Complottheorieën leiden de blik af van eigen verantwoordelijkheden door naar duistere instanties te wijzen

In 1964 verwoordde Richard Hofstadter in een wereldberoemd essay op die manier het risico van complottheorieën. Beatrice de Graaf haalt hem aan in haar column in de NRC van afgelopen zaterdag. Aanleiding is de wijdverbreide gedachte dat de terreurbeweging IS in feite een zionistisch complot is om de islam zwart te maken. ‘Ontkennen helpt niet’ aldus De Graaf, omdat aanhangers van complottheorieën slechts uit zijn op bevestiging van hun theorie, het vertikken aan falsificatie te doen, en elke poging tot weerlegging incorporeren in hun complot’. Soms is de complottheorie functioneel. Voor onderdrukte groepen is het complot een uiting van gevoelens van onrecht. En in Nederland? Volgens onderzoek is de complottheorie waarschijnlijk ‘sappig voer voor aan de borreltafel, wichtigtuerei voor op sociale media („ik weet hoe het zit, de rest niet”) en bevredigt allerlei geweldsfantasieën. … Soms echter leveren complottheorieën net het argument dat iemand nodig heeft om ‘het kwaad’ daadwerkelijk te lijf te gaan en dan is het niet grappig of excentriek meer’. Aldus De Graaf. Dank aan Jan Broekhof. GJvtL.

1

Richard Hofstadter, wikipedia.