In hun serie ’10 questions you always wanted to ask…’ ging VICE langs bij
Andy Thomas, iemand die wel heel erg gelooft dat graancirkels niet door mensen zijn gemaakt.
Paranormaal
Minister van Financiën kan maar weinig doen tegen de kletskousen van ‘Dit is mijn Toekomst’

De late uurtjes op de commerciële zenders worden dikwijls vervuild door het gekakel van zelfbenoemde mediums, die er in feite alleen maar op uit zijn om de bellers naar het programma zoveel mogelijk geld afhandig te maken door ze aan de lijn te houden op de duurbetaalde telefoonnummers. De wet biedt er ruime mogelijkheid voor. Maar blijkbaar zijn er ergens toch grenzen, en die werden mogelijk overschreden door Dit is mijn Toekomst dat op de zenders van RTL wordt uitgezonden.
Toen journalist Mark Hulstein een wel heel dubieuze oproep van deze kletskousen opviel en op Twitter deelde, veroorzaakte dat genoeg ophef om Tweede Kamerleden Joost Sneller en Mahir Alkaya in de pen te doen klimmen en de minister van Financiën een paar vragen te stellen. Die kwam gisteren met antwoorden. Eerst moet hij de vragenstellers echter even corrigeren, want die waren een beetje slordig:
Het programma en de concrete uitzending (30 oktober 2018) die de aanleiding hebben gevormd voor het stellen van uw vragen betreffen echter niet Astro TV van Net5, maar het programma “Dit is mijn toekomst” van RTL.
Ah ja, Dit is mijn Toekomst, daar hebben we op Kloptdatwel al eerder over geschreven. De vragen werden gesteld, omdat de ‘mediums’ opriepen om in te bellen voor wat extra financiële voorspoed. Vooral de mensen die ‘het nu keihard nodig hebben’ zouden moeten bellen, voor een euro per minuut dus.
Wie de antwoorden van de minister goed leest, zal er echter geen uitspraak in vinden waaruit blijkt dat het niet mag wat de dames deden. Mogelijk kan de Autoriteit Consument en Markt er naar kijken, maar die bepaalt haar eigen prioriteiten. De minister:
Het is mij niet bekend of de ACM onderzoek doet naar Astro TV of “Dit is mijn toekomst”. Ik zal deze uitzending onder haar aandacht brengen. De ACM kan over lopende onderzoeken geen mededelingen doen. Mocht de uitzending voor de ACM aanleiding zijn om in te grijpen, dan kan zij daarover publiceren. De ACM bepaalt als onafhankelijk toezichthouder zelf haar toezichtprioriteiten.
Eigenlijk is het binnen de Mediawet allemaal overgelaten aan de media zelf, en de Luxemburgse zender RTL trekt zich sowieso al niet al te veel aan van het Commissariaat van de Media. RTL heeft aangegeven dat ze er nog eens goed naar gekeken hebben met hun eigen mediacode en kondigt wel wat aanpassingen aan:
Naar aanleiding van uw vragen over de bewuste uitzending van “Dit is mijn toekomst” heeft RTL maatregelen genomen om herhaling van dit incident te voorkomen. Er is uitvoerig met de makers van het programma gesproken en er zijn strikte kaders afgesproken waarbinnen er adviezen mogen worden gegeven (liefde-werk-relaties). Er zullen geen adviezen meer worden gegeven die op enige manier gerelateerd kunnen worden aan de persoonlijke financiële omstandigheden van de gebruikers van de diensten. Verder heeft RTL mij laten weten dat zij zich beraden over de toekomst van het programma op haar zenders.
Slappe hap, dus. En je kunt je ook afvragen wat erger is: dat iemand een paar euro verliest, omdat hij verleid wordt om te bellen voor een financieel advies – waarvan in dit geval waarschijnlijk snel genoeg duidelijk wordt of het zinnig is – of dat iemand afgaat op de adviezen op het gebied van liefde, werk en relaties van deze ongekwalificeerde praatjesmakers, die mogelijk veel ergere schade aanrichten die niet altijd in harde euro’s is uit te drukken.
