• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Kousbroek, Socrates en de huisartsenopleiding

19 May 2014 by Cees Renckens 29 Comments

Kousbroek, Socrates en de huisartsenopleiding 1
Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Vivian Oei.

In de serie beroemde laatste woorden scoort onze eigen Willem van Oranje niet slecht: ‘Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié avec moi et de ton pauvre peuple’. (Mijn god, heb medelijden met mij en met mijn arme volk). Nadat de kogel van Balthasar Gerardts zijn hart doorboorde en hij stervende was zouden dit zijn laatste woorden zijn geweest.
Er zijn veel mensen, die eraan twijfelen of er op zo’n moment nog zo’n fraaie en politiek correcte zin kan worden bedacht door een stervend persoon. Geloofwaardiger waren al Goethes laatste woorden. Hij zou hebben geroepen: ‘Mehr Licht’. Socrates had zijn gifbeker al leeggedronken en de eerste verlammingsverschijnselen deden zich al voor, toen hij uitriep: ‘Wij zijn Asklepios nog een haan verschuldigd!’ om kort daarna de geest te geven.

Asklepios, de god der geneeskunde, kwam terug in een mooi essay van wijlen de betreurde essayist en polemist Rudy Kousbroek (1929-2010), die in 1971 zijn Anathema’s 3 publiceerde met daarin o.a. een stuk getiteld Een haan voor Asklepios, verwijzend naar Socrates’ beroemde laatste woorden. In dat essay maakt Kousbroek zich druk over het beperkte wetenschappelijke niveau van de geneeskunde en het desondanks hoge aanzien dat artsen (Kousbroek noemt hen esculapen) in de samenleving genieten.
Kousbroek boog zich vervolgens over de vraag hoe je te weten komt of een bepaalde huisarts zijn vak verstaat en bij jou past. De beroepengids van je woonplaats en een blik op de lectuur in de wachtkamer is daarbij niet erg behulpzaam. Kousbroek zou meer willen weten, zoals: hoeveel patiënten heeft u? rookt u? hoe lang bent u al in het vak? welke krant leest u? komt er ongeneeslijke krankzinnigheid voor in de familie? op hoeveel vaktijdschriften bent u geabonneerd? heeft u een hobby? bent u gepromoveerd? Om er maar enkele te noemen. Kousbroek beveelt ook nog aan om de symptomen en klachten bij enkele aandoeningen te simuleren en zo de diagnostische vaardigheid van de arts te testen. Die ziektebeelden staan mooi beschreven in Ebing’s Psychopathia sexualis of in Bilz’ Natuurgeneeswijze, aldus Kousbroek.

Tegenwoordig is de opleiding van huisartsen aanzienlijk beter geregeld dan in de jaren 70, toen elke afgestudeerde arts direct als huisarts aan de slag kon, zoals ik zelf ook nog een poosje heb gedaan. Van alledaagse ziektebeelden die in het ziekenhuis weinig voorkwamen wist je maar weinig. Tegenwoordig is na een zesjarige basisopleiding (in mijn tijd nog zeven jaar) op de universiteit een vervolgopleiding van drie jaar obligaat. Ook daarna is men gehouden tot regelmatige na- en bijscholing. Dat biedt al met al een redelijke garantie op kwaliteit.
Toch zijn er natuurlijk wel degelijk kwaliteitsverschillen en verschillen in werkstijl tussen verschillende huisartsen. Ik heb dat in de ruim 31 jaar waarin ik als specialist patiënten verwezen kreeg van de plm. 100 huisartsen in mijn regio duidelijk kunnen constateren. Voor de patiënt ligt dat moeilijker en hij beoordeelt zijn of haar huisarts toch vooral op bejegening en invoelingsvermogen. Maar er zijn wel alarmsignalen te bedenken. Zo dient de patiënt bijvoorbeeld op zijn hoede te zijn als de huisarts alternatieve geneeswijzen toepast, hetgeen in 4% van de beroepsgroep het geval is. Alternatieve geneeswijzen zijn immers niet wetenschappelijk bewezen en berusten vaak ook nog eens op veronderstellingen die niet goed te rijmen zijn met de gewone medische kennis van het menselijk lichaam.

Nieuwsgierig naar de plek van alternatieve geneeswijzen in de hedendaagse huisartsenopleiding enquêteerde de Vereniging tegen de Kwakzalverij recent de hoofden van de diverse universitaire huisartsen-instituten. De VU kreeg geen enquête, omdat men daar al had toegegeven twee antroposofische opleiders te hebben, terwijl de hoogleraar huisartsgeneeskunde liefhebster is van ‘integratieve geneeskunde’. Deze professor Henriette van der Horst nam zelfs plaats in een Comité van Aanbeveling van een congres over deze vorm van kwakzalverij. Van de overige zeven aangeschreven opleiders deden er zes mee, maar de Utrechtse opleider Damoiseaux weigerde deelname zonder opgaaf van redenen. Hij heeft wellicht iets te verbergen.
Uit de ingevulde enquêtes werd duidelijk dat er bij de selectieprocedure van huisarts-opleiders helemaal niet zo wordt gelet op het al dan niet praktiseren van alternatieve geneeswijzen. Andere kwaliteitscriteria spelen een veel grotere rol. Men weet aanvankelijk vaak niet eens of zo’n huisartsenopleider ook een alternatieve geneeswijze toepast. En als het wel bekend is dan worden deze artsen toch als opleider geaccepteerd mits zij hun hobby niet opdringen aan hun huisarts in opleiding. Hierover worden dan strikte afspraken gemaakt. Het betreft vooral antroposofische artsen, soms ook homeopaten. Als een huisarts in opleiding belangstelling toont voor alternatieve geneeswijzen, dan plaatst men hen bij voorkeur niet bij zulke alternatief-angehauchte opleiders, hetgeen mij een verstandige policy lijkt. En mocht in de opleidingspraktijk blijken dat de alternatieve geneeswijze toch een te dominante positie heeft, dan kan dat leiden tot beëindiging van het opleiderschap. Dit heeft zich ook daadwerkelijk wel eens voorgedaan.
Op één uitzondering na geven vrijwel alle opleidingsinstituten aan dat de kans aanwezig blijft dat zij ook in de toekomst af en toe alternatief praktiserende huisartsen als opleider zullen accepteren. Het komt daarnaast regelmatig voor dat de officiële opleider wel 100% regulier werkt zoals het hoort, maar dat de arts in opleiding in een groepspraktijk toch in aanraking komt met een alternatief-angehauchte huisarts.

De algemene conclusie kan luiden dat aspirant-patiënten zich over hun huisarts niet al te veel zorgen hoeven te maken. De zorgen van Kousbroek uit de jaren 70 kunnen als grotendeels achterhaald worden beschouwd. Mogelijke uitzondering zijn huisartsen die zijn opgeleid aan de VU (Amsterdam) en nog meer op mijn qui vive zou ik zijn als de huisarts mede is opgeleid onder de vleugels van dokter Damoiseaux van het Utrechtse Huisartseninstituut. Hij deed zo moeilijk over een simpele enquête dat hij haast wel iets te verbergen moet hebben. Veel van de afgestudeerden van zijn opleiding vestigen zich in de mooie provincie Utrecht. Mocht de aap een keer uit de mouw komen als u de pech heeft zo’n alternatieve huisarts op uw pad te krijgen, besef dan dat u niet verplicht bent een alternatieve geneeswijze te accepteren. U roept dan gewoon luidkeels: ’Dag dokter. Aan mijn lijf geen polonaise!’

Filed Under: Alternatieve schade, Columns, Gezondheid Tagged With: alternatieve geneeskunde, huisartsen, huisartsenopleiding, Kousbroek

Egyptisch leger presenteert nieuwe onzinnige virusdetectors

16 May 2014 by Pepijn van Erp 33 Comments

Het verhaal van de Egyptische detector waarmee hepatitis C opgespoord zou kunnen worden, wordt steeds bizarder. Vorig jaar dook het apparaat, dat sterke overeenkomsten vertoont met valse drugs- en bomdetectors, op in de Engelse krant The Guardian. Daarna werd het verdoezeld op een posterpresentatie op een congres in Amsterdam. In februari dit jaar werd het apparaat opeens als grootse uitvinding gepresenteerd door het Egyptische leger, samen met een machine die patiënten met aids en hepatitis C zou kunnen genezen. Intussen heeft het Egyptische leger de lijn pseudowetenschappelijke producten uitgebreid.

Brigadier Ahmed Amin Ibrahim, uitvinder van de detector
Brigadier Ahmed Amin Ibrahim, uitvinder van de detector (foto: @moftasa)

Op een beurs voor medische apparatuur in Cairo presenteerde het een hele reeks nieuwe detectoren voor allerlei virussen. Ondanks alle kritiek van wetenschappers die uitleggen dat het idee achter het apparaat compleet flauwekul is, en skeptici die erop wijzen dat het om het ideomotorisch effect draait, zoals bij alle wichelroedes, zet het leger dus door.
De Egyptische arts Mostafa Hoessein besloot zelf eens poolshoogte te nemen. Op de beurs zag hij dat de wichelroedes werden gedemonstreerd met een hepatitis C monster dat in een plastic hoesje was verpakt. Eén persoon bediende de C-Fast en de andere bewoog het plaatje heen en weer. De antenne van het apparaat volgde het plastic hoesje. Toen Hoessein aan de bediener van het apparaat vroeg om zijn ogen dicht te houden, lukte het natuurlijk niet meer om het monster te volgen. Als smoes merkte hij op dat hij pas twee weken training had gehad met het apparaat en al die tijd met open ogen.

Het verzoek van Hoessein aan de uitvinder van het apparaat, brigadier Ahmed Ibrahim, om een demonstratie te mogen filmen waarbij de bediener zijn ogen dicht zou houden, werd in eerste instantie ingewilligd. Maar toen puntje bij paaltje kwam, wilde hij niet dat zijn medewerkers dat op die manier zouden laten zien: “off with you. Who uses a device with his eyes closed?” We moeten het dus doen met de beelden waarop het apparaat wel lijkt te werken.

https://www.youtube.com/watch?v=WKQ3gBU3MAE

Lees het verslag van Hoessein op zijn website, die meer artikelen bevat over deze #koftagate-affaire (merendeels in Arabisch, maar met Google-translate is het wel te volgen). Zie ook de blog van Rena Netjes; zij vertaalde voor het Parool vorige maand ook een stuk dat de positie van het leger in de Egyptische samenleving weergeeft, de achtergrond waartegen dit soort rare ontwikkelingen mogelijk wordt (via Blendle).
Over die andere vinding die in februari gepresenteerd werd, de Complete Cure Device, die patiënten met aids en hepatitis C zou kunnen genezen, is er niet heel veel nieuwe informatie naar voren gekomen. Wel een inschrijfformulier waarvan ik de echtheid niet kan vaststellen, maar je moet wel gek zijn om dat zomaar in te vullen, lijkt me.

(afbeeldingen via Creative Commons van moftasa.net)

Filed Under: Alternatieve schade, Pseudowetenschap, Skepticisme Tagged With: Ahmed Amin Ibrahim, aids, c-fast, detector, Egypte, gamal shiha, hepatitis C, koftagate, virus

Rechter kent geen gewicht toe aan medisch oordeel chiropractor

14 May 2014 by Laurens Dragstra 129 Comments

Als een anesthesioloog- pijnbestrijder bij een patiënt aspecifieke rugklachten constateert en een chiropractor meent dat bij diezelfde patiënt sprake is van een uitstulping van de tussenwervelschijf, op wiens oordeel moet je dan als rechter afgaan? In een recente uitspraak heeft de Rechtbank Midden-Nederland voor het oordeel van de anesthesioloog gekozen, daarbij overwegend dat een chiropractor geen arts is.

Het UWV verwierp een aanvraag voor een WIA uitkering
Het UWV verwierp de aanvraag voor een WIA uitkering

De uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (ook hier besproken) vloeit voort uit een bestuursrechtelijk geschil tussen een burger (hierna: appellant) en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV). Appellant was werkzaam als servicemedewerker betaalsystemen en in 2011 met psychische klachten uitgevallen.
Eind 2012 heeft hij, na bijna twee jaar ziekte, bij het UWV een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet WIA (voluit: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Die aanvraag wordt aanvankelijk afgewezen, maar nadat appellant tegen de afwijzing bezwaar had gemaakt alsnog toegekend. Appellant vindt echter dat het UWV zijn arbeidsongeschiktheid verkeerd beoordeeld heeft. Onder meer ten aanzien van zijn rugklachten zou een verkeerd oordeel zijn geveld. Hij stelt daarom beroep in bij de rechter.

De rechter stelt vast dat het UWV zijn besluiten in beginsel mag baseren op rapportages opgesteld door de eigen verzekeringsartsen. Appellant mag die rapportages natuurlijk inhoudelijk bestrijden, maar moet dat in beginsel doen aan de hand van een rapportage van een regulier medicus, aldus de rechtbank. Dat is vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, de hogerberoepsrechter in het sociale zekerheidsrecht. Voordat de verzekeringsarts een oordeel over de rugklachten moest geven, hadden twee behandelaars er al naar gekeken:

“In de brief van 25 januari 2013 van S.P.M. van Egeraat, anesthesioloog- pijnbestrijder, wordt geconcludeerd dat eiser aspecifieke pijnklachten heeft in de rug. In de brief van 20 maart 2013 van M. Blom, chiropractor, wordt aangegeven dat eiser rugklachten heeft met uitstraling in het been en dat op een MRI-scan duidelijk een uitstulping van de tussenwervelschijf zichtbaar is, die mogelijk een deel van de uitstralende klacht in het been veroorzaakt. Daarbij merkt de chiropractor op dat hij eiser onlangs niet meer heeft gezien op het spreekuur en dat hij daarom geen objectieve bevindingen kan beschrijven.”

