Het thema van van dit zomernummer is levenslust.

De voorkant ziet er vrolijk uit.

De voorkant ziet er vrolijk en kleurig uit en ook van binnen kom je zoals altijd weer veel mooie plaatjes tegen. Toch werd ik van de aangeprezen methodes en beschouwingen om gelukkiger te worden niet blij. Inspiratie zoekt de Happinez vooral bij  oude en nieuwe religies en bij goeroes en mystici waarop wel het een en ander valt aan te merken. Wetenschap wordt in het ene artikel aangehaald ter ondersteuning van een claim en in het andere afgeserveerd als een dor verhaal waarmee je je beter niet kan inlaten. Ik heb de volgende artikelen gelezen: ‘Optimisme kun je leren’, ‘Lachen is loslaten’, ‘Vier de zomer met oude rituelen’, ‘Meister Eckhart voor beginners’ en een interview met oud-minister en soefileraar Johannes Witteveen getiteld: ‘Liefde en harmonie maken gelukkig’.

Levenslust begint met optimisme (p.30)

‘Levenslust begint met optimisme’ is de kop van het essay van Lisette Thooft waarin zij iedere maand het thema van het nummer verkent. Hoe komt het dat sommige mensen een aanstekelijke levenslust uitstralen? Is dat aangeboren of is optimisme aan te leren? Op zichzelf interesssante vragen. Alleen in het artikel vind ik er niet echt antwoorden op, het is een relaas van persoonlijke ervaringen en inzichten met een soort religieuze inslag. Lisette beschrijft dat zij leed aan het syndroom van ‘overal kritiek op hebben’, waar volgens haar veel mensen aan lijden. Op een bepaald moment in haar leven confronteerde iemand haar daarmee en komt zij tot het inzicht:

Lisette Thooft, publiciste en mythosoof: laat je humeur niet bederven door de wetenschap! (Foto: Facebook).

‘Wie voortdurend als het ware zwarte onheilspellende verf uitsmeert over de wereld om zich heen, wordt zelf van binnen ook steeds grauwer. Pas als je die voortdurende stroom van negativiteit weet te stoppen (…), als je focust op het goede het schone en het ware, fleur je van binnen op.’

En ook moet je oppassen dat je je humeur niet laat bederven door de wetenschap:

‘De wetenschap weet alleen maar het dorre verhaal te vertellen dat alles toeval is, dat we hier zomaar toevallig op aarde zijn beland en dat we bestaan uit stofjes en cellen die zomaar in de knoei kunnen raken. (…) Alle wijze mannen en vrouwen op aarde daarentegen hebben altijd verteld dat er geen mus van het dak valt zonder dat het geweten wordt door de allerhoogste scheppende intelligentie, de bron van al het bestaan.’

Al met al komt het op mij een beetje over als een soort pleidooi tegen kritisch denken. Kritisch zijn wordt gezien als een slechte eigenschap en je moet aan jezelf werken om er vanaf te komen. Slaag je hierin dan krijg je als prijs dat je in harmonie mag samenleven met de illusie van een  allerhoogste scheppende intelligentie.

Vier de zomer met oude rituelen (p. 34)

Na dit gangmakende artikel volgen, in de rubriek ‘inspiratie’, tien badzijden midzomerrituelen.

Een foto uit het artikel: ‘Vier de zomer met oude rituelen’

Gezellig samen etende en drinkende jongeren in kleurige gewaden laten in deze fotoreportage zien hoe ‘het’ moet. Een van de jongens zit met een versierde boomtak in het gras meditatief voor zich uit te staren. Een paar meisjes dansen bij het vuur. Schaaltjes met fruit en noten staan uitgestald op een kleurig picknick-kleed. Een andere foto laat schaaltjes zien met wierookstokjes, gekleurde steentjes en verbrande kruiden. In kleine kolommetjes wordt wat achtergrondinformatie gegeven, zoals over de geschiedenis van de viering van de zonnewende. Korte oneliners zorgen voor verdere ‘instructies’: ‘Geniet met elkaar, het liefst tot de zon weer opgaat en loop dan op je blote voeten door de magische dauw naar huis’, of: ‘Kleed je in de kleuren van de zomer en sta jezelf toe om schaamteloos gelukkig te zijn’ of: ‘Deze dag ervaar je de kracht van zuivering, van overvloed en van een nieuw begin’. Een stukje Happinez-opvoeding in woord en beeld is de indruk die ik er van krijg. Goed, het zal sommige mensen misschien inspireren, maar bij mij wekt het vooral weerzin op.

