Op 12 juni 2018 publiceerde ik op Kloptdatwel een pittige recensie over Patronen van Bedrog, het boek van Willem Middelkoop en Tim Dollee. Middelkoop kan blijkbaar niet zo goed tegen mijn kritiek. In diverse online interviews heeft hij over mij en mijn recensie zitten zeuren, en ook op Twitter liet hij zich niet onbetuigd met de nauwelijks verkapte dreiging met juridische stappen. Deze week deed hij een zet in die richting. Op zaterdag 3 november werd namelijk op mijn privé-adres – “wij weten waar jouw huis woont” – een aangetekende brief bezorgd, afkomstig van LUX-advocaten uit Haarlem. Een typische ‘blafbrief‘.

** Update 20-11-2018: de briefwisseling heeft een vervolg gekregen en staat nu integraal online: Middelkoop vs Van Erp – het vervolg **

In deze brief wordt van mij geëist dat ik de bewuste recensie verwijder (en ook alle reacties daaronder), dat ik ervoor zorg dat de link uit de Google zoekdatabase verdwijnt, en:

Deze eisen zijn in mijn ogen niet alleen tamelijk absurd, maar ook nog eens stuitend slordig. Zelfs als ik ook maar enigszins zou hebben overwogen om eraan te voldoen (niet dus), dan toch zeker niet met een opgelegde tekst met daarin spelfouten die gewoon pijn doen aan je ogen? Kom op zeg.

Enfin. Ik heb een uitgebreid antwoord gestuurd aan de advocaat met daarin ook het voorstel om haar brief integraal op Kloptdatwel te plaatsen met mijn antwoord daar dan weer onder. Stukje transparantie naar de lezer toe, zullen we maar zeggen. Maar helaas heeft ze daar niet positief op gereageerd, haar cliënt geeft geen toestemming voor publicatie van haar brief. En hoewel ik begrijp dat het in beginsel niet onrechtmatig is om de brief ook zonder toestemming hier te publiceren, zie ik daar vooralsnog vanaf. U moet het dus maar even doen met mijn kant van het verhaal.


Aan:
LUX advocaten te Haarlem

Betreft: Middelkoop/Van Erp

Nijmegen, 6 november 2018

Geachte mevrouw […]

In uw brief van 2 november 2018 verzoekt u mij namens uw cliënt Willem Middelkoop dat ik mijn recensie van het boek Patronen van Bedrog verwijder, samen met alle reacties die onder de publicatie daarvan op de website Kloptdatwel.nl staan. En bovendien verzoekt u mij om publiekelijk excuses aan te bieden voor publicatie van die recensie. Ik zal geen van beide verzoeken inwilligen. Ik zal toelichten waarom.

Allereerst een kleinigheidje: het is mij volstrekt onduidelijk wat u bedoelt met “uitlatingen via http://www.pepijnvanerp.nl/category/klopt dat wel”. Als ik er een werkende url van maak door de spaties eruit te halen, levert dat een lijst berichten op mijn persoonlijke website op die in de categorie “kloptdatwel” vallen. Geen van de berichten die u zo vindt, heeft ook maar iets te maken met uw cliënt.
Op die website loopt echter ook in de kolom aan de zijkant mijn Twitter feed, en er zal dus ook wel regelmatig een link hebben gestaan naar mijn bespreking van het boek Patronen van Bedrog op de website kloptdatwel.nl met url https://kloptdatwel.nl/2018/06/12/patronen-van-bedrog-broddelwerk-van-willem-middelkoop-en-tim-dollee/, gepubliceerd op 12 juni 2018. Misschien dat dat voor uw verwarring heeft gezorgd. Als mijn aanname van een vergissing uwerzijds op dit punt evenwel niet klopt, laat u mij dat dan gerust even weten.

