
Het haalde de zomer van 2025 alle kranten en andere media: per jaar zouden 20.000 Nederlandse mannen zich aan kindersekstoerisme bezondigen. In de woorden van de onderzoekers van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) zelf:
Voor het eerst kan een schatting worden gegeven van het aantal Nederlandse mannen dat transnationaal seksueel kindermisbruik (TSK) heeft gepleegd. Uit een representatieve steekproef blijkt dat 2,3% van hen ooit in het buitenland seks heeft gehad met een minderjarige terwijl zij zelf volwassen waren. Twee derde deed dit nog in de afgelopen vijf jaar, wat neerkomt op minstens 20.000 Nederlandse mannen die jaarlijks afreizen naar het buitenland en zich daar schuldig maken aan seksueel kindermisbruik.
Het getal is schrikbarend hoog, en als je er even wat langer over nadenkt, ongeloofwaardig hoog. Toch werden er maar heel weinig kritische kanttekeningen bij geplaatst; de onderzoekers zelf spraken uit dat het zelfs nog om een onderschatting zou gaan. Intussen is het cijfer een eigen leven gaan leiden, onterecht volgens mij.
Kritiek van Arnout Jaspers
Wetenschapsjournalist Arnout Jaspers stelde in september al serieuze vraagtekens bij de betrouwbaarheid van deze schatting in zijn column op Wynia’s Week. Jaspers wijst op een aantal zaken die inderdaad de vraag oproepen of de enquête waarop de schatting gebaseerd is, wel echt representatief kan zijn. Als je de andere cijfers uit de beantwoording namelijk net zo serieus neemt als de beantwoording van de vraag of de respondent zich schuldig heeft gemaakt aan transnationaal seksueel kindermisbruik, dan zou je ook moeten concluderen dat 6,3 procent van alle mannen ooit bij de politie geregistreerd stond als verdachte voor een eerder zedendelict. En daar klopt natuurlijk niets van, dat is een absurd hoog percentage.
Een ander probleem zit ‘m in de verdeling van de landen waar dat kindermisbruik dan zou hebben plaatsgevonden. Het is niet geloofwaardig dat Noorwegen daar even hoog in scoort als de Filipijnen. En een land als Cambodja, dat notoir is voor kindersekstoerisme, ontbreekt geheel.
Volgens Jaspers hadden de onderzoekers van het NSCR zijn vragen voorafgaand aan de publicatie van de blog genegeerd en ook daarna niet gereageerd. Jaspers conclusie is dat deze enquête die uitbesteed was aan een marketingbureau gewoon niet serieus genomen kan worden.
Het cijfer beklijft
Zelf had ik me er tot voor kort nog niet in verdiept, maar het viel wel op dat het getal van 20.000 Nederlandse kindersekstoeristen regelmatig langskwam als iets dat inmiddels wel onomstotelijk vast zou staan. Het haalde zelfs de oudejaarsconference van Peter Pannekoek:

Bij een in oktober gestarte campagne tegen dit soort kindermisbruik gaf Hulporganisatie Stop It Now het schokkende cijfer expliciet als motivatie, onder andere in Met het Oog op Morgen. In allerlei krantenberichten die over kindermisbruik gaan, duikt het getal nu als achtergrondinformatie op, bijvoorbeeld in dit recente Telegraaf-artikel dat over online misbruik gaat. En hier in een recente column van Gert-Jan Segers.
Welk bureau?
In het blog van Jaspers stond ook vermeld dat het bureau weigerde om cijfers over de non-respons te geven. Dit leek me heel gek, maar dat bleek echt zo in het rapport ‘Risicotaxatie bij plegers van
transnationaal seksueel kindermisbruik‘ te staan:

