acupunctuur“De acupunctuur werd in het Westen pas populair na 1972. De voedingsbodem voor deze belangstelling was echter al rond 1930 gelegd door de fantast George Soulié de Morant.

Over Soulié is in 2011 een kritisch artikel verschenen van Hanjo Lehmann (1), maar een veel uitvoeriger werk (2), de vrucht van vele jaren onderzoek in archieven en bibliotheken, is van de Franse arts-acupuncturist Johan Nguyen, zoon van een vooraanstaand Frans-Vietnamese arts-acupuncturist genaamd Nguyen Van Nghi. (3) Dit uiterst grondige, gedetailleerde en bewonderenswaardige boek toont aan dat Soulié niet alleen als eerste een eigen versie van Japanse acupunctuur populariseerde, maar dat hij ook een mythomaan was die vooral over zijn eigen grootheid fabeltjes verspreidde.”

Bij het uitkomen van een nieuwe Skepter komen de meeste artikelen uit het vorige nummer online beschikbaar. Daarom kun je ook als je (nog) geen abonnee bent nu het vervolg van dit artikel lezen. Op de Skepsis website is er geen mogelijkheid om te reageren op de artikelen, dan kan wel hieronder.

Lees het volledige artikel op de site van Skepsis:

Een mythomane acupuncturist

door Jan Willem Nienhuys, Skepter 26.1 (2013)

George Soulié

George Soulié

Talloze websites van praktijken voor acupunctuur vertellen het maar al te graag: de Chinese acupunctuur zou duizenden jaren oud zijn. Op dit verhaal valt nogal wat af te dingen. Zo had de ‘oude’ Chinese acupunctuur helemaal niets te maken met meridianen en dunne naaldjes. Die nieuwerwetse versie werd in Japan bedacht door Yanagiya Sorei; in 1927. De Fransman Soulié hielp in 1934 een andere Japanner, Yukikazu Sakurazawa, met de Franse vertaling van een Japans boek over deze relatief nieuwe ontwikkeling.
Ofschoon Soulié helemaal geen medische achtergrond had, ging hij zelf ook aan de gang met het prikken. Merkwaardig genoeg niet met die dunne naaldjes van de Japaners, maar met relatief dikke (1 mm) naalden van goud en zilver. In die zin was dat weer een stapje terug naar wat er in vroegere tijden in China voor acupunctuur doorging, want daar gebruikte men toen een set met negen messen en priemen die in niets lijken op die fijnzinnige stalen naaldjes waarmee je je nu als een speldenkussen mee kunt laten volprikken bij de acupuncturist. Die oude vorm van acupunctuur heeft Nienhuys eerder beschreven op het Skepsis-blog in Acupunctuur was en is astrologie.

Acupunctuur was voor 1930 in China een combinatie van astrologie en aderlaten. Of de mythologische Gele Keizer (afbeelding) uit de Steentijd ermee te maken heeft is twijfelachtig. De huidige praktijk is grotendeels een westerse fantasie. De meridianen en de acupunctuurpunten zijn samen een systeem dat nog steeds lijkt op astrologie: een gecompliceerd fantasiesysteem zonder materiële basis.

Samen vormen deze twee artikelen een mooi overzicht over hoe de acupunctuur zoals die nu hier in het Westen bedreven wordt als ‘eeuwenoude oosterse geneeswijze’ tot stand is gekomen. Over de vraag of al dat geprik met die naaldjes zinnig is, kunt u lezen in de meest recente Skepter in een derde artikel van Nienhuys. Dat staat nog niet online, maar het is gedeeltelijk gebaseerd op een artikel van Steven Novella en David Colquhoun:  Acupuncture Is Theatrical Placebo. Die titel zegt genoeg.