Tegenover de wereld van helderzienden en mediums die de meest wonderlijke dingen beloven, staat de wereld van de sceptici. Zij zijn vaak wetenschappelijk geschoold en verkondigen een ietwat grimmigere boodschap: eigenlijk alle paranormale beweringen zijn onzin. Dit gebeurt natuurlijk niet zonder enig protest en roept bij velen de vraag op waarom sceptici deze (vaak wonderbaarlijke) beweringen aan kritisch onderzoek onderwerpen. Ik sprak met Maarten Koller, bestuurslid bij Stichting Skepsis en auteur bij kritisch blog Kloptdatwel.nl.

maarten-koller-11

Ik moet bekennen dat ik eigenlijk een ander beeld had van sceptici. Het idee dat het allemaal norse, oude mannen zijn met grote snorren waarachter een eeuwige frons verborgen zit, heeft Maarten Koller voor mij weerlegd. Tegenover mij zat een (relatief jonge) man, breed glimlachend en enthousiast vertellend over zijn ervaring met het scepticisme. Naast zijn werk bij Skepsis en Kloptdatwel zit hij ook in de Utrechtse Skepsis werkgroep, die verschillende paranormale beweringen wetenschappelijk toetst. Een geboren scepticus zou je hem echter niet kunnen noemen. Hoewel hij al van jongs af aan een fascinatie voor bovennatuurlijke beweringen heeft, is hij niet altijd even kritisch geweest op wat hem verteld werd. “Ik was in mijn jongensjaren heel erg into wicca (een soort moderne hekserij – red), dat vond ik helemaal fantastisch. Ik las er veel over en heb op een gegeven moment zelfs rituelen uitgevoerd, van die riedeltjes die je dan op moet zeggen. Eigenlijk was ik wat de hele wereld betreft heel goedgelovig. Ik geloofde alles, je kon me de gekste dingen wijsmaken. Ik had een grote interesse voor het paranormale, maar ik luisterde naar zowel de gelovige als de wetenschapper die dit weerlegde. Wanneer iemand met aanneembare argumenten kwam, nam ik het meteen aan.”

Toch heeft zijn naïviteit langzaam een keerpunt gevonden en is hij kritischer naar de wereld gaan kijken. “Op een gegeven moment had ik bijvoorbeeld een ritueel voor financieel geluk, toen bedacht ik me: nu doe ik iets dat mij ergens in de toekomst financieel geluk op zou moeten leveren. Maar ja, wat is financieel geluk? Als mijn moeder had gezegd: kijk, hier heb je een tientje, die zat nog in je broekzak, was dat dan ook financieel geluk geweest? Je kunt het eigenlijk altijd naar je eigen idee invullen.” Later, tijdens zijn studie psychologie, is Maarten pas echt ‘overgehaald’ naar de sceptische kant. Hij leerde hoe goed wetenschappelijk onderzoek in elkaar zit en kwam erachter dat er veel onderzoek naar bepaalde paranormale zaken gedaan is. “Uit die onderzoeken komt keer op keer geen resultaat. Dat is voor mij toch echt de doorslaggevende factor dat er niks is, ook al is het heel jammer. Vooral omdat ik alles geloofde.”

Tegenwoordig is hij behoorlijk actief in de Nederlandse sceptische kringen. Op Kloptdatwel.nl heeft hij al een paar honderd artikelen geschreven over een grote hoeveelheid onderwerpen, van homeopathie tot complottheorieën en van mentalisten tot zombies. Voor iemand die er vroeger in geloofde, is hij zeer gedreven in het weerleggen van allerlei bovennatuurlijke zaken. Lachend beantwoordt hij mijn vraag of hij ook echt wíl dat het onzin is. “Ik zou het fantastisch vinden als de beweringen die ik onderzoek waar blijken te zijn. Ik bedoel, ik geniet enorm van Harry Potter, als dat waar blijkt te zijn … dat zou ik heel vet vinden!” Toch ziet Maarten gevaren in het werk van paranormaal begaafden. Hoewel mensen natuurlijk zelf mogen uitmaken of ze er in willen geloven of niet, zijn er volgens hem ook veel schrijnende gevallen.

“Bijvoorbeeld gevallen van mensen die te horen krijgen dat ze opgegeven zijn door de huidige medische wetenschap. Als ze dan iemand tegenkomen die met een alternatieve behandelwijze zegt het wel op  te kunnen lossen, geeft dat ze weer hoop. Dit kost vaak heel erg veel geld en het werkt gewoon niet. Ook kunnen ze dingen te horen krijgen als: ‘je familie geeft je negatieve energie, je moet even geen contact meer met ze opnemen. Dat is zuur, maar daar moet je even doorheen bijten.’ Zo zijn er zeer schrijnende gevallen van mensen die het laatste jaar van hun leven geen contact meer met hun familie hebben. Het gros van de mensen wordt voorgelogen en heeft er misschien geen problemen van, maar ook geen baat bij. Er zijn echter ook een heleboel mensen waarbij het tot schrijnende situaties leidt. Daarnaast zijn er geen cijfers over deze gevallen bekend, want de mensen bij wie het slecht gaat, overlijden op een gegeven moment. Die zullen dus niet meer klagen dat de behandeling niet hielp. De mensen bij wie het goed gaat worden door de alternatieve behandelaars aangehaald als succesverhaal en vaak zullen die mensen zelf ook mond-tot-mondreclame maken: ze denken immers goed te zijn geholpen.”

Uiteindelijk is Maarten zeer stellig in zijn uitspraken. “Nog nooit heeft wetenschappelijk onderzoek bewezen dat een paranormale bewering waar was. Dit betekent dus dat het allemaal niet waar is, paranormaal zijn bestaat niet. Ik realiseer me eigenlijk steeds meer dat de  wereld, gewoon zoals hij is, net zo verwonderlijk is als de alternatieve wereld. Het instralen van iemand met reikistralingen bijvoorbeeld,  dat zou natuurlijk fantastisch zijn. Het zouden een soort superpowers zijn. Maar als ik lees hoe een cel werkt, hoe wonderbaarlijk dat is, dat is in mijn opzicht nog stoerder dan wanneer je een of andere vage straling hebt.” Met deze uitspraak belicht hij de discussie rondom het paranormale van een nieuwe kant. Een kant die de meeste mensen zich misschien niet lijken te realiseren: waarom zouden we wél willen aantonen dat paranormale beweringen waar zijn,  is onze wereld van zichzelf niet al bijzonder genoeg?