Panspermie is het idee dat het leven op aarde niet alleen van hier afkomstig is, maar dat er vanuit de ruimte micro-organismen zijn neergedaald op onze aardkloot, meegelift op kometen en ander ruimtepuin. Dat zou dan kunnen gaan om kleine stukjes DNA die hun weg vinden in het genoom van reeds aanwezig leven of zelfs om complete organismen die zich op aarde verder weten voort te planten. Met name Fred Hoyle en Chandra Wickramisinghe hebben aan de weg getimmerd met dit idee, dat ook bekend staat als het Hoyle–Wickramasinghe model.

De Australische moleculair immunoloog Edward J Steele schreef recent met een hele zwik co-auteurs een overzichtsartikel over deze hypothese, getiteld Cause of Cambrian Explosion – Terrestrial or Cosmic? in het blad Progress in Biophysics and Molecular Biology. Volgens hen is er voldoende reden om er serieus naar te kijken:

In our considered view the totality of the multifactorial data and critical analyses assembled by Fred Hoyle, Chandra Wickramasinghe and their many colleagues leads to the bare minimum yet plausible scientific conclusion – that life was seeded here on Earth by life-bearing comets as soon as conditions on Earth allowed it to flourish

Voor een wetenschappelijk artikel is dit zeer leesbaar geschreven, zonder al te veel technische details. De bedoeling van  de auteurs is namelijk de H-W hypothese meer bekend te maken in de verschillende vakgebieden die het raakt. Dat de theorie nu nog niet bepaald serieus wordt genomen, blijkt ook wel dat het artikel niet zonder slag of stoot is gepubliceerd. Een aantal aangezochte reviewers weigerden het stuk te bekijken of raadden aan het niet te publiceren. En sommigen conclusie gaan inderdaad wel erg ver.

Octopus vulgaris (foto: J. Müller | Flickr)

Een opvallend stuk in het artikel gaat over de evolutie van octopussen, die zou ergens veel te snel zijn gegaan, moeilijk verklaarbaar vanuit een louter aards perspectief. Een betere verklaring, volgens de auteurs dan, zou zijn dat die evolutie een ‘handje is geholpen’ door de introductie van kant-en-klare genen vanuit de ruimte:

Unless all the new genes expressed in the squid/octopus lineages arose from simple mutations of existing genes in either the squid or in other organisms sharing the same habitat, there is surely no way by which this large qualitative transition in A-to-I mRNA editing can be explained by conventional neo-Darwinian processes, even if horizontal gene transfer is allowed. One plausible explanation, in our view, is that the new genes are likely new extraterrestrial imports to Earth – most plausibly as an already coherent group of functioning genes within (say) cryopreserved and matrix protected fertilized Octopus eggs.

Zie hier, complete octopussen die als eitjes vanuit de ruimte onze aarde zijn komen binnenvallen. Dat dit voor traditionele biologen best even slikken zal zijn, zien de auteurs ook wel:

However, it is also clear that to accept such a proposition also requires that we diminish the role for highly localised Darwinian evolution on Earth which is likely to be strongly resisted by traditional biologists. That should not, of course, be of concern as the focus of our attention, for general evolutionary molecular processes, now shifts to the Cosmos and beyond our immediate solar system.

De suggestie dat octopus-DNA zo vreemd is dat het niet van deze wereld lijkt, leidde een paar jaar terug al tot speculatieve krantenartikelen, die in feite alleen gebaseerd waren op een onhandige uitspraak van een van de auteurs van een studie waarin het hele genoom van de dieren was ontrafeld (zie Snopes). En meer dan het gegeven dat het genoom van de octopus erg gecompliceerd is en misschien (nog) niet goed verklaard kan worden bij onze huidige evolutionaire modellen, geeft Steele niet als argument voor een buitenaardse oorsprong. In die zin verschilt het niet veel van het argument van aanhangers van Intelligent Design, dat bijvoorbeeld het oog te ingewikkeld is om ontstaan te kunnen zijn via evolutie.

In een naschrift schrijven de auteurs terecht dat deze vergezochte theorie in principe getoetst kan worden. Het vinden van micro-organismen in de ruimte die duidelijk niet afkomstig kunnen zijn van aarde, zou de hypothese een stuk aannemelijker maken. Fijntjes merken ze op dat er onlangs op de buitenkant van het International Space Station bacteriën zouden zijn gevonden, waarvan het heel onwaarschijnlijk is dat ze vanaf aarde zijn meegereisd of dat er later besmetting is opgetreden vanuit het ruimtestation (zie ook Bacteria found on International Space Station may be alien in origin, says cosmonaut). Dat onderzoek is inmiddels gepubliceerd, maar de auteurs zijn daar duidelijk veel minder pessimistisch over de mogelijkheid van besmetting vanaf aarde.

Ondanks het speculatieve karakter is het in ieder geval een aardig overzichtsartikel met verwijzingen naar het best beschikbare bewijs voor de theorie. Veel van dat bewijs is echter al wel behoorlijk gekraakt door critici en dat staat lang niet altijd vermeld in het artikel. Een voorbeeld dat mij opviel is een onderzoek naar een vermeende meteoriet die gevonden is in Sri Lanka, waarin fossiele zouden zijn gevonden. Steele en zijn companen schrijven nu: “The most recent discovery of microbial fossils in meteorites that fell in Sri Lanka in 2012, and the unequivocal determination (based on Oxygen isotope data) that the rocks are not of Earth origin provides further strong evidence of panspermia (Wallis et al., 2013).” terwijl er goede redenen zijn om dat met een flinke korrel zout te nemen (zie Fossielen aangetroffen in meteoriet?).

via Octopuses are from space, say scientists (The Australian)