Column van Cees Renckens
Homeopathie en overheidsbeleid: hoe het was. 1

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Vivian Oei.

Op 1 mei berichtte ik op deze plaats over de nakende ondergang van de homeopathische industrie als gevolg van nieuwe regelgeving en een rechterlijke uitspraak. Nu de Vaste Commissie voor VWS geen bezwaren heeft ingebracht tegen de nieuwe regels, is de regeling per 1 juli ingegaan. In haar eindeloos geduld met die kwakzalvers mogen de voorraden in de winkels nog even met de nu verboden claims uitverkocht worden. Daarna houdt het echt op en zal IGZ de naleving van het besluit gaan controleren.

Skeptici en andere weldenkenden zullen opgetogen zijn over dit overheidsbeleid dat zelfs de KNMP met haar gedogen van de verkoop van homeopathica door haar leden in haar lelijke hemd zet. Toch gaan mijn gedachten nog wel eens uit naar het overheidsbeleid dat de homeopathie in de afgelopen decennia op onbegrijpelijke wijze heeft gesauveerd. Erg fraai was dat allemaal niet en onze overheid kan als medeplichtige worden beschouwd aan veel homeopathisch bedrog. Zo overleefden homeopathische (en antroposofische) middelen meerdere bezuinigingsronden en werden zij tot 1993 volledig vergoed door het ziekenfonds, waarvan de overheid het vergoedingenpakket vast stelde. Overheidsdienaren hielden feestredes bij de snelle uitbreiding van homeopathische fabrieken als van Vogel en VSM. Kamerleden deden mee aan prijsuitreikingen aan homeopaten. Homeopaten ontvingen met regelmaat koninklijke onderscheidingen wegens hun verdiensten voor deze absurde geneeswijze. Postbus 51 verspreidde enige tijd wervende publiciteit voor deze middelen, totdat skepticus wijlen Jacob van Noordwijk protesteerde en hen met de ware aard van de homeopathie confronteerde.

Vanaf 1999 ging het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) homeopathische middelen registreren en men mocht met claims van werkzaamheid adverteren, hoewel daarvoor geen spoor van wetenschappelijk bewijs voorhanden was. Het CBG nam daartoe zelfs homeopathisch artsen in dienst. A. Vogel’s Aconitum D 10, te gebruiken bij ‘koorts en zenuwpijn’, was het eerste preparaat dat toen een dergelijke registratie verkreeg. Inmiddels zijn er 243 geregistreerde homeopathica met toegestane claim in omloop. Tot op de dag van vandaag worden deze middelen te koop aangeboden door drogisten en apotheken. Drogisten zijn niet in hun eerste leugentje gestikt, maar dat ook apothekers bereid zijn voor een paar grijpstuivers winst deze onzinnige middelen te verstrekken is een blijvende schandvlek voor deze beroepsgroep. Hun beroepsorganisatie KNMP eist dat de apotheker zijn klant er bij het afleveren van een homeopathisch middel ongevraagd op wijst dat het om onwerkzame middelen gaat, maar geen enkele apotheker doet dat. Dankzij minister Schippers komt er nu een eind aan deze windhandel, waarmee de bestrijders van de homeopathische kwakzalverij eindelijk de steun in de rug krijgen, die wij zo lang moesten ontberen. De portemonnee en de gezondheid van de burger zijn er zeer mee gediend. En ons land is weer een stukje beschaafder geworden.