• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Wetenschap

Testje: ben jij goed in het schatten van kansen?

18 April 2012 by Arnold Bronkhorst 37 Comments

Stel – je bent bang dat iemand een bom meeneemt aan boord van het vliegtuig. Nou ja, zo vaak komt dat niet voor, blijkt uit een klein onderzoek. Toch besluit je geen enkel risico te nemen. Uit je onderzoekje blijkt dat het nog nooit is voorgekomen dat er twee bommen aan boord van een vliegtuig zijn gevonden. Helpt het als je zelf een bom zou meenemen aan boord? Zit je dan veilig omdat twee bommen aan boord nog nooit is voorgekomen?

 

Het antwoord is natuurlijk dat het niet uitmaakt of je zelf wel of niet een bom meeneemt aan boord. Immers – beide gebeurtenissen zijn onafhankelijk van elkaar. De kans op een tweede bom aan boord blijft erg klein maar verandert niet door het zelf meenemen van een bom.

Dit type redeneringen is voor mensen erg lastig.

Wij zijn over het algemeen slecht met het schatten van kansen. Helemaal wanneer we in het dagelijkse leven te maken krijgen met toeval. Een vriend belt op terwijl je net aan hem dacht (typische maar onterechte reactie: dat kan geen toeval zijn), op een blauwe maandagochtend heb je alle verkeerslichten tegen of je wint tien keer achtereen met rock-scissors-paper. Het zijn dingen die gebeuren en waar je geen bijzondere betekenis aan kunt toekennen. Maar in het dagelijkse leven blijkt dit juist veel te gebeuren.

Een bekend voorbeeld waar onze problematiek met kansberekening mooi ten toon wordt gesteld is het driedeurenprobleem, in het Nederlands ook wel het  Willem-Ruis probleem genoemd (naar de bekende spelpresentator op TV):

Je doet mee aan een spelshow en je hebt de keuze uit drie deuren. Achter 1 deur staat een mooie auto, achter de overige twee een geitje. Je kiest een deur. Vervolgens opent de gameshowhost een van de twee overgebleven deuren. Een geitje verschijnt. Willem Ruis stelt jouw daarop de vraag of je nog van deur wil wisselen. Wissel je van deur of blijf je bij je eerste keuze? 

Ook al ken je hem, hij blijft lastig.

Hoe goed ben jij met cijfers en kansen? Op de website van columnist Hans van Maanen kwam ik een testje van vier vragen tegen. (link naar de vragen vragen, als dit niet werkt kun je naar de website van Hans van Maanen en dan naar het 5e bericht ‘gecijferd’). Stem met de voorwaarden in, geef antwoord op de vragen, vul een aantal achtergrondkenmerken in en vervolgens krijg je de uitslag. Je mag pen en potlood gebruiken, maar geen rekenmachine.

Update 18-04 – 15:00
Let op! De antwoorden op enkele van bovenstaande vragen of testjes worden in de commentaren hieronder besproken. Pas dus op voor ‘spoilers’.

 

Illustratie voorpagina: het driedeurenprobleem (wikipedia).

Filed Under: Algemeen, Wetenschap Tagged With: driedeurenprobleem, kansberekening, kritisch denken, statistiek

Biggenstudie krijgt prijs: homeopaten blij met dode mus?

4 April 2012 by Pepijn van Erp 28 Comments

Biggenstudie krijgt prijs: homeopaten blij met dode mus? 1De International Academy of Classical Homeopathy (IACH) heeft de biggenstudie van Irene Camerlink en Liesbeth Ellinger gekozen tot beste studie gepubliceerd in een peer-reviewed tijdschrift. Dit heugelijke nieuws las ik op de site van de Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland. De studie is al eerder terloops ter sprake gekomen op Kloptdatwel.nl, maar nog niet uitgebreid besproken. De uitverkiezing  tot het beste artikel op het gebied van homeopathie door het instituut van Vithoulkas zelf, is aanleiding om er toch even nader naar te kijken. Eventjes dan. 

Biggenstudie krijgt prijs: homeopaten blij met dode mus? 2
foto van jref.org

George Vithoulkas is namelijk een heel grote meneer in homeopathische kringen en onder andere winnaar van een Right Livelihood Award, de ‘alternatieve Nobelprijs’. En het is dus niet zo vreemd dat het winnen van de IACH Research Award door de aanhangers van homeopathie als een belangrijke erkenning wordt gezien. Vithoulkas durfde het ook aan om in te gaan op de ‘1 million $ Challenge’ van James Randi.  Maar uiteindelijk kwam het niet tot een echte test en de heren geven elkaar natuurlijk de schuld van het niet doorgaan (JREF, Vithoulkas).

