• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Martin Bier

– De GloeilampenTrust – Lichtopbrengst, Levensduur en Antons Angstvisioen

15 July 2026 by Martin Bier 5 Comments

Zo’n halve eeuw geleden werd de gedachte als zoude het economisch bestel op grote schaal gesaneerd moeten worden vaak geïllustreerd aan de hand van de gloeilamp. Deze zou namelijk expres zó gemaakt worden dat ie snel doorbrandt en vervangen moet worden. Het was gemakkelijk dit af te doen als een broodje-aapverhaal. Een vrije markt zou aan dergelijke afzetterij tenslotte snel een eind maken. Maar het blijkt waar te zijn … er was een heus kartel om branduren en concurrentie te beperken.

Reviaanse Miskleun

Wie in de 70er jaren van de vorige eeuw goed ingelicht en maatschappelijk geëngageerd wilde overkomen, die bracht in de kroeg of op een borrel altijd even en passant naar voren dat het heel eenvoudig was om een gloeilamp te produceren die langer brandt dan de gangbare gloeilamp. Echter, boosaardige en op winst beluste multinationals maken gloeilampen doelbewust zo dat ze snel doorbranden. Op die manier worden verkoop en inkomsten op peil gehouden. Het gezelschap knikte dan doorgaans instemmend. Vanzelfsprekender kon het toch eigenlijk niet.

Tussen al die bijval was ik geneigd tot skepsis. Als het echt zo is, waarom gaan progressieve TU studenten in Delft en Eindhoven die multinationals dan niet ondermijnen en de werkende klasse verheffen d.m.v. grootschalige fabricatie van eeuwigbrandende gloeilampen? Dat moet toch een fluitje van een cent zijn! In 1978 verscheen “Uren met Henk Broekhuis” – een boek waarin veertig NRC-columns van Karel van het Reve gebundeld waren. In elk van die stukjes ging het erom een algemeen geaccepteerde gemeenplaats onderuit te halen. Ik was ermee in m’n nopjes want ’s Neerlands meest vermaarde essayist formuleerde in één van z’n stukjes precies ook mijn gedachte over ‘t gloeilampenkartel en de studentikoze verwoesting ervan.

Echter, Karel en ondergetekende hadden ‘t bij het verkeerde eind. Er was een samenzwering van elektronicaconcerns die had vastgesteld dat een gloeilamp 1000 uren meegaat. Wie zich er niet aan hield, die betaalde boete. “Samenzwering” is eigenlijk te sterk uitgedrukt, want geheim was het niet.

Hoe een Gloeilamp Werkt

Wanneer materiaal erg heet wordt, dan gaat het gloeien, i.e. licht uitstralen. Een gasvlam en smeulende houtskool zijn voorbeelden uit het alledaagse leven. De meeste vaste materialen zijn niet bestand tegen de hoge temperaturen die hiervoor nodig zijn. De gloeidraad in een lamp is daarom gemaakt van wolfraam – een zwaar metaal met een hoog smeltpunt. De lucht in de glazen bol van de lamp bevat geen zuurstof en daarmee wordt ook oxidatie voorkomen.

- De GloeilampenTrust - Lichtopbrengst, Levensduur en Antons Angstvisioen 1
Standbeeld van Anton Philips (1874-1951) voor het Station Eindhoven Centraal. Tussen de wereldoorlogen bouwde hij een familiebedrijf uit tot een internationaal elektronicaconcern. (Wikimedia Commons)

Als er elektrische stroom door een draad vloeit dan is er wrijving, i.e. weerstand, en dit veroorzaakt hitte. Bij een dunnere draad is er minder ruimte voor de stroom en dus meer elektrische weerstand. De draad gloeit dan helderder. Bij eenzelfde stroom geeft een dikkere draad minder licht.

De gloeidraad verslijt in de loop der tijd. Er verdampt wolfraam en de gloeilamp bereikt het eind van z’n levensduur als de verzwakte draad bezwijkt onder z’n eigen gewicht.

De uiteindelijke draaddikte is een compromis. Een heel dunne draad geeft veel licht, maar wordt ook erg heet en zal snel slijten en breken. Een dikkere draad geeft minder lichtopbrengst, maar heeft een langere levensduur.

Het Phoebus Kartel

“Phoebus” is een Oudgrieks woord voor “helder” of “stralend.”  Het was deze naam die gloeilampfabrikanten van over de gehele wereld aan hun kartel gaven. Het kartel werd opgericht in 1924 en Philips en General Electric waren er ook bij. Schroefdraadfittingen kregen toen hun nog altijd gangbare afmetingen. Maar het was niet alleen zinvolle regelgeving m.b.t. compatibiliteit. Er werden ook afspraken gemaakt over de verdeling en de controle van de handel. De levensduur van een gloeilamp zou universeel 1000 uur zijn. Het kartel runde een centraal laboratorium in Zwitserland waar gloeilampen van over de gehele wereld getest werden. Anton Philips zou n.a.v. een Phoebus rapport nog eens opgemerkt hebben: “Na de enorme inspanningen die we hebben geleverd om af te rekenen met het tijdperk van lampen met een lange levensduur, is het van het grootste belang dat we niet in hetzelfde moeras terugvallen door geen rekening te houden met voltages en lampen te leveren die een zeer lange levensduur hebben.”

De markt bleef stevig dichtgetimmerd totdat het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de handhaving van kartelafspraken onmogelijk maakte. Na de oorlog was het een aflopende zaak. Octrooien op gloeilamptechnologie waren verlopen en een rechtbank in de Verenigde Staten oordeelde in 1951 dat de 1000-uren overeenkomst illegaal was. Maar het was mosterd na de maaltijd aangezien ongeveer de helft van alle kunstmatige verlichting in de VS toen al met tl-buizen gebeurde. Tl-buizen hebben tienmaal de levensduur van een gloeilamp en geven pakweg vijfmaal zoveel licht bij hetzelfde elektriciteitsgebruik.

