Geen van beide schedels die enige weken geleden werden opgegraven in de toren van de oude Sint Jeroenskerk in Noordwijk kan worden toegeschreven aan de heilige Sint Jeroen, meldt de gemeente Noordwijjk. De genoemde reden: ze blijken afkomstig van een man en vrouw die ergens tussen de tweede helft van de 11e eeuw en de eerste helft van de 12e eeuw zijn overleden. En dat past niet helemaal bij een heilige die – als je tegen beter weten in gelooft dat die echt bestaan heeft – in de negende eeuw een kopje kleiner moet zijn gemaakt. 

Een beetje moderne organisatie weet zo’n teleurstelling natuurlijk toch nog als een succesje te verkopen:

Helaas geen doorbraak. Geen schedel van de heilige. Maar misschien wel een belangrijke aanwijzing dat dit de schedel kan zijn die in ca 1311 is gevonden. En toen werd aangezien voor de schedel van Sint Jeroen. Wat ertoe leidde dat Noordijk uitgroeide tot een belangrijke bedevaartplaats. Dat bepleit in ieder geval onderzoeker Harrie Salman.

Wat dan die belangrijke aanwijzing is dat een van deze twee schedels (welke eigenlijk?) wel de verdwenen reliek was, wordt niet uitgelegd. Misschien is het voor Salman en de gemeente voldoende dat de schedels niet van ná 1311 gedateerd zijn, het jaar waarin die reliek gevonden is. Want ja, dan was er natuurlijk nog een extra wonder voor nodig geweest …

Wethouder Marie José Fles stelt op haar Facebook-pagina zelfs dat de schedel hoogstwaarschijnlijk de verdwenen reliek is.

Uiteraard wordt er nergens meer melding van gemaakt dat echt de enige reden om op die plek te gaan graven naar een schedel de aanwijzing van een wichelroedeloper was. Dat feit was ook al aardig weggemoffeld in alle stukken die een rol hadden gespeeld bij het verlenen van de toestemming voor opgraving. En over wat de kans was om op die plek – de toren is vermoedelijk bovenop een oude begraafplaats gebouwd – sowieso schedels te vinden, zullen we het maar helemaal niet meer hebben.

In het stuk op de website van de gemeente staat dat “het college besloten [heeft] € 3000,- beschikbaar te stellen voor de bekostiging van de onderzoeken naar de aard en de datering van de schedels.” Ik las dit in eerste instantie als financiering van verder zinloos onderzoek naar de twee schedels, maar via Twitter liet ‘team Communicatie’ me weten dat het niet gaat om nieuw onderzoek maar om het onderzoek dat al uitgevoerd is. Daarmee wordt het niet veel minder gek in mijn ogen: dat de gemeente toestemming gaf voor de opgraving was ergens nog niet zo’n drama, omdat er geen gemeenschapsgeld mee gemoeid was (althans geen direct zichtbare kosten). Maar nu draagt de gemeente er dus alsnog met terugwerkende kracht aan bij. Helemaal geen mooi verhaal, als je het mij vraagt!

Andere stukken over deze affaire:

Update: in het Leidsch Dagblad verscheen ook een artikel over de resultaten van het onderzoek (‘Schedel Noordwijk niet van Jeroen‘) , waarop Ger Hungerink de volgende ingezonden brief schreef: