Facilitated Communication wat was dat ook al weer? Het gaat om een methode die personen met een ernstige verstandelijke handicap in staat zou stellen om op een normaal niveau te communiceren. Een facilitator helpt de gehandicapte door meestal zijn arm ‘losjes’ vast te houden zodat die woorden en letters op een bord of toetsenbord kan typen. Sommige personen met een ernstige vorm van autisme, haalden met deze hulp zelfs academische titels. De methode deugt echter van geen kanten. In werkelijkheid is het de facilitator die volledig de inhoud van de communicatie bepaalt. En dat hoeft die zelf helemaal niet door te hebben, zo sterk is de illusie.

In deze korte TEDx talk legt Matthew T. Brodhead, assistant professor Educational Studies aan Purdue University, nog een keer duidelijk uit waarom deze waanzin moet stoppen.

Brodhead noemt in zijn praatje een bijzonder lezenswaardige artikel dat recent in The New York Times verscheen: The Strange Case of Anna Stubblefield. Stubblefield is schuldig bevonden aan aanranding van een 30-jarige man voor wie ze had opgetreden als facilitator en die waarschijnlijk de mentale capaciteiten van een tweejarig kind heeft. Zij had het stellige idee opgevat dat ze een gelijkwaardige liefdesrelatie hadden opgebouwd. Deze zaak laat zien dat zelfs hooggeleerde mensen, Stubblefield was associate professor ethiek, zichzelf enorm kunnen misleiden met dramatische gevolgen.

In Nederland kwamen de casussen van Thiandi Grooff en Niek Zervaas in de publiciteit. Die eerste is wel illustratief voor hoe ver je het met Facilitated Communication in het onderwijs kunt schoppen: Thiandi haalde in 2013 een bachelordiploma aan het Amsterdam University College. En wat schadelijke kanten van deze onzinmethode betreft: bij Niek Zervaas was er sprake van dat hij zou hebben aangegeven te willen stoppen met zijn medicijnen, ondanks dat hij besefte dat dat ernstige risico’s voor zijn gezondheid met zich mee zou brengen. In de documentaire die over hem gemaakt was, leek het er sterk op dat men inderdaad gevolg had gegeven aan die wens. Maar na ophef over dit punt, verklaarden de ouders dat het stoppen met de medicijnen nog in het stadium van overleg was geweest met de neuroloog en dat het dus niet had bijgedragen aan zijn overlijden.