- De GloeilampenTrust - Lichtopbrengst, Levensduur en Antons Angstvisioen 2
V.l.n.r.: Een gloeilamp, een tl-lamp en een ledlamp. De tl-lamp is efficiënter en heeft een langere levensduur dan de gloeilamp. Op dezelfde manier is de ledlamp een verbetering ten opzichte van de tl-lamp.

Het is kort door de bocht om te stellen dat het met het Phoebus kartel om een perfide complot gaat om de consument nodeloos op kosten te jagen. Zoals gezegd, een gloeilamp met een dikkere draad heeft bij eenzelfde stroomsterkte een langere levensduur. Maar je hebt twee van zulke gloeilampen nodig om de gewenste hoeveelheid licht op je bureau te krijgen, i.e. tweemaal de elektriciteitsconsumptie. Met andere woorden, je brengt je geld óf naar Philips óf naar N.V. Nuon. Echter, het zou Philips en z’n trawanten gesierd hebben, indien ze die keus aan de consument hadden gelaten.

Uitfasering

Anton Philips zag de bui al vroeg hangen en schreef op 3 september 1938 in een brief aan de directeur van General Electric het volgende over de ontwikkeling van tl-buizen: “We hebben al veel van die buizen die 3000 tot 4000 uur branden, met een omzetverlies van ongeveer 30%. Het zou dus kunnen dat we een deel van de gewone lampen met een levensduur van 1000 uur gaan vervangen door buizen die momenteel 3000 tot 4000 uur meegaan – met dat omzetverlies van 30% – maar die in de toekomst misschien wel 6000 of 8000 uur zullen branden. We zouden kunnen proberen buizen te produceren van een kwaliteit die niet zo uitzonderlijk hoog is, maar we weten allemaal dat wanneer er concurrentie ontstaat (aangezien de patenten niet erg sterk zijn) en onze concurrenten een lamp op de markt brengen met een extreem lange levensduur, wij hen zullen moeten volgen. Het zou kunnen blijken dat deze nieuwe uitvinding financieel gezien geen aantrekkelijk vooruitzicht is voor onze beide bedrijven.”

De spaarlamp kwam in de 80er jaren in de verkoop. Dit is een opgerolde of opgevouwen tl-buis met een fitting die in de houder voor een gloeilamp past. De gloeilamp werd hiermee overbodig en sinds 2013 mogen er in de EU geen gloeilampen meer geproduceerd of geïmporteerd worden.

- De GloeilampenTrust - Lichtopbrengst, Levensduur en Antons Angstvisioen 3
Gloeilamp met gebroken gloeidraad (Flickr)

Op dezelfde manier als waarop de tl-lamp superieur is aan de gloeilamp qua lichtopbrengst en levensduur, zo is ook de ledlamp superieur aan de tl-lamp. Voor sportvelden, wietteelt, straatverlichting en huis-tuin-en-keuken-gebruik wordt er nu op grote schaal overgegaan op de ledlamp. De tl-buis die eens het moderne alternatief voor de gloeilamp was, die is nu zelf hopeloos verouderd.

Met z’n ruwweg 20.000 branduren zou de ledlamp het ultieme angstvisioen van Anton Philips geweest zijn. Maar hij heeft het niet meer hoeven meemaken. Hij overleed in 1951.

Filed Under: Algemeen, Complottheorieën, Wetenschap Tagged With: complot, wetenschap

Kouwe drukte in het zonnestelsel

13 April 2026 by Martin Bier 3 Comments

Probleemstelling

‘s Werelds meest vooraanstaande astrofysici hebben in 2006 op een grote conferentie in Praag besloten dat Pluto niet langer een “planeet” is. Gepassioneerde debatten zijn er gevoerd. Er zijn comités en subcomités gevormd en er is met vuisten op tafels geslagen.

Kouwe drukte in het zonnestelsel 4
Pluto is gemiddeld veertigmaal zo ver van de zon verwijderd als de aarde en is kleiner dan onze maan. (foto: NASA)

Ook na het besluit is het niet stil geworden. Op de campus van Pluto’s ontdekker is gedemonstreerd. Astrologen in Myanmar gaven de wereld te verstaan zich niet bij de nieuwe nomenclatuur neer te leggen. In Myanmar bleef Pluto een planeet omdat de stand van Pluto blijkbaar essentieel is in de Myanmarese wijze van horoscopen trekken.

Recentelijk is de discussie opnieuw opgelaaid. Het is Jared Isaacman die sinds eind 2025 bij de NASA aan het hoofd staat. Hij is een rijke ondernemer met goede politieke connecties, maar behalve een onlinegraad in de luchtvaartkunde heeft hij geen noemenswaardige wetenschappelijke kwalificaties. Isaacman heeft er recentelijk bij president Trump op aangedrongen om een presidentieel decreet uit te vaardigen en “Make Pluto Planetary Again.” De acteur William Shatner (Kapitein Kirk uit de oorspronkelijke Star Trek), Elon Musk en een aantal leden van het Amerikaanse Congres hebben zich bij deze oproep aangesloten.

Precedent

Dat het met naamgeving gevoelig kan liggen, werd me voor het eerst duidelijk in de tweede en derde klas van de middelbare school. Ik was toen goed bevriend met Maarten Aardgaren.

