Het is de basisgedachte van menige complottheorie: een elite van belangrijke mensen op sleutelposities in de financiële wereld, de wapen- en oliehandel en in de politiek orkestreert in het geniep de belangrijkste gebeurtenissen in de wereld. Terwijl de gewone man denkt dat het gaat om acties die het gevolg zijn van beleid van onze redelijk gecontroleerde overheden, of dat er toeval in het spel is. Willem Middelkoop en Tim Dollee zien al die heimelijke operaties van een wereldelite achter de schermen wel en schreven er Patronen van bedrog over, ruim een week geleden uitgekomen bij Amsterdam University Press. Het is een vrij standaard complotdenkersboek, vol verdraaingen, domme fouten, slecht gekozen bronnen en soms op het onbehoorlijke af overgeschreven.

Als Middelkoop niet al een redelijk bekend publicist was (hij schreef over diverse financiële onderwerpen en was ook commentator bij RTL Z), was dit waarschijnlijk gewoon het zoveelste complotdenkersboekje geweest waar niet al te veel aandacht voor zou bestaan behalve dan in het sprookjesbos. Maar het kreeg inmiddels al best wat aandacht in de mainstream media. Ruim voor verschijnen van het boek al in De Telegraaf en Middelkoop mocht ook zijn verhaaltje komen doen op de radio, bij Nooit meer Slapen (VPRO) en op een wat christelijker tijdstip bij Nieuwsweekend (MAX). Hier werd hij niet bepaald stevig aan de tand gevoeld.

Heel wat interessanter was al de bespreking in NRC door socioloog Eric Hendriks (De deep state heeft ons in haar zak. Tsja.), waar Middelkoop op  Twitter nogal kinderachtig op reageerde. Ergens snap ik zijn kritiek wel (dat het een persoonlijke aanval is, lijkt me erg overdreven), want Hendriks gaat nergens concreet in op de argumenten die Middelkoop en Dollee in hun boek opvoeren. Zij zouden kunnen zeggen dat ze alles keurig netjes met bronnen onderbouwd hebben. Wie er echter ook maar even wat beter naar kijkt, ziet dat die onderbouwing meestal flinterdun is, of dat hun stellingname op andere punten nagenoeg triviaal is.

The Deep State

Dat de zichtbare en formele macht van allerlei kanten, vaak buiten het zicht, beïnvloed wordt door belangengroepen is geen erg schokkend gegeven. Ook niet dat geheime diensten in het geniep dingen doen, die als het goed is in het belang zijn van de samenleving waartoe ze behoren. Die enigszins onzichtbare processen zou je The Deep State kunnen noemen, maar of je daarmee iets verduidelijkt? Complotdenkers bedoelen met The Deep State in Westerse democratiën ook meer dat er van alles gebeurt, vanuit of met hulp van de overheid, dat eigenlijk niet goed gecontroleerd wordt door de democratische organen die we daarvoor hebben ingericht.

Middelkoop en Dollee zien The Deep State als een structuur die al ruim een eeuw lang bezig is om een Angelsaksische werelddominantie te bereiken en gevestigde posities te bewaken. Het begon met de dromen van Cecil Rhodes over zo’n imperium dat geleid moest worden door het in zijn ogen superieure Britse ras. Na zijn dood ging een elitair clubje gefinancierd vanuit de nalatenschap van Rhodes aan de slag. Dit hebben Middelkoop en Dollee opgestoken bij de historicus Carroll Quigley, die er na lang onderzoek een omvangrijk werk over schreef: Tragedy and Hope.
We kunnen ons ernstig afvragen of de auteurs die 1300 pagina’s van Quigley zelf wel hebben gelezen, want ze prijzen het vooral aan door te verwijzen naar hoe Willard Cleon Skousen het boek in zijn eigen The Naked Capitalist (1970) de hemel in prees. In dat boek citeert Cleon Skousen overmatig uit het werk van Quigley, maar trekt er desondanks conclusies uit die Quigley absoluut niet aanstonden. Sowieso was Quigley helemaal niet gelukkig met de manier waarop allerlei complotdenkers met zijn boek omgingen. Dat wordt bijvoorbeeld wel duidelijk als je een ‘ronde tafel’ bespreking van Skousen’s boek leest waarin ook Skousen en Quigley zelf aan het woord komen. Quigley schrijft daarin dat hij vermoed dat Skousen zijn werk zo verdraaid heeft, omdat hij niet gelukkig was met de stevige kritiek van Quigley op de Radical Right. Quigley stelt zelfs dat de politieke positie van Skousen verdacht veel overeenkomsten heeft met het 25-punten programma van de nazi’s.  Niet erg fraai van Middelkoop en Dollee om dit niet te vermelden, maar misschien wisten ze het niet, we hoeven immers niet overal opzet achter te vermoeden.