De tweet die de aanleiding was voor de kamervragen:
Intussen wordt op RTL 4 door een of ander medium het uitzicht op een 'financiële boost' in de toekomst gegeven aan mensen die het financieel moeilijk hebben. Dat dit nog bestaat… pic.twitter.com/p8qXZ45V4c
— Mark Hulstein 🎧 (@markhulstein) October 30, 2018
Lees verder bij de NRC: Helderzienden RTL mogen geen financiële ‘boost’ meer beloven
Hersenonderzoek bij Robbert van den Broeke?
Met het verstrijken van de tijd worden de strapatsen van zelfverklaard medium Robbert van den Broeke steeds bizarder. Zo zat hij begin 2016 zes dagen vast op verdenking van bedreiging via internet, liggen er naar verluidt nog alien tentakels in zijn vriezer te wachten op DNA-onderzoek en beweert hij recentelijk de vrouw van Joran van der Sloot bezwangerd te hebben. Er was echter ook een periode waarin sommigen zijn claims nog serieus wilden onderzoeken. Nederlandse wetenschappers zouden zelfs hersenonderzoek hebben gedaan bij Van den Broeke waaruit zou blijken dat hij nagenoeg hersendood is tijdens zijn paranormale sessies.
Dit is onder andere opgetekend door parapsycholoog Richard Krebber in een stuk in ParaAstro (2014, pdf). Het zou gaan om EEG-metingen:
Als eerste willen we met E.E.G.-apparatuur (Elektro Encefalo Gram; meet de activiteit van de hersenen aan de oppervlakte van de schedel) uitgebreid onderzoek doen naar de bewustzijnstoestand van Robbert, terwijl hij mentale foto’s maakt op digitale camera’s. Robbert is eerder al op die manier onderzocht en uit de twee onderzoeken bleek, dat Robbert inderdaad in staat was om mentale foto’s te maken terwijl zijn E.E.G. op die momenten aangaf dat hij nagenoeg hersendood was.

Nu kun je met EEG-metingen alleen helemaal geen hersendood vaststellen, maar erg veel details staan er sowieso niet in het stuk over dat onderzoek. En die zijn ook nauwelijks elders te vinden. Wel wordt door het kamp Van den Broeke de suggestie gewekt dat de betrokken wetenschappers met de resultaten verlegen zijn en onder de pet willen houden. Zie bijvoorbeeld deze video uit 2013 (vanaf 5:15).
Dit blijkt niet helemaal het zoveelste onzinverhaal rond Van den Broeke. In een recent audioberichtje (vanaf 3:15) onthult Stan Pluijmen (partner in crime van Van den Broeke) aan Constantia Oomen dat er in ieder geval onderzoek zou zijn gedaan door Hans Gerding en Klaas van Egmond. Geen onbekende wetenschappers, beiden waren hoogleraar. Gerding was bijzonder hoogleraar metafysica in de geest van de theosofie aan de universiteit van Leiden en directeur van het Parapsychologisch Instituut. Van Egmond is een prominente persoon in duurzaamheidskringen en tot voor kort hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Van Egmond staat ook bekend om zijn interesse in het graancirkelfenomeen en zal via die hoek vermoedelijk in contact gekomen zijn met Van den Broeke.
Een onderzoek aan het Parapsychologisch Instituut was indertijd misschien nog niet zo’n gek idee. Wijlen Rob Nanninga opperde in 2006 (dus nog na het genverbrander-incident) op het Fok!-forum dat dat misschien wel een geschikte partij zou zijn om een eerste onderzoek uit te voeren als redelijk neutrale partij die niet verdacht kan worden van een vooringenomen (skeptische) houding tegenover het paranormale. Op een eerdere uitnodiging (in 2005) vanuit Skepsis was Van den Broeke niet ingegaan, hoewel die altijd riep – en nog steeds roept – dat hij graag onderzocht wil worden.
Uit onafhankelijke bron kreeg ik bevestiging dat deze hooggeleerde heren inderdaad iets van een onderzoek gedaan hadden met Van den Broeke. Maar toen ik ze zelf per e-mail vroeg om een toelichting over wanneer het plaatsgevonden zou hebben en waar (aan het Parapsychologisch Instituut?), wie er nog meer bij betrokken waren, wat de onderzoeksvragen en onderzoeksopzet waren geweest, en natuurlijk wat de resultaten waren, kreeg ik helaas nul op het rekest. Na een keer aandringen schreef Van Egmond namens beiden: “eerdere ervaringen en mailwisselingen hebben duidelijk gemaakt dat onze wederzijdse mens- en wereldbeelden dermate ver uit elkaar liggen, dat verdere uitwisseling van informatie over dit onderwerp zinloos is.” en dat ze dus niet bereid waren mij meer informatie te verschaffen.