In 1995 stichtte Vithoulkas de International Academy of Classical Homeopathy op Alinissos  in Griekenland. Het is vooral een zomerschool waar homeopaten van over de hele wereld bijgeschoold worden. Volgens de website gaat het al om 9.000 homeopaten uit 32 landen.

De biggenstudie
Wat behelst die studie ook al weer? Irene Camerlink deed het onderzoek in het kader van een minor scriptie bij de Leerstoelgroep Biologische Landbouwsystemen aan de Universiteit Wageningen. Het artikel verscheen in het blad Homeopathy onder de titel Homeopathy as replacement to antibiotics in the case of Escherichia coli diarrhoea in neonatal piglets (hier vrij toegankelijk) en er is ook een Nederlandse versie.

Biggenstudie krijgt prijs: homeopaten blij met dode mus? 3
foto Flickr (woodleywonderworks)

De proef werd gedaan met 52 zeugen, die in twee gelijke groepen verdeeld werden, waarbij de ene groep een placebo kreeg en de andere groep een Coli 30K oplossing. Dat is weer zo’n bizar hoog  aantal keer verdund mengseltje dat er eigenlijk geen moleculen van de opgeloste stoffen in aanwezig kunnen zijn. Daar deed Camerlink overigens ook niet geheimzinnig over in een e-mail aan mij. Zij geeft ruiterlijk toe dat een wetenschappelijke verklaring voor de veronderstelde werking nog niet voorhanden is. Zij verwacht die echter wel snel.

De vloeistoffen werden twee keer per week in de vulva’s van de zeugen gesprayd gedurende de laatste vier weken van de dracht. Hoogstwaarschijnlijk is de blindering weer met de ‘Wageningse methode‘ gebeurd: de zeugen kregen labeltje ‘A’ of ‘B’ en werden dan met spuitje ‘A’ of ‘B’ besproeid.
Maar dat is helemaal geen goede blinderingsmethode. In feite test je in het onderzoek dan maar twee ‘deelnemers’ (N=2). Uit het artikel komt sterk naar voren dat gedurende het onderzoek bekend was of een zeug in groep ‘A’ of ‘B’ hoorde. Om het goed te doen moet je 52 verschillende spuitbusjes maken, die ofwel placebo ofwel verum bevatten. Het is wat meer gedoe, maar wel essentieel.

Uiteindelijk werd er gekeken hoeveel van de biggetjes, die de zeugen kregen, diarree kregen door E.coli-besmetting. Tenminste, dat zou je denken. Maar als je goed leest, zie je dat het vaststellen van de E.coli geschiedde door visuele inspectie van de uitwerpselen. Er werd slechts één sample ingestuurd naar een laboratorium om op E.coli te testen, het betrof een mengsel van de uitwerpselen uit drie verschillende worpen. En daar kwam niets uit. We weten dus niet eens of er sprake is geweest van diarree door E.coli! En eigenlijk kunnen we nu wel ophouden met verder zoeken naar methodologische fouten in het onderzoek, hoewel je er zo een flinke lijst van kunt opstellen.

Het onderzoek als zodanig vond ik daarom ook helemaal niet zo interessant, maar de aandacht van homeopathie aanhangers ervoor wel. Die voeren deze studie namelijk op als echt wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van homeopathie, want het zou immers gaan om een keurig uitgevoerde Randomized Controlled Trial (RCT) met een niet te ontkennen significant positief resultaat. Voor mij aanleiding om die algemene claim (een enkel positief significant resultaat uit RCT is ‘bewijs’) onderuit te halen in mijn artikel “RCT, homeopathie en biggetjes: ‘The Good, the Bad & the Ugly’?“

Het is overigens wel grappig te lezen wat er als resultaat van de studie vermeld wordt in het nieuwsbericht op de site van de KVHN:

Resultaat was dat van de groep aan wie het echte homeopathische geneesmiddel werd toegediend slechts 10 van de 265 biggetjes diarree kregen in vergelijking tot 63 van de biggen uit de even grote placebogroep. Dit houdt een significantie in van P<0,0001 op biggenniveau, en van P<0,05 op zeugenniveau. Heel duidelijk positief voor het homeopathisch geneesmiddel.