De anesthesioloog- pijnbestrijder – een arts – komt dus tot een ander oordeel dan de chiropractor, die geen arts is. De verzekeringsarts baseerde zich op het oordeel van de eerstgenoemde. De rechtbank is het daarmee eens:

“De rechtbank overweegt met betrekking tot de rugklachten van eiser dat de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep daarover is gebaseerd op de diagnose van de anesthesioloog-pijnbestrijder, die uitgaat van aspecifieke rugklachten. De enkele verwijzing naar de brief van de chiropractor is onvoldoende om aannemelijk te maken dat dit oordeel en de op grond daarvan in de FML [functionele mogelijkhedenlijst] aangenomen beperkingen onjuist zijn. Daarbij acht de rechtbank van belang dat een chiropractor geen arts is en daarom niet bevoegd is een oordeel te geven over de medische situatie van eiser en daarnaast dat de chiropractor zelf ook reeds heeft aangegeven dat hij geen objectieve bevindingen kan beschrijven.”

Het is wat merkwaardig dat de rechtbank zegt dat een chiropractor niet bevoegd is een medisch oordeel te geven. Dat suggereert dat van een zogenaamde voorbehouden handeling sprake is. Artikel 36 van de Wet BIG somt een aantal handelingen op die alleen door de daar genoemde zorgverleners (vaak artsen) mogen worden verricht omdat bij verrichting door niet-deskundigen grote risico’s voor de patiënten ontstaan. Het gaat in artikel 36 bijvoorbeeld om endoscopieën, katheterisaties, het geven van injecties, het onder narcose brengen van patiënten en het voorschrijven van geneesmiddelen die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn. Het geven van een oordeel over de medische toestand van een patiënt valt er niet onder.
In principe is iedereen bevoegd een medisch oordeel te geven. De relevante vraag is echter of een rechter er gewicht aan toekent. In deze zaak doet de rechter dat niet voor wat betreft het oordeel van de chiropractor. Waarschijnlijk bedoelde hij met ‘bevoegd’ in dit geval eerder ‘capabel’ of ‘gekwalificeerd’. Geconfronteerd met conflicterende oordelen van een arts en een chiropractor, acht deze rechter het oordeel van de arts van belang en dat van de chiropractor, die dus geen arts is en kennelijk ook niet als ‘regulier medicus’ wordt gezien, niet. Waarschijnlijk is dat niet anders als de chiropractor – anders dan in deze zaak – de patiënt recentelijk nog gezien heeft en meent wél objectieve bevindingen te kunnen beschrijven.

In Skepter 25.2 een uitgebreid artikel over chiropraxie van de hand van Dirk Koppenaal
In Skepter 25.2 een uitgebreid artikel over chiropraxie van de hand van Dirk Koppenaal

Dat de rechter in dezen aanzienlijk meer vertrouwen in artsen stelt, lijkt mij terecht. De chiropraxie is oorspronkelijk gebaseerd op de idee dat medische aandoeningen worden veroorzaakt door scheefstanden van de wervels van de ruggengraat, zogenaamde “subluxaties”, die belangrijke zenuwen zouden afknellen. Door die scheefstand manueel te corrigeren, zouden aandoeningen verholpen kunnen worden. Nu kan manipulatie van de ruggengraat wel wat helpen bij rugklachten, maar niet meer dan oefeningen of een goede massage.
Het bestaan van subluxaties is nooit aangetoond. Bovendien staan chiropractors nu niet bepaald bekend om hun grondige kennis van anatomie en hun vermogen om röntgenfoto’s en scans te interpreteren. De bekende emeritus hoogleraar complementaire en alternatieve geneeskunde Edzard Ernst stelde eind vorig jaar voor om de chiropractors met kerst maar een leerboek over anatomie te geven (de homeopaten kregen “a nicely wrapped box that contains nothing”).

De Amerikaanse psychiater Stephen Barrett heeft een verzameling aangelegd van (doorgaans kleine) onderzoeken naar de praktijken van chiropractors in de Verenigde Staten tussen de jaren ’70 en 2003. Bij sommige van deze onderzoeken was hij zelf betrokken. Slechts twee van de meer dan de meer dan 100 chiropractors hadden bij het onderzoeken van hun patiënten naar het oordeel van Barrett de correcte conclusie getrokken, en dat waren dan waarschijnlijk ook nog eens de chiropractors die stelden dat er niets aan de hand was met de patiënt. Vaak stelden de chiropractors onafhankelijk van elkaar bij dezelfde patiënt compleet andere diagnoses. Een gezonde 29-jarige vrouw bezocht bijvoorbeeld vier chiropractors, en dit was het resultaat:

“The first diagnosed an “atlas subluxation” and predicted “paralysis in fifteen years” if this problem was not treated. The second found many vertebrae “out of alignment” and one hip “higher” than the other. The third said the woman’s neck was “tight.” The fourth said that misaligned vertebrae indicated the presence of “stomach problems.” All four recommended spinal adjustments on a regular basis, beginning with a frequency of twice a week.”