Harmonie, liefde en schoonheid maken gelukkig, een interview met Johannes Witteveen (p. 45)

Johannes Witteveen (90) was minister van financiën en hoogleraar economie en is nu spiritueel leider van de soefibeweging in Nederland. Hij vindt het buitengewoon interessant hoe wetenschap en mystiek elkaar in deze tijd beginnen te raken en doelt daarmee op het ‘kwantumvacuüm’, waar hij een bewijs voor het bestaan van God in ziet. Met dit soort biotheologische uitspraken weten sceptici al wel weer hoe laat het is. (Zie bijvoorbeeld dit Skepsis-artikel van Martin Bier).

soefi’s draaien rondjes om in contact te komen met God.

De spirituele traditie van de soefi’s is wereldwijd bijzonder populair. Ook in Nederland is er een levendige belangstelling en beoefening van het soefisme. Het soefisme is de mystieke stroming van de islam en werd ongeveer honderd jaar geleden naar het Westen gebracht door de Indiase mysticus Hazrath Inayat Khan. Volgens Khan is het geen religie maar een boodschap, een levensvisie. De kern van de boodschap is dat alle godsdiensten eigenlijk om hetzelfde draaien: liefde, harmonie en schoonheid. Hoe dit te combineren is met al het geweld waar de ‘heilige’ boeken waar religies zich door laten inspireren, vol mee staan begrijp ik niet helmaal. Maar mystici zijn dan ook per definitie onnavolgbaar.

Mystici zijn op zoek naar een eenheidservaring, een samensmelten van de ziel met God, ook wel verlichting of zelfrealisatie genoemd. Voor dit doel moeten meestal allerlei hindernissen worden overwonnen en kunnen allerhande middelen worden ingezet. In bijna alle mystieke tradities is sprake van een geestelijke training onder leiding van een leraar en vaak gaat het er niet zachtzinnig aan toe. Er moeten bijvoorbeeld allerlei vreemde opdrachten worden uitgevoerd om de persoonlijkheid af te breken, want die wordt verondersteld de verbinding met het goddelijke in de weg te zitten. Irina Tweedie beschrijft haar ervaringen in het boek De brandende afgrond, een weg naar zelfbevrijding volgens de oude yoga-traditie (Ankh Hermes, 1986). Ze schrijft: ‘de langzame vermaling van de persoonlijkheid is een pijnlijk proces’. Het lijkt mij niet gezond, maar het heeft haar blijkbaar wel wat opgeleverd want daarna is ze een belangrijk soefileraar geworden.

Lach jezelf gelukkig (p52)

Madan Kataria hier lachend op de foto (foto: dr. Kataria School of Laughter Yoga).

Het lachen vergaat je na het lezen van dit artikel over lachyoga. Lachyoga werd bedacht door de Indiase huisarts Madan Kataria en heeft veel weg van de al langer bekende lachmeditatie. Volgens de Happinez is het inmiddels een wereldwijde stroming met duizenden aanhangers en heeft het ook in Nederland een vlucht genomen. Hier wordt het in de eerste plaats ingezet om je tussen de bedrijven door eens lekker te laten gaan voor directe ontspanning. Lachen heeft een heilzame werking. Wetenschappers beamen het, je hart vaart er wel bij en je bloeddruk en hartritme komen in balans en er komen endorfinen vrij, stofjes die je een prettig gevoel geven, aldus het artikel. Ook de meeste lachyogasessies die ik op YouTube tegen kwam beginnen met vertellen hoe gezond het is. Eerst moet er wat gerekt en gestrekt worden en diep ademgehaald en dan maar lachen. De docent(e) doet het voor. Het blijft een beetje een geforceerde vertoning in de filmpjes die ik bekeken heb. Het wordt er niet beter op als Osho (ook bekend als Baghwan) en Sai Baba erbij gehaald worden als autoriteiten op het gebied van de lach (Lachen als de hoogste sport van de spirituele ladder):

‘met woorden probeert de leraar het onzegbare te benoemen. Vandaar dat goeroes en swami’s als Sai Baba, Osho en vele anderen regelmatig voor woordspelingen kiezen om de leerling aan het lachen te maken.’

