Sinds het verschijnen van zijn boek ‘UFO’s bestaan gewoon‘ op 27 maart trad Coen Vermeeren op in diverse radioprogramma’s. Gisteren mocht hij ook op de landelijke publieke televisie zijn promotiepraatje houden, in het middagprogramma Studio Max Live. Als bewijsmateriaal voor het bestaan van UFO’s voerde Vermeeren ditmaal wederom astronaut Edgar Mitchell als belangrijke getuige op en liet hij een wazig filmpje zien van objecten die in beeld om de draad van een satelliet lijken te zweven.

Update: videomateriaal van de publieke omroep is vervelend genoeg niet meer embedbaar. U kunt het fragment bekijken via deze link.

Het Tether Incident
Die satelliet met lange draad was een experiment tijdens één van de Space Shuttle missies om te kijken of je stroom zou kunnen opwekken door gebruik te maken van het aardmagnetisch veld. Net voordat de kabel van ruim 20 kilometer helemaal was uitgerold, ging er wat mis en knapte die. De satelliet met grotendeels uitgestrekte kabel vloog nog weken, goed zichtbaar, rond de Aarde. Een paar dagen nadat de kabel was gebroken, werden vanuit de Space Shuttle de beelden gemaakt, waarop UFO enthousiastelingen buitenaardse ruimtevaartuigen menen te zien. Op het Internet zijn deze beelden in verschillende YouTube filmpjes te vinden:

Als Cilly Dartell in de uitzending aan haar gast Vermeeren voorlegt dat het hier volgens NASA om ijsvorming gaat en stofjes op de lens, vertelt Vermeeren dat dat niet kan kloppen:

Dat is een noodgreep, vermoed ik, om toch een verhaal te hebben naar buiten toe. Maar dat is het absoluut niet en dat kan iedere getrainde waarnemer ook zien.

“Maar noodgreep of de waarheid?” probeert haar collegapresentator Frank du Mosch nog en die vraagt ook of de deeltjes niet alleen groot lijken, omdat de camera enorm is ingezoomd. Vermeeren geeft zijn mening als getrainde waarnemer:

Ja, dan zijn het stukjes ijs van 3 km groot en dat noemen we kometen. En als die in de ruimte rond de Aarde zitten, zeg maar, op een paar honderd kilometer, dan staat dat echt op de voorpagina van alle kranten. […] Een stofje op de lens gaat niet achter die grote liniaal in de ruimte door [Vermeeren bedoelt de kabel van de satelliet], dat kan niet. Het is één van twee: óf het zit op de lens, óf het schuift achter die liniaal langs.

Vermeeren beseft niet (of wil niet beseffen) dat wat de camera laat zien, niet een waarheidsgetrouw beeld hoeft te zijn. En in dit geval is makkelijk in te zien dat er allerlei optische (camera)effecten meespelen. De bekende UFO-onderzoeker James Oberg beschreef al eens op een discussieforum over UFO’s wat er met deze beelden aan de hand is. Ten eerste moet je maar eens goed kijken naar de breedte van de kabel. Die is in beeld toch meerdere pixels. Maar bedenk dan dat die kabel maar één centimeter dik is en zich inmiddels al op zo’n 150 km afstand van de Space Shuttle bevindt. Duidelijk wordt dan dat er sprake moet zijn van een soort beeldoptimalisatie en geen realistische weergave. Want als dat wél zo was, zou het betekenen dat de kabel een paar honderd meter dik zou zijn. Het wordt ook duidelijk bij inzoomen van de camera: de breedte van de draad verandert dan niet.

Hoe zit het dan met die objecten die achter de ‘liniaal’ doorgaan? Van ander beeldmateriaal van de Space Shuttle camera’s valt af te leiden dat het centrum van heldere objecten verzwakt wordt weergegeven, zodat er onder andere donut-achtige beelden van sterren ontstaan. Bij de ijsdeeltjes in het beeld verklaart het de ‘gaten’ in het midden van de schijven. Als een oplichtend deeltje in beeld samenvalt met een zeer helder object als de ‘liniaal’ dan voegt die in werkelijkheid nauwelijks iets toe aan een beeldelement dat al zo helder was, dat dat dim-effect werd geactiveerd. Dat gedimde gedeelte van het beeld wijzigt dan ook niet, het lijkt een beetje alsof er een sticker op het scherm geplakt is en aan de randen lijken die schijfjes erachter te schuiven. Er beweegt echter geen van die objecten achter de draad langs, dat lijkt alleen maar zo door de optische effecten van de camera.

Er zijn nog meer zaken die Oberg opheldert (lees zijn commentaar), maar op één punt zou hij het met Vermeeren wel eens zijn. Als het wél om brokken ijs (of buitenaardse ruimtevaartuigen) zou gaan die achter de draad langs gaan, dan gaat het inderdaad om kilometers grote objecten. En ja, als dat zo zou zijn, zou dat  de voorpagina’s van alle kranten zeker halen. Die objecten zouden namelijk vanaf Aarde zo groot en helder zijn als de volle Maan! Het is niet erg waarschijnlijk dat al die waarnemers die de draad in die dagen hebben gevolgd, die rondvliegende ‘volle manen’ hebben gemist.

 Update 23/10/2013: een boekbespreking van ‘Ufo’s bestaan gewoon’ door Rob Nanninga verscheen in Skepter 25-2 en staat nu online op de Skepsis-site:  UFO’s bestaan gewoon