Voor de precognitie-update van mijn parapsychologie zelfexperimenten ben ik begonnen met een nieuw precognitie-experiment van 55 kaarten (iets meer dan het dubbele van mijn eerdere experiment). De opzet en uitvoering was dezelfde als eerder beschreven op kloptdatwel.nl. Voor de statistische analyse gebruikte ik het statistische programma JASP (versie:0.12.2, 2020). Hoewel de hypothese dat ik mogelijk precognitie zou hebben de minst ondersteunde hypothese is gegeven de resultaten, komt de nulhypothese niet boven die van anekdotisch bewijs uit. Dit houdt in dat, hoewel we niet kunnen zeggen dat we gegeven het bewijs van precognitie hebben, we ook niet genoeg bewijs hebben dat de resultaten goed te verklaren zijn als verwachte kansresultaten. Net zoals veel wetenschappelijke artikelen eindigt dit experiment met de aanbeveling om meer informatie te verzamelen om definitievere uitspraken mogelijk te maken.
Van de 55 Zenerkaarten had ik 12 maal het juiste symbool gekozen. Voor de statistische analyse heb ik de Statistical Summary Bayesian Binomial Test gebruikt. De prior bestond uit de resultaten van mijn eerdere precognitietest namelijk 7 juist van de 25. De nulhypothese (H0) is dat de resultaten een kansverdeling volgen van 0,2. Namelijk dat je 1/5 kans hebt op een juist symbool als je alleen zou gokken. De alternatieve hypothese(H+) specificeert dat de resultaten beter bij een kansverdeling passen die groter is dan 0,2. In kansverdelingen lager dan 0,2 ben ik niet geïnteresseerd; mijn toets is dan ook eenzijdig. Hieronder staat de analyse van de bayesiaanse binomiale test en de binomiale kansverdeling gegeven de data. Zoals te zien is de spreiding van de kansverdeling vermindert door dit nieuwe experiment.




