Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Er bestaan in ons land tientallen stichtingen die als goed doel geld ophalen voor de bestrijding van kanker. De oudste en bekendste is KWF Kankerbestrijding, anderen zijn o.a. de Stichting Wereld Kanker Onderzoek Fonds (WCRF NL; alternatief angehaucht) en de malafide Stichting Kankerbehandeling en Preventie (uit het Circus-Pluut met zijn zeven ‘look alike’ kwakfondsen). In december 2014 deed de Stichting Nationaal Fonds tegen Kanker (SNFTK) weer een mailing uitgaan met het verzoek geld te doneren. Omdat niet iedereen op de hoogte is van de ware aard van dit fonds volgt hier een korte update.

De oprichting van deze stichting werd in 1999 met wat durfkapitaal gefaciliteerd door zakenman Roland Pluut en de naam luidde eerst Stichting Nationaal Fonds Kankerbestrijding. Onder juridische dreiging van de KWF kankerbestrijding veranderde men de bedrieglijke naam al snel in de huidige. In de eerste jaren werden miljoenen guldens opgehaald, maar de besteding ervan was onduidelijk. Veel geld verdween naar Zwitserland en van het subsidiëren van wetenschappelijk onderzoek kwam weinig terecht. Toen het Pluut c.s. duidelijk werd dat SNFTK-directeur Neel Buijs de wurgcontracten (looptijd tien jaar) met de Zwitserse en later in Oostenrijk gevestigde stichting UOHC niet wenste te verlengen, faciliteerde hij in 2009 de oprichting van de Stichting Kankerbehandeling en Preventie, waarin een studerend neefje van hem als stroman fungeerde (zie ‘Brein achter dubieus netwerk van goede doelen ontmaskerd‘).

De SNFTK ging verder op eigen kracht met een profiel gericht op ‘preventie’, voeding en alternatieve geneeswijzen bij kanker. In 2012 werd er toch nog altijd 570.000 euro opgehaald. Minder dan 60 procent gaat naar onderzoek, maar de transparantie is in elk geval beter dan die van voor 2009 en aanwijzingen voor het wegsluizen van geld naar het buitenland zijn er niet meer. Voor een CBF-Keurmerk komt men niet in aanmerking. De organisatie is klein en staat onder leiding van drs. Lon Claassen, bijgestaan door enkele bureaumedewerkers en twee op de website niet nader benoemde arts-voorlichters. Op de erbarmelijke website wordt in een video beweerd dat kanker een ongeneeslijke ziekte is.

Bij de beoordeling van subsidieaanvragen voor wetenschappelijk onderzoek doen goede doelenfondsen een beroep op deskundigen uit hun wetenschappelijke adviesraad. Zo’n gezelschap kent de SNFTK niet, maar daarom niet getreurd. Zij kan namelijk wel een beroep doen op de natuurarts Johan Bolhuis (die al als kind wist dat hij natuurgeneeskundige wilde worden), op Engelbert Valstar (Moermanarts en zelfbenoemd ‘orthomoleculair oncoloog’), niet meer op Hans Houtsmuller (inmiddels de 80 gepasseerd en overlever van huidkanker, niet in zijn eerste leugen gebarsten), maar nog wel op Hans Moolenburgh (stokoud gepensioneerd natuur- en huisarts, oud activist tegen drinkwaterfluoridering, schrijver van een boek over engelen en de man die de ‘explosie’ aan borstkanker toeschrijft aan de populariteit van de anticonceptiepil). Vermoedelijk informeert Claassen tegenwoordig echter vooral bij de ex-journalist Kees Braam of het wetenschappelijk gehalte van de ingediende onderzoeksvoorstellen door de beugel kan. Braam is fel aanhanger van Houtsmuller en was dat lange tijd ook van de Nederlands-Duitse kwakzalver Robert Gorter. Hij is tevens oprichter van de pro-alternatieve website Kanker-actueel, die voor zijn ‘voorlichtende functie’ ook geld krijgt van de SNFTK.
Braam mocht mee naar het VUmc toen Claassen laatst aan de kankeronderzoekers Meijerink en Van Bokhorst in het gezelschap van Wouter Bos een cheque ging overhandigen en beleefde zijn finest hour. Ook in het AMC zitten overigens onderzoekers (Heger c.s., afd. Experimentele Chirurgie) die geld aannemen van de SNFTK. Deze academische onderzoekers doen regulier onderzoek, maar krijgen bij de SNFTK alleen maar geld los als zij hun onderzoeksaanvragen zo framen dat Claassen en Braam denken dat er een natuurproduct en/of voeding in het spel is.