Dan meer inhoudelijk. U schrijft: “Om een dergelijk vernietigend oordeel over een boek te kunnen publiceren, met alle consequenties van dien, dient deze uitlating uiteraard wel gestoeld te zijn op feiten c.q. aantoonbare onjuistheden.” En dat gaat dan om het feit dat ik het boek “broddelwerk” heb genoemd. Dat oordeel heb ik mijns inziens ruimschoots onderbouwd in mijn recensie en de tweets van mij, die u vermoedelijk ook onder het ‘publicaties’ in de voorgaande zin laat vallen, verwijzen ofwel naar die recensie of zijn mijns inziens onderbouwd met scans van bewuste fouten in het boek, ofwel meningen die eenieder gewoon moet kunnen uiten – zeker op Twitter, zeker richting een publiek persoon als uw cliënt. Zolang u geen specifieke tweets aangeeft, kan ik er verder ook alleen maar in algemene zin op antwoorden.

U noemt het een “vernietigend oordeel”, maar sommige lezers zullen het misschien juist als een aanbeveling zien. Personen die gevoelig zijn voor complottheorieën zullen immers dit soort stevige recensies vanuit skeptische hoek vaak als een bevestiging zien dat de auteur iets op het spoor is.
Ook lijkt Middelkoop zelf juist blij met dit soort vernietigende kritiek. Zo vertelt hij in een recent gesprek op Café Weltschmerz dat de verkoop van het boek juist goed is gaan lopen na een andere recensie, in NRC, die minstens zo kritisch was ( zie https://www.youtube.com/watch?v=mU6a0qnOJSw vanaf 1:15 ). Ik schrijf hier voor het gemak het relevante stuk van het gesprek voor u uit:

George van Houts: “Gaat het goed met de verkoop?”
Willem Middelkoop: “Ja, het is vooral heel goed van start gegaan, want ik had het geluk dat .. NRC die schreef, eh, was een socioloog .. z’n naam heb ik alweer verdrongen. Maar die schreef een vernietigende aanval in het opiniekatern van NRC. Hij heeft later ook op Twitter gezegd, dat hij het stuk eigenlijk alleen maar had geschreven om mij belachelijk te maken. Nou, dat kreeg veel aandacht, dat ging ook een beetje viral. En nog wel meer media-aandacht gehad, dus de eerste twee, drie drukken die vlogen weg.”

Geen woord dus over tegenvallende verkoop (en dit gesprek is opgenomen in oktober), en bedenk ook dat mijn stuk slechts vier dagen na dat stuk van de socioloog Hendriks online ging.
Het komt mij daarom nogal vreemd over dat uw cliënt nu beweert dat hij door mijn bespreking schade heeft geleden, laat staan dat hij dat overtuigend kan aantonen en dat daarbij ook nog eens sprake zou zijn van uitlatingen die onrechtmatig zijn.

In uw brief suggereert u dat ik “op geen enkele wijze aangegeven laat staan aangetoond”  zou hebben dat het boek onjuistheden bevat. Dat is een nogal merkwaardige opmerking, omdat u verderop in uw brief minstens één zo’n onjuistheid aanhaalt, nl. het stukje nepnieuws dat gebaseerd was op een berichtje uit die Zimbabwaanse krant. Uw cliënt heeft nadat hij mijn stuk gelezen heeft blijkbaar ook ingezien dat het een nogal duidelijke fout is, omdat u mij meldt dat het in toekomstige drukken verwijderd zal worden.
Over die lijst met fouten die ik noem aan het eind van mijn stuk heb ik inderdaad gecorrespondeerd met de uitgever. Het antwoord heb ik later integraal ook in de reacties bij mijn recensie gekopieerd, omdat uw cliënt er in een ander interview verkeerde informatie over gaf (in het online interview Nerd Culture #17 Willem Middelkoop & Boris van de Ven op www.gamekings.tv ). Uw cliënt suggereert daarin dat ik slechts twee foutjes ontdekt zou hebben en zou hebben geweigerd de lijst aan de uitgever te sturen (alsof ik daartoe verplicht zou zijn). Mijn ‘weigering’ is nogal uit de context gehaald door uw cliënt door niet de hele toedracht te vertellen. Het bleef zeker niet stil van mijn kant, want hier hebt u voor de volledigheid mijn antwoord op het verzoek van zijn redacteur Ebissé Rouw:

