Psychokinese, de beïnvloeding van bewegingen van materiële objecten met gedachtenkracht (Rob Nanninga, Skepter 22.2, 2009), is de volgende paranormale gave in de reeks experimenten om de bewering te testen dat ik aanleg heb voor het paranormale. De vier experimenten die ik hiervoor heb uitgevoerd worden allemaal beschreven in het gratis te downloaden boek So you think you’re psychic? van W.M. Briggs; hoofdstuk 6 gaat over psychokinese. De statistische analyses, waar nodig, zijn uitgevoerd in het statistische programma JASP (versie:0.12.2, 2020).
Dit laatste bleek handig, want hoewel Briggs een Phd heeft in ‘mathematical statistics’ en dit toch wat vertrouwen zou geven in zijn kennis over de statistiek beschreven in het hoofdstuk, blijkt er toch een fout te zitten in de beschrijving van de berekening voor experiment 3. Volgens zijn berekeningen van de Chi-kwadraat-test kwam ik op een resultaat dat goed bewijs zou geven voor psychokinese. De correct uitgevoerde Chi-kwadraatberekeningen, de formule die ik heb gehaald uit Baldi & Moore (2009), kwamen juist op het resultaat dat er geen bewijs was voor psychokinese.
De experimenten:
De eerste drie experimenten zijn uitgevoerd met een (casino)dobbelsteen en een gooiplatform, zodat de dobbelsteen tegen een rand kon worden gegooid. Deze opzet is gekozen om zo willekeurig mogelijke resultaten te verkrijgen als er geen psychokinese in het spel is. Voor, tijdens en na het gooien, dus ook tijdens de rol, nam ik het gewenste aantal ogen in mijn gedachten om zo de willekeurige uitkomst van de dobbelsteen te beïnvloeden. Bij elk resultaat noteerde ik de uitkomst van de rol en na afloop toetste ik de gevonden resultaten met de verwachte uitkomst in JASP.

Dobbelsteenexperiment 1; het gooien van de 6 ogen.
Nulhypothese (H0): Het aantal 6’en van de gegooide dobbelstenen volgt een binomiale kansverdeling van 1/6. Alternatieve hypothese (H+): Het aantal 6’en van de gegooide dobbelstenen volgt een binomiale kansverdeling welke groter is dan 1/6. Aantal keer gooien met de dobbelsteen is 36 maal. Verwachting is dus 6 maal een 6 te gooien. Analyse in JASP S.S. Binomial test met prior van 1 tot 1 (alle uitkomsten even waarschijnlijk op voorhand). Er is eenzijdig getoetst want ik ben niet geïnteresseerd in kleiner resultaat dan 1/6.
Resultaten dobbelsteenexperiment 1: 6 maal een 6 gegooid, precies wat je zou verwachten als er geen psychokinese is. Bayesfactor van de nulhypothese is 9,391. Dus meer dan 9 maal waarschijnlijker dat de nulhypothese waar is, gegeven de resultaten en statistische toets van dit experiment.

Dobbelsteenexperiment 2; het gooien van de hoge (4, 5, 6) ogen.
H0: Gegeven dat het om de helft van het aantal ogen van de dobbelsteen gaat, verwacht je dat je in 50% van de worpen de resultaten krijgt als er geen psychokinese-krachten zijn. H+: Bij werkende psychokinese krachten verwacht je dat meer dan 50% van de worpen de hoge ogen laten zien. Analyse in JASP S.S. Binomial test met prior van 1 tot 1 (alle uitkomsten even waarschijnlijk). Eenzijdig getoetst, want ik ben niet geïnteresseerd in een kleiner resultaat.
Resultaten dobbelsteenexperiment 2: 11 maal de hoge ogen dobbelstenen gegooid. De verwachting was 18 maal als het alleen toevalsworpen waren. Minder dan je verwacht dus. Bayesfactor van de H0 is 16.115 wat inhoud dat gegeven de resultaten de H0(geen psychokinese) 16 maal waarschijnlijker is dan wel psychokinese.

Dobbelsteenexperiment 3; het gooien van de dobbelsteen en kijken of in de aantallen gegooide ogen een significant verschil te vinden is met de verwachte uitkomsten.
Weer wordt er 36 keer met een dobbelsteen geworpen. Hierbij wordt bij elk resultaat bekeken welk aantal ogen het heeft en dat wordt genoteerd. Na de 36 worpen wordt het aantal geworpen ogen vergeleken met het verwachte aantal ogen voor elk mogelijk getal. Hierna worden de resultaten vergeleken met de verwachte aantallen voor elk oog om te beslissen of de psychokinesehypothese meer bewijs heeft op basis van de resultaten dan de verwachte aantallen op basis van kans. De analyse in JASP was via de Baysiaanse multinomial Test.
Resultaten experiment 3. De Bayesfactor voor de kansverwachting was 37.118 wat inhoud dat gegeven de resultaten de H0, elk oog heeft 1/6 kans om gegooid te worden, zo’n 37 maal waarschijnlijker is dan de H+, elke oog heeft niet 1/6 kans om gegooid te worden.

Het vierde experiment bestaat uit het verplaatsen van een wattenbol door middel van geesteskracht en behoeft geen statistische analyse.
Wattenbol experiment.
Je neemt een bol van watten en plaatst die in een cirkel. Vervolgens probeer je de wattenbol zo te bewegen met je geesteskracht dat de wattenbol uit de cirkel beweegt. Per poging heb ik 1 minuut genomen. Totaal heb ik twee pogingen gedaan, één maal met fysieke doorzichtige container(glazen ovenschaal) en de andere poging was zonder de ovenschaal. Beide keren lukte het mij niet om de wattenbol te bewegen met mijn geesteskracht. Wat wel opviel was dat ik de wattenbol met mijn adem kon verplaatsen.

Conclusie
Geen van de uitgevoerde psychokinese-experimenten geeft aanleiding om te denken dat ik de paranormale kracht van psychokinese bezit.
Literatuur:
Baldi, B., Moore, S. The Practice of Statistics in the Life Sciences. W.H. Freeman and Company. 2009. Derde druk.
Briggs, W.M. So you think you’re psychic?. Eigen productie. 2006.
Nanninga, R. Beïnvloeding van het toeval, Parapsychologische PK-experimenten. In Skepter 22.2, p. 42-46. 2009.
Wagenmakers, E. Statistiek van het gezonde verstand. 2015. In Skepter 28.2. P.23-25.

Leave a Reply
You must be logged in to post a comment.