Een zelfbenoemde bijbeldeskundige met een opgewarmde en bijgekruide complottheorie en een tweet van Richard Dawkins die dat interessant lijkt te vinden. In het kort heb je daar de essentie te pakken van  wat rumoer op Internet over nieuwe inzichten over de herkomst van het Nieuwe Testament en Jezus Christus zelf.

Dawkins kwam een uurtje later al met een tweet waarin hij stelt dat we niet automatisch moeten denken dat hij die theorie wel ziet zitten (I’m not qualified to judge Atwill’s thesis.) maar dat hij het wel de moeite waard vond om naar te kijken. Atwill had zijn publiciteit daarmee al binnen. Als Dawkins zoiets rondstrooit, bereik je gemakkelijk honderdduizenden personen op Twitter, Facebook en andere kanalen. En publiciteit kan Atwill goed gebruiken.  Wat Dawkins verspreidde was niet meer dan PR materiaal voor Atwills boek en zijn symposium komende week in Londen. Daar zal hij zijn vergezochte ideeën nogmaals uit de doeken doen. Nogmaals, want er is nauwelijks iets nieuws: Atwill kwam in 2005 al met hetzelfde verhaal.

Wat is het idee van Atwill?

Titus Flavius Josephus (afb: Wikimedia Commons)

Titus Flavius Josephus (afb: Wikimedia Commons)

Volgens Atwill is het Nieuwe Testament (NT) met de vredelievende persoon Jezus Christus een verzinsel van de Romeinse elite, in het bijzonder de Flavische kliek die caesars als Vespanianus en Titus voortbracht. In de eerste eeuw van onze jaartelling hadden ze nogal wat te stellen met opstandige Joden in Palestina. De nieuw verzonnen religie zou bedoeld zijn om die radicale Joodse groeperingen te verleiden met meer pacifistische ideeën en ze zo inschikkelijker te maken ten opzichte van het Romeinse gezag. Jezus als propagandamiddel.
Natuurlijk zoekt Atwill naar bewijs voor dit idee en die vindt hij in overeenkomsten tussen de evangeliën van het NT en een ander beroemd geschrift uit die periode, De Joodse Oorlog van Josephus. De schrijver daarvan was zelf aan het begin van de Joodse opstanden één van de leiders, maar werd krijgsgevangen genomen en liep uiteindelijk over naar de Romeinen. Zijn voorspelling aan Vespanianus dat hij later caesar zou worden zou hem zo in de gratie gebracht hebben bij de Flavii, dat hij door hen vrijgelaten werd en dus hun naam mocht dragen: Titus Flavius Josephus.
Atwill ziet allerlei letterlijke overeenkomsten tussen de teksten van De Joodse Oorlog en het NT, maar ook in de gebeurtenissen die met Titus te maken hebben en het beschreven leven van Jezus. De teksten zouden zelfs verborgen spot over de Joden bevatten, die voor de Romeinse elite er duidelijk uit zou springen.

En waarom slaat het nergens op?

Historicus Richard Carrier doet er in zijn blog weinig moeite voor om zijn ergernis over de ideeën van Atwill en de  aandacht ervoor te verbloemen:

So I have to waste time (oh by the gods, so much time) explaining how I am not arguing anything like their theories or using anything like their terrible methods, and unlike them I actually know what I am talking about, and have an actual Ph.D. in a relevant subject from a real university.

Tijdverspilling misschien, maar het levert wel een zeer interessant verhaal op voor degenen die wel eens willen weten hoe serieuze onderzoekers naar de materie kijken. Als eerste schrijft Carrier dat de theorie erg onwaarschijnlijk is door te wijzen op de zeer lage voorafkansen (priors) voor onderdelen van de theorie (Carrier schreef een boek onder de titel Proving History: Bayes’s Theorem and the Quest for the Historical Jesus, dus hij heeft wel iets met statistiek):

  1. De Romeinse elite was lang niet zo uitgekookt als noodzakelijk voor Atwills idee. Ze hadden te weinig kennis van de Joodse geschriften en theologie om het verzinsel overtuigend te kunnen maken;
  2. Er zijn veertig evangeliën bekend, maar vier zijn er in het NT terechtgekomen en op die keuze had die Romeinse aristocratie geen invloed;
  3. Er zijn veel te veel tegenstrijdigheden in de evangeliën om ze toe te kunnen schrijven aan één bron die er een specifiek doel mee had;
  4. Er zijn ook veel te veel stijlverschillen tussen de verschillende teksten in het NT om aan één bron te denken;
  5. De pacifistische ideeën in het NT zijn waarschijnlijk inderdaad een reactie op de meer militaristische stromingen binnen Jodendom, maar het ligt meer voor de hand die te zoeken bij teleurgestelde Joden dan bij de Romeinen;
  6. Als middel om Joden te pacificeren is het NT niet erg geschikt voor de Romeinen, omdat het een veel te grote breuk betekende met de Joodse wetten. Het is niet vreemd dat het christendom vooral buiten Palestina succesvol was;
  7. Als het echt een propagandamiddel was gericht op Joden, dan is het vreemd dat de Romeinen voor een Griekse tekst gekozen hebben;
  8. De Romeinen staan niet echt bekend om subtiel gebruik van sociale hervormingen om hun rijk bij elkaar te houden. Hun gebruik van geweld was ook tamelijk succesvol: de Joodse Opstand was in een jaar of vier neergeslagen.