Maarten had een ongebruikelijke familieachtergrond. Zijn moeder was overleden toen hij nog maar een jaar of vijf oud was. Z’n vader was toen al 55 jaar oud. Drie jaar na het overlijden van die moeder liep Pa Aardgaren tegen een enorme erfenis aan. De meeste Nederlanders zouden in zo’n situatie lekker zijn gaan vutten. Maar niet Pa Aardgaren. Pa Aardgaren zat berstensvol energie. Voor Pa was dit de kans om eindelijk een droom te verwezenlijken die hij al z’n hele leven lang gekoesterd had. Hij begon een heuse viskwekerij!

Hij kocht een boerderij en liet twee bassins aanleggen van zo’n 80 meter lang en 40 meter breed. Wat voor vissen hij daarin kweekte, weet ik niet meer. Maar ze waren in ieder geval behoorlijk groot.

Ik schrijf expres “bassins,” want de nomenclatuur bleek een gevoelige zaak met Pa Aardgaren. Als je het toevallig had over “vijvers,” “visvijvers,” “teelvijvers” of “kweekvijvers,” dan kon Pa behoorlijk poestig worden. “’t Benne geen vijvers, verdomme, ‘t benne meren!” riep hij dan uit.  “Vijvers, dat is waar al dat nieuwbouwvolk ze goudvissies in laat zwemme. Sodeju! Dit hier benne meren!” Het was dan zaak hem onmiddellijk volmondig gelijk te geven.

In de loop van de jaren dat ik omgang had met Maarten werd de “geen vijvers, maar meren”-fixatie van Pa steeds sterker.  Ik weet nog goed hoe we bij Maarten in de bijkeuken eens een keer aan het Monopoly-en waren.  Plots kwam Pa zwaar ademend binnenbenen. Zonder aanleiding bracht hij zijn gezicht vlak bij het mijne en brieste “BEWIJS jij mij maar eens, jochie, dat dat geen meren zijn!  Bewijs jij maar eens dat dat vijvers zijn! Dat kun je niet! Dat kun je gewoon niet, omdat het niet kan!” Hij riekte sterk naar uien en rispte veel speeksel op. Ik stamelde vervolgens iets als “Nou ja, zo belangrijk is dat toch niet. Het heeft toch eigenlijk niets om ‘t lijf.” Maar echt sussen deed dat de situatie niet. Pa Aardgaren beukte met z’n vuist op tafel en de pionnen, dobbelstenen en hotels vlogen daarbij van het bord af. Nog een paar minuten lang oreerde hij over hoe het wetenschappelijk onweerlegbaar en visserijkundig klaar als een klontje was dat die vissen daarbuiten in “meren” zwommen. Hij dreigde dat ie de misvatting dienaangaande kwaadschiks de wereld uit zou helpen indien mocht blijken dat het niet goedschiks kon.

Later heb ik ook nog eens gehoord over hoe Maarten een klasgenootje mee naar huis had genomen dat Theo van de Vijver heette. “Van de Vijver? … ” Pa Aardgaren was nogal uit het veld geslagen en moest, zo vertelde Maarten mij nadien, in eerste instantie gedacht hebben dat ie in de maling werd genomen. De altijd pientere en erudiete Theo was allesbehalve uit het veld geslagen en meldde onmiddellijk dat het Nederlandse woord “vijver” was afgeleid van het Latijnse “vivere,” wat “leven” betekent! Pa Aardgaren verklaarde daarop “skoit” te hebben aan Latijn en voegde eraan toe dat dat vijvervolk die graat maar eerst eens uit z’n keel moest laten trekken.

Veel later, toen ik al in Amsterdam studeerde, ben ik Maarten nog eens tegengekomen toen we alletwee meededen aan dezelfde 10 kilometer strandloop in Egmond aan Zee. In een strandtent hebben we na het draven met koffie en appelgebak nog wat zitten kouten over die vader en over die bassins. Uiteindelijk is de arme Pa Aardgaren volkomen doorgedraaid toen z’n kwekerij door de gemeente werd geconfiskeerd om plaats te maken voor een nieuwe woonwijk. De gemeente is nog wel zo goed geweest om Pa Aardgaren de eerste keus te geven voor een 55plus-woning in die nieuwe woonwijk. Maarten zat in die dagen gelukkig al lang en breed op de TH in Delft. Echt opgebeurd door die eerste keus werd Pa Aardgaren niet. Een paar jaar na de gedwongen verhuizing naar de 55plus-nieuwbouwwoning is ie op een nacht met z’n fiets in de eendenvijver van de nieuwe woonwijk terechtgekomen. Drank en valium bleken een rol te hebben gespeeld. Volgens de autoriteiten was ‘t een ongeluk. Volgens Maarten was ‘t zelfmoord.

Conclusies

Ik was in 2006 niet aanwezig op die conferentie in Praag. Was ik er wel geweest, dan zou ik de verzamelde menigte aldaar over Pa Aardgaren hebben verteld. En mocht Trump mij ooit audiëntie verlenen in het Witte Huis en mij verzoeken een standpunt te formuleren in De Kwestie Pluto, ook dan zou ik van Pa Aardgaren verhalen.

Een nuchter denkend mens moet toch in kunnen zien wat elke blauwe reiger reeds weet: dat het voor de kwaliteit en de kwantiteit van de vis niet uitmaakt of je die bassins nu als “vijvers” of als “meren” kwalificeert. Op dezelfde manier gaat de materie in ons zonnestelsel zich niet anders gedragen naar aanleiding van een nieuwe categorisatie van Pluto. Ook zie ik niet in waarom Myanmarese astrologen zich iets aan zouden moeten trekken van het etiket dat een groepje astrofysici op Pluto plakt. Het staat iedere sterrenwichelaar vrij hemellichamen op eigen manier in te delen en de lotsvoorspellingen waar het tenslotte om gaat, op eigen manier af te leiden.