Natuurlijk was Quigley niet de enige die sprak over Deep State-achtige elites. Middelkoop en Dollee geven eerder wat citaten van politici die er aan refereerden zoals een burgemeester van New York, John F. Hylan:

“De echte bedreiging van onze republiek is de onzichtbare regering, die haar slijmerige poten als een gigantische octopus over onze steden, staten en natie spreidt. Aan het hoofd van deze octopus staan Rockefeller (Standard Oil) en een kleine groep machtige bankiers. Deze kliek maakt vrijwel de dienst uit [in de] Verenigde Staten, waarbij haar eigen zelfzuchtige doeleinden centraal staan.”

Kijk, dat soort teksten spreekt de complotgelovigen aan, en het is niet zo verwonderlijk dat je deze tekst veelvuldig aantreft op hun websites. Meestal gaat het citaat nog wat verder, ik geef het voor het gemak onvertaald:

They practically control both parties, write political platforms, make catspaws of party leaders, use the leading men of private organizations, and resort to every device to place in nomination for high public office only such candidates as will be amenable to the dictates of corrupt big business.

These international bankers and Rockefeller–Standard Oil interests control the majority of the newspapers and magazines in this country. They use the columns of these papers to club into submission or drive out of office public officials who refuse to do the bidding of the powerful corrupt cliques which compose the invisible government. It operates under cover of a self-created screen [and] seizes our executive officers, legislative bodies, schools, courts, newspapers and every agency created for the public protection.

Hier spreekt een populistische politicus, die opkwam voor de working class, maar aan de andere kant ook gesteund werd door William Randolph Hearst, de mediamagnaat, die het niet zo nauw nam met journalistieke ethische principes. Tsja, leuk citaat dus, maar wat zegt het nu? Niet veel meer dan het idee dat dit soort complotgedachten van alle tijden is.

Ook leuk is dit volgende citaat, een zinnetje uit een speech die senator William Jenner in 1954 in de Senaat hield, waaruit volgens Middelkoop en Dollee blijkt dat Jenner de visie van Hylan deelt:

“Deze groep legt noch verantwoording af aan de president, noch aan het Congres, noch aan de rechtbanken.”

Als je de herkomst van dat citaat gaat terugzoeken, kom je erachter dat Jenner het had over de communisten (hij was dikke maatjes met senator McCarthy), blijkbaar hoorden die in de jaren ’50 ook bij de Deep State 

En daarna een bekende van Walter Rathenau, oorspronkelijk in de Neue Freie Presse (1909), later overgenomen in zijn boek Zu Kritik der Zeit (1912) – Middelkoop en Dollee maken een potje van de bronvermelding.

“Circa 300 mannen, die elkaar kennen en zelf hun opvolgers benoemen, bestemmen het lot van deze wereld. Hun macht bestaat bij de gratie van absolute geheimhouding.”

