Een maand geleden berichtte ik op Kloptdatwel over de schedel die gevonden was bij een opgraving in de toren van de Oude Jeroenskerk in Noordwijk. Die schedel zou mogelijk de verloren gegane reliek van de heilige Jeroen zijn. Opmerkelijk was dat een paragnost met zijn wichelroede de precieze plek zou hebben bepaald waar de archeologen moesten gaan graven. Hoe zit dat eigenlijk, kun je zomaar gaan graven in een monument als iemand alleen maar het gevoel heeft dat er iets ligt? Of had Harrie Salman, de initiatiefnemer voor de opgraving, nog serieuzere argumenten ingebracht? Om daar achter te komen, diende ik een Wob verzoek in bij de gemeente Noordwijk. Het antwoord kreeg ik vorige week.

In antwoord op mijn verzoek heeft de gemeente de volgende documenten openbaar gemaakt na her en der namen te hebben weggelakt:

– Mail van september 2016 aan het college van B&W (p. 1);
– Besluit college 14 februari 2017 (p. 2-3);
– Mail van 7 november 2017 aan wethouder Fles, voor zover betrekking hebbend op de toren van de Oude Jeroenskerk (p. 4-5);
– Advies van de Centrale Erfgoedcommissie van 7 maart 2018, inclusief Programma van Eisen (p. 6-27);
– Brief van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed aan de omgevingsdienst van 23 maart 2018 (p. 28);
– Vergunning Omgevingsdienst West Holland van 23 maart 2018 (p. 29-32).

De pakketje documenten is hier als pdf te downloaden (de paginanummers in de opsomming hierboven verwijzen naar de paginanummering van de pdf, niet naar de nummering van de originele documenten).

De documenten bevestigen het beeld dat ik had na wat er eerder naar buiten was gekomen: de vergunning is afgegeven, omdat het bij zo’n kleine opgraving binnen de bevoegdheid van de gemeente ligt om er toestemming voor te geven en de aanvraag volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed niet adviesplichtig was. Geraadpleegde instanties hebben ook geen reden om er voor te gaan liggen als archeologen met kennis van zaken de opgraving netjes uitvoeren.
Blijft natuurlijk de vraag over waarom je er überhaupt zou gaan graven. Uit de stukken kan ik niets anders halen dan dat Harrie Salman stelt dat hij aanwijzingen had dat de schedel daar zou liggen en dat hij voor die aanwijzingen alleen maar het gevoel van paragnost Chris Zoet aanvoert.

Uit de eerste mail, die nagenoeg zeker van Harrie Salman afkomstig is:

Ik heb een aanwijzing dat de laatste pastoor van Noordwijk bij het uitbreken van de Reformatie in 1572 de schedel van St. Jeroen heeft verborgen bij de fundamenten van de toren, in een van de hoeken binnen de toren. Het lijkt mij de kosten waard om dit te onderzoeken.

en in zijn tweede mail:

Volgens de overlevering is de in 1572 verdwenen schedel van St. Jeroen in de toren van de kerk verborgen. Een paragnost heeft mij de plaats aangewezen. Dit is geen gebruikelijke wijze van onderzoek, maar de Nederlandse politie heeft in het verleden vaak de paragnost [naam weggelakt] ingeschakeld voor helderziend onderzoek, dat overigens in bepaalde landen, zoals Bulgarije, gebruikelijk is bij archeologisch onderzoek.

De hier weggelakte naam zal vermoedelijk die van Gerard Croiset zijn. Over de inzet van paragnosten door de politie kunnen we kort zijn, daar ziet de politie zelf ook niets in, maar die wordt toch regelmatig met paragnosten geconfronteerd, omdat die zichzelf (of op verzoek van familie van vermiste personen) opdringen.
Dat er bij sommige opgravingen in het buitenland paragnosten zijn ingeschakeld zal best kloppen, maar het gaat er natuurlijk om of archeologen die wetenschappelijk verantwoord bezig zijn dat ook zouden doen en of je het als gemeente genoeg reden vindt om toestemming te verlenen.

Het bureau IDDS dat de opgraving uitvoerde en het verdere onderzoek naar de gevonden schedel(s) doet, legt verder ook niet veel uit over de reden om juist op die plek te gaan graven: “De opdrachtgever [naam weggelakt] heeft aanwijzingen dat de schedel van de 9e eeuwse Noordwijkse heilige Sint Jeroen mogelijk in het torenportaal van de Oude Jeroenskerk begraven zou zijn.” En: “De exacte locatie zal worden aangegeven door [naam weggelakt]”. In een voetnoot staat:

Volgens paragnost [naam weggelakt] die in de toren een waarneming kreeg, zou door Jacob Starck in de zuidwesthoek van het torenportaal het hoofd van St. Jeroen begraven zijn. Starck was een monnik van de Egmondse abdij en was de laatste katholieke pastoor in Noordwijk. Hij diende de gemeente tussen 1541-1573.

Een paar andere interessante zaken die uit de stukken naar voren komen:

  • Harrie Salman betaalde de opgraving niet (direct) uit eigen zak, maar de Stichting Geschiedschrijving Noordwijk (waar Salman nu in ieder geval niet zelf in het bestuur zit) beheerde daar een fonds voor;
  • In het stuk van IDDS staat ook (p.12) dat bij een restauratie in 1909 binnen de fundamenten van het hoofdaltaar een losse schedel werd aangetroffen, waarvan men er toen van uitging dat dat de reliek zou zijn die vanaf 1316 als schedel van St. Jeroen werd vereerd. Het bleek de schedel van een vrouw te zijn, maar dat is niet echt een argument om de authenticiteit van die schedel als de befaamde reliek af te schieten. Want of er een echte Jeroen was, is maar helemaal de vraag en uit onderzoek blijkt dat de meeste relieken sowieso biologisch maar heel weinig te maken hebben met de personen aan wie ze worden toegeschreven;
  • Nergens in de stukken van overheidsinstanties wordt ook maar met een woord gerept over de paragnost.

Formeel lijkt dus alles wel in orde, maar de gemeente heeft dus toestemming gegeven voor een opgraving waarvoor slechts het onderbuikgevoel van een zelfbenoemde helderziende als reden is aan te wijzen. Toch wel beschamend. Je kunt zeggen dat de opgraving zelf dan niet direct gemeenschapsgeld heeft gekost, maar er zijn toch diverse instanties met deze aanvraag bezig geweest, die mijns inziens meteen in de prullenbak had moeten verdwijnen zodra het woord ‘paragnost’ erin opdook.

Zie ook het eerdere artikel over deze zaak:

Welke rol speelden de aanwijzingen van paragnost Chris Zoet bij de opgraving van een schedel in de Oude Jeroenskerk van Noordwijk?