Dit artikel verscheen eerder in Quest (www.Quest.nl) en is met toestemming overgenomen. Het originele artikel zoals dat in het magazine verscheen is hier te downloaden in pdf-formaat.

 

Vier redenen waarom mensen geloven in onwaarschijnlijke en onbewezen therapieën

Zalvende onzin

Waterdicht bewijs dat het werkt is er niet. En toch zijn er hordes mensen (ook intelligente!) die beweren dat ze er zonder reiki, homeopathie en acupunctuur nooit bovenop waren gekomen. Hoe zit dat?

TEKST: RIK KUIPER

Niet alleen domoren trappen erin. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek brengt ongeveer een op de tien Nederlanders elk jaar een bezoek aan een alternatieve genezer. Daaronder vallen homeopaten, acupuncturisten, natuurgeneeskundigen en magnetiseurs, maar ook huisartsen die er een alternatief handeltje op nahouden. Wat opvalt aan de cijfers, afkomstig uit een enquête uit 2009, is dat er veel hoogopgeleiden op bezoek gaan bij alternatieve genezers. Van de mensen die alleen basisonderwijs hebben gevolgd, bezocht dat jaar circa zes procent een alternatieve therapeut. Bij mensen met een HBO- of universitaire opleiding was dat bijna dertien procent! En dat terwijl voor het overgrote deel van de alternatieve therapieën geen overtuigend bewijs bestaat dat ze bijdragen aan de genezing. Waarom denken veel mensen dan toch dat ze baat hebben bij dergelijke behandelingen?

1. Ziektes hebben een natuurlijk verloop

Je voelt je slap, hebt hoofdpijn, rillingen, koorts. Na twee dagen besluit je je favoriete alternatieve therapeut te bezoeken, die al snel een ‘ernstige onbalans’ of een ‘energetisch tekort’ constateert. Hij raadt je aan een paar glaasjes ingestraald water te drinken. En ja hoor, na een week later ben je beter. Zie je wel dat dat water helpt! Maar dat kun je pas met zekerheid zeggen als je weet wat er gebeurd zou zijn zonder dat je water dronk. De kans is groot dat dat kwaaltje dan ook was overgegaan, want dat doen veel aandoeningen nu eenmaal. Elke ziekte heeft zijn natuurlijke verloop. Of, zoals de 18de eeuwse filosoof Voltaire het zei: ‘De kunst van de geneeskunde bestaat uit het bezighouden van de patiënt terwijl de natuur de ziekte geneest.’

Dat veel mensen toch denken dat het ingestraalde water effect heeft gehad, komt door een cognitieve illusie, een denkfout. Mensen zijn geneigd om oorzakelijke verbanden te zien waar die er niet zijn. Dat de genezing volgde op de consumptie van dat water wil immers nog niet zeggen dat de genezing veroorzaakt is door dat water. Die denkfout heet in het Latijn ‘post hoc, ergo propter hoc’, letterlijk ‘na dit, dus vanwege dit’. Het gevolg: mensen op wie de illusie vat krijgt, zullen al hun vrienden en kennissen vertellen hoeveel baat ze hebben gehad bij het ingestraalde water.

Hoe stel je dan wel vast of een therapie werkt? Dat kan eigenlijk maar op één manier: doe een uitgebreide studie waarbij je patiënten met dezelfde klachten willekeurig in groepen verdeelt. De ene groep krijgt het ingestraalde water, de andere krijgt water dat niet is ingestraald. Doe dat bovendien bij voorkeur ‘dubbelblind’: zowel de patiënten als de behandelend therapeut weten niet wie het ingestraalde water krijgt, en wie het gewone. Dat wordt door een buitenstaander bijgehouden. Zo voorkom je dat verwachtingen de uitslag van de studie beïnvloeden. Genezen de ingestraalden gemiddeld sneller, dan heeft de behandeling effect gehad. Is er geen verschil, dan heeft je lichaam de ziekte zelfstandig opgeruimd.

2. Soms geneest zelfs een ongeneeslijke vanzelf

Ja, zo’n griepje gaat vanzelf wel over na een paar dagen. Maar hoe zit het met uitbehandelde kankerpatiënten die na het bezoek aan een alternatieve therapeut nog jaren leven? Simpel, zulk wonderbaarlijk herstel komt van nature gewoon voor. Kijk bijvoorbeeld naar het onderzoek van Michael Mac Manus en zijn collega’s. Ze zochten in de database van het Peter MacCallum Cancer Center in Melbourne naar patiënten bij wie tussen 1984 en 1990 een onbehandelbare vorm van longkanker was geconstateerd. De ruim 2000 patiënten kregen alleen een beetje radiotherapie om de symptomen te verlichten. Na een half jaar was de helft van de patiënten overleden, na een jaar leefde minder dan twintig procent nog. Maar er waren ook mensen die ondanks de slechte prognose na vijf jaar nog in leven was. Het ging om ongeveer één procent van de patiënten, van wie een aantal ook na tien jaar nog leefde.