Dit is de bron van de complottheorie die bekend staat als Committee of 300 of The Olympians. In Patronen van Bedrog vergeten Middelkoop en Dollee op te merken dat deze uitspraak vaak door antisemieten is aangevoerd als bewijs voor het bestaan van een Joodse samenzwering. Rathenau was immers zelf Joods en zou hier dus heel openhartig zijn geweest. Sowieso hebben ze weinig aandacht voor de antisemitische kantjes die vaak aan dit soort theorietjes hangen, dat doen ze waarschijnlijk bewust en misschien met de beste bedoelingen, maar net als Hendriks in zijn bespreking in de NRC vind ik dit zinnetje in hun nawoord dan toch wel weer erg ongelukkig:

We hebben in dit boek ook bewust afstand gehouden van complottheorieën waarbij de oorsprong van de macht bij Jezuïeten, zionisten of zelfs buitenaardse reptielen wordt gelegd, alhoewel de vele links naar Israël overduidelijk zijn.

False flags en 9/11

Het voeren van oorlogen is volgens Middelkoop en Dollee een belangrijk middel om de doelen van The Deep State te bewerkstelligen. En om die uit te lokken is een false flag een beproefd middel. Ze geven heel wat historische voorbeelden, maar wat die nu precies met Deep State structuren te maken, wordt niet duidelijk, meestal gaat het gewoon om acties van overheden, de formele macht, met goedkeuring van de president bijvoorbeeld. Dat die formele macht niet altijd even goed gecontroleerd wordt door democratisch gekozen organen, maakt het mijns inziens nog geen Deep State.

Northwoods Memorandum

Als voorbeeld van een false flag komen de auteurs met Operation Northwoods, ook erg favoriet bij  9/11 truthers. Het gaat om een aantal suggesties voor het creëren van een aanleiding voor de Verenigde Staten om Cuba aan te vallen. Een door de CIA gesteunde inval van tegenstanders van Castro was in 1961 compleet mislukt (Varkensbaai-invasie) en het leger zat te broeden op een meer openlijke aanval. Meer dan een aantal niet ver uitgewerkte ideeën behelsde het plan niet, toen president Kennedy er een streep doorhaalde.
Hoe moeten we dat nu zien in relatie tot de Deep State? Zat die achter de ontwikkeling van deze false flags en werd hun plan gedwarsboomd door Kennedy (wat dan toch wat afdoet aan de vermeende macht van de Deep State)? Of zat juist Kennedy in de Deep State en was handig gemanoeuvreerd naar de positie om dit plannetje te torpederen, omdat een inval in Cuba juist niet uitkwam. Je kunt bedenken dat het communistisch laten van Cuba handig was in de voor de Deep State lucratieve wapenwedloop tussen de USSR en VS. O nee, het feit dat Kennedy vermoord is, is natuurlijk bewijs dat de Deep State hier helemaal niet blij mee was! Maar waarom hebben ze hem dan niet gewoon gechanteerd met zijn talrijke affaires waar ze natuurlijk van op de hoogte waren? Of … Ja, uiteindelijk kun je alles wel blijven draaien totdat het precies gegaan lijkt te zijn volgens de plannen van een geheime elite met haast oneindige macht.

De subhoofdstukjes over 9/11 zijn tamelijk lachwekkend voor iemand die daar al meer over heeft gelezen. Middelkoop en Dollee zitten compleet op de lijn van Architects and Engineers for 9/11 Truth en hebben niet de moeite gedaan om de kritiek daarop te bekijken.  Het is vergelijkbaar met wat Coen Vermeeren in zijn boek veel uitgebreider opschreef en veel van de punten van de Stichting 11 September van George van Houts komen ook weer terug. Middelkoop en Dollee schrijven doodleuk op dat ‘onomstotelijk wetenschappelijk bewijs’ voor de explosieven-theorie werd geleverd door een aantal hoogleraren. Dat zijn dan Steven E. Jones en Niels Harrit (die niet eens hoogleraar is) met hun verhaaltje over nanothermiet. Dat is al lang geleden helemaal onderuit gehaald, maar op Metabunk is er recent nog weer aandacht aan geschonken om te onderzoeken hoe die dubieuze onderzoekjes nu eigenlijk tot stand kwamen.