D.D. Palmer, bedenker van de chiropraxie
D.D. Palmer, bedenker van de chiropraxie

Barrett geeft zelf wel toe dat sommige van de door hem genoemde onderzoeken gedateerd zijn en bovendien niet van topkwaliteit. Het grapje van Edzard Ernst sloeg vooral op chiropractors die nog steeds geloven dat ze doofheid met chiropractische behandeling kunnen verhelpen, zoals de grondlegger van de chiropraxie, D.D. Palmer (1845-1913), meende.
Echt niet alle chiropractors geloven vandaag de dag nog in de sprookjes over subluxaties die Palmer meer dan honderd jaar geleden verkondigde. Over de capaciteiten van de chiropractor in de hier besproken zaak tegen het UWV weten we niets, behalve dan dat hij mijns inziens heel verstandig is geweest om niet met definitieve bevindingen te komen zonder appellant recentelijk nog gezien te hebben. Het kernpunt is echter dat, wat de chiropractische theorie dezer dagen ook in moge houden, chiropractors nimmer hebben aangetoond dat ze medische oordelen kunnen vellen die gelijkwaardig zijn aan die van (reguliere) artsen. Dat de rechter in deze UWV-zaak geen gewicht aan het oordeel van een chiropractor toekent omdat hij geen arts is, lijkt me dan ook zonder meer een juiste beslissing.

Filed Under: Alternatieve schade, Factchecking, Gezondheid Tagged With: chiropractie, chiropractor, rechtspraak, rugklachten, subluxatie

Uit Skepter: De Fantast George Soulié en de Oorsprong van de Westerse Acupunctuur

12 May 2014 by Pepijn van Erp 161 Comments

acupunctuur“De acupunctuur werd in het Westen pas populair na 1972. De voedingsbodem voor deze belangstelling was echter al rond 1930 gelegd door de fantast George Soulié de Morant.

Over Soulié is in 2011 een kritisch artikel verschenen van Hanjo Lehmann (1), maar een veel uitvoeriger werk (2), de vrucht van vele jaren onderzoek in archieven en bibliotheken, is van de Franse arts-acupuncturist Johan Nguyen, zoon van een vooraanstaand Frans-Vietnamese arts-acupuncturist genaamd Nguyen Van Nghi. (3) Dit uiterst grondige, gedetailleerde en bewonderenswaardige boek toont aan dat Soulié niet alleen als eerste een eigen versie van Japanse acupunctuur populariseerde, maar dat hij ook een mythomaan was die vooral over zijn eigen grootheid fabeltjes verspreidde.”

Bij het uitkomen van een nieuwe Skepter komen de meeste artikelen uit het vorige nummer online beschikbaar. Daarom kun je ook als je (nog) geen abonnee bent nu het vervolg van dit artikel lezen. Op de Skepsis website is er geen mogelijkheid om te reageren op de artikelen, dan kan wel hieronder.

Lees het volledige artikel op de site van Skepsis:

Een mythomane acupuncturist

door Jan Willem Nienhuys, Skepter 26.1 (2013)

George Soulié
George Soulié

Talloze websites van praktijken voor acupunctuur vertellen het maar al te graag: de Chinese acupunctuur zou duizenden jaren oud zijn. Op dit verhaal valt nogal wat af te dingen. Zo had de ‘oude’ Chinese acupunctuur helemaal niets te maken met meridianen en dunne naaldjes. Die nieuwerwetse versie werd in Japan bedacht door Yanagiya Sorei; in 1927. De Fransman Soulié hielp in 1934 een andere Japanner, Yukikazu Sakurazawa, met de Franse vertaling van een Japans boek over deze relatief nieuwe ontwikkeling.
Ofschoon Soulié helemaal geen medische achtergrond had, ging hij zelf ook aan de gang met het prikken. Merkwaardig genoeg niet met die dunne naaldjes van de Japaners, maar met relatief dikke (1 mm) naalden van goud en zilver. In die zin was dat weer een stapje terug naar wat er in vroegere tijden in China voor acupunctuur doorging, want daar gebruikte men toen een set met negen messen en priemen die in niets lijken op die fijnzinnige stalen naaldjes waarmee je je nu als een speldenkussen mee kunt laten volprikken bij de acupuncturist. Die oude vorm van acupunctuur heeft Nienhuys eerder beschreven op het Skepsis-blog in Acupunctuur was en is astrologie.

Acupunctuur was voor 1930 in China een combinatie van astrologie en aderlaten. Of de mythologische Gele Keizer (afbeelding) uit de Steentijd ermee te maken heeft is twijfelachtig. De huidige praktijk is grotendeels een westerse fantasie. De meridianen en de acupunctuurpunten zijn samen een systeem dat nog steeds lijkt op astrologie: een gecompliceerd fantasiesysteem zonder materiële basis.

Samen vormen deze twee artikelen een mooi overzicht over hoe de acupunctuur zoals die nu hier in het Westen bedreven wordt als ‘eeuwenoude oosterse geneeswijze’ tot stand is gekomen. Over de vraag of al dat geprik met die naaldjes zinnig is, kunt u lezen in de meest recente Skepter in een derde artikel van Nienhuys. Dat staat nog niet online, maar het is gedeeltelijk gebaseerd op een artikel van Steven Novella en David Colquhoun:  Acupuncture Is Theatrical Placebo. Die titel zegt genoeg.

