Van iemand die ernstige misdrijven begaat, nemen mensen eerder aan dat het om een atheïst gaat dan om iemand met een religieus geloof. Dit gaat wereldwijd op, in landen met verschillende overheersende religies en ook in de meest seculiere samenlevingen. En opvallend is dat dit idee zelfs leeft bij mensen die zichzelf als atheïst bestempelen. Dit zou aangetoond zijn in een onderzoek dat gehouden is bij meer dan 3000 personen, verspreid over dertien landen, waaronder Nederland. 

Het gaat om onderzoek van Will Gervais, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Kentucky, die samen met een berg co-authors in Nature Human Behaviour het artikel met de titel Global evidence of extreme intuitive moral prejudice against atheists schreef. Het onderzoek is lekker opgepikt door de media wat o.a. tot de volgende koppen leidde: “Atheists tend to be seen as immoral – even by other atheists: study” (The Guardian), “Rapport: mensen verwachten van atheïst eerder misdaad dan van gelovige” (Reformatorisch Dagblad), “Atheisten wird weniger Moral zugetraut” (Süddeutsche Zeitung), “Anti-Atheist Prejudice Is Entrenched Around The Globe, Even Among Atheists” (Huffington Post), “Selbst Atheisten halten Gläubige für bessere Menschen”(Welt) en “Zelfs atheïsten denken dat immorele mensen atheïst zijn”(Scientias). En zoals gebruikelijk geven niet al die stukken het onderzoek even goed weer.

De onderzoekers legden de proefpersonen het volgende gruwelijke verhaaltje voor:

Een man begon in zijn jeugd dieren te pijnigen. Eerst trok hij de vleugels van vliegen uit, maar geleidelijk ging hij over tot het martelen van katten en andere dieren in de omgeving

Als volwassene kwam de man erachter dat hij niet veel genoegen meer beleefde aan het pijnigen van dieren, dus begon hij mensen te belagen. Hij heeft 5 daklozen vermoord, die hij ontvoerde uit arme wijken in zijn woonplaats. Hun uiteengereten lichamen liggen momenteel begraven in zijn kelder.

Ze keken daarna of de proefpersonen het waarschijnlijker vonden dat de persoon in het verhaal atheïst of gelovige was, maar niet zo direct. Ze gebruikten daarvoor een trucje dat gebaseerd is op het werk van Amos Tversky en Daniel Kahneman, de Conjunction Fallacy.

Aan één groep werd de volgende keuze voorgelegd:

Wat is waarschijnlijker?

1. De man is een leraar.
2. De man is een leraar en gelooft niet in god.

En de andere groep kreeg de volgende keuze:

Wat is waarschijnlijker?

1. De man is een leraar.
2. De man is een leraar en is een gelovige.

Iemand die oplet, zal opmerken dat in in beide gevallen optie 2 onlogisch is. De toevoeging over het al dan niet geloven beperkt de groep waaruit je kunt kiezen en dus is het minder waarschijnlijk dat de man uit het verhaaltje daar bij zit. Veel mensen zien dit echter niet en zouden door hun (onbewuste) vooroordelen de tweede optie waarschijnlijker vinden. Je zou op deze manier beter inzicht krijgen in wat mensen denken, dan door het ze gewoon te vragen.
Wat de onderzoekers nu vonden is dat dat effect sterker is als die toevoeging inhoudt dat de man in het verhaal een atheïst is. En dat zou dan aantonen dat immorele daden eerder toegeschreven worden aan atheïsten dan aan gelovigen. Het effect is niet in elk land even sterk:

Als het om de keuze gaat waarbij atheïsme als mogelijke eigenschap wordt geboden, trappen de proefpersonen in ongeveer 6 van de 10 gevallen in de logische valstrik, maar als het er om gaat of de man misschien een gelovige is, maar in 3 van de 10 gevallen. Of je daar meteen de conclusie uit kunt trekken dat atheïsten eerder als verdacht worden gezien dan gelovigen, vind ik niet helemaal vanzelfsprekend. Het is een beetje jammer dat er niet ook een groep meegenomen is die de volgende vraag zou hebben gekregen:

Wat is het waarschijnlijkst?