Kouwe drukte in het zonnestelsel 5
De man die zichzelf eens omschreef als “a very stable genius” … Zal hij Pluto opnieuw tot planeet bombarderen? (foto:Rawpixel)

Het volgende moet duidelijk zijn. Ten eerste wordt wetenschappelijk debat niet beslecht door middel van presidentieel decreet, pauselijke verordening of volksstemming. De aarde is rond, ook als de hele wereld unaniem van mening is dat ze plat is. Ten tweede gaat het met “Pluto – planeet of niet!” natuurlijk niet om een wetenschappelijk debat. Wetenschap verklaart waarom de zaken zijn zoals ze zijn. “Wel of niet een planeet” – dat is geen wetenschappelijke, maar een semantische kwestie. Definities in het algemeen zijn woordenbrij en hebben niets van doen met wetenschappelijke informatie of wetenschappelijk inzicht.

Filed Under: Wetenschap, Algemeen, Skepticisme, Uit het nieuws Tagged With: donald trump, kritisch denken, Pluto, wetenschap

De Opkomst en Ondergang van het Mpemba Effect

7 June 2022 by Martin Bier 1 Comment

Warme vloeistof bevriest sneller dan koude vloeistof. De middelbare scholier Erasto Mpemba zou dit in 1963 ontdekt hebben. Het blijkt hier echter te gaan om een misvatting met een lange geschiedenis.

De Assepoester van Tanzania

Het was bij het maken van ijsco’s op school dat de 13-jarige Erasto Mpemba bemerkte dat het mengsel van melk en suiker sneller bevriest wanneer je het warm in de vrieskast zet. Dit was in 1963 in wat nu Tanzania is. Toen Erasto vervolgens op verder onderzoek hierover uitging werd hij weggehoond door z’n natuurkundeleraren met de mededeling dat dat onzin was. De ijsboeren op straat daarentegen bleken allen zeer bekend met het verschijnsel. Enige jaren later kwam de vooraanstaande Britse fysicus/diplomaat Denis Osborne naar de middelbare school van Erasto om er een gastpresentatie te geven. Toen er gelegenheid was om vragen te stellen bracht de jonge Erasto nogmaals z’n ontdekking naar voren. Wederom was er laak van de kant van medescholieren en leraren. Maar de gedistingeerde Brit was geïntrigeerd en voerde na terugkomst in Dar es Salaam een aantal experimenten uit waarbij hij geen ijsco’s bevroor maar gewoon water. Dit resulteerde in 1969 in een artikel in het tijdschrift Physics Education. Erasto Mpemba had uiteindelijk gelijk! Het artikel van Mpemba en Osborne is goed leesbaar en het is inmiddels een klassieker. [Read more…] about De Opkomst en Ondergang van het Mpemba Effect

Filed Under: Wetenschap Tagged With: kritisch denken, wetenschap

De Twijfelachtige Natuurkunde van Conservapedia

30 May 2021 by Martin Bier 18 Comments

Conservapedia afficheert zichzelf als een alternatief voor Wikipedia voor mensen met een conservatieve kijk op het leven. Op zich is daar niets mis mee. In zaken als geschiedschrijving is het tenslotte moeilijk om een verhaal te formuleren waarvan iedereen het erover eens is dat het ideologisch ongekleurd is. In de natuurkunde, daarentegen, is het doorgaans heel duidelijk wat correct en incorrect is. Meetresultaten en logica laten weinig ruimte tot manoeuvreren. En waar je ook op stemt, naar omlaag vallen door de gravitatie doe je allemaal. Bij Conservapedia, echter, wordt ook de koning der wetenschappen meedogenloos gepolitiseerd. Wat er wordt beweerd over relativiteitstheorie en kwantummechanica heeft weinig te maken met vakkennis en veel met ideologische bevlogenheid. Conservapedia handelt hiermee in een bedenkelijke traditie.

Conservapedia is een initiatief uit 2006 van de conservatieve activist Andrew Schlafly. Waar de Engelstalige Wikipedia meer dan 6 miljoen artikelen heeft, daar zit Conservapedia anno 2021 net boven de 50.000. Conservapedia heeft uitsluitend Engelstalige artikelen, maar het is dan ook bedoeld om uitdrukking te geven aan een Amerikaans, conservatief en christenfundamentalistisch perspectief.

[Read more…] about De Twijfelachtige Natuurkunde van Conservapedia

Filed Under: (Bij)Geloof, De ideeën van, Pseudowetenschap, Wetenschap Tagged With: onzin, religie, wetenschappelijk integriteit

Stapelgate en de Ondoorgrondelijkheid van de Wetenschapsfraude

23 June 2020 by Martin Bier 12 Comments

Stapelgate en de Ondoorgrondelijkheid van de Wetenschapsfraude 6
Diederik Stapel (uit een interview)

Het is inmiddels al bijna tien jaar geleden dat Diederik Stapel na jaren van wetenschappelijke fraude door de mand viel. Het haalde zelfs de New York Times. In het jaar daarna schreef hij een boek van meer dan 300 pagina’s. Het boek is een autobiografie, een schuldbekentenis, een zelfanalyse, een inleiding tot wat eens z’n vakgebied was en een beschrijving van het leven aan het front van de wetenschap. Na het lezen van het boek heb ik ook het rapport van de Commissie Levelt gelezen en interviews bekeken die op Stapels eigen website staan. Maar uiteindelijk ben ik met veel vragen blijven zitten.

