Over de plichten van een goed werknemer  1

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Vivian Oei.

Doorbetaling van loon en/of uitkering bij arbeidsongeschiktheid of ziekte is in ons land normaal en is een teken van beschaving. Wil dit breed gedragen financieel vangnet intact blijven, dan dient de werknemer er alles aan te doen om zijn gezondheid en prestatievermogen weer zo snel als mogelijk terug te krijgen. Doet hij dat niet, dan besteelt hij zijn baas of benadeelt hij de gezonde collega’s, die de premie betalen van waaruit hij zijn uitkering ontvangt. Bij onduidelijkheden beslist de ARBO- of bedrijfsarts, althans hij of zij adviseert de baas in dezen.

Op 28 augustus 2012 deed de Amsterdamse kantonrechter uitspraak in een zaak van een werknemer, die leed aan suikerziekte en die van de bedrijfsarts twee maanden vrij kreeg om zijn ontregelde diabetes weer onder controle te krijgen door het starten met insulinebehandeling. De werknemer weigerde dit en ging aan de slag met fitness, tabletten en kruiden. Hiermee was de bedrijfsarts het niet eens en adviseerde de werkgever om op basis van art. 7:629 lid 3 Burgerlijk Wetboek de loonbetaling stop te zetten. De werknemer spande een zaak aan en liet zich bijstaan door een verzekeringsarts, die hem steunde. Er speelden nog enkele andere complicerende factoren een rol bij deze casus, maar de rechter had zijn oordeel snel klaar: Werknemers hebben een grote keuzevrijheid voor een genezingswijze.

Die vrijheid komt voort uit het EVRM en de Grondwet. In de relatie tussen werkgever en werknemer moet een vraagstuk over een beroep op die vrijheid beoordeeld worden door middel van een belangenafweging. In dit geval is duidelijk dat de verzekeringsarts het niet eens was met de bedrijfsarts en bovendien had de huisarts een spectaculaire verbetering in de medische situatie van de werknemer vastgesteld. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet in strijd heeft gehandeld met de verplichting die hij heeft om zich in te zetten voor zijn herstel. De werkgever moest het loon betalen (LJN BX5906).

Heldere jurisprudentie levert deze uitspraak niet op, al was het maar omdat de rechter vrij spel had nu twee artsen elkaar tegenspraken en omdat – meer geluk dan wijsheid – ook herstel was opgetreden met de ‘alternatieve’ behandeling die werd gekozen. Hoewel dat principieel niets zou moeten uitmaken, werkt het recht toch vaak zo, dat dat nu in het voordeel van klager uitpakte. De praktijk is dat regelmatig werknemers in de ziektewet niet de reguliere weg kiezen om tot herstel te komen, maar dat bedrijfsartsen daartegen slechts bij hoge aarzeling en schoorvoetend optreden. Looninhouding leidt altijd tot rechtszaken en komt nauwelijks voor. De premielasten zijn dan ook navenant en een straffere hand zou hier zeker wenselijk zijn.

Mocht u nieuwsgierig zijn naar de kruiden, die de klager ging gebruiken, en daarbij misschien denken aan het rijkelijk EFRO-gesubsidieerde onderzoek van de Universiteit Wageningen, het Nijmeegse Canisius Wilhelmina Ziekenhuis en het Europa Ayurveda Centrum (EAC) in Witharen, waarover deze zomer berichten in de media verschenen, dan moet ik u uit de droom helpen. Dit onderzoek, met veel bombarie bekend gemaakt door de provincie Gelderland als werkgelegenheidsproject, staat nog niet eens in de kinderschoenen. Sterker nog, het blijkt in de embryonale fase te verkeren en zal waarschijnlijk wel op een miskraam uitlopen. Er is nog geen toestemming van een medisch-ethische commissie en men volstaat voorlopig met het testen van de ayurvedische EAC-gekweekte kruidenmengsels in het laboratorium op samenstelling en eventuele giftigheid. De ayurvedische kruidendokter van het EAC, mevrouw V.P. Mohana Kumari, gelooft heilig in de werkzaamheid van haar mengsels tegen diabetes, maar eigenlijk ziet zij nog meer heil in de inzet van ayurvedische krachten tegen de mentale problemen van de westerse mens. Daarover raakt zij niet uitgepraat, maar de EU geeft daarvoor tot nog toe geen cent.