Beste mevrouw Rouw,

Mijn opmerking dat Middelkoop de redactie van Kloptdatwel wel mocht mailen voor een lijst met fouten die ik verder nog aantrof, gold hem persoonlijk. Gezien het feit dat hij mij op Twitter blockte nadat ik hem via die weg al op een aantal van die fouten wees – nog voordat ik mijn bespreking had gepubliceerd – maak ik op dat hij daar niet echt in geïnteresseerd is. Ik had het toch al enigszins ironische bedoelde aanbod waarscijnlijk ook wel anders verwoord als ik de block geconstateerd voordat mijn bespreking online ging.

U zult denk ik begrijpen dat ik na tweets als deze https://twitter.com/wmiddelkoop/status/1006419579831246848 ook niet echt genegen ben om hem behulpzaam te zijn. U moet het vooralsnog dus doen met de fouten die ik in mijn stuk heb aangewezen, die ik in de comments daaronder tot dusver heb genoemd en die ik op Twitter heb geplaatst.

Met vriendelijke groet,

Pepijn van Erp

En aangezien u schrijft dat u mijn Twitter-feed ook heeft bekeken, zal u geconstateerd hebben dat ik inderdaad meerdere fouten (nog voor publicatie van mijn recensie) aan uw cliënt kenbaar heb gemaakt (zie bijv. https://twitter.com/pjvanerp/status/1004637838619660289 ). Maar dit staat ook allemaal in de reacties onder mijn stuk.
Dat ik “op geen enkele wijze aangegeven laat staan aangetoond”  zou hebben dat het boek onjuistheden bevat, is dus aantoonbaar onwaar. Of een lijst ‘lang’ is of niet, lijkt me niet iets om ernstig over in de clinch te gaan liggen. Maar als uw cliënt wil blijven beweren dat ik hem in mijn recensie en tweets op maar twee fouten heb gewezen, dan heeft leeft hij in een andere werkelijkheid.

De meest heikele kwestie, namelijk of er daadwerkelijk sprake is van plagiaat, is uitvoerig besproken in mijn stuk en ik heb dat mijns inziens zorgvuldig gedaan. Ik heb het bewijs gegeven waarop ik mijn oordeel uitsprak dat er sprake was van discutabel gebruik van de tekst van Bernstein (in de druk die ik heb besproken). In de update onderaan het stuk is de visie van de uitgever weergegeven en die heb ik ook weer besproken.
Alleen al het feit dat de uitgever heeft toegegeven dat er niet juist is geciteerd en aangegeven heeft dat er in komende drukken hier een aanpassing gaat plaatsvinden, maakt dat de vraag die ik heb opgeworpen voldoende onderbouwd is. Ik verschil van mening met de uitgever of de voorgenomen oplossing adequaat is, er blijft nog steeds sprake van buitensporige overname van andermans tekst, zelfs met correcte bronvermelding en opmaak als citaat. En in dat oordeel sta ik niet alleen.
Ik heb overigens nog niet gezien hoe de uitgever dit in nieuwe drukken heeft aangepast, en ook niet of hij mijn suggestie om de kwestie gewoon eerst aan Bernstein voor te leggen ter harte heeft genomen.
U schrijft dat de aanpassingen in de derde druk zijn gedaan. Ik vraag me af of dat klopt, de uitgever had het namelijk over “de volgende bijdruk” in een mail aan mij. In diezelfde mail bedankte hij me overigens voor mijn opmerkzaamheid met de woorden:  “Ik wil u hartelijk danken voor de inspanningen die u zich rond deze uitgave heeft getroost.” Dit staat wel in opmerkelijk contrast met deze brief die u namens uw cliënt stuurt.