Precedenten

In z’n boek en in interviews beschrijft Stapel z’n wetenschappelijke fraude verschillende malen als “sjoemelen.”  Het zou hiermee volgens hem gaan om een verschijnsel dat algemener is dan gedacht wordt. Het gebeurt inderdaad dat wetenschappers hun data oppoetsen, masseren en bijstellen. “Outliers” in een dataset worden vaak weggegooid. Maar het is erg zeldzaam dat iemand het prestigieuze wetenschapsperiodiek Science haalt met de beschrijving van een onderzoek dat nooit plaatsgreep en data die gefingeerd zijn. Inmiddels zijn 58 artikelen van Stapel ingetrokken. Op de wereldranglijst voor de meeste intrekkingen neemt hij hiermee thans de vijfde plaats in.  Dat is toch wel meer dan wat “sjoemelen.”

In de natuurkunde hadden we in 2002 het “Schön Schandaal.” Bij het lezen van Stapels boek moest ik verschillende malen terugdenken aan een boek over het Schön schandaal. Zo’n dertig jaar oud was Hendrik Jan Schön in 2002 en net gepromoveerd aan de Universiteit van Konstanz. Hij had een onderzoeksbaan bij Bell Labs in New Jersey en werkte aan de constructie van organische moleculen met unieke elektrische eigenschappen. In 2000 en 2001 was er bijna iedere week een baanbrekend artikel waarop Schön de eerste auteur was. Het ging steevast om mijlpalen waarvan men wist dat ze in het verschiet lagen, maar waarbij werd gedacht aan een termijn van nog zo’n vijf á tien jaar. Hij leek op een Nobelprijs af te stevenen totdat, in het voorjaar van 2002, alles tot een einde kwam. Resultaten bleken gefingeerd te zijn. Iemand merkte dat precies dezelfde grafiek voorkwam in twee verschillende artikelen over twee geheel verschillende onderwerpen. Dat zelfs de ruis in de twee grafieken identiek was, dat was een beetje té toevallig. Men begreep toen ook al snel waarom laboratoria in de gehele wereld er steeds maar niet in geslaagd waren om Schöns prachtige resultaten te reproduceren. Schön zelf heeft zich naderhand nooit laten interviewen over de zaak. Dat is jammer. Ik had indertijd graag geweten wat iemand ertoe drijft om grootschalig te frauderen en dat te doen op een manier die uiteindelijke ontmaskering eigenlijk onvermijdelijk maakt.

Diederik Stapel zit wat betreft de openheid van zaken volledig aan het andere eind van het spectrum. In z’n boek “Ontsporing” legt hij z’n ziel volledig bloot. Gemoedstoestanden, ambities, twijfels, successen en teleurstellingen, privé en professioneel, en vanaf z’n vroege jeugd tot na het schandaal – alles staat erin.  Ook heeft hij zich veel op televisie laten interviewen en de interviews staan op z’n eigen website.

Meesterverteller

Het moet gezegd worden dat Diederik een goed schrijver is. Elk woord staat op de juiste plek.  Zinnen en alinea’s volgen elkaar vloeiend op. Nooit is er een voornaamwoord, een die, dat, of het, waarvan je niet weet waarop het terugslaat. Nooit hoef je een zin of alinea een paar keer te herlezen voordat je begrijpt wat er bedoeld wordt. Als lezer blijf je steeds nieuwsgierig naar wat er volgt en het leest soms als een verhaal van een meesterverteller uit de wereldliteratuur.

Ook de manier waarop het boek in hoofdstukken is verdeeld is effectief. Het eerste hoofdstuk beschrijft de stressvolle momenten toen alles begon in te storten. Een collega had hem verteld dat er twijfels waren gerezen met betrekking tot de waarachtigheid van z’n data. Diederik reist af naar Zwolle en naar Groningen. Dat waren de plaatsen waar hij z’n vragenlijsten zou hebben laten invullen. In de auto neemt hij in gedachten mogelijke scenario’s door – scenario’s voor de verhoren die hem te wachten staan. In het tweede hoofdstuk vertelt hij van z’n jeugd, z’n tijd aan de middelbare school en het jaar aan een Amerikaanse universiteit. Hij groeit op in Oegstgeest in een hogere-middenklasse-milieu. Het is een zorgeloze jeugd in een harmonisch gezin. Hij gaat gemakkelijk met mensen om en hij heeft een levendige interesse in wetenschap in cultuur. Hij heeft moeite met de keuze van een studie, maar hij komt uiteindelijk terecht in de sociale psychologie.

Sociale Psychologie

Stapelgate en de Ondoorgrondelijkheid van de Wetenschapsfraude 7
Het resultaat van een websearch naar Stapels artikel van 2011 in Science.

De sociale psychologie gaat erover hoe menselijk gedrag wordt beïnvloed door omgeving en omstandigheden. Het is eigenlijk de meest blijmoedige tak van de psychologie. Veel psychologie gaat over onontkoombare zaken als genen, neurotransmitters, persoonlijkheidsstoornissen en DSM-5. Maar voor de sociale psychologie is de mens kneedbaar en de samenleving daarmee maakbaar. In april van 2011 had Diederik een artikel in het prestigieuze periodiek Science. In het artikel wordt aangetoond dat racisme en vooroordeel consequenties zijn van een rommelige omgeving. In een straat vol vuilnis zoekt een mens compensatie door het creëren van een ordentelijke gedachtewereld waarin Friezen stug, vrouwen dom en negers lui zijn. Kortom, met beter onderhoud van openbare ruimten verdwijnt niet alleen de rotzooi, maar ook racisme. Stapel zou tot z’n conclusies zijn geraakt door dezelfde vragenlijst voor te leggen in een rommelige en in een opgeruimde omgeving. Het had mooi en eenvoudig geweest, ware het niet dat onderzoek en data gefingeerd waren. Het artikel in Science werd in december van 2011 ingetrokken.

