Een bericht in Trouw van 7 november jl. zette kamerlid Gert-Jan Segers van de ChristenUnie aan om kamervragen te stellen aan Minister van Justitie, Ivo Opstelten. Wat stond er in dat bericht? Uit een  enquête onder 180 politiemensen zou blijken dat er onduidelijkheid heerst over de toelaatbaarheid van inzet van paragnosten en over de waarde van aanwijzingen van paragnosten in opsporingsonderzoeken. De minister had gesteld dat er geen richtlijnen voor was, maar vreemd genoeg stuitte de student die dit onderzoek uitvoerde wel op zo’n instructie met als titel ‘Instructie Onorthodoxe Opsporingsmethoden‘.
Inderdaad reden genoeg om de minister daar eens opheldering over te vragen; of je nou tegen inzet van paragnosten bent op grond van het feit dat ze nooit zinnige tips geven, of omdat je het eigenlijk duivels werk vindt.

Antwoord van de minister

Ziet Ivo Opstelten, Minister van Justitie, nu echt zinvolle inzet van paragnosten?

Vrijdag 21 december 2012 kwam de minister met zijn antwoorden. Die kwamen er kort gezegd op neer dat hij geen reden zag om de instructie (die dus wél bestaat en mee werd gestuurd met de beantwoording) aan te passen. Alleen in heel uitzonderlijke omstandigheden wil het Openbaar Ministerie de mogelijkheid open houden om deze onorthodoxe opsporingsmethoden toe te passen.
Naast de paragnosten gaat het om wat minder zweverige zaken als leugendetectie, narco-analyse, het ‘poppenspel’ en verhoor onder hypnose. Die methoden zouden onder bijzondere omstandigheden kunnen worden ingezet bij zeer ernstige delicten, waarbij de politie niet verder komt met gewone middelen.
In de beantwoording van de vragen stelt hij het zo:

Sommige delicten zijn zo ernstig in de gevolgen voor slachtoffers dan wel nabestaanden, dat de politie en het OM alle mogelijkheden om een delict op te lossen in overweging willen kunnen nemen. Gelet hierop wil het OM de in de instructie genoemde methoden niet op voorhand uitsluiten.

Grote hilariteit, verbazing en verontwaardiging viel Opstelten ten deel op de sociale media. De koppen op de nieuwssites luidden ‘Politie mag gebruik blijven maken van paragnosten‘ of varianten daarop; het nieuwsbericht is doorgaans overgenomen van het  ANP. De vraag is of deze berichten wel een eerlijk beeld geven van de instructie en hoe die in de praktijk uitpakt. Een kop als ´Opstelten blijft bij inzet paragnosten´(BNR) wekt zelfs de indruk dat het ministerie echt wat ziet in de kunstjes van paragnosten, maar het kan natuurlijk nog wat stelliger, zoals op DeJaap: ‘Opstelten: niks mis met de inzet van paragnosten‘. De NRC kwam met een wat neutralere kop: ‘Opstelten: inzet paragnost bij politieonderzoek mag soms‘.
Ook vragensteller Segers vindt het standpunt van de minister maar vreemd, zoals te beluisteren viel in het radioprogramma ‘Met het Oog op Morgen’ van zaterdag 22 december (van 29:10 tot 33:20).

Hoe staat het in de instructie?

Die begint goed:

Voor gebruikmaking van opsporingsmethoden die naar huidige wetenschappelijk inzichten geen zekerheid bieden omtrent de objectieve betrouwbaarheid van de resultaten, is in beginsel geen plaats binnen de zakelijke en professionele wijze waarop het Openbaar Ministerie de strafrechtspleging uitoefent.

en

Gebruikmaking van de resultaten van dergelijke onderzoeksmethoden als bewijsmiddel is (veelal) niet toegelaten

Nou dat is dan klaar, zou je denken. Waarom dan toch de mogelijkheid van toepassing openhouden en niet radicaal afwijzen?

Ook indien een onderzoek is vastgelopen dient tot gebruikmaking van de hier bedoelde opsporingsmethoden slechts met uiterste terughoudendheid te worden overgegaan. Veelal loopt de gebruikmaking van een van de in deze instructie bedoelde opsporingsmethoden opnieuw uit op een teleurstelling voor alle betrokkenen. Het inzetten van middelen voor deze opsporingsmethoden valt dan ook enkel in zeer uitzonderlijke gevallen te rechtvaardigen.

Wat zijn dan die rechtvaardigheidsgronden? Dat staat er niet in, dat wordt overgelaten aan het College van Procureurs-generaal:

Onder zéér bijzondere omstandigheden kan het College van procureurs-generaal op verzoek van de hoofdofficier van justitie of hoofdadvocaat-generaal toestemming verlenen een onder 1 of 2 bedoelde opsporingsmethode toe te passen. Indien de toestemming wordt verleend worden de resultaten van de opsporingsmethode alsmede de uitkomst van het opsporingsonderzoek of strafvervolging aan het College bericht.

en het moet gaan om onderzoeken naar een strafbare feit waarvoor het strafmaxiumum minimaal zes jaar is en waarbij de gebruikelijke recherchemethoden zijn uitgeput.

Hoe belachelijk is dit?

Het lijkt me voor de inzet van paragnosten nogal een drempel in de praktijk en de facto misschien wel net zo effectief als een verbod. Hoe zie je het nu voor je dat het daadwerkelijk tot inzet van zo’n paragnost komt? Dan moet het rechercheteam dus laten zien dat alle normale middelen zijn uitgeput (lijkt me al niet eenvoudig om toe te geven), vervolgens op het idee komen dat een paragnost informatie kan geven die ze niet als gewone tip kunnen checken en misschien gebruiken. Dan zullen ze bijvoorbeeld het idee hebben om zo iemand een reading laten doen of met een wichelroede een stuk land te laten afstruinen.
Om het binnen de regels te doen, moeten ze dan de hoofdofficier van justitie of hoofdadvocaat-generaal zien te overtuigen dat het een goed idee is en misschien nog wel belangrijker, hem/haar daar zo van doordringen dat die vervolgens zijn/haar nek durft uit te steken om datzelfde betoog bij het College van Procureurs-generaal te gaan houden! Ik zie het niet snel gebeuren.

Het is wel een beetje jammer dat de instructie niet verder ingaat op de bijzondere omstandigheden waarin het voorstelbaar is dat het College van Procureurs-generaal wél toestemming zou geven. Maar misschien een suggestie daarvoor: als de beoogde paragnost de ‘One Million Dollar Paranormal Challenge‘ van Randi heeft binnengesleept of dit jaar nog de Sisyphusprijs van Skepp, dan is er reden om eens serieus te kijken.

Wat in de praktijk eerder zal voorkomen, is dat paragnosten zich op eigen houtje opdringen aan al dan niet vastgelopen onderzoek, zoals Loet van der Gouw in de zaak Tanja Groen. Maar over hoe om te gaan met lastige amateurspeurders, die je mogelijk voor de voeten lopen, gaat deze instructie helemaal niet. En ook niet over wat je moet doen als zo iemand een fiets uit een kanaal vist en suggereert dat het de vermiste fiets is van Tanja Groen. Dat blijft een lastig parket voor de politie, vooral wanneer allerlei media zo’n medium of wichelroedeloper veel kritiekloze aandacht geven.