Welke factoren bij zulke onverwachte genezingen een rol spelen, was onduidelijk. Misschien zaten er een paar verkeerde diagnoses bij, opperden de onderzoekers. En misschien ook reageren sommige patiënten uitzonderlijk goed op radiotherapie. Hoe dan ook, de onderzoekers vinden het van belang om de frequentie van dit fenomeen op waarde te schatten, ‘zodat claims van een genezing door een nieuwe therapie of zelfs door een alternatieve geneeswijze of een gebedsgenezing in de juiste context worden gezien.’ Met andere woorden: als zo’n overlever in zijn wanhoop toevallig haaienkraakbeen heeft geslikt, betekent dat niet dat die alternatieve therapie de kanker heeft uitgebannen. Het is veel waarschijnlijker dat de patiënt tot die kleine groep mensen behoort bij wie de ziekte zich terugtrok door die kleine dosis radiotherapie. Maar de kans is groot dat een ander verhaal de ronde gaat doen: ‘Wonderbaarlijke genezing door haaienkraakbeen!’

3. Aandacht en warmte helpen een hoop

Een prachtig experiment was het. Samen met een paar collega’s verdeelde Ted Kaptchuk van Harvard Medical School in de VS ruim 200 patiënten met het prikkelbaredarmsyndroom in drie groepen. Groep een werd alleen op een wachtlijst geplaatst. Groep twee kwam onder behandeling van een weinig spraakzame en snel werkende therapeut, die ze behandelde met nep-acupunctuur. Daarbij maakt hij gebruik van inschuifbare naalden, waardoor de patiënten niet merkten dat ze niet werden geprikt. Ook groep drie werd geprikt met nepnaalden, maar hier nam de therapeut veel meer tijd voor de patiënt en sprak zinnen als: ‘Ik kan me voorstellen hoe vervelend een prikkelbare darm is voor u’.

Na een paar weken werd de balans opgemaakt. Gemiddeld hadden de patiënten in alle drie de groepen minder last van hun darmen. Ook zeiden ze dat hun kwaliteit van leven was toegenomen. En dat terwijl geen van de patiënten een échte behandeling had gehad! De effecten waren het sterkst bij de twee groepen die nep-acupunctuur hadden gehad, waarbij de groep met de vriendelijke therapeut de meeste verbetering toonde. Voor Kaptchuk kwam dit niet als een verrassing. De onderzoeker verdiept zich al jaren in het placebo-effect, het effect dat patiënten zich na een behandeling beter voelen, ook als de behandeling geen bewezen effect heeft. Ditzelfde placebo-effect zorgt dat veel mensen denken dat ze baat hebben gehad bij een behandeling van een alternatieve therapeut. Ze voelen zich beter! Feit is echter dat die verbetering niets te maken heeft met de zuurstoftherapie of de darmspoeling die ze hebben ondergaan, maar met de diagnose, het luisterend oor en het vreemde ritueel. En dat is kwalijk, want als patiënt moet je erop kunnen rekenen dat een therapeut eerlijk tegen je is. Je moet ervan uit kunnen gaan dat hij je alleen blootstelt aan veilige en effectieve therapieën. En niet aan handelingen die alleen drijven op het placebo-effect. 

4. Als je ergens tijd in geïnvesteerd hebt, dan moet het wel goed zijn

Ze moesten over de psychologie van seks praten, de vrouwelijke studenten die onderzoekers Elliot Aronson en Judson Mills in de jaren vijftig van de vorige eeuw hadden geworven voor een experiment. Wel deden ze eerst een toegangstest. Voor de helft van de studenten was dat gênant, schrijft Aronson in zijn boek Mistakes Were Made (but not by me): ze moesten seksscènes uit romans als Lady Chatterley’s Lover hardop voorlezen. De andere helft las alleen een lijst van seksueel getinte woorden voor. Daarna hoorden alle studenten een bandopname van een uiterst trage en saaie discussie over de secundaire geslachtskenmerken van vogels. Na afloop moesten ze aangeven hoe interessant ze de opname vonden. De ‘woordenlijststudenten’ vonden de discussie waardeloos. Ook hadden ze zich gestoord aan een spreker die had toegegeven dat hij zich niet had voorbereid. De ‘seksscènesgroep’ vond de discussie wel interessant. En dat die ene student zich niet had voorbereid? Ach, dat konden ze hem best vergeven. Hij was toch eerlijk geweest?