Filed Under: Algemeen, Gezondheid Tagged With: acupunctuur, George Soulié, meridianen

Volgende sociale psycholoog struikelt – de zaak Förster

9 May 2014 by Pepijn van Erp 23 Comments

Na de schandalen rond Diederik Stapel en Dirk Smeesters is nu weer een hoogleraar sociale psychologie ernstig in de problemen gekomen. Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit oordeelt dat professor Jens Förster, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, in minstens één artikel data heeft gebruikt, die eigenlijk niet op een normale wijze verkregen kunnen zijn. De gegevens zijn te ‘perfect’ en bevatten veel minder ruis dan je normaal verwacht bij het soort experimenten dat Förster uitvoerde.

Jens Förster
Jens Förster

Begin 2012 publiceerde Förster een artikel in Social Psychological and Personality Science onder de titel Sense Creative! The Impact of Global and Local Vision, Hearing, Touching, Tasting and Smelling on Creative and Analytic Thought. In het artikel beschrijven Förster en zijn co-auteur Markus Denzler een aantal experimenten op basis van een theorie die door Förster is ontwikkeld: GLObal versus LOcal processing Model. Deze theorie, kortweg GLOMO, gaat over het verschil dat zou bestaan tussen het verwerken van waarnemingen van iets in het geheel (global) of meer met een focus op details (local).
Het nieuwe van Försters onderzoek is dat hij het niet alleen beperkt tot visuele waarneming, zoals anderen eerder deden, maar experimenteert met geluid, geur, smaak en aanraking als prikkels. De experimenten komen er meestal op neer dat proefpersonen worden geprimed met ofwel een globale ofwel een lokale prikkel, en dan worden getest met analytische en creatieve testjes (op Wetenschap24 meer uitleg hierover). Uit het abstract van de bewuste studie:

Throughout separate 12 studies, participants were asked to look at, listen to, touch, taste or smell details of objects, or to perceive them as wholes. Global processing increased category breadth and creative relative to analytic performance, whereas for local processing the opposite was true. Results suggest that the way we taste, smell, touch, listen to, or look at events affects complex cognition, reflecting procedural embodiment effects.

Boven de weergave in de artikelen en onder in de volgorde local-control-global (low-med-high), waarbij het lineaire verband duidelijk wordt. (afbeelding van Wetenschap24)
Boven de weergave in de artikelen en onder in de volgorde local-control-global (low-med-high), waarbij het lineaire verband duidelijk wordt. (afb. Wetenschap24)

De resultaten leken echter veel te mooi om waar te zijn. Een UvA-collega van Förster, werkzaam op een andere afdeling, viel het op dat het ‘positieve’ effect van de priming met een globale prikkel precies het tegenovergestelde effect had als de priming met een lokale prikkel.
Dat is niet meteen duidelijk als je kijkt naar de grafiekjes van Förster, maar als je de volgorde van de weergave een beetje verandert, zie dat gemiddelden van ‘Global’ en ‘Local’ even ver af liggen van het gemiddelde van de controlegroep (zie afbeelding hiernaast). Dat kan natuurlijk een keer gebeuren, maar het patroon trad op in alle beschreven experimenten.

Een tweetal oudere artikelen werd erbij gehaald en daar bleken dezelfde uitgesproken lineaire verbanden op te duiken. In totaal werden in de drie artikelen 42 experimenten gevonden. En die vertonen allemaal hetzelfde beeld, zoals hieronder in een visuele samenvatting gezien kan worden:

 

Een grafische weergave van de 42 experimenten.(meta-montage door @neuroskeptic)
Een grafische weergave van de resultaten van de 42 experimenten,de lineariteit springt er uit (meta-montage door Neuroskeptic)

Ter vergelijking onderzocht deze medewerker, alleen of met anderen, ook een tiental artikelen van vakgenoten van Förster, waarin een soortgelijke opzet werd gebruikt (dus telkens met drie groepen). Daarin was er geen sprake van een dergelijk sterke lineariteit. De opmerkelijke resultaten van Förster zouden misschien nog wel verklaard kunnen worden door Questionable Research Practices (QRP), zoals het weglaten van uitschieters,  het aanvullen van de data met gegevens van extra steekproeven na een eerste evaluatie die net niet lekker uitkwam, of het verwijderen van deelnemers die hun onderzoek niet serieus genoeg hadden ingevuld. Dat laatste zou nog wel mogen, maar dan moet je vooraf precies vastleggen hoe je dat doet en niet achteraf, zoals in het geval Smeesters.
Ook kun je niet meteen uitsluiten dat deze experimenten op een nog onbegrepen lineair verband zijn gestuit. Maar ook als je er van uit gaat dat dat lineair verband er echt is, dan zouden de gegevens daar nog steeds veel te mooi bij passen. Er is veel te weinig spreiding in de gegevens. Bij nadere beschouwing blijkt het ook zeer onwaarschijnlijk dat QRP deze te ‘perfecte’ gegevens zouden kunnen opleveren op basis van een set gegevens die in eerste instantie wel netjes verkregen was. De analyse van de anonieme klager(s) die de basis vormde voor de klacht bij Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de Universiteit van Amsterdam (UvA)  is gelekt naar Retraction Watch.