En in Trouw liet hoofdonderzoeker Arjan Blokland het volgende optekenen:
Een extern bureau voerde de peiling uit. Blokland wil niet kwijt welk bureau. “Dat vind ik niet zo van belang, wij zijn er niet om reclame te maken”, zegt hij. Volgens hem is de peiling volgens de gebruikelijke regels uitgevoerd.
Als je als onderzoeker niet weet wat de non-respons is, hoe kun je dan weten hoe betrouwbaar de resultaten zijn? Het leek me ook nogal merkwaardig dat het marketingbureau niet eens genoemd werd, zodat een lezer van het rapport ook niet kan opmaken of het wel om een serieus onderzoeksbureau gaat waaraan je dit soort gevoelige materie kunt toevertrouwen. Om onbedoelde reclame-uitingen te voorkomen? Serieus?
Dus ik besloot vorige maand zelf maar eens een poging te wagen om toelichting te krijgen van het NSCR. Dat lukte, maar ik moest wel stevig aandringen.
NSCR reageert op kritiek
Het marketingbureau dat de opdracht aannam is Multiscope, gevestigd in Den Bosch. Wie zelf naar hun portfolio kijkt, zal er voornamelijk grote winkelketens en brancheorganisaties als klant aantreffen. Opdrachtgevers vanuit wetenschappelijk hoek zijn haast niet te vinden, maar ze hebben voor de Hogeschool van Amsterdam ook een onderzoek naar verkeersveiligheid gedaan, schreef Blokland in zijn reactie.
Uit de beantwoording van mijn vragen kon ik ook opmaken dat Multiscope zelf niet over een groot genoeg panel respondenten beschikte en dus voor dit onderzoek ook gebruik had gemaakt van panels van concurrenten. Hoe je dan kunt uitsluiten dat je veel dubbele respondenten krijgt, is voor mij de vraag, maar Blokland stelde dat uit onderzoek was gebleken dat de overlap tussen Nederlandse online panels zeer beperkt is.
Mijn bedenkingen of de panels van marketingbureaus überhaupt wel geschikt zijn voor dergelijk onderzoek doet Blokland mijns inziens ook wat makkelijk af. Dat er bij enquêtes een kleine beloning in het vooruitzicht wordt gesteld, is inderdaad niet uitzonderlijk, maar hier hebben we het over panels die herhaaldelijk gevraagd worden om vragenlijsten over bedrijven in te vullen waarbij ze via een loyaliteitsprogramma punten opbouwen. Het publiek dat daaraan mee wil werken lijkt me niet vanzelfsprekend representatief voor de Nederlandse bevolking. Of het echt zo erg is als Jaspers suggereert – “dat bijna tienduizend verveelde mannen – of een heleboel aliassen van veel minder mannen – die als bijverdienste online-enquetes invullen, grotendeels onzin-antwoorden in hebben zitten vullen.” – weet ik niet, maar je moet er tegenwoordig ook al rekening mee houden dat enquêtes door AI bots worden ingevuld. In ieder geval had ik er minder bedenkingen bij gehad als bijvoorbeeld een panel was gebruikt dat ook voor politieke peilingen wordt gebruikt, daar staat doorgaans niets tegenover, en het lijkt me daar minder te gaan om respondenten die het invullen van enquêtes als hobby zien.
Ik kreeg uit de beantwoording ook enigszins het idee dat de onderzoekers geen andere mogelijkheid zagen om een voldoende grote steekproef te trekken binnen het budget dat ze daarvoor hadden. Ja, je hebt echt wel iets van tienduizend respondenten nodig, juist omdat het vergrijp gelukkig redelijk zeldzaam zal zijn. Maar ja, dan moet je wel afvragen of een redelijk betaalbare steekproef van die grootte wel echt geschikt is, anders is het sowieso weggegooid geld.
Dan over de merkwaardige resultaten die twijfel oproepen over de representativiteit. Blokland schrijft dat je ‘afgaand op het totaal aantal jaarlijks geregistreerde verdachten van zedenmisdrijven en een gemiddelde leeftijd in de steekproef van 56 jaar, je zou verwachten dat ongeveer 1,9% van de respondenten ooit als verdachte van een seksueel misdrijf is aangemerkt.’ Zelf zien ze dus ook dat het percentage onder de respondenten aanzienlijk hoger is.
Als mogelijke verklaring geeft Blokland dat niet alle gerapporteerde politiecontacten ook als officiële verdenking zijn geregistreerd; het aantal meldingen van seksuele misdrijven ligt vele malen hoger dan het aantal officiële aangiften. En ook kan een deel in het buitenland hebben plaatsgevonden en daarom niet in de CBS-statistiek zitten die Jaspers aanhaalt.
Eerlijk gezegd lijkt mij de 1,9 procent die Blokland noemt al enorm hoog, maar het gat met de 6,9 procent uit hun rapport is ook dan met zijn opmerkingen volgens mij niet afdoende te verklaren.
Dan over de landenverdeling. Het was mij ook nog opgevallen dat Duitsland helemaal ontbrak in de grafiek waarin de landen gerangschikt waren op aantallen seksuele contacten. Dat leek me erg vreemd, aangezien België, ons andere buurland, er wel bij staat en zowel hoog scoort bij de (legale) contacten met personen ouder dan 18 jaar als bij de strafbare contacten met minderjarigen. Duitsland zou per abuis weggevallen zijn bij de opmaak van die grafiek, liet Blokland weten. Maar op de observaties van Jaspers ging Blokland niet in.
Conclusie
Het zal de lezer waarschijnlijk niet verbazen dat mijn zorgen over de betrouwbaarheid van de enquête niet zijn weggenomen. “Uiteindelijk zijn zij [de onderzoekers] verantwoordelijk voor de wetenschappelijke kwaliteit (inclusief representativiteit)”, schreef de communicatieadviseur van NSRC in een eerder antwoord aan mij. Maar mijns inziens kunnen ze die verantwoordelijkheid niet werkelijk waarmaken; het onderzoek is te veel een black box, waarin alleen het marketingbureau werkelijk inzicht heeft.
Het rapport van NSCR draait niet alleen om deze 20.000, maar het is wel het resultaat dat het sterkst naar voren is geschoven en dat bij het publiek beklijft, met het aura degelijk wetenschappelijk onderbouwd te zijn. Het is echter geen betrouwbaar cijfer en het zou beter zijn om de conclusie in te trekken.

Ik moet zeggen dat het me ook niet bepaald iets lijkt om via een enquête te onderzoeken. Zouden mensen die misbruik maken van kinderen in het buitenland nu werkelijk eerlijk antwoord geven?