Afghanistan

En als je dan eindelijk iets leest wat je nog niet eerder was tegengekomen, met een bron die op het eerste gezicht wel moet weten waarover hij het heeft, dan blijkt het plaatje dat Middelkoop en Dollee schetsen toch ook weer heel erg gekleurd. Ze schrijven dat de achterliggende reden voor de Amerikaanse inval in Afghanistan gezocht moet worden in de potentiële aanleg van een gaspijplijn vanaf de Kaspische zee via Oezbekistan en Afghanistan naar Pakistan en/of India. Dat tekenen ze op uit de mond van de Britse diplomaat Craig Murray, die van 2002 tot 2004 ambassadeur in Oezbekistan was en toen in conflict kwam met zijn werkgever over hoe ze om zouden moeten gaan met de mensenrechtenschendingen van het Karimov-regiem. Murray zag in die tijd ook documenten die gingen over onderhandelingen over zo’n pijplijn tussen de Taliban en de Amerikaanse bedrijven Enron en Unocal (waar George Bush sr. in het bestuur zat). De consultant van Unocal zou Karzai zijn, die na het verdrijven van de Taliban president van Afghanistan werd.

Dat klinkt natuurlijk uiterst verdacht, en het lijkt alsof opeens allerlei lijntjes aan elkaar geknoopt kunnen worden. Maar je vindt zo, bijvoorbeeld op Wikipedia, dat die pijplijnonderhandelingen speelden vanaf 1996 toen de Taliban net aan de macht kwamen in Afghanistan. Gesprekken werden door hen in augustus 1998 radicaal afgebroken toen de Verenigde Staten met een aanval met kruisraketten op bases van Al Qaeda, o.a. in Afghanistan, probeerden terug te slaan als vergelding voor de aanslagen op de ambassades in Kenya en Tanzania. Als we achter Al Qaeda, de VS, en de oliebedrijven allemaal The Deep State willen zien, dan was hier zeker sprake van een serieus afstemmingsfoutje!? En die consultant was hoogstwaarschijnlijk  niet Karzai, maar ene Zalmay Khalizad.

Nu ben ik geen expert op de recente geschiedenis van Afghanistan en omliggende regio, maar als je als leek zo makkelijk informatie kunt vinden, die het verhaal van Middelkoop en Dollee volkomen tegenspreekt, en als je vaststelt dat zij met geen woord reppen over die kritiek, dan bewijst dat op zijn minst dat ze bijzonder oppervlakkig te werk zijn gegaan, zich misschien hebben laten inpakken door andere complotdenkers, of dat ze bewust verzwijgen dat er stevige kritiek is op de versie die zij vertellen.

Propaganda

In hoofdstuk 8 gaat het over de media en hoe die zich laten gebruiken. In het eerste subhoofdstukje citeren de auteurs vol instemming een artikel uit Trouw van Gassan Dhanan waarin hij Edward Bernays opvoert als grondlegger van de moderne staatspropaganda. Middelkoop en Dollee citeren een heel stuk over Bernays betrokkenheid bij acties van grote Amerikaanse bedrijven en de CIA maar zeggen niets over de kern van het artikel in Trouw, namelijk de vraag of we in het Westen nu zo bang moeten zijn voor de Russische fake news-campagnes:

Ondanks deze blunders hebben de westerse media nog een grote voorsprong op de Russische als het gaat om betrouwbaarheid. Omdat relatief weinig mensen in het Westen Russische nieuwsbronnen vertrouwen, is Russische regeringspropaganda amper effectief, zolang de laatste wordt verspreid via eigen media. Sterker, hoe meer nepnieuws de Russische propagandamachine verspreidt, des te meer het land zichzelf ondermijnt.
Rusland resteert nog een alternatief: het ondermijnen van het vertrouwen onder westerlingen in hun eigen media. Als het publiek de media wantrouwt, dan hebben westerse propagandisten geen medium om hun boodschap effectief te verspreiden.
[…]
De Russen lijken dan ook Bernays’ voorschrift nauwkeurig op te volgen: de propagandist ‘moet ofwel de gevestigde orde in diskrediet brengen of hij moet een nieuwe orde scheppen’. Het laatste is moeilijk, maar tegen het eerste zal geen bewustwordingscampagne helpen.