De klacht werd door de CWI onderzocht, maar die kwam in juli 2013 uiteindelijk niet verder dan de aanbeveling om een ‘letter of concern’ te publiceren omtrent de twijfels over de data (geanonimiseerd rapport, pdf). Förster ontkende dat hij slordig was geweest en zich schuldig had gemaakt aan QRP. De klager vond dat de CWI haar werk onvoldoende had gedaan en ging in beroep bij het LOWI met onder de volgende punten van kritiek: de CWI had archiefonderzoek moeten doen naar de dataverzameling, meer getuigen (onderzoeksassistenten) moeten horen, andere artikelen van Förster en de ruwe databestanden moeten onderzoeken, en ook veel sneller moeten werken.
In het LOWI-rapport(pdf), dat deze week uitkwam (de berichtgeving kwam eind april al op gang na een stuk van Frank van Kolfschooten in NRC), wordt de klager niet op alle punten in het gelijk gesteld. Vooral procedureel valt de CWI niet veel te verwijten. Het is niet zo raar dat die zich beperkt heeft tot de concreet aangedragen problemen. In de zaken van Stapel en Smeesters lag het anders: daar kwamen snel bekentenissen en kregen de CWI’s opdracht van de Colleges van Bestuur om verder onderzoek te doen.
Inhoudelijk geeft het LOWI de klager echter wel gelijk en deelt de mening er eigenlijk geen aanwijzingen zijn gevonden dat QRP tot de onwaarschijnlijke data geleid kunnen hebben en dat het daarom niet bij zo’n ‘letter of concern’ zou kunnen blijven. De statistische experts die vervolgens door het LOWI ingeschakeld werden, kwamen met nog een opmerkelijk gegeven in de data. Als je kijkt naar subgroepen, je splitst de data op naar man/vrouw bijvoorbeeld, dan is er helemaal geen spoor van die lineariteit terug te vinden. De afwijkingen ten opzichte van het lineaire verband bij mannen en vrouwen heffen elkaar precies op als je de data samenvoegt. Dit lijkt helemaal bizar, maar misschien voegt het niet zo veel toe aan het reeds ontstane beeld dat de data sowieso geconstrueerd moeten zijn. En dat door iemand zonder al te veel kennis van statistiek. Förster ontkent intussen dat hij iets verkeerd heeft gedaan en spreekt van een onterechte heksenjacht.

Is het statistisch bewijs voldoende om het oordeel fraude te kunnen vellen? In de analyse van de klager wordt een waarde berekend die zou inhouden dat er maar een kans is van één op 508 triljoen dat de gegevens van een normale steekproef afkomstig zouden kunnen zijn zonder manipulatie. De statisticus Richard Gill (Universiteit Leiden), die zich vaak roert in de commentaren op diverse blogs over deze zaak, geeft echter aan dat je je niet moet blindstaren op dit soort cijfers. Ze hangen af van allerlei aannames rondom de gebruikte modellen. Als handvat om er zinnig mee om te gaan, stelt hij dat je eerst maar eens het aantal nullen moet halveren en als er dan nog steeds een buitensporig aantal nullen staat, halveer je het nog maar eens. In dit geval blijft er dan echter nog steeds een absurd lage kans over. Gill noemt Förster ‘ofwel een oplichter of volkomen incompetent.’
Er zijn ook andere aanwijzingen dat er iets goed is misgegaan. Het LOWI heeft zich alleen gebogen over het artikel dat de aanleiding was tot de klacht. Van de oudere artikelen die ook door de klager zijn geanalyseerd, zijn de gegevens niet eens meer beschikbaar (gecrashte harddisk). Van het artikel in 2012 zijn de originele formulieren vernietigd, hoewel de aangeraden bewaartermijn nog niet was verlopen. En er is onduidelijkheid over wanneer en waar de gegevens precies verzameld zouden zijn. Misschien dat dit soort slordigheden vrij vaak voorkomen (of kwamen) in de sociale psychologie, maar het wordt in dit geval toch wel moeilijk om het niet te zien als een poging om een ernstiger probleem te verhullen.
Samenvattend volgens het LOWI: “is de conclusie […] onontkoombaar dat voor de uitkomsten van dit onderzoek in het artikel onderzoeksgegevens zijn gemanipuleerd of gegevens bewust zijn bijgesteld.” Het oordeelt dat er sprake is geweest van schending van de wetenschappelijke integriteit en adviseert de UvA om het tijdschrift te verzoeken het artikel in te trekken. Op het moment van schrijven van dit stuk was er nog geen officiële mededeling van de UvA, maar de woordvoerder liet al weten dat ze het advies overnemen. Er lijkt vooralsnog geen onderzoek naar andere artikelen van Förster geïnitieerd te worden. [Update 4/10/2014. NRC: ‘UvA gaat toch mogelijke fraude psycholoog onderzoeken‘]