Dezelfde opname, heel verschillende meningen. Hoe zat dat? Volgens de onderzoekers kwam het door cognitieve dissonantie: de onaangename spanning die ontstaat bij twee onverenigbare ‘cognities’ (zoals een houding, gevoel, verwachting, mening of gedrag). Een klassiek voorbeeld is de roker. Die weet dat hij twee pakjes per dag rookt, en dat dat tot longkanker kan leiden. Deze onprettige tegenstrijdigheid kan hij oplossen door te stoppen met roken. Maar vaak lukt dat niet. Dan doet hij wat anders. Hij past niet zijn gedrag aan, maar zijn mening. ‘Ach’, zal hij denken, ‘het zal wel meevallen met de gevaren van roken.’ In het experiment van Aronson en Mills trad iets vergelijkbaars op. De studenten die de seksscènes hadden voorgelezen, hadden een groter offer gebracht om de bandopname te mogen horen dan de andere groep. Daarom was het voor hen moeilijk te verkroppen dat de opname niet interessant was. Dan zou de investering immers voor niets zijn geweest. Om dat ongenoegen weg te nemen, overtuigden ze zichzelf ervan dat de opname wel interessant was.

En dat is precies het gevaar dat op de loer ligt bij mensen die alternatieve genezers bezoeken. Ze hebben er tijd en geld in geïnvesteerd. Vallen de resultaten tegen, dan ontstaat dat ongemakkelijke gevoel. En dus maken ze zichzelf onbewust wijs dat ze toch baat hebben gehad bij Bach-bloesemtherapie. ‘Echt’, zeggen ze tegen de buurvrouw. ‘Je zou ook eens moeten gaan.’ En zo blijven de dominostenen vallen.

rik.kuiper@quest.nl

Meer informatie

Bekocht of behandeld?, Simon Singh en Edzard Ernst, Arbeiderspers (2010): kritisch boek over homeopathie, chiropraxie, acupunctuur en kruidengeneeskunde.

Wetenschap of kwakzalverij?, Ben Goldacre, De Geus (2011): Britse arts veegt de vloer aan met kwakzalvers.

www.kwakzalverij.nl: het laatste nieuws over vreemde alternatieve therapieën.

 

K A D E R S

Hoe word je een rijke kwakzalver?

Op zoek naar een andere baan? Word kwakzalver! Edzard Ernst, hoogleraar alternatieve geneeswijzen aan de Exeter Universiteit in Groot-Brittannië, gaf onlangs wat adviezen voor startende ondernemers. Hier de belangrijkste.

1. Geef je therapie een fantastische naam

Dat klinkt simpel, maar pas op: de echt rare ideeën zijn al door anderen geclaimd. Oorkaarsen bijvoorbeeld. Urinetherapie. En auramassage.

2. Verzin een fascinerende geschiedenis

Je kunt natuurlijk niet zeggen dat je de behandeling verzonnen hebt. Bedenk dus iets met de Oude Chinezen of een goddelijke gift en zeg dat de oudste culturen op aarde zich ook bewust waren van de fundamenten van jouw therapie.

3. Voeg een vleugje pseudo-wetenschap toe

De theorie moet geloofwaardig zijn. Strooi dus met wetenschappelijk klinkende termen waarvan veel mensen toch niet weten wat ze precies betekenen. Kwantumfysica, chaostheorie en nanotechnologie scoren altijd.

4. Neem een apparaat!

Een bliepende machine met ledverlichting en digitale displays maakt indruk. Het apparaat hoeft nergens goed voor te zijn, maar geef hem wel een tongbrekende naam. Helaas: de BodiHarmoni Energy Enhancer, de BOVIS-biometer en de Vari Gamma Zapper bestaan al.

5. Claim alles te genezen

Wie alleen hamertenen en chronisch nagelbijten behandelt, wordt nooit rijk. Denk dus groot: jouw therapie moet een panacee zijn, een oplossing voor alle klachten.

6. Verzin ‘bewijs’

Sommige mensen willen bewijzen zien voor de werking van de therapie. Ai. Je hebt geen dubbelblinde, placebogecontroleerde proeven. Gelukkig is er een alternatief: laat een aantal mensen op je website vertellen hoe ontzettend veel ze aan jouw behandeling hebben gehad. Desnoods verzin je deze testimonials.

7. Zeg dat 76,5 procent geneest!

Nu je toch van alles uit je duim zuigt, verzin dan ook een succespercentage. De meeste kwakzalvers beweren dat ongeveer 70 procent van de patiënten opmerkelijke vooruitgang zag. Het advies van Ernst: ga daar iets boven zitten, op 76,5 procent, bijvoorbeeld.

