Tijdens het Skepsis congres merkte een van de sprekers op dat kankeronderzoek de afgelopen decennia vooral veel had gekost, maar geen resultaten had opgeleverd. Ik [Maarten Koller] kon dat moeilijk geloven. Maar aan geloof hecht ik weinig waarde, dus ik ging op zoek naar een deskundige die mij feiten kon vertellen en kwam terecht bij Lucas Stalpers, hoogleraar translationele radiotherapie in het AMC bij de Universiteit van Amsterdam:

Foto: Dirk Gillissen

Hoogleraar Lucas Stalpers – Foto: Dirk Gillissen

Levert kankeronderzoek iets op?
Kort antwoord: Ja, maar minder dan had gekund.

Lang antwoord: Het is maar een beetje hoe je het wilt zien.

Eerst de argumenten van de zwaarmoedigen: Nee, we rennen achter de feiten aan
In 1971 werd door Richard Nixon de National Cancer Act ondertekend. Daardoor kwam heel veel geld ter beschikking voor kankeronderzoek. Het doel van Nixon’s War on Cancer was ‘to eradicate cancer as a major cause of death’.

Helaas, die doelstelling is in de verste verte niet gehaald: er gaan in de VS en in Nederland meer mensen dood aan kanker dan ooit tevoren.[IKNL, 2015; Meulepas, 2011]

Tussen 1990, 2015 en 2020 toont het aantal nieuwe gevallen van kanker een toename van 55.000 (1990), 110.000 (2015) en 123.000 (2020). [Meulepas, 2011] De sterfte aan kanker neemt toe van 32.000 (1990) naar 43.500 (2015) en 50.000 (2020). [IKNL, 2015; Meulepas, 2011].

Oorzaken van het falen van de strijd tegen kanker:
Vergrijzing van de bevolking is de belangrijkste oorzaak van het falen van de War on Cancer. Kanker is vooral een ziekte van de oudere mens. Steeds meer mensen worden ouder, dus steeds meer mensen gaan dood aan kanker. Tegen de ouderdom is geen kruid gewassen: een mens moet uiteindelijk ergens aan doodgaan.

Een tweede oorzaak van het falen van de strijd tegen kanker is, vooral in Nederland, het falen van de tabaksbestrijding. Van de 43.000 kankerdoden hangen er 20.000 samen met roken. Na een aanvankelijke daling van het aantal (mannelijke) rokers en een daling van de longkankersterfte (onder mannen) is het aantal rokers weer aan het stijgen en wordt er meer per roker gerookt. De overheid doet daar nagenoeg niets aan.

Dan de argumenten van de optimisten:
Ja, kankeronderzoek heeft wel degelijk wat opgeleverd. De vooruitzichten van een individuele patiënt met kanker zijn de afgelopen decennia sterk verbeterd. Tussen 1989 en 2011 is de 5-jaarsoverleving van kanker verbeterd, voor mannen met 13% van 41% naar 54%. Voor vrouwen met 6% van 57% naar 63%.[Meulepas, 2011]

Waaraan is die verbetering te danken?
Karim-Kos (2012) uit de groep van Jan Willem Coebergh en Bart Kiemeney zette de kankertrends in Nederland tussen 1990 en 2008 op een rijtje.[Karim-Kos, 2012]  Voor de 23 meest voorkomende kankers beschreef zij de trend in het aantal nieuwe kankergevallen (de incidentie), de 5-jaars overlevingskans en de sterfte aan kanker (de mortaliteit). Zij vond opnieuw dat incidentie en sterfte toenemen. Maar voor wie kanker heeft, zijn de overlevingskansen van kanker verbeterd. Dat geldt voor 12 van 19 type kankers bij mannen en voor 12 van de 21 kankers bij vrouwen. Karim-Kos gaat niet in op de verklaringen voor de betere overlevingskansen. Ik wel: de verbetering van de 5-jaarsoverleving is vooral te danken aan medisch-technologische verbeteringen: vroegere herkenning (borst, baarmoederhals, uterus, prostaat), verbeterde chirurgische techniek (colon, rectum, slokdarm), betere radiotherapie-technieken (long), en combinatiebehandeling van chirurgie met bestraling en/of chemotherapie (borst, long, hoofd-hals tumoren, slokdarm, baarmoederhals). Een beter inzicht in het ontstaan van kanker of een beter begrip van de biologie van kanker heeft nauwelijks bijgedragen aan die verbeteringen. (Was dat wel zo, dan zou er niet zoveel gerookt worden.)

Deze verbeteringen in de overleving van kanker zijn vooral behaald in de behandeling van kankers in een vroeg stadium. Behandeling met alleen geneesmiddelen heeft wèl verbetering gegeven van de overleving van bloedkankers (lymfomen, leukemie), maar niet of nauwelijks voor patiënten met veel vaker voorkomende solide tumoren. Dat is merkwaardig, want de grootste investeringen zowel in kankeronderzoek als in kankerbehandeling gaan naar combinaties van nieuwe geneesmiddelen zònder gebruik te maken van technologie: zonder chirurgie en zonder radiotherapie. Het idee van deze eenzijdige onderzoekers is dat we van kanker een chronische ziekte kunnen maken. De onderzoekers naar nieuwe gerichte geneesmiddelen vergelijken hun medicijnen graag met gerichte ‘Magic Bullets’. Wie zijn of haar medicijn wil vergelijken met een ‘Magic Bullet’ zal zich eerst maar eens moeten realiseren dat ‘bullets’ niet zijn gemaakt van organische materialen maar van metaal, net als het lancet, het röntgenapparaat en radioactieve bronnen.

Kankerbehandeling is een oorlog op vele fronten: alleen met de infanterie zullen we de strijd niet winnen. Bovendien, vaak kunnen we de strijd niet winnen. Het zou dan beter zijn om te onderzoeken hoe we het resterende leven zo goed mogelijk kunnen maken. Tot slot een open deur: als we echt vooruitgang willen maken zullen we iets tegen tabaksverslaving moeten doen. Van de 43.000 kankerdoden worden er 20.000 veroorzaakt door roken. Je hebt geen wetenschappelijk onderzoek om te weten wat je daartegen moet doen. Waarom doen we dat dan niet?

Kortom: Ja, kankeronderzoek heeft veel opgeleverd voor de individuele patiënt met kanker. Maar ja, kankeronderzoek zou meer kunnen opleveren als meer wordt ingezet op samenwerking van medische disciplines, en meer op verbetering van reeds bewezen technieken en maatregelen.