Een studie gepubliceerd in 2007 ontdekte dat een gen, Pax6, tegelijkertijd voor afwijkingen zorgt in de hersenen (de linker cortex cingularis anterior) én in de iris. En daardoor kunnen bepaalde vormen in de iris geassocieerd worden met een bepaalde persoonlijkheid die door dat hersengebied wordt beïnvloed.

428 studenten namen deel aan de studie. Daaruit bleek dat irissen met ovale vormen (1) (in het besproken artikel ‘crypts’ genoemd) significant hoger scoorden op een vragenlijst (NEO PI-R) op zaken als gevoelens, aangenaamheid, warmte, vertrouwen en positieve emoties, terwijl de groeven/lijnen (3) juist geassocieerd waren met impulsiviteit.

Aanwijzing voor persoonlijkheid te vinden in ogen. 1

Afbeelding uit Larsson et al., 2007.

Ik vind dit zeer interessante materie. Voor zover ik weet is dit een eerste bevestiging dat je door naar iemands iris te staren daadwerkelijk iets zinnigs kan zeggen over de eigenaar van die iris. *

(Ik weet ook wel dat iriscopisten al veel langer geloven dat je aan iemands iris iets kan zien. Alleen beweren zij dat ze ziektes e.d. kunnen zien en dus diagnosticeren, maar daar is dan weer geen fatsoenlijke bevestiging voor te vinden. Klik hier voor een uitgebreid artikel over iriscopie).

Update 20-12-11:
* Aangezien het artikel inmiddels door een aantal personen is toegestuurd, waarvoor dank, is het duidelijk geworden dat deze zin echt alleen op mijn eigen kennis slaat. Ik zit helaas niet in de literatuur wat betreft irissen en persoonlijkheid. Nu ik het artikel in handen heb is een correctie wel op zijn plaats, het citaat hieronder is een gedeelte van de eerste alinea:

The idea that personality differences are related to iris characteristics is not new. In 1965, Cattell (1965) observed differences in cognitive styles between blue and brown  eyed subjects and since then eye color has been found to be related to a great variety of physiological and behavioral characteristics. Dark eyed people have on average higher scores on extraversion, neuroticism (Gentry et al., 1985), ease of emotional arousal (Markle, 1976) and sociability (Gary and Glover, 1976). However, there are a number of studies that fail to replicate the personality findings, typically because the effect tends to fade after early childhood.

Er is dus al veel meer onderzoek gedaan.

Alleen is het nog steeds geen bevestiging dat iriscopie werkt natuurlijk, maar als ik de comments hieronder zo lees dan maakt dat in elk geval één beoefenaar niet uit.