Dat ze geen enkel gevoel voor humor hadden blijkt uit het lijstje met ‘sai humor’ dat in het artikel staat afgedrukt. De goeroe was zelf erg trots op zijn grapjes en zijn volgelingen blijkbaar ook want ze staan zelfs verzameld op een speciale website waarvan hieronder een voorbeeld:

‘A young man in the interview room had the shoulder-length hair fashionable at the time. After teasing him for looking like a woman, Baba advised him to get it cut. ‘Will You cut the first lock, Swami?’, asked the young man adoringly. Baba shook His head in mock horror, ‘I am Baba, not Barber!’ He said.’ 

Sai Baba, met op de achtergrond zijn volgelingen die in het wit gekleed dienden te gaan.

De Happinez laat zich uitsluitend positief uit over deze omstreden Indiase goeroe, dit artikel in Skepter geeft een heel ander beeld en ook in het Wikipedia-stukje over hem komen de controverses aan bod. De tevens omstreden Osho stond volgens Happinez ook bekend om zijn grappen. Dat lachen wel aan strikte voorwaarden onderworpen was kunnen we lezen in dit Skepter-artikel waaruit het volgende citaat:

‘Tijdens de lezing mocht het publiek geen opmerkingen maken of vragen stellen. Lachen mocht alleen als Rajneesh een mop vertelde of een belangrijke persoon zoals de paus of Ronald Reagan belachelijk maakte. (…) ‘.

Zo zie je maar waar lachen al niet voor kan worden ingezet.

Meister Eckhart voor beginners (p. 119)

Nog meer mystiek komen we tegen in deze bijdrage van schrijver Dirk Mulder. Hij doet een poging de middeleeuwse christelijke mysticus Meister Eckhart te doorgronden. Onbegonnen werk natuurlijk. Mulder geeft toe dat hij er niet veel van begrijpt maar wijdt dit aan zijn eigen onvermogen. Meister Eckhart werd al bewonderd door filosofen als Nietzsche, Heidegger en Derrida en is ook bij hedendaagse spirituelen en mystici niet onopgemerkt gebleven. Zijn populariteit blijkt ook uit het feit dat er bij bol.com  meer dan honderd boeken over of van hem te koop zijn. Hij was een inspiratiebron voor Eckhart Tolle (Kloptdatwel schreef eerder over hem). Tolle vernoemde zichzelf naar Meister Eckhart, die met name in advaita-kringen geliefd is. Advaita is de mystieke tak van het hindoeisme (ook wel non-dualisme genoemd). Het woord zegt het al: er wordt gestreefd naar een eenheidservaring, net als in alle mystieke scholen. De stroming is erg populair en er wordt irritant gewichtig en geheimzinnig over gedaan, het heeft soms wel wat weg van de ‘onzin voor gevorderden’, zoals Johan Braeckman en Maarten Boudry (in De ongelovige Thomas heeft een punt) de postmoderne filosofie noemen. Er is een heel circuit van goeroes en leerlingen en een levendige handel in boeken met titels als: Ontwaken in de droom, Ik Weet Niet Wie Ik Ben’, of Jij Bestaat Niet.

Illustratief is wellicht het volgende korte filmpje waarin een klein jongetje van vijf jaar oud het non-dualistische jargon al aardig onder de knie blijkt te hebben. Volgens de ouders weet het jochie uiteraard niets van non-dualiteit, het is gewoon wat er in hem opkomt en ‘toevallig’ valt het naadloos samen met de duizenden jaren oude Advaita Vedanta. 

http://www.youtube.com/watch?v=c-Clxuwa9Kc

Ik denk dat er van non-dualistische wijsheden ook prima een ‘generator’ te maken is, net als de Postmodernism generator en de Deepak Chopra generator.