Academische onderzoekers, die even onder het juk van types als Braam en/of Valstar doorlopen: kleine moeite zou u denken, maar ik vind het een rotgezicht. Het blijft een vernedering. ‘Geld stinkt niet’ zei keizer Vespasianus toen hij geld ging vragen voor het gebruik van de openbare toiletten op het Forum Romanum. Maar dat gaat echt niet op voor het geld dat de SNFTK te verdelen heeft: voor een deel afkomstig van echt pro-alternatief geïnteresseerde donateurs (geen bezwaar tegen), maar deels zeker ook van mensen die denken het KWF te steunen en het verschil niet in de gaten hebben. Erger dus dan de geur van Vespasianus’ penningen is de lijkengeur van wijlen Moerman die kleeft aan de SNFTK-euro’s en ik vind het van de wetenschappers in VU en AMC – hoe keurig hun onderzoek ook moge zijn – onbegrijpelijk dat zij die stank voor lief nemen.

Naschrift 21 januari 2015 – discussie tussen Cees Renckens en Michal Heger

De heer Heger die in de column van Cees Renckens wordt genoemd, mailde aan Kloptdatwel het volgende:

‘Ik werd geattendeerd op het recentelijk artikel van Renckens waarin ik werd genoemd. Twee dingen die u mag weten:
1) De frase “Deze academische onderzoekers doen regulier onderzoek, maar krijgen bij de SNFTK alleen maar geld los als zij hun onderzoeksaanvragen zo framen dat Claassen en Braam denken dat er een natuurproduct en/of voeding in het spel is” is onjuist wat mij betreft. Jammer dat uw online forum in dit geval iets minder bedeeld lijkt te zijn in een ware vorm van journalistiek. Mijn onderzoek heeft niets te maken met voeding en ik propageer overal dat oraal gedoseerde curcumine niet werkt. Zie o.a. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24368738. Ben tevens een stuk voor het NTvG aan het schrijven dat dit juist propageert. Ik heb de subsidieaanvraag toegevoegd ter verificatie.
2) Renckens had ook mogen vermelden dat prof. Jan Paul Medema, de broer van de NKI director Rene Medema, eerder een subsidie had gekregen van het SNFTK dan ik. Hij heeft het anti-kanker effect van betulinezuur onderzocht op dat projectgeld, waarmee zeer goed onderzoek is afgeleverd. Uiteraard begrijp ik goed dat Renckens te laf is om dat te vermelden en hanteert mijn naam in een zin waar naar meerdere mensen wordt verwezen. De mogelijke implicaties van een dergelijk berichtgeving zijn duidelijk’.

Onze columnist Cees Renckens reageerde hierop als volgt:

De door mij genoemde onderzoeker Michal Heger reageerde op bovenstaande column in een felle brief waarin hij op hoge toon rectificatie van twee zaken eiste. De eerste betrof mijn constatering dat de SNFTK pas geld verstrekt aan onderzoekers als zij hun aanvrage zo framen dat er (tevens) sprake moet zijn van een natuurprodukt en/of voeding in de trial. Heger acht dat onjuist omdat het door hem onderzochte curcuma geen voedingsstof zou zijn en bij orale inname ook onwerkzaam is tegen kanker. Nee, het is geen voedingsstof, maar wel een natuurprodukt c.q. kruidenmiddel. Wat hier gerectificeerd moet worden, dat ontgaat mij derhalve.
Ook op het tweede punt is er geen sprake van rectificatie, maar verlangt Heger dat ik vermeld dat professor Jan Paul Medema (AMC) al eerder geld heeft aangenomen van ditzelfde look alike fonds. De reden dat ik dat niet vermeldde was volgens Heger lafheid – ik wist dat niet eens – en er zat duidelijk een bedoeling in om alleen hem zwart te maken. ’De mogelijke implicaties van een dergelijke berichtgeving zijn duidelijk’, aldus schrijft Heger. Ik begrijp hier niet waarop hij doelt. Mogelijk vreest hij een hetze mijnerzijds tegen zijn persoon, terwijl ik slechts met hem van mening verschil over de vraag of zichzelf respecterende academische onderzoekers geld moeten accepteren van een coterie waarin fondsdirecteur Claassen zich omringt met mensen als Bolhuis, Valstar, Braam en Moolenburgh.
Heger gaf ook inzage in zijn correspondentie met de VUmc-onderzoeker Meijerink, die ook SNFTK-geld heeft geaccepteerd en wel twijfels koesterde over de status van de SNFTK. In die mailwisseling slaat Heger stoere taal uit: het kan hem ‘geen Moerman schelen’ waar hij zijn geld vandaan haalt zo lang hij er uiteindelijk mogelijk patiënten mee kan helpen. Zijn positie is dus duidelijk en die wordt kennelijk door meer onderzoekers gedeeld, waaronder de eerder genoemde Medema. Hoe invoelbaar die keuze ook mogen zijn, zij is niet de mijne en ook zij zelf zullen heus wel ergens een grens trekken. Zou Heger geld accepteren van een crimineel als Holleeder of van de tabaksindustrie: ik denk het niet. Net als de SNFTK zouden zij natuurlijk goede sier maken met de ‘prettige samenwerking’ tussen geldschieter en gereputeerde onderzoekers en hun eigen status daarmee opleuken. Dat gunnen wij in elk geval de SNFTK niet. Zij riepen in 1999 dat je borstkanker kon krijgen van beugelbeha’s (directeur Neel Buijs) en nu dat je dat van de pil krijgt (Moolenburgh). Wat een continuüm van onzin en wat een treurig niveau.

