Vorige week was het weer tijd voor de uitreiking van de Ig Nobels, de onderscheidingen voor wetenschappelijk onderzoek “dat je eerst aan het lachen maakt, en dan aan het denken zet.” Dit jaar vielen onderzoekers in de prijzen met onderzoek naar wat er gebeurt in de hersenen van mensen die het gezicht van Jezus zien in een geroosterde boterham en anderen met hun onderzoek naar tampons van gepekelde varkensvleesreepjes die helpen om een bloedneus te stelpen. En dan waren er ook nog de honden die hun behoefte het liefst in noord-zuidrichting bleken te doen. Maar dat laatste onderzoek lijkt wel erg dunnetjes.

Op de Nederlandse Ig Nobel Night-website staat het zo:

Ig Nobel Biologieprijs 2014 (Tsjechië, Duitsland)
Vlastimil Hart, Petra Nováková, Erich Pascal Malkemper, Sabine Begall, Vladimír Hanzal, Miloš Ježek, Tomáš Kušta, Veronika Němcová, Jana Adámková, Kateřina Benediktová, Jaroslav Červený & Hynek Burda,
Voor het zorgvuldig documenteren dat poepende en plassende honden hun lichaamsas bij voorkeur in lijn houden met het noord-zuid gerichte aardmagnetische veld.

Op het eerste gezicht inderdaad typisch zo’n onderzoekje dat de quasi serieuze Ig Nobelprijs wel lijkt te verdienen. Maar stinkt dit onderzoek toch niet een beetje? Als je kijkt naar het resultaat zoals dat in het artikel zelf is gegeven, valt al meteen wat op:

Results

Dogs preferred to excrete with the body being aligned along the North–South axis under calm MF conditions. This directional behavior was abolished under unstable MF. The best predictor of the behavioral switch was the rate of change in declination, i.e., polar orientation of the MF.

Zo werd de richting van de poepende hond vastgesteld: "measured as a compass direction of the thoracic spine (between scapulae) towards the head"

Zo werd de richting van de poepende hond vastgesteld: “measured as a compass direction of the thoracic spine (between scapulae) towards the head”

De bevinding is dus veel specifieker dan je zou denken als je alleen afgaat op de berichtgeving in de pers en wat de IgNobel jury er zelf over schrijft. De onderzoekers vonden namelijk juist géén bewijs voor hun oorspronkelijke hypothese dat honden zich zouden richten op het magnetisch veld. Geen correlatie met hun houding tijdens het poepen of plassen met de noord-zuidrichting. Maar toen ze achteraf(!) gingen zitten vissen in hun data vonden ze zo’n correlatie wel bij een subgroep: bij die poepsessies die hadden plaatsgevonden op locaties waar er nauwelijks variatie was in het magnetisch veld. Eigenlijk nog specifieker, het gaat om de variatie in de declinatie van het magnetisch veld, het verschil in richting tussen het ware noorden en de richting die de naald van een magnetisch kompas aangeeft. Als je denkt dat het allemaal klopt, moeten die honden dus niet alleen heel gevoelig zijn voor de richting van het magnetisch veld, maar ook een absoluut richtingsgevoel hebben dat ze in staat zou stellen perfect het kaartnoorden aan te wijzen!

Als je het volgende fragment onder Discussion in het artikel leest, weet je eigenlijk genoeg hoe dit resultaat tot stand is gekomen:

Although the observers were acquainted with our previous studies on magnetic alignment in animals and could have consciously or unconsciously biased the results, no one, not even the coordinators of the study, hypothesized that expression of alignment could have been affected by the geomagnetic situation, and particularly by such subtle changes of the magnetic declination. The idea leading to the discovery of the correlation emerged after sampling was closed and the first statistical analyses (with rather negative results, cf. Figure 1) had been performed. Also, the acquisition of data on magnetic declination was carried out without knowledge of heading values on the respective time and date.

Er staat nauwelijks iets over hoeveel mogelijke verbanden tussen de poeprichting en aspecten van het magnetisch veld ze hebben zitten vergelijken, maar te zien aan het superspecifieke subgroepje waarvoor ze een ‘significant’ resultaat vinden, zijn dat er vermoedelijk behoorlijk wat geweest. Dan moet je natuurlijk wel corrigeren voor meervoudig toetsen, maar daarover staat niets in het artikel. Dat ‘significant’ stelt dus niet zo veel voor. En als je dan toch achteraf wil gaan zitten vissen naar mogelijke verbanden, is het wel een beetje jammer dat je allerlei andere mogelijke invloeden, zoals windrichting en zonposities niet in je data hebt meegenomen (daarvan hadden de onderzoekers vooraf al bedacht dat die irrelevant zouden zijn).
Al in januari dit jaar las ik kritisch commentaar op dit onderzoek, dat er weinig van heel laat. Nu ik weer opnieuw zocht naar besprekingen, kwam ik uit dezelfde periode meer kritiek tegen. Misschien hebben ze dit bij Ig Nobel allemaal gemist, omdat het niet in de vorm is gegoten van wetenschappelijke artikelen of commentaar bij het artikel zelf (maar dat is er ook!). Maar je zou eigenlijk denken dat ze wel zouden weten dat je voor kritische beschouwingen van dit soort vrij onbenullig onderzoek misschien beter op blogs kunt kijken.

Dat dieren gevoelig kunnen zijn voor het aards magnetisch veld is niet zo’n gekke gedachte, maar dat honden zich iets zouden aantrekken van minimale variaties in de declinatie daarvan bij het poepen en plassen (als ze die al zouden kunnen waarnemen), lijkt me uiterst onwaarschijnlijk. Vincent Icke zei het ook al in De Wereld Draait Door (vanaf 7:40): “Dit zal geen stand houden, volgens mij kunnen we dit zo in de Ig Nobelprullenbak gooien.” Terugtrekken dus, deze Ig Nobelprijs!