Beetje jammer en wat flauw, vond ik. Met Van Egmond heb ik in het verleden inderdaad wel eens een akkefietje gehad, maar met Gerding had ik nog nooit eerder contact gezocht en ook nog nooit over zijn activiteiten geschreven.
Gelukkig lieten de heren via een tussenpersoon toch wat meer los. Ja, Gerding en Van Egmond hebben een verkennend onderzoekje met Van den Broeke gedaan. En ja, daar was ook sprake van een soort EEG-meting. Die was echter wat provisorisch, met slechts twee elektroden (normaal gebruik je er iets van 20). Het is dus niet echt verrassend dat er niets bijzonders uit kwam. De elektrische signalen van het hart zouden al voor te veel storing hebben gezorgd om iets over hersenactiviteit te kunnen zeggen, laat staan dat ze iets als ‘hersendood’ of een gebrek aan hersenactiviteit hebben waargenomen.
Wat ze nog meer gedaan hebben aan tests met Van den Broeke is me niet bekend. Volgens Pluijmen beschouwden ze de paranormale foto’s van Robbert als bedrog en waarom zouden we daaraan twijfelen als het vanuit die hoek gemeld wordt?
Of het onderzoek van Van Egmond en Gerding hetzelfde onderzoek betreft als waarover Krebber het heeft, is overigens niet helemaal zeker, maar het lijkt voor de hand te liggen. Of we de overige details van het verhaal van Pluijmen kunnen vertrouwen, is ook maar de vraag, bijvoorbeeld over dat onderzoek bij spiritueel therapeut Rens Hendriks (‘het extreme geval’), die er mede verantwoordelijk voor is dat Van den Broeke het spirituele pad op ging.
Veel blijft nog onduidelijk, maar in ieder geval is nu weer een detail uit de ‘Van den Broeke-saga’ enigszins opgehelderd en wie weet volgt de rest ook nog wel een keer.
De vermeende successen van Gerard Croiset als paranormaal detective
Het archief van de beroemde paragnost Gerard Croiset zal na vijf jaar indexeerwerk binnenkort publiekelijk toegankelijk worden. Naar aanleiding hiervan verscheen in de NRC van zaterdag 14 januari 2017 een uitgebreid artikel over het werk van Croiset als paranormaal detective. Zijn bekendheid schuilt vooral in de (vermeende) successen die hij behaald zou hebben in het bijstaan van politiediensten over de gehele wereld bij vermissingszaken.

Het is nogal merkwaardig dat in het artikel maar heel summier aandacht is voor de kritiek op Croiset. Die kritiek vooral te danken aan het onderzoekswerk van journalist Piet Hein Hoebens (1948-1984), die niet eens wordt genoemd. Hoebens liet begin jaren 80 van de vorige eeuw zien dat het onderzoek dat professor Wilhelm Tenhaeff deed met Croiset alles behalve objectief was. Vooral Tenhaeffs status als serieuze wetenschapper heeft Croisets ster doen rijzen en diens prestaties tot mythische proporties doen aanzwellen. Nuchter beschouwd blijft er allemaal weinig van overeind. Hoebens schreef het in 1980-81 allemaal op in The Skeptical Inquirer en die stukken verschenen in 1988 in Nederlandse vertaling in de eerste jaargang van Skepter.
In het stuk in NRC schrijft auteur Frank Schravesande ook: “De politie schakelt sporadisch nog steeds paragnosten in.” Hij verwijst hier naar de ‘Instructie Bijzondere Opsporingsmethoden’ die opdook bij kamervragen aan toenmalig minister Ivo Opstelten (zie Minister van Jusititie fan van paragnosten?). Ik ben echter nog nergens overtuigende verhalen tegengekomen dat de politie uit eigen initiatief een paragnost inschakelde, omdat ze er met normaal speurwerk niet uitkwamen. Wat wel vaker gebeurt is dat familie van een vermist persoon zich het advies van een paragnost laat aanleunen en daarmee de politie opzadelt. Enigszins begrijpelijk vanuit die familieleden, die alle strohalmen in die omstandigheid zullen aangrijpen. Het vergt waarschijnlijk nogal wat tact van de politie om hier goed mee om te gaan. Teveel manuren wil je niet verspillen met het nalopen van tips die op niet meer dan een vaag gevoel zijn gebaseerd, maar je wil ook niet het contact met de familie verstoren door de goedbedoelde ‘hulp’ resoluut af te wijzen. Zie bijvoorbeeld het recente voorbeeld van de vermissing van kickbokser Marc de Bonte.