Het boek bevat veel beschrijvingen van hoe in de sociale psychologie onderzoek wordt gedaan.  Wellicht ben ik als natuurwetenschapper enigszins bevooroordeeld, maar ik was niet echt onder de indruk van de wetenschappelijke gedegenheid in Stapels vakgebied. Vaak komt het erop neer dat je de proefpersoon een vragenlijst over een aantal persoonlijke voorkeuren laat invullen nadat je hem of haar een foto hebt laten zien. Met de eerste groep proefpersonen gaat het dan bijvoorbeeld om een foto van een biefstuk en met de tweede groep om een foto van een boom. Het was op ongeveer deze manier dat Stapel had uitgevogeld dat je van vlees hufteriger wordt. Het trof me dat dit soort proefjes steeds met vrij kleine groepen werd gedaan en dat de resultaten de chi-kwadraattoets maar net doorstonden, i.e., balanceerden op de rand van de statistische significantie. Al vroeg in z’n studie viel het Stapel op dat veel gepubliceerde resultaten in het vakgebied moeilijk te reproduceren waren. Als hij dan contact opnam met de betreffende onderzoekers, dan werd hem steevast verteld dat het resultaat ook afhing van allerlei subtiliteiten die niet vermeld stonden in de artikelen met de betreffende resultaten!?!?! In hoofdstuk 4, op pagina 107, schrijft Stapel dat het dan bijvoorbeeld gaat om zaken als het lettertype op de vragenlijst. Even verder vat hij één en ander samen met een slagzin die in het boek verschillende malen herhaald wordt: “Experimenteren is een kunst.”

Op een natuurwetenschapper komt dit bevreemdend over. In de betahoek van de universiteit is het de norm dat een experiment zodanig wordt beschreven dat iemand die nauwgezet het protocol volgt op het beoogde resultaat uitkomt. Reproduceerbaarheid en niet kunstigheid is de grondgedachte achter een experimenteel resultaat!

De Ondergeschikte Rol van het Experiment

In 1999 ontving Stapel een onderscheiding van de European Association of Social Psychology en kreeg hij de daarbij behorende uitnodiging om de driejaarlijkse Jos Jaspars Lecture te geven. Z’n naam is inmiddels verwijderd van de erelijst, maar de tekst van de lezing is nog te vinden. In z’n rede doet Stapel wat men geacht wordt te doen na de ontvangst van een belangrijke prijs. Hij praat over het vakgebied in het algemeen en bespiegelt, onder andere, over de relatie tussen theorie en experiment. Wanneer een natuurwetenschapper een experimentele test voor een theorie ontwerpt, dan is dat met de gedachte dat de uitkomst eventueel strijdig met de theorie zou kunnen zijn. Zo’n eventuele negatieve uitkomst is dan vervolgens tevens een doodvonnis voor de theorie. Maar Stapel en de sociale psychologie gaan hier op een veel vloeibaardere manier mee om.  In de lezing zegt Stapel:

“Sometimes, for example, our research is theory- rather than data- or observation-driven. My point is that whatever way we arrive at our theories and hypotheses, the experiments and tests we design are made to verify, not to falsify our conjectures. The leeway, the freedom we have in the design of our experiments is so enormous that when an experiment does not give us what we are looking for, we blame the experiment, not our theory. (At least, that is the way I work). Is this problematic? No.”

De laatste deel van dit citaat wordt ook aangehaald in het rapport van de Levelt Commissie. De commissie was enigszins onthutst door de minachting jegens de experimentele werkelijkheid die hieruit spreekt. Twee verdere quotes laten zien hoe onverschilligheid ten aanzien van feiten en data centraal staat in Stapels methodologie:

“Our results are often paradigm-contingent. That is, we find what we are looking for because we design our experiments in such a way that we are likely to find what we are looking for. Of course! Should we design our experiments such that we are unlikely to find support for our hypotheses? Should we try to prove ourselves wrong? No, for the best results, we should use the methods that are likely to work best. Use a spoon to eat your soup and a cup to drink your tea. Not vice versa.”

“If we drop each theory, each fashion, each trend as soon as the slightest negative evidence crops up, there results the danger that we will wander around in circles and not obtain any clarification.”

Ook de Levelt Commissie stelt vast dat het met de mentaliteit die hieruit spreekt maar een klein stapje is naar het volledig fingeren van uitkomsten van proeven die nooit zijn uitgevoerd.

Statistisch Stuntwerk

Stapelgate en de Ondoorgrondelijkheid van de Wetenschapsfraude 8
Werp tien dobbelstenen tegelijk en neem de som der ogen. Wie dit een miljoen doet vind een mooi, glad, bell-shaped histogram waaruit het gemiddelde van 35 en de standaardafwijking van 5,4 duidelijk zijn af te lezen. Bij slechts honderd van zulke tien-dobbelstenen-worpen zijn er duidelijke afwijkingen.

Stel je neemt tien dobbelstenen. Je werpt ze allemaal tegelijk en je neemt het totale aantal ogen van alle dobbelstenen samen. Het is niet moeilijk te berekenen dat het gemiddelde en de standaardafwijking respectievelijk 35 en 5,4 zijn. Wanneer je deze tien-dobbelstenen-worp een miljoen maal doet en met een staafdiagram de frequentie van elke uitkomst weergeeft, dan vindt je een bijna perfecte “bell-shaped” curve (zie figuur).  Maar wanneer je de tien-dobbelstenen-worp honderd maal doet, dan is je steekproef te klein van omvang om een gladde “bell-shaped” curve te verkrijgen (zie figuur).  Er zijn dan relatief grote statistische fluctuaties rondom die bell-shaped curve.

Als je een meting doet, dan heb je in het algemeen te maken met ruis en onzekerheden. Wanneer er verschillende bronnen van ruis en onzekerheid zijn, dan is de uitkomst van je meting zoiets als de uitkomst van de tien-dobbelstenen-worp uit de vorige alinea. Er is een spreiding van resultaten rondom het gemiddelde en slechts door je meting een groot aantal malen te herhalen kun je dan inzoomen op dat gemiddelde.

