Een ANP-bericht met als kop ‘Kwart van slimme vwo’ers niet in 6 jaar klaar’ werd donderdag 14 juni op veel nieuwssites klakkeloos overgenomen (onder andere de Volkskrant, Trouw, Nu.nl). De argeloze lezer krijgt snel de indruk dat er een specifiek probleem is voor de slimmerds en dat ze het misschien nog wel slechter doen dan hun medeleerlingen die met een lagere CITO-score aan het VWO begonnen. De onderzoekers spreken namelijk over een ‘schrikbarend hoog’ percentage. Het klinkt in eerste instantie nogal verontrustend, maar ik had er niet meteen een beeld bij. Is dat kwart nou veel meer dan je mag verwachten? Is het echt zo dramatisch? Het is maar hoe je ernaar kijkt. 

Merkwaardig genoeg trof ik in geen van de berichten een link of anderszins bruikbare verwijzing naar het echte onderzoek. Het knippen en plakken van ANP-berichten heeft natuurlijk ook weinig met journalistiek te maken, maar het valt toch steeds weer op dat er werkelijk geen enkele moeite wordt gedaan om zo’n bericht van wat achtergrond en nuance te voorzien. Geen van de sites die het bericht overnamen zal vermoedelijk het rapport zelf gezien hebben. Het kostte mij niet veel moeite om het te vinden: eerst even kijken bij het onderzoeksbureau dat het uitvoerde (GION): nee, niets. Dan maar bij de opdrachtgever, het ministerie van OCW. En daar staat het dan, een stevig rapport van 118 pagina’s.

Er staat erg veel in, maar mijn oog viel snel op tabel 3.16 (blz. 36):

Is er echt een probleem met excellente leerlingen op het VWO? 1

De tabel behoeft volgens mij weinig toelichting. De CITO-scores van 549 en 550 werden in het onderzoek opgevat als ‘excellent’. Een score van 545 is wel zo’n beetje de laagste waarmee je het VWO in kunt gaan. Ik zie hier weinig verontrustends aan, de tabel beantwoordt wel aan de verwachting die ik vooraf had. Misschien dat de percentages van alle CITO-score groepen wat beter kunnen, maar van een verontrustend beeld specifiek voor de ‘excellente’ groepen lijkt mij geen sprake. Hoe komen de onderzoekers daar dan bij? Dat wordt duidelijk als je wat verder bladert in het rapport. Op blz. 93 geven ze hun definitie van onderpresteren:

Wij hebben de (normatieve) opvatting gehanteerd dat het niet na zes jaar hebben behaald van het VWO-diploma als criterium voor ‘ondermaats presteren’ kan gelden.

Ja, zo kan ik het ook! Élke uitval wordt geïnterpreteerd als onderpresteren. Het gaat bijna zo ver dat ook uitval door overlijden als onderpresteren wordt beschouwd. In de percentages wordt daar gelukkig wel voor gecorrigeerd en het zal ook wel voor bovenstaande tabel zijn gebeurd. Maar er is geen correctie voor andere oorzaken van vertraging zoals ziekte en familieomstandigheden. Niet dat dat iets zal uitmaken voor de verhouding tussen de uitval van excellente en minder excellente leerlingen, maar het nuanceert wel dat ‘kwart van de slimmerds’ die niet in zes jaar het VWO doorloopt. Je hebt zo nog geen idee wat het terrein is dat überhaupt gewonnen kan worden door veranderingen in het onderwijs.

Is er echt een probleem met excellente leerlingen op het VWO? 2

Blindelings zoeken in data levert bijna altijd ‘wat’ op.

Vervolgens gaan de onderzoekers ijverig op zoek in de data om te kijken of er verschillen zijn te ontdekken tussen de groep excellente leerlingen die wel in zes jaar door het VWO fietst en de groep excellente leerlingen die ergens hapert. Dan wordt het wel snel data-vissen en moet je erg oppassen niet toevallige correlaties aan te treffen. We moeten ook bedenken dat alles is gebaseerd op een steekproef onder VWO’ers uit maar één startjaar, 1999. Ik zie niet al te veel slagen om de arm bij het vinden van de ‘oorzaken’ en de relevantie voor het onderwijs van nu.
Zo adviseren de onderzoekers om excellente leerlingen niet in gemengde HAVO/VWO klassen te laten beginnen, dat zou die excellente leerlingen 10% minder kans geven op een vlekkeloze doorstroom. Nou vraag ik me meteen af of die leerlingen niet om een heel goede reden gekozen hebben voor zo’n gemengde brugklas, maar de onderzoekers blijkbaar niet. Ook een gebrek aan ‘ordelijkheid’ wordt aangevoerd als een hindernis, maar dat kan net zo goed voor alle leerlingen gelden en niet specifiek voor de slimmerds (voor de gemiddelde groep wordt het niet als risicofactor gezien).

Kortom, het lijkt me weer een mooi staaltje naar de gewenste uitkomst toe redeneren. Natuurlijk moet er wat gedaan worden om te voorkomen dat onze toekomstige toppers onderweg een keertje struikelen. Anders blijft dat potje van 30 miljoen per jaar voor hoogbegaafde en excellente leerlingen ook maar ongebruikt op het ministerie staan …