Therapeutic Touch bij veel te vroeg geboren baby’s = non-Therapeutic no-Touch
Canadese onderzoekers onderzochten het effect van Therapeutic Touch (TT) bij veel te vroeg geboren baby’s. Ze publiceerden er een artikel over in het Clinical Journal of Pain. De titel die dit stuk meekreeg, zegt eigenlijk alles wat er te zeggen valt: Therapeutic touch is not therapeutic for procedural pain in very preterm neonates: a randomized trial.

Het artikel dateert al van september 2013, maar is niettemin bespreking waard vanwege de zeer goede opzet van het onderzoek. Het onderzoek werd gedaan tegen de achtergrond dat pijnbestrijding bij veel te vroeg geboren baby’s problematisch is. Die kun je immers niet zomaar pijnstillers toedienen. Er zijn wel methoden waarmee succes wordt behaald – orale toediening van sucrose of huid-op-huidcontact (‘kangaroo care’), maar die methoden hebben ook nadelen. De onderzoekers besloten daarom TT een kans te geven. Ze verdeelden baby’s die na gemiddeld zo’n 27 weken zwangerschap geboren waren over twee groepen, TT en sham-TT. In beide groepen kregen de baby’s een hielprik (heel lance procedure), wat bij hen uiteraard fysiologische effecten veroorzaakt. De onderzoekers keken naar het effect van TT op pijnscores, hartslag, heart rate variability en het stresshormoon cortisol.
Methoden
Het was als gezegd methodologisch een sterke studie:
- hoewel de behandelingen plaatsvonden in twee Canadese centra, werd de randomisering uitbesteed aan een bedrijf uit Stockholm, Zweden;
- de blindering was erg goed. Alleen de TT-behandelaars (verpleegsters met veel TT-ervaring) wisten welke baby’s in welke groep zaten. Die informatie stond op een website die alleen met een wachtwoord bekeken kon worden;
- de TT-behandelaars voerden hun behandelingen uit rondom de couveuses, waarbij de couveuses met een gordijn werden afgeschermd. Niemand kon dus zien of ze TT of sham-TT uitvoerden;
- bij zulke jonge baby’s zijn placebo-effecten waarschijnlijk verwaarloosbaar. Hun ontwikkeling is nog zo gering dat zaken als suggestie en verwachting geen rol zullen spelen;
- te vroeg geboren baby’s kunnen uiteraard ook geen vragenlijsten invullen over pijnbeleving. De onderzoekers gebruikten hiervoor de Premature Infant Pain Profile (PIPP) methode. Die houdt onder meer in dat video-opnames met close-ups van de gelaatsuitdrukkingen en grimassen van de baby’s bestudeerd worden. Twee onafhankelijke onderzoekers buiten de medische centra bestudeerden de beelden en gaven scores voor pijn.
- zaken als hartslag, heart rate variability en cortisolniveau zijn goed objectief te meten.
Uitkomsten
In het onderzoek werd eerst 5 minuten een TT- of sham-TT-behandeling uitgevoerd bij de couveuse. Bij de sham-behandeling stond de behandelaar ernaast met de handen naast het lichaam en maakte ze bijvoorbeeld rekensommen in haar hoofd. Daarna werd de hielprik uitgevoerd (hiel verwarmen, prikken, bloed afnemen, afplakken) en vervolgens werd nogmaals 5 minuten een TT- of sham-TT-behandeling toegepast. De preventieve TT-behandeling zal zijn ingegeven door het feit dat ook bijvoorbeeld de orale toediening van sucrose doorgaans vóór de hielprik plaatsvindt.
Op diverse momenten in dit proces werden gegevens verzameld met betrekking tot de baby’s. Dat waren er uiteindelijk 27 in de TT-groep en 28 in de sham-TT-groep (er waren enkele uitvallers, bijvoorbeeld omdat geen hielprik nodig was). Wat waren de uitkomsten? Het abstract vat het perfect samen:
“There were no group differences in any of the outcomes. Mean Premature Infant Pain Profile scores across 2 minutes of heel lance procedure in 30-second blocks ranged from 7.92 to 8.98 in the Therapeutic Touch group and 7.64 to 8.46 in the sham group.”
