren. (M. Vermeulen. Adviezen en behandeling van de paragnost Croiset. Ned Tijdschr v Geneeskd: 2018; 162: D2777) Waren ook dat gevallen van conversie? Tot Vermeulens verrassing bleek dat bepaald niet het geval. Onder de goed gedocumenteerde casussen die hij doornam was er een zevental waarbij er een harde medische diagnose was gesteld en die desondanks na de hulp van Croiset waren opgeknapt.
Vermeulen constateerde dat er bij gevallen van poliomyelitis, epilepsie, lumbale hernia en spasticiteit een serieus resultaat werd bereikt. Hij droeg daarvoor de volgende verklaringen aan: vier patiënten waren door de initiële behandelaar onvoldoende gestimuleerd hun resterende spierkracht te verbeteren met oefeningen, bij twee patiënten was de behandelaar niet goed ingegaan op hun angst, welke Croiset wel kon onderdrukken en bij een patiënt had de behandelaar te star vastgehouden aan de ingestelde anti-epileptische therapie. Na reductie van de dosering ging het de patiënt veel beter.

Vermeulen stelde vast dat Croiset niet alleen patiënten met een conversiestoornis behandelde, maar ook bij echte ziekten soms nuttig werk deed. Opknappen na behandeling door een paragnost is dus nog geen bewijs dat er sprake is geweest van conversie of ingebeelde ziekte. Ook inroepen van een zogenaamd placebo-effect als verklaring is niet altijd noodzakelijk.