Dit is wel ironisch, want Middelkoop en Dollee blijken door het hele boek heen niet alleen lang bestaande complottheorieën van Westerse origine te omarmen, maar ook de meer recente Russische desinformatie met soeplepels tegelijk opgeslurpt te hebben.

Beter goed gejat …

Heel vaak worden in Patronen van Bedrog artikelen van de website GlobalResearch.ca opgevoerd als bron en je hoeft niet lang op die site rond te kijken om tot de conclusie te komen dat zo’n beetje elke complottheorie daar welkom is. Nu is het te makkelijk om alle artikelen van die site daarom maar als onzin af te doen, maar wie de moeite neemt om de artikelen op te zoeken waaraan de auteurs refereren zal zien dat het toch allemaal wel erg dubieus is. En dan zal je ook zien dat Middelkoop en Dollee wel heel vaak complete stukken tekst bijna letterlijk, wel vertaald, hebben overgenomen. De toch al lange citaten worden daarbij omarmd door stukken ogenschijnlijk eigen tekst die je echter ook bijna precies zo in de bron terugvindt. Je zou haast van plagiaat kunnen spreken.

‘knip-vertaal-plak’-werk

Helemaal bont maken ze het op dit vlak bij vraag 74 in hoofdstuk 8, waar het grootste deel van de tekst, zes pagina’s, bestaat uit letterlijke vertalingen van het beroemde artikel ‘The CIA and the Media‘ van Carl Bernstein, zonder dat die als citaat zijn opgemaakt. Misschien 15 procent van dat stuk zou je als eigen tekst kunnen zien, een even groot deel als correct citaat, maar het overgrote deel bestaat uit letterlijk overgenomen tekst van Bernstein [zie hiervoor mijn tekstvergelijking (jpg,6Mb); groene stukken correct geciteerd, blauw incorrect]. Tsja, als je plagiaat toch al niet zo’n groot probleem vindt, dan kun je misschien ook maar beter van een van de meest gerenommeerde journalisten jatten, dan zit het met de inhoudelijke kwaliteit van je verhaal in ieder wel goed … [zie update]

Ook erg merkwaardig is de wijze waarop aan bronvermelding is gedaan, boeken staan er in met een url naar Amazon.com, in nogal wat links zitten tikfouten (*), en soms slaan de links in voetnoten totaal niet op wat er in de tekst staat. Ook geven de heren vaak niet de originele bronnen, maar liever verwijzingen naar krantenartikeltjes of opiniestukken die over die bronnen gaan, zodat er al een bepaald filter tussen zit.

Prutswerk

Er staat natuurlijk nog veel meer in het boek, met name over financiële operaties op wereldschaal, de dubieuze(?) rol van de Bank for International Settlements, goud en de dollar, maar daar weet ik niet zoveel van af. (**) Middelkoop heeft daar in eerder werk uitgebreid over geschreven, misschien heeft hij er wel echt verstand van, maar het komt op mij ook allemaal wat overdreven en eenzijdig over. En ik houd daarbij dan toch ook maar in gedachten dat ze in Patronen van Bedrog dit soort pareltjes hebben opgenomen:

En oud-CIA-agent Bill Oxley onthulde in 2017 op zijn sterfbed dat zijn organisatie de hand had gehad in de moord op de reggae-arties Bob Marley in 1981.

Middelkoop en Dollee verwijzen hiervoor in een voetnoot naar een artikeltje op de website van een Zimbabwaanse krant, waar verder geen bronnen worden genoemd. Een beetje kritische onderzoeker heeft natuurlijk binnen luttele seconden gevonden dat het om een hoax van een beruchte fake news website gaat (Snopes). Als ze dit soort overduidelijke hoaxes al niet doorzien, hoe serieus moeten we hun onderzoeksvaardigheden dan überhaupt nemen?