Veel van wat uw cliënt mij verder in uw brief verwijt, is moeilijk anders te zien dan als een verschil van opvattingen. Waar u schrijft: “U geeft nota bene zelf toe dat alle stellingen voorzien zijn van bronnen, om toch zonder enige onderbouwing te concluderen dat de onderbouwing ‘flinterdun’ zou zijn.” raakt u misschien de kern van het verschil van inzicht tussen mij en uw cliënt in het schrijven van stukken op een journalistiek verantwoorde wijze.
Uw cliënt lijkt zich op het standpunt te stellen dat elke bron gebruikt kan worden om een stelling te poneren zonder dat je het over de kwaliteit en argumentatie van die bron hoeft te hebben. Dat gaat snel mis als je het over complottheorieën hebt, daar draait het bij uitstek om de betrouwbaarheid van bronnen. Ik heb – klaarblijkelijk in tegenstelling tot de fact-checkers van uw cliënt en uitgever – die bronnen wél goed bekeken en geconstateerd dat ze regelmatig niet aan de basale journalistieke kwaliteitseisen voldoen, soms ronduit misleidend zijn, of zelfs als fake news beschouwd moeten worden. Vandaar mijn oordeel ‘flinterdun’.

Dan gaat u verder met de stelling dat ik niet zou hebben aangetoond dat er in het boek sprake is van foutieve bronvermelding. Ik geef nota bene een concreet voorbeeld in mijn tekst: “En daarna een bekende van Walter Rathenau, oorspronkelijk in de Neue Freie Presse (1909), later overgenomen in zijn boek Zu Kritik der Zeit (1912) – Middelkoop en Dollee maken een potje van de bronvermelding.”
Welk bezwaar heeft uw cliënt hiertegen? Dat ik hier niet aangeef hoe die foutieve bronvermelding in het boek zelf staat? Uw cliënt kan toch zeker zelf even opzoeken welke referentie hij gaf? Voor uw gemak, er staat in voetnoot 27, blz. 29: “Neue Wiener Presse 24 december” en bij het cijfertje van de voetnoot in de tekst: “1912”. Maar dat moet dus Neue Freie Presse zijn en het jaartal klopt niet. Maar als uw cliënt mij overtuigend kan laten zien dat er een krant met de naam Neue Wiener Presse heeft bestaan met daarin op 24 december 1912 een bericht met het citaat van Rathenau, dan zal ik mijn recensie op dit punt uiteraard corrigeren.

Verderop schrijf ik: “Ook erg merkwaardig is de wijze waarop aan bronvermelding is gedaan, boeken staan er in met een url naar Amazon.com, in nogal wat links zitten tikfouten, en soms slaan de links in voetnoten totaal niet op wat er in de tekst staat.” Van die fouten zou ik zo voorbeelden kunnen geven, die staan op ‘de lijst’. Die lijst is natuurlijk nog enigszins virtueel, om hem concreet te maken, zou ik die fouten allemaal moeten verzamelen, vissen uit de aantekeningen die ik in het boek zelf heb gemaakt. Dat is wat bewerkelijk, maar ik had er best een flink aantal aan uw cliënt kenbaar willen maken, als hij zelf naar Kloptdatwel.nl had gemaild en het niet aan zijn redacteur had overgelaten.
Vooruit, laat ik wat dit betreft een tip geven die misschien nog bij de nieuwe druk van pas kan komen: er zijn nogal wat voetnoten met daarin links naar video’s op YouTube. In de adressen staat er regelmatig een 0 (het cijfer nul), die echter met het gekozen lettertype niet te onderscheiden is van de kleine letter o (en in de bewuste links in ieder geval door mij eerder zo gelezen wordt). Het is eerder typografische onhandigheid dan een tikfout om in dit geval de broodletter ook voor webadressen te gebruiken. Het kan zijn dat zijn dat ik bij het schrijven feitelijke tikfouten en dit soort ‘onzichtbare letterverwisselingen’ heb samengevat met het “in nogal wat links zitten tikfouten”, waardoor dat bij nader inzien misschien wat overdreven over kan komen. Ik heb de tekst op dit punt inmiddels verduidelijkt.