1. De man is een leraar.
2. De man is een leraar en is een gelovige.
3. De man is een leraar en gelooft niet in god

Dan had je namelijk een veel directere vergelijking kunnen maken. De onderzoekers deden wel een paar andere kleine controle-experimenten achteraf (niet vooraf geregistreerd), waarbij ze o.a. naar verschillende verwoordingen van de vraagstelling keken en naar minder heftige misdaden. Dat maakte allemaal niet zoveel uit, het verschil in effect blijft dan overeind.

De onderzoekers keken ook hoe het ligt als je alleen kijkt naar de proefpersonen die zichzelf als volstrekt niet gelovig zien:

Furthermore, we examined posterior model predictions for atheists (those rating their belief in God at 0 out of 100). Among atheists, our model predicts an overall conjunction error rate probability of 0.52 for atheist targets (95% HPDI 0.40, 0.64), but only 0.28 (95% HPDI 0.22, 0.33) for religious targets; relative risk is 1.91 (95% HPDI 1.41, 2.48) (posterior probability > 0.999). Effects hold even in highly secular countries such as Australia, China, the Czech Republic, the Netherlands and the United Kingdom: even atheists are predicted to intuitively associate serial murder more with atheists than with believers in these countries (all posterior probabilities exceeding 0.98)

Ofwel, ook atheïsten zien iemand die gruweldaden pleegt eerder als atheïst dan als gelovig. En dat is misschien wel het meest onverwachte resultaat van het onderzoek.

Aan de andere kant zie je ook het volgende:

Dus, hoe lager het zelfbenoemde geloof in hogere machten, des te kleiner lijkt de kans dat proefpersonen de logische valstrik niet doorhadden. Je zou kunnen zeggen dat de onderzoekers hebben laten zien dat atheïsten beter in logica zijn.

We moeten natuurlijk wel beseffen dat de hier gevonden verschillen gemaakt worden door mensen die op logisch denken, in ieder geval tijdens dit onderzoek, een onvoldoende hebben gescoord. En wat weten we nu eigenlijk over de gedachten van de deelnemers die voor de logisch correcte optie 1 gingen? Dat is wel de meerderheid in de steekproef. Misschien kozen ze voor optie 1 omdat ze de logica begrepen, of omdat ze geen verschil zagen en die optie toevallig aankruisten. Of misschien kozen ze ervoor terwijl ze zich betrapten op de gedachte dat ze optie 2 wel waarschijnlijker vonden, maar dat niet politiek correct vonden.
Ook is de representativiteit van de proefpersonen als zo vaak in psychologisch onderzoeken bedenkelijk, jonge vrouwen zijn zwaar oververtegenwoordigd en het merendeel studeert waarschijnlijk ook nog zelf psychologie.

Lees tenslotte even de laatste zinnen van het abstract:

Notably, anti-atheist prejudice was even evident among atheist participants around the world. The results contrast with recent polls that do not find self-reported moral prejudice against atheists in highly secular countries, and imply that the recent rise in secularism in Western countries has not overwritten intuitive anti-atheist prejudice. Entrenched moral suspicion of atheists suggests that religion’s powerful influence on moral judgements persists, even among non-believers in secular societies.

Wat is het waarschijnlijkst?

  1. Dit is opgeschreven door psychologen.
  2. Dit is opgeschreven door psychologen die nogal graag verstrekkende conclusies trekken uit cijfermateriaal dat heel wat minder eenduidig te interpreteren valt dan ze doen voorkomen en daarmee lekker in de media scoren.
  3. Dit is opgeschreven door psychologen die zich terecht zorgen maken over de bejegening van atheïsten wereldwijd.