Wat doet dit boek trouwens bij de Amsterdam University Press (AUP), je zou het eerder verwachten bij een uitgever die wel meer complotfantasieën uitgeeft. Op de website van  AUP omschrijven zichzelf als “een uitgeverij gespecialiseerd in toonaangevende non-fictie voor algemeen geïnteresseerde lezers en voor wetenschappers” en kom je mooie woorden tegen als  “kritische betrokkenheid”, “Doel is wetenschappelijke inzichten adequaat en snel te verspreiden”, “inhoudelijke kwaliteit”, “verspreiden van kennis over zaken die in de belangstelling staan onder een breed publiek”. De lezer zal wel doorhebben dat ik van mening ben dat Patronen van Bedrog niet bepaald in dit plaatje past.

Patronen van bedrog is niet bepaald origineel, het bestaat uit hervertelde complotflodders en kritiekloos overgenomen desinformatie. En dat allemaal erg slordig opgeschreven. Eigenlijk alleen leuk als je er een puzzel van maakt: hoe snel kun je van een stellige bewering uit het boek die ernstig naar complottheorieën riekt, de weerlegging vinden. Op Twitter verheugde Middelkoop zich erover dat allerlei fact-checkers onbezoldigd meehelpen om foutjes in zijn boek te vinden en dat de volgende drukken nog ‘strakker’ zou worden; hij mag de redactie van Kloptdatwel wel mailen voor de lange lijst met fouten die ik verder nog aantrof …


(*) Vervelender dan een enkele tikfout is dat bij het gekozen lettertype het cijfer nul met het blote oog volstrekt niet te onderscheiden is van de kleine letter o. Vooral bij de talloze YouTube-links levert dit uitprobeerwerk op voor de lezer die de juiste link probeert te volgen.

(**) Een paar dagen na het verschijnen van deze bespreking verscheen in De Volkskrant een interessant artikel over de BIS van de hand van Koen Haegens.

 

Update 25 juni 2018 – plagiaat?

Kort na het publiceren van deze bespreking meldde ik ook bij uitgever AUP mijn vermoedens van overschrijfwerk van Middelkoop en Dollee uit het artikel van Bernstein. Ze zouden het serieus onderzoeken. Vorige week donderdag waren ze er uit: volgens de uitgeverij is er geen sprake van plagiaat.

AUP stelt dat het in de context van het hele stuk overduidelijk is dat de teksten verwijzen naar het artikel van Bernstein uit Rolling Stone: “Weliswaar worden de zinnen (in vertaling) geparafraseerd weergegeven worden, maar de link naar de bron wordt duidelijk gelegd.” Van parafrasering is volgens mij echter geen sprake, de vertalingen zijn letterlijk, bijna woord voor woord.
Des te vreemder is de ‘oplossing’ die AUP kiest voor de volgende drukken: “Daarom worden voor de zekerheid in de volgende bijdruk die passages in citaatvorm opgenomen, met nog weer eens een extra bronvermelding daarbij.” Volgens mij kun je niet eerst stellen dat er sprake is van parafrasering en vervolgens diezelfde teksten als letterlijk citaat gaan weergeven. Maar bovendien zou dan overeind blijven dat er overmatig geciteerd wordt, want dit is echt buiten proportie.

Ik heb ze daarop nog geantwoord dat ik er eigenlijk wel van uitga dat ze Bernstein zelf even op de hoogte stellen van het feit dat er in de eerste drie drukken van Patronen van Bedrog op onfatsoenlijke wijze gebruik is gemaakt van zijn artikel. En dat het me verstandig lijkt om hun ‘oplossing’ aan hem voor te leggen ter instemming.

Update 9 november 2018

Middelkoop liet zijn advocaat een boze brief sturen, waarin hij eist dat deze recensie en de discussie hieronder verwijderd wordt, zie Advocaat van Willem Middelkoop stuurt blafbrief vanwege ‘vernietigend oordeel’ over Patronen van Bedrog