Wie de uitkomsten van 100 metingen gaat fingeren zal, om geloofwaardig te zijn, niet alleen een bell-shaped curve moeten fingeren, maar ook de fluctuaties rondom die curve als in het onderste staafdiagram in de figuur. Het is niet eenvoudig om dit op het gevoel te doen. Hendrik Jan Schön was voor z’n val al eens aan de tand gevoeld omdat in één van z’n artikelen de spreiding van de meetpunten een te perfecte “bell-shaped” curve vormde. Hij heeft zich toen hieruit kunnen praten.

Het 5de deel van hoofdstuk 2 van het rapport van de Levelt Commissie is vrij droog.  Maar het komt er in wezen op neer dat Diederik Stapel in dezelfde val was gelopen als Hendrik Jan Schön. De fluctuaties die Stapel in z’n data had ingebouwd waren keer op keer onwaarschijnlijk klein, uiteindelijk te klein om voor realistisch door te kunnen gaan.

Maar ook op een meer elementair niveau waren de gefingeerde data van Stapel veelal weinig doordacht. Pepijn van Erp wijst er in z’n blog op hoe Stapel in een steekproef met 16 personen op een percentage van 15 uitkomt. Een meer koelbloedige en berekenende fraudeur zou zich gerealiseerd hebben dat het met twee van de 16 personen om 13 procent gaat en met drie van 16 personen om 19 procent.

De Motivatie

Waarom gaat iemand op grote schaal frauderen? En frauderen op een manier die eigenlijk heel doorzichtig is … Schön en Stapel waren allebei Russisch roulette aan het spelen en dat was niet alleen omdat de statistiek van de gefingeerde resultaten niet klopte. Schön had in de loop van 2000 en 2001 negen artikelen in Science en zeven artikelen in Nature. Zo beschreef hij bijvoorbeeld de constructie van een transistor die bestaat uit maar één molecuul. Het is niet moeilijk te voorspellen dat andere laboratoria dit willen reproduceren en als dat dan vervolgens steeds niet lukt, dan worden er steeds dringender vragen gesteld. Zoals hierboven vermeld is de sociale psychologie nogal vrijblijvend in de manier waarop ze omgaat met reproduceerbaarheid van experimentele resultaten. Maar het is gebruikelijk in dit vak dat het de studenten en de jongere medewerkers zijn die met de vragenlijsten op pad gaan. Uiteindelijk leveren ze de spreadsheets met resultaten af bij de professor. Die laatste schrijft dan de artikelen en tracht fondsen te verwerven voor verder onderzoek. Stapel, echter, zou zelf met de vragenlijsten op pad zijn gegaan. De medewerkers kregen uitgewerkte resultaten op hun bureau; resultaten die de theorieën spectaculair bevestigden. Stapel meldde hen daarbij dat hij de ingevulde vragenlijsten inmiddels al had weggegooid. Het waren uiteindelijk dan ook jongere medewerkers die de bal aan het rollen brachten door met hun argwaan hogerop te gaan.

Stapel beschrijft in z’n boek hoe het begon met het “bijstellen” van getalletjes in z’n spreadsheets, hoe het vervolgens steeds verder uit de hand liep en hoe het eindigde met verzonnen resultaten van enquêtes die nooit waren uitgevoerd. Hij wilde respect en bewondering van collegae en vakbroeders, zo luidt z’n eigen verklaring. Dat lukte inderdaad. Maar hij bleef doorgaan met de fraude, ook nadat hij onderzoeksprijzen had ontvangen en het tot professor en zelfs tot decaan had gebracht.

Tegenstrijdigheden

Als we hoofdstuk 6 van “Ontsporing” mogen geloven, dan is Stapel doodongelukkig geworden door z’n fraude. Gesprekken over z’n werk vermeed hij, omdat hij vreesde door de mand te vallen wanneer er eventueel doorgevraagd zou worden. Op congressen was hij bang het vuur aan de schenen gelegd te krijgen en schuwde hij z’n vakbroeders zoveel mogelijk. Hij bezocht een paar presentaties en liet zich even zien op een postersessie, maar hij ging niet naar gezamenlijke maaltijden en, in plaats van te verblijven in hetzelfde hotel als waar ook het congres plaatsvond, zocht hij een hotel elders in de stad waar hij dan in eenzaamheid veel films keek. Stapel beschrijft in z’n boek hoe hij zichzelf ook op de faculteit probeerde weg cijferen. Hij overhandigde z’n gefingeerde uitkomsten zoveel mogelijk in het voorbijgaan en op vrijdagmiddag. Door de weekendbeslommeringen zouden de medewerkers zich de eventuele vragen de maandag daarop dan hopelijk niet meer herinneren.

In “Ontsporing” vergelijkt Stapel z’n herhaaldelijke fraude met een drugsverslaving. Maar is dit wel de juiste vergelijking? Een drugsverslaafde heeft van tijd tot tijd nog een gelukzalige “high,” ook als z’n hele leven instort. Het boek beschrijft daarentegen hoe de voortdurende fraude tot niets dan chronische stress leidde. Toch bleef hij ermee doorgaan. Een begrijpelijke gang van zaken zou zijn dat je een beetje sjoemelt en dan beseft dat de stress die erop volgt maakt dat je zoiets misschien maar beter niet kunt herhalen.