De heer Heger antwoordt op de reactie van Cees Renckens:

Ik achtte het nodig om te reageren op het artikel van de heer Renckens omdat de associatie die de heer Renckens maakte tussen het AMC en de SNFTK gebaseerd is op een onjuiste premisse, waardoor het AMC in onnodig negatief daglicht wordt gezet. De premisse dat wij bij het SNFTK alleen maar financiering krijgen “als [wij onze] onderzoeksaanvragen zo framen dat Claassen en Braam denken dat er een natuurproduct en/of voeding in het spel is” kan nooit kloppen omdat de projecten van prof. Medema, mij en nog een andere collega hoogleraar ingediend waren voordat dhr. Claassen was aangesteld als directeur van de stichting. Jammer dat hier niet kritisch naar gekeken is (zelfs na mijn brief aan de KloptDatWel redactie), zeker in het licht van de historische samenvatting van de SNFTK in het oorspronkelijk artikel en de datum in de SNFTK subsidieaanvraag die ik had aangeleverd. Dat deel wilde ik graag gerectificeerd hebben omdat Heger c.s. nu afgeschilderd worden als, even wat gechargeerd gesteld, een groep wetenschapsprostituees die snel diep buigen voor onderzoekseuro’s van gure origine, terwijl de hele context waarop deze associatie gebaseerd is toen helemaal niet kon spelen.
Sterker nog, de stichting deed in die periode (2008, 2009) heel erg haar best om hoogkwalitatief onderzoek uit de ‘reguliere’ sector te financieren. Als de heer Renckens zijn huiswerk had gedaan en stellingen op de juiste manier had geïnterpreteerd en verwoord (in zijn reactie weer niet het geval, helaas, bijv. hoe weet hij wat de positie is van prof. Medema zonder hem daarover gesproken te hebben?), dan had ik me niet hoeven buigen over dit soort zaken en had ik mij iets meer bezig kunnen houden met activiteiten die er echt toe doen: kankeronderzoek. Inderdaad: met SNFTK-euro’s, maar dat maakt mij niet uit in dit geval, zolang er robuust wetenschappelijk onderzoek mee gedaan wordt in de lijn van Paul Knipschild’s Lancet artikel (Lancet 1993 May 1;341(8853):1135-6). In dat opzicht zijn we allemaal eensgezind tegen kwakzalverij en kan ik me absoluut verenigen met dat respectievelijk deel van de Renckensiaanse gedachtengang. Maar ik vraag de lezers vriendelijk om het AMC te ontkoppelen van de associatie met een geldschieter zoals die door de heer Renckens is afgeschilderd, want de gronden die hiervoor aangedragen worden zijn, wat de AMC onderzoekers betreft, iets te kwakzalverig.

Cees Renckens antwoordt ten slotte:

Heger heeft veel woorden nodig om aan te tonen dat het er bij de SNFTK voor 2012, toen Buijs aftrad als directeur en werd opgevolgd door Claassen ook al prima toeging en dat er veel regulier onderzoek werd gesponsord. De niet te controleren jaarverslagen van de SNFTK weerspreken dat en Buijs kakelde er op los over borstkanker als gevolg van afgeklemde lymfebanen bij beugelbeha’s en was voorstander van onderzoek naar de Aqua Tilis therapie van de Eindhovense kwakzalver Essaidi, die vrije radicalen afwaste met een ruw washandje. En ze werkte samen met Valstar.
Voor het loskoppelen van AMC en dubieuze geldschieters geeft Heger geen argumenten anders dan zijn angst voor reputatieverlies. Maar die heeft zij toch zelf over zich afgeroepen door zich – en hetzelfde geldt voor de VU-groep die dit stinkende geld aanneemt – te encanailleren met Braam, Bolhuis, Moolenburgh en dergelijken. De VU-groep framede zijn onderzoek naar de eisen van de SNFTK door aan hun zeer reguliere experimentele behandeling van pancreaskanker een diëtiste toe te voegen, alsof de exocriene functie van het pancreas en de spijsvertering de grootste zorg is van een oncoloog.
Wie geld geeft aan de SNFTK die moet ook weten dat hij Kees Braam met zijn mallotige website www.kanker-actueel.nl financieel steunt. En die Braam, die weet echt van zijn gezond niet af, langjarig bewonderaar van Houtsmuller en Gorter als hij is. Van zulke mensen zouden zichzelf respecterende onderzoekers verre moeten blijven.