Een Nederlandse klassieker en een superspannend verhaal uit 1958, meer dan een miljoen keer verkocht. Ook meer dan 60 jaar na het verschijnen kun je dit boek moeilijk wegleggen. W.F. Hermans stelt indringende vragen: wat is eigenlijk een feit, en wie heeft de waarheid in pacht? Daarom blijft het boek relevant, zeker in een tijd waarin de waarheid soms nauwelijks meer lijkt dan een mening. Als je het boek bestelt via bol.com dan krijgen wij een kleine bijdrage via het partnerprogramma van bol.com.
Een spannend verhaal
Henri Osewoudt snakt naar avontuur. Hij zit gevangen in een beklemmend huwelijk met zijn nicht Ria van der Laag en runt het sigarenwinkeltje van zijn moeder in Voorschoten. Saaier kan nauwelijks. Dan staat ineens zijn dubbelganger Dorbeck in de winkel. Dorbeck is zelfverzekerd, doelgericht en sterk. Later in het boek verzucht Osewoudt: ‘Toen ik hem voor het eerst zag, dacht ik: zoals deze man is, zo had ik moeten zijn.’ Dorbeck neemt onmiddellijk de leiding en geeft Osewoudt opdrachten alsof dat vanzelfsprekend is. Osewoudt stelt geen vragen en doet wat hem gevraagd wordt. Dorbeck vraagt Osewoudt om een foto van hen samen te maken. Die foto blijkt later het enige mogelijke bewijs van Dorbecks bestaan.
Vanaf de ontmoeting met Dorbeck voert Osewoudt allerlei gevaarlijke opdrachten uit. Hij brengt berichten over en voert sabotagehandelingen uit, zonder overzicht of controle. In juli 1944 krijgt hij de opdracht om de gevaarlijke NSB-er Lagendaal en diens vrouw in Lunteren te liquideren. Osewoudt voert de moord uit, waarbij ook een leidster van de Jeugdstorm om het leven komt.
Na de oorlog wordt Osewoudt opgepakt op verdenking van allerlei misdaden. Zijn beroep op Dorbeck als opdrachtgever wordt door justitie als een verzinsel gezien. Osewoudt krijgt de kans de foto te tonen waarop hij samen met Dorbeck zou staan — maar dat bewijs faalt.
Wat zijn feiten?

Het verhaal wordt volledig verteld vanuit het perspectief van Osewoudt. Tijdens het lezen lijkt er geen speld tussen te krijgen: de ontmoetingen met Dorbeck en de opdrachten die hij uitvoert presenteren zich als feiten. Maar bij nader inzien zijn er nauwelijks bewijzen dat Dorbeck daadwerkelijk bestaat. Heeft Osewoudt zijn opdrachten verzonnen? Dat lijkt onwaarschijnlijk — de geheime informatie waarover hij beschikt blijkt telkens angstaanjagend precies te kloppen. Wordt hij bespeeld door de Duitse inlichtingenofficier Obersturmführer Ebernuss, die opvallend goed op de hoogte blijkt van Osewoudts activiteiten? Hermans dwingt de lezer zelf positie te kiezen. Wel voorspelt Ebernuss Osewoudt met akelige precisie: ‘als wij elkaar in de steek laten, hebben wij geen van tweeën lang meer te leven.’
Wie bepaalt de waarheid?
Niet alleen de feiten worden in twijfel getrokken. De Donkere Kamer stelt ook de vraag wie in oorlogstijd het morele gelijk aan zijn kant heeft. De nietsontziende verzetsstrijder die zonder proces afrekent met echte en vermeende verraders? De bevrijders die Osewoudt op basis van mager bewijs in het cachot gooien? Of de bijzondere rechtspleging na de oorlog, die hem onderwerpt aan langdurige geestelijke druk (anderen zouden zeggen: marteling) in het Kamp Achstse Exloërmond in Drenthe? Hermans maakt in het boek geen keuze. De verteltechniek van het boek ‘bezit geen alwetendheid en staat niet boven het standpunt van Osewoudt’ aldus commenator Frans A. Janssen in 1983. Hermans vraagt hierdoor om begrip voor de waarheid van de grootste verliezer in dit verhaal: Henri Osewoudt.
De Donkere Kamer roept verzet op
Als notoire onruststoker zal Hermans vermoedelijk met genoegen kennis hebben genomen van het verzet dat De Donkere Kamer van Damokles opriep. Hermans was een van de eersten die de reputatie van het verzet ter discussie stelden. Ben Stroman schreef in 1959 in het Algemeen Handelsblad (een voorloper van NRC): ‘Dit is een van de knapste romans die de laatste tijd in ons land zijn geschreven. Maar evenzeer de meest perfide roman. […] Hermans heeft zijn verhaal in de bezettingstijd gesitueerd ten einde zijn levensbeschouwing vorm te kunnen geven. En die levensbeschouwing is moedwillig cynisch, moedwillig negatief. Juist die moedwil, het opzettelijke, maakt dit boek tot een weerzinwekkend product.’
Mijn advies: oordeel zelf. Het minste wat je ervoor terugkrijgt is een bijzonder spannend verhaal — en een verontrustende inkijk in een verleden dat hopelijk nooit meer terugkeert.

Leave a Reply
You must be logged in to post a comment.