8. Vraag veel geld

Wil je echt rijk worden, bied je diensten dan niet voor een prikkie aan. Richt je dus op welvarende types. Want, schrijft Ernst, hoge prijzen bieden de hoogste garantie. ‘Of heb je ooit gehoord van een oplichter die beroemd werd omdat hij zulke redelijke prijzen hanteerde?’

Bron: www.edzardernst.com

 

Baat het niet, dan schaadt het soms

Ach, zo’n homeopathische oplossing! Ach, kristaltherapie! Ach, een shiatsu-massage! Is het nu zo erg als mensen zich daaraan overgeven? Jazeker, met een beetje pech. Zo zijn er bepaalde kruiden die wel degelijk schade kunnen aanrichten. Simon Singh en Edzard Ernst schrijven in hun boek Bekocht of behandeld? dat bosbessen ‘een gevaarlijke daling van het bloedsuikergehalte kunnen veroorzaken of antidiabetische medicaties versterken’. En lavendel heeft ‘misselijkheid, braken, hoofdpijn en koude rillingen veroorzaakt’. En sint-janskruid? Dat bevat stoffen die de werking kunnen belemmeren van onder meer aidsremmers en medicijnen tegen kanker.

Een ander gevaar is dat sommige alternatieve therapeuten hun patiënten afraden een reguliere therapie te volgen. Een bekend voorbeeld is Sylvia Millecam, de actrice bij wie in 1999 borstkanker werd geconstateerd. Ze liet zich niet door reguliere artsen behandelen, maar door mensen uit het alternatieve circuit, die haar vertelden dat ze geen borstkanker had maar een bacteriële infectie. Met zouttherapieën, elektro-acupunctuur en magneetveldtherapieën zou ze er wel weer bovenop komen. In 2001 overleed ze, aan borstkanker.

 

Naalden, oplossingen en subluxaties

Acupuncturisten, homeopathen, chiropractici. Hun praktijken floreren, maar zijn hun behandelingen ook zinvol? Mwah.

Acupunctuur

Acupunctuur, waarbij naalden op bepaalde punten in het lichaam worden gestoken, is duizenden jaren geleden in China ontwikkeld. Maar werkt het ook? Helaas, er zijn nauwelijks goed opgezette onderzoeken waaruit blijkt dat acupunctuur meer bereikt dan een placebo-effect. Pech dus voor onder meer slapelozen, rokers, astmatici, mensen met elleboogpijn en zwangerschapsbrakers die zich hebben laten prikken. Alleen bij enkele soorten pijn en misselijkheid lijkt het enig effect te hebben. Toch gaan er miljoenen om in de acupunctuur.

Homeopathie

De patiënt ontvangt extreme verdunningen van stoffen die dezelfde symptomen als de te bestrijden ziekte zouden oproepen. Vaak is de verdunning zo groot dat er geen molecuul meer in het medicijn aanwezig is. Door te ‘potentiëren’, hard en methodisch te schudden, zou het middel volgens homeopaten toch de helende werking behouden. Dat is een wetenschappelijk onhoudbare bewering, en in serieuze studies is dan ook nooit aangetoond dat homeopathische middelen kunnen genezen. Er speelt hooguit een placebo-effect.

Chiropraxie

Volgens chiropactici is een slechte gezondheid te wijten aan ‘subluxaties’, lichte scheefstanden van de wervels in de ruggengraat. Om de klachten te verhelpen manipuleert de chiropractor de ruggengraat. Blijkt ook uit klinisch onderzoek dat de behandeling werkt? Tegen rugpijn wel. Maar er is een kanttekening, schrijven Simon Singh en Edzard Ernst in hun boek Bekocht of behandeld?: ‘Wervelmanipulatie kan lijders aan rugpijn helpen, maar de gebruikelijke manieren hebben nagenoeg even weinig nut’. Die reguliere behandelingen (fysiotherapie en een ontstekingsremmer) zijn echter in veel gevallen aanzienlijk goedkoper. Dat chiropractische behandelingen ook werken tegen astma, hoofdpijn, menstruatieklachten, middenoorontsteking, enzovoorts, zoals sommige chiropractici beweren, is niet overtuigend aangetoond.

 

 

Dit artikel verscheen eerder in Quest (www.Quest.nl) en is met toestemming overgenomen. Het originele artikel zoals dat in het magazine verscheen is hier te downloaden in pdf-formaat.

Met dank aan auteur & Quest redacteur Rik Kuiper (www.rikkuiper.nl) voor de toestemming om het artikel ook op deze plek te publiceren.