De onderzoekers schrijven dan ook dat “the most compelling conclusion that can be made is simply that Therapeutic Touch has no comforting effect in this population”. Het enige wat je op deze studie aan kunt merken, is dat de duur ervan nogal kort was. Er werd niet over meerdere dagen gemeten. Dat is ook wel begrijpelijk, want als het gaat om pijnbestrijding bij veel te vroeg geboren baby’s die een hielprik krijgen, zoek je naar een methode die onmiddellijk effect sorteert en niet pas vier dagen later. Anders dan de beperkte duur is het een zeer goed opgezette studie, en ik kan de interpretatie van de auteurs dan ook volledig onderschijven:
“In a tightly controlled study, Therapeutic Touch given in a single dose was no better than a sham control in decreasing pain response or recovery in very preterm neonates. Although there were no safety issues, it seems to offer no benefits and cannot be recommended as a pain control method in this population.”
Het jaar 2013
2013 was sowieso geen goed jaar voor de TT-beroepsgroep. Braziliaanse onderzoekers verrichtten weliswaar een enigszins vergelijkbaar onderzoek naar TT bij baby’s, maar maakten daarbij een beginnersfout door geen controlegroep op te nemen. Dat ze een reductie van pijn vonden ná een TT-behandeling wil dan ook nog niet zeggen dat dit dóór die behandeling komt. Pijn wordt immers ook vanzelf minder, ook bij baby’s.
In 2013 werd verder de Cochrane review uit 2008 over Touch therapies for pain relief in adults ingetrokken. Die review, enige jaren terug nog besproken door Rob Nanninga in zijn artikel Therapeutic Touch. Evidence based of paranormaal?, was gematigd positief over het effect van TT bij volwassenen met pijn. Als reden voor de intrekking van 2013 wordt slechts opgegeven:
“Reason for withdrawal from publication
This review is out of date and has been withdrawn. The content of the review may be of historical interest to readers.”
Of de onderzoekers geen tijd of zin hadden voor een nieuwe review, vermeldt het verhaal niet. Het doet er ook niet veel toe, de gematigd positieve review uit 2008 is formeel van tafel en zou dus niet meer als autoriteit geciteerd mogen worden. Een andere Cochrane review staat nog wel recht overeind: “There is no robust evidence that TT promotes healing of acute wounds.”
Conclusie
Recentelijk zijn op Klopdatwel? verschillende onderzoeken naar TT besproken. Een goed opgezette studie naar het effect van TT bij borstkankerpatiënten die radiotherapie kregen vond geen effect op de ontwikkeling van dermatitis (huidschade) en zelfs geen placebo-effecten. De hier besproken, eveneens goed opgezette studie naar TT bij veel te vroeg geboren baby’s vond ook geen effecten op bijvoorbeeld pijn en hartslag. Een zeer matige studie naar het effect van TT op misselijkheid als gevolg van een chemokuur is ook aan de orde gekomen. De onderzoekers vonden zogenaamd dat TT de duur van de misselijkheid significant verkortte, maar vergaten even te vermelden dat placebo-TT het weer beter deed dan echte als het ging op de frequentie van de misselijkheid. Ten slotte is een zwaar onethisch onderzoek naar de ontwikkeling van kankertumoren en uitzaaiingen bij laboratoriummuizen besproken. Het vond geen effecten op de groei van de tumoren en haalde een lelijke truc uit om wél een effect op uitzaaiingen te vinden. Een effect dat er dus niet was.
Misschien is het tijd geworden om eens te concluderen dat er wel genoeg onderzoek naar TT gedaan is. Er is genoeg tijd en geld geïnvesteerd om vast te stellen dat TT niet meer is dan een beetje extra aandacht aan patiënten besteden. Dat kun je ook prima doen zonder wonderlijke fantasieën over energievelden die ons hele functioneren zouden reguleren en met de hand gemanipuleerd en geharmoniseerd kunnen worden. En het is ook tijd voor een naamswijziging. Ergens op Internet, ik weet niet meer waar, werd terecht geconstateerd wat TT eigenlijk is: non-Therapeutic no-Touch. Laten we die naam voortaan gebruiken. Af te korten tot noTnoT.