In een vraaggesprek bij VPRO Boeken zegt Stapel iets dat lijnrecht indruist tegen de chronische gepakt-worden-vrees waarvan hij in z’n boek verhaalt. Elf minuten in het interview zegt hij dat hij de val nooit voelde aankomen, tenminste niet “op een hoog bewustzijnsniveau.” Toen ik dat hoorde, toen vroeg ik me af of de vergelijking met een drugsverslaving wellicht een poging was geweest om van de wetenschapsfraude een medisch probleem te maken en daarmee impliciet verminderde toerekeningsvatbaarheid te claimen.

Er zijn meer inconsistenties. De Levelt Commissie heeft met veel voormalige medewerkers van Stapel gesproken en schetst in z’n rapport een beeld dat niet overeenkomt met het joviale beeld van zichzelf dat Stapel in z’n boek schetst. Stapel was decaan en was als zodanig een machtig man aan de universiteit. Volgens medewerkers was hij er niet wars van z’n autoriteit te gebruiken om mensen de mond te snoeren. De commissie heeft Stapel geconfronteerd met wat de medewerkers zeiden. Stapel verklaarde zichzelf daarin niet te herkennen en omdat het te pijnlijk voor hem was wilde hij er toen verder liever over zwijgen.

Schön zwijgt en de motivatie en de gemoedstoestanden achter z’n fraude blijven derhalve een raadsel. Stapel heeft met z’n boek, de interviews en z’n medewerking aan het onderzoek van de Levelt Commissie een overstelpende hoeveelheid schuldbekentenis in de openbaarheid gebracht. Echter, door de tegenstrijdigheden blijven de beweegredenen achter de fraude uiteindelijk net zo raadselachtig als in het geval van Schön. Aan het eind van een interview bij PAUW verhaalt Stapel over een Havo-scholiere die hem thuis kwam interviewen. Het meisje maakte een profielwerkstuk over leugenaars en wilde graag verklaren wat Stapel dreef. Stapel en het meisje hadden een lang gesprek, maar ze kwamen er niet uit. “Die verklaring is er niet. Het is heel ingewikkeld,” zegt Stapel uiteindelijk ook zelf tegen Jeroen Pauw. Waarachtiger woorden heeft hij wellicht zelden gesproken.

Filed Under: Wetenschap Tagged With: diederik stapel, wetenschappelijke fraude, wetenschapsfraude

  • Page 1
  • Page 2
  • Page 3
  • Interim pages omitted …
  • Page 5
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
Abonnement Skepter nu gratis voor studenten
8 July 2026 - Ward van Beek

. Stichting Skepsis heeft als doel buitengewone beweringen aan een kritisch onderzoek te onderwerpen en daarover te publiceren. Al sinds 1987 ontvangen ongeveer 2800 donateurs en abonnees een aantal keer per jaar het tijdschrift Skepter waarin deze onderwerpen en uitkomsten van…Lees meer Abonnement Skepter nu gratis voor studenten › [...]

‘Je wil niet dat mensen doorschieten en alles in twijfel trekken’
8 July 2026 - Ward van Beek

. Sociale media zijn zorgelijk als het gaat om misinformatie, merkt onderwijswetenschapper Eva Janssen van de Universiteit Utrecht op. Toch blijken mensen met het juiste duwtje in de rug verrassend goed in staat om misinformatie te herkennen. Janssen spreekt op…Lees meer ‘Je wil niet dat mensen doorschieten en alles in twijfel trekken’ › [...]

In de fuik van fabel en fictie – inzichten in mis- en desinformatie
18 April 2026 - Ward van Beek

‘De Fuik’, Paulien Valk, Texel Het Skepsiscongres 2026, op 31 oktober a.s., in Congrescentrum de Eenhoorn in Amersfoort, heeft dit jaar als thema: “In de fuik van fabel en fictie – inzichten in mis- en desinformatie.” De titel spreekt voor…Lees meer In de fuik van fabel en fictie – inzichten in mis- en desinformatie › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

Stephen Macedo And Frances Lee: Defend Your Essay That Dr. Jay Bhattacharya Would Restore Trust in Public Health
26 July 2026 - Jonathan Howard
Stephen Macedo And Frances Lee:  Defend Your Essay That Dr. Jay Bhattacharya Would Restore Trust in Public Health
In 2014, Dr. Kelly Brogan and Sayer Ji Told People Natural HPV Infections Were “Beneficial, Not Deadly.” What’s Happened Since?
24 July 2026 - Jonathan Howard
In 2014, Dr. Kelly Brogan and Sayer Ji Told People Natural HPV Infections Were “Beneficial, Not Deadly.”  What’s Happened Since?

Pseudoscience requires apathy about its victims, and that's the most grotesque part about it. The post In 2014, Dr. Kelly Brogan and Sayer Ji Told People Natural HPV Infections Were “Beneficial, Not Deadly.” What’s Happened Since? first appeared on Science-Based Medicine. [...]

The Madness of Crowding
21 July 2026 - Mark Crislip
The Madness of Crowding

Crowding and Influenza. The post The Madness of Crowding first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Hans1263
    on De linke weekendbijlage (30-2026)
    Een echte airco vereist een geaard stopcontact en dat moet je dus laten aanleggen als je dat niet ter plaatse
  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (30-2026)
    https://feitoffake.wordpress.com/2026/07/23/misleiding-bol-com-en-amazon-verkopen-ventilatoren-die-op-aircos-lijken/ Vergelijkbare apparaten
  • Klaas van Dijk
    on De Gish-gallop gesprekstechniek
    Volgens mij is het hier op Kloptdatwel besproken oversterfterapport van Ronald Meester & co een erg goed voorbeeld van hoe
  • Renate1
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    @ Hans, Ik wil bij voorkeur geen warhoofden aan m'n ziekenhuisbed.
  • Hans1263
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    @Renate Als het om 'politici' gaat, maakt dat het nóg erger dan bij de Jona-kliek. Of ze nu Napoleon, Hitler,

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in