Förster zou eigenlijk volgende maand aan de slag gaan als ‘Humboldt-professor’ in Bochum met een beurs van 5 miljoen euro, dat is voorlopig uitgesteld. In Duitsland is het overigens nog akelig stil rond deze zaak. Merkwaardig, want Förster heeft een grotere status dan Stapel of Smeesters in het vakgebied. Het is opvallend dat deze drie zaken allemaal aan Nederlandse universiteiten naar boven komen. Is het hier erger dan in het buitenland? Waarschijnlijk niet en heeft het er meer mee te maken dat sinds de affaire Stapel de wegen naar CWI’s en LOWI sneller gevonden worden door klokkenluiders en klagers van buitenaf.

Verder lezen:

  • Retraction Watch heeft intussen meerdere blogs over de zaak en boeiende discussies daaronder;
  • Neuroskeptic op Discover Magazine blogs On the “Suspicion of Scientific Misconduct by Jens Förster”;
  • @NotPICNIC houdt een ‘Pearltree‘ bij met relevante websites over deze zaak.

Filed Under: Wetenschap Tagged With: Jens Förster, LOWI, sociale psychologie, statistiek, wetenschappelijk integriteit, wetenschappelijke fraude

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 272
  • Page 273
  • Page 274
  • Page 275
  • Page 276
  • Interim pages omitted …
  • Page 451
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
Alles ADHD
24 September 2026 - Ward van Beek

. ADHD lijkt zich goed te lenen voor ludieke filmpjes op sociale media, vol overdrijving en halve waarheden. Vaak gaan ze over hoe je ADHD herkent. Praten mensen zichzelf zo al scrollend ADHD aan of valt het wel mee? Anouk…Lees meer Alles ADHD › [...]

In Memoriam Frank Israël
23 September 2026 - SkepsisSiteBeheerder

De emeritus hoogleraar astronomie was voorzitter van Stichting Skepsis van 2012 tot 2023.Lees meer In Memoriam Frank Israël › [...]

13 oktober: International Skeptics Day
18 September 2026 - Ward van Beek

.Elk jaar op 13 oktober is het International Skeptics Day. Verspreid over de wereld zijn er talloze organisaties die zich inzetten voor het bevorderen van kritisch denken. En op dinsdag 13 oktober 2026 kunnen zij elkaar weer online ontmoeten! Die…Lees meer 13 oktober: International Skeptics Day › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

Jay Bhattacharya, October 2020: “Let People Face the Risk of the Disease.”
29 September 2026 - Jonathan Howard
Jay Bhattacharya, October 2020: “Let People Face the Risk of the Disease.”

Dr. Jay Bhattacharya sought to spread a deadly pathogen. Does he belong in the HHS Hall of Heroes with legends who tried to contain them? The post Jay Bhattacharya, October 2020: “Let People Face the Risk of the Disease.” first appeared on Science-Based Medicine. [...]

The metastasis hoax?
28 September 2026 - David Gorski
The metastasis hoax?

An anonymous blogger cites a virus denier who claims that our understanding of the mechanisms of cancer metastasis is a "hoax." I cringe but cannot resist. Damn. The post The metastasis hoax? first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Dr. Vinay Prasad Created Long Lists of Randomized Trials for Other People to Do. Does That Make Him an EBM Guru?
25 September 2026 - Jonathan Howard
Dr. Vinay Prasad Created Long Lists of Randomized Trials for Other People to Do. Does That Make Him an EBM Guru?

"Just saying the same thing over and over again, whether in social media or in medical literature, ain’t gonna get it done."- Dr. Eliezer Van Allen The post Dr. Vinay Prasad Created Long Lists of Randomized Trials for Other People to Do. Does That Make Him an EBM Guru? first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Hans1263
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    @Renate Veel gaat "vanzelf" over en dan ligt het bij velen voor de hand dat de kwakzalverij die verbetering heeft
  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    Inderdaad. Maar zo gaat het meestal. De mensen die kritiek hebben op Adriaan ter Braak, zijn zelf ook niet deskundig.
  • Hans1263
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    Kortom: kletsica!
  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    Geen idee, er stond niet bij dat zij arts was of zo. Ze noemde alleen een arts die ook met
  • Hans1263
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    @Renate En die ingezondenstukkenschrijver was deskundig?

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in