Met deze beschouwing vooraf (waar je op punten misschien best wel wat kunt afdingen), wordt de lat voor een complottheorie als die van Atwill terecht hoog gelegd. En wat die dan aanvoert als bewijs, overtuigt bepaald niet. Voor een groot deel berust dat op letterlijke overeenkomsten in de tekst van Josephus en het NT, alleen lijkt het er sterk op dat Atwill die overeenkomsten baseert op Engelse vertalingen van die teksten en niet op de originelen in het Grieks. Dat is misschien wel het grootste probleem dat Carrier heeft met Atwill, dat hij niet thuis is in de talen waarin de oorspronkelijk teksten geschreven zijn. Als voorbeeld haalt hij de overeenkomst aan die Atwill ziet in de woorden Coracin, een soort vis genoemd in De Joodse Oorlog en Chorazin, een stadje genoemd in het NT (Matth. 11:21). Dit zou zo’n verborgen spottende opmerking zijn, het noemen van de vis een verwijzing naar de profetie die Jezus uitsprak. Probleem is alleen dat de oorspronkelijke Griekse woorden helemaal niet zo op elkaar lijken en ook in betekenis is er geen verband: κορακιν (KAPPA-omicron-rho-alpha-KAPPA-iota-nu) en Χοραζιν (CHI-omicron-rho-alpha-ZETA-iota-nu). En dit is dan volgens Carrier een voorbeeld dat Atwill zelf, als één van de besten die hij had, aan hem voorlegde.

Illustratie uit Bible Pictures and What They Teach Us: Containing 400 Illustrations from the Old and New Testaments: With brief descriptions by Charles Foster, 1897( via Wikimedia Commons)

Bloed aan de deurpost. Illustratie uit Bible Pictures and What They Teach Us: Containing 400 Illustrations from the Old and New Testaments: With brief descriptions by Charles Foster, 1897 (via Wikimedia Commons)

En als Atwill dan ergens toch een aardige observatie doet in De Joodse Oorlog, is dat eerder een bewijs dat zijn ongelijk aantoont. Dat handelt om een verhaal dat Josephus vertelt om te laten zien dat de Joodse rebellie de samenleving volkomen op zijn kop had gezet. Hij vertelt (en merkt zelf op dat het een mythe is) dat de rebellen het Pesach gebruik om een lam te offeren en het bloed te gebruiken om deurposten mee te besmeuren omdraaiden. In Exodus staat beschreven dat God dan zou weten welke huizen hij moest overslaan, bezig alle eerstgeborenen in Egypte om zeep te helpen, de tiende plaag. De rebellen offerden nu niet een dier in plaats van een mens, maar ene Maria zou haar eigen zoon opgegeten hebben. Maar die naam ‘Maria’ is dan ook het enige dat een connectie is met de beschrijvingen van Jezus’ leven in het NT. Als die baby nou nog als Jezus was aangeduid, of dat de Maria bij Josephus op een of andere manier in verband kon worden gebracht met de Maria uit het NT, ja dan was er een opvallend gegeven. Maar zo’n beetje één op de vier Joodse vrouwen heette toen Maria. En hoe de analyse als ondersteuning zou moeten dienen voor de stelling ‘Titus = Jezus’ is ook niet duidelijk. Carrier laat zien dat het veel waarschijnlijker is dat Josephus juist het Oude Testament heeft gebruikt als bron voor de constructie van zijn verhaal.

Ten slotte geeft Carrier een gedeelte van de omvangrijke e-mailcorrespondentie die hij in 2005 had met Atwill naar aanleiding van zijn boek Caesar’s Messiah – The Roman Conspiracy to Invent Jesus. Dat deel is al behoorlijk lang en er blijkt duidelijk uit dat Atwill niet erg bereid is zijn vergezochte theorie goed te verdedigen tegen gedegen kritiek. De verzuchting van Carrier aan het begin is daarom goed te begrijpen.

Het lijkt allemaal ook wel een beetje op de theorie van Francesco Carotta, die beweert dat Jezus gemodelleerd zou zijn op Julius Caesar, maar dan nu dus met Titus in de rol van Julius Caesar. Anton van Hooff schreef in Skepter (2002-4) over de pseudowetenschap van Carotta en zijn fans in Nederland: Was Jezus Caesar? Het enthousiasme waarmee de tweet van Dawkins weer werd verder getweet, geeft wel aan dat veel weldenkende mensen toch erg gevoelig zijn voor dit soort pseudowetenschappelijke geschiedschrijving.

Links naar blogs met kritiek op Atwill