“The amount of energy necessary to refute bullshit is an order of magnitude greater than to create it.”

– Alberto Brandolini –

Ik las laatst de review van Kevin Folta (een onderzoeker en vooraanstaande wetenschapscommunicator wat betreft genetische modificatie) over een nieuw onderzoek waarin via een computermodel aangetoond zou worden dat er formaldehyde in genetisch gemodificeerde maïs zou zitten. Hierin vergelijkt hij het met de situatie waarin we een computerprogramma maken dat via internet de locatie van een stad kan bepalen. Als we dat programma dan vragen waar München ligt en het programma geeft een locatie aan in de Golf van Mexico, dan wil dat niet zeggen dat München ineens dichterbij Florida dan Nederland ligt. Dat wil eerder zeggen dat de data niet kloppen.

Het is in de wetenschap niet ongebruikelijk dat de resultaten en de werkelijkheid niet overeen komen. Daarom worden resultaten door peer-review geanalyseerd en methodes herhaald. Maar ook het peer-review systeem is niet perfect en slecht uitgevoerde onderzoeken glippen soms toch door de mazen. In dat geval worden deze onderzoeken vaak opgepikt door andere deskundigen in het vakgebied waardoor de waarheid alsnog naar boven komt. Bij controversiële onderwerpen is de impact van het originele onderzoek helaas vaak vele malen groter dan de correctie.
In de wereld van genetisch gemodificeerd eten is dit eerder regel dan uitzondering geworden. De ideologische anti-GGO organisaties zijn inmiddels zo vastberaden de negatieve gevolgen van genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) aan te tonen, dat de waarheid pas op de tweede plaats komt.

Onderzoekers zoals Gilles-Éric Séralini (bekend van het spraakmakende artikel dat gemodificeerde mais met gezondheidsproblemen linkte) worden dan ook al snel helden van het volk met negatieve resultaten over GGO’s. Dat deze resultaten vervolgens door andere experts betwijfeld of zelfs ontkracht worden doet er niet toe, ze hebben hun bijna permanente positie in het publieke debat al verworven. Zo meldt het milieuloket op haar website bijvoorbeeld nog steeds dat “er aanwijzingen zijn dat genetische [sic] gewassen mogelijk kankerverwekkend zouden zijn”. De alternatieve nieuwssite Earth Matters vertaalde de terugtrekking van Seralini et al. (2012) uit het vakblad Food and Chemical Toxicology als een poging van de biotech industrie om de resultaten in de doofpot te stoppen. Dit onderzoek werd opnieuw aangehaald in een uitgebreid artikel over Carman et al. (2012) waarin niet alleen haar onderzoek naar de gevolgen van genetisch gemodificeerd voedsel bij varkens wordt besproken, maar ook haar mening over de stand van zaken in de biotech industrie.

Embed from Getty Images

Daarom heeft Professor Parrott de meest volhardende onderzoeken eens op een rijtje gezet om ons niet alleen te vertellen dat deze onderzoeken niet kloppen, maar vooral om uit te leggen waarom ze niet kloppen. Zoals bijvoorbeeld de onderzoeken van Séralini et al. (2012) en Carman et al. (2012).

Séralini et al. (2012) werd beroemd nadat werd geconcludeerd dat genetisch gemodificeerde maïs (kanker)tumoren veroorzaakt. Professor Parrott wijst ons er o.a. op dat er te weinig proefdieren (ratten) zijn gebruikt, en dat de proefdieren van nature al een hoge kans op kankergezwellen hebben. Dit laatste is al sinds 1956 bekend en werd voor het eerst beschreven door Davis , Stevenson & Busch (1956) en is sindsdien herhaaldelijk bevestigd.

 

Een onvoldoende voor deze onderzoeken naar genetisch gemodificeerde gewassen 1

(foto: thornypup | Flickr)

Carman et al. (2012) beweerde dat genetisch gemodificeerd voer een verhoging van maagontstekingen in varkens veroorzaakte. Het bleek echter dat de magen uitsluitend op kleur waren beoordeeld (i.p.v. op daadwerkelijke ontstekingen), en dat de statistiek slecht was uitgevoerd. Opvallend is ook dat er meer milde en gemiddelde “ontstekingen” bij de controlegroep waren dan bij de GGO groep. De toxicologie geeft namelijk aan dat de dosis het vergif maakt. Met andere woorden; een hogere dosering zou tot meer vergiftiging moeten leiden.

Een onvoldoende voor deze onderzoeken naar genetisch gemodificeerde gewassen 2

(foto: Merelize | Stockvault)

Aris & Leblanc (2011) wordt vaak geciteerd als bewijs dat genetisch gemodificeerde eiwitten (in dit geval het Bt eiwit) niet worden afgebroken maar intact in het bloed van zwangere en niet-zwangere vrouwen worden aangetroffen. De gebruikte analyse is helaas niet geschikt voor bloedmonsters, iets wat al bekend was voordat het onderzoek plaatsvond. Ook al zou de test kloppen, dan is de oorsprong van het Bt eiwit nog steeds onbekend. De voedselinname is niet gecontroleerd en Bt wordt ook als insecticide gebruikt.

Ook het eerder genoemde onderzoek naar formaldehyde in sojabonen is inmiddels toegevoegd, al moet het zijn permanente status in het GGO-debat nog bemachtigen. Waarschijnlijk zal ook de site van Professor Parrot deze onderzoeken niet uit het debat kunnen weren, maar hopelijk draagt het weer een klein beetje bij aan het publieke begrip van genetische modificatie. Bij toekomstige controversiële onderzoeken over genetische gemodificeerde organismen zal ik voortaan eerst even controleren of Professor Parrot er iets over te zeggen heeft.


 

Wil je ook actie ondernemen tegen de verspreiding van onzin?

Zaterdag 5 september gaat MAMyths-NL weer de straat op om de misinformatie rondom genetische modificatie te weerleggen tijdens de March Against Monsanto in Alkmaar. Mochten er nog mensen zijn die mee willen helpen, bezoek de evenementspagina dan!