Dan stelt u dat ik uw cliënt geheel ten onrechte in verband breng met antisemitisme. Dat doe ik helemaal niet. Ik raad u aan dat stuk nog eens zorgvuldig terug te lezen, want deze aantijging aan mijn adres is echt onbegrijpelijk. Ik stel alleen met zorg vast dat de auteurs geen oog hebben voor de antisemitische kanten van veel complottheorieën die ze aanhalen, terwijl dat mijns inziens aandacht verdient. Iemand er op aanspreken dat hij of zij geen aandacht besteedt aan een kwalijke zaak, is heel wat anders dan hem of haar zelf van die kwalijke zaak betichten.
U schrijft ook dat ik het “versterkt [heb] middels het sturen van een tweet op 7 juni 2018.” Ik weet niet precies welke tweet u bedoelt, maar als die daadwerkelijk van 7 juni was, dan heeft die dus volgens u met vooruitwerkende kracht mijn argumentatie versterkt, want mijn recensie is immers pas op 12 juni gepubliceerd.

Op het gebied van de complottheorieën rondom 9/11 zit uw cliënt echt op een dwaalspoor, ik zie niet in waarom ik daar niet op zou mogen wijzen. Ik zie graag tegemoet welke tweets van mij volgens u het betamelijke zouden overschrijden, met de toelichting wat in deze dan ‘het betamelijke’ is.

Dan schrijft u dat ik “reeds bekend ben met  schadevergoedingen die door rechter [sic] kunnen worden toegewezen in vergelijkbare smaadzaken.” Ik moet maar gokken op welke smaadzaken u doelt, ik ken in ieder geval geen zaken waarbij een Nederlandse rechter hiertoe is overgegaan. En smaad valt zover mij bekend is binnen het strafrecht, terwijl u het in het begin van uw brief heeft over artikel 6:162 BW.

U verzoekt mij om u “binnen 24 uur” (wanneer had u eigenlijk bedacht dat die termijn afliep?) een afschrift te sturen van een instructie aan Google die ik, als ik het al had gewild, niet eens had kunnen geven, omdat ik noch eigenaar noch webmaster van Kloptdatwel.nl ben. En uw cliënt verzoekt ook dat ik ‘binnen twee dagen na heden’ een specifiek excuus zou plaatsen (met daarin twee opzichtige spelfouten) op Twitter en Kloptdatwel.nl. Wat is nu de gedachte hierachter? Dit is toch geen serieus te nemen verzoek op deze manier? Ook de verkapte verwijzing naar een langdurige rechtszaak in de Verenigde Staten waarin ik in verwikkeld was (door uw cliënt op Twitter), beschouw ik als verwerpelijke bangmakerij.

Dat uw cliënt niet blij is met mijn recensie, kan ik begrijpen, maar het dreigen met juridische stappen gaat mijns inziens erg ver. Een serieuze discussie over de inhoud durf ik best aan, uw cliënt gaat die publiekelijk uit de weg. Kenmerkend daarvoor is dat hij eerst op Twitter uitnodigt om fouten in het boek aan te wijzen en mij dan vervolgens blockt als ik zulke fouten aanwijs.

Zijn kritiek op de recensie kan hij overigens gerust kwijt op Kloptdatwel.nl. Mijn voorstel zou zijn dat ik de tekst van uw brief integraal plaats in een nieuw bericht, aangevuld met dit antwoord van mij daarop. Natuurlijk zonder uw en mijn directe contactgegevens, en desgewenst haal ik de meest in het oog springende tikfouten in uw stuk er eerst ook nog uit. Lijkt u en uw cliënt dat wat? Graag verneem ik uw reactie op dit voorstel, laten we zeggen vóór 17.00 uur donderdag 8 november 2018.

Met vriendelijke groet,

Pepijn van Erp