Die vetgemaakte zinssnede is de correcte statistische conclusie als je toch wil gaan rekenen met de resultaten die niet voorstellen wat de onderzoekers suggereren. Maar deze uitkomstwaarde is nergens in het oorspronkelijke artikel te vinden! Daar wordt alleen gewezen op de indrukwekkende score op biggenniveau. En dat cijfer is volkomen verkeerd berekend, want houdt geen rekening met het feit dat de kans op besmetting binnen een worp biggen heel groot is. Je kunt het al dan niet waarnemen van diarree bij de individuele biggen niet als onafhankelijke uitkomsten beschouwen. Dit merkte ik op in een commentaar op een artikel hier op Kloptdatwel, waarop Jan Willem Nienhuys voorrekende hoe de p-waarde op zeugenniveau is. Inderdaad significant, maar het is wel een grensgeval: was er één zeug in de verumgroep meer geweest met diarree in haar worp, was dat al niet meer het geval geweest.

Tsja, dit is dus volgens de International Academy of Classical Homeopathy het beste onderzoek dat er de laatste tijd verschenen is op het gebied van homeopathie. Of in ieder geval het beste van die artikelen die ingestuurd waren voor de IACH Research Award. Hoeveel dat er waren (en welke) weet ik niet. Ook niet wie er in de jury zaten en of er een juryrapport is. Die vragen stelde ik aan het instituut per e-mail en een week later kreeg ik als antwoord dat ze die informatie in dezer dagen op de website plaatsen, maar ik heb nog niets  gezien daarvan.

foto titelpagina  Flickr:woodleywonderworks

Filed Under: Alternatieve schade, Uit het nieuws, Wetenschap Tagged With: alternatieve diergeneeskunde, biggen, george vithoulkas, homeopathie, international academy of classical homeopathy, statistiek, Wageningen

Genieten van statistiek

31 March 2012 by Maarten Koller 2 Comments

Hieronder staat de documentaire ‘The Joy of Stats’. Omdat statistiek belangrijk is en je er best van kan genieten.

Met dank aan Jan Verhoeven voor de tip.

Filed Under: Skeptische TV, Wetenschap Tagged With: statistiek

De pedoscan: valse zekerheid

30 March 2012 by Pepijn van Erp 18 Comments

Sinds enige tijd schrijft Victor Lamme, hoogleraar Cognitieve Neurowetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, columns in de krant nrc.next. Op 16 maart publiceerde hij er een met de titel ‘De pedoscan‘. Die is gewijd aan het onderzoek van Jorge Ponseti waarin die bekijkt of je met hersenscans onderscheid kunt maken tussen pedofielen en ‘normale’ mensen. Opmerkelijke conclusie van dat onderzoek is dat dat vrij precies mogelijk lijkt te zijn. Ponseti ontwikkelde een test waarin proefpersonen werden blootgesteld aan plaatjes van naakte volwassenen en kinderen. En door te kijken hoe verschillend de scans eruit zien, kan met een hoop rekenwerk ‘bepaald’ worden of iemand pedofiel dan wel ‘normaal’ is. Maar dit soort rekenpartijen op basis van meetgegevens hebben toch altijd te maken met marges, fout-positieven en dat soort statistische kanttekeningen? Hoe zit het daar mee? Victor Lamme trekt in ieder geval niet de goede conclusies uit het gecijfer. Een 100 procent betrouwbare pedoscan ligt nog niet om de hoek.

De pedoscan: valse zekerheid 4
De fMRI scans die als basis dienen voor de test van Ponseti

Bij zo’n beetje elke test die twee uitslagen geeft, positief of negatief, heb je naast de correcte (positieve en negatieve) uitslagen ook fout-negatieve en fout-positieve uitslagen. Een fout-negatieve uitslag wil zeggen dat je test de eigenschap niet aanwijst, terwijl die er in werkelijkheid wel is. Een fout-positieve uitslag is net andersom: de eigenschap wordt ten onrechte aangetoond door de test.
Nu wil je graag dat een test zo weinig mogelijk fout-negatieve resultaten geeft, dat heb je een hoge sensitiviteit, maar ook zo weinig mogelijk fout-positieve, een hoge specificiteit. Meestal is het lastig om zowel de sensitiviteit als de specificiteit heel hoog te krijgen. Vooral in juridische aangelegenheden is een hoge specificiteit van belang, je wil immers niet mensen ten onrechte beschuldigen.

Hoe betrouwbaar is de ‘pedoscan’?
De resultaten van Ponseti zijn zo mooi, omdat zijn test de hersenscans van de 32 ‘normale’ proefpersonen allemaal als ‘normaal’ herkende, een specificiteit van 100 procent! Op de sensitiveit moet dan wel wat ingeleverd worden, want van de 24 pedofielen, werden er 3 niet juist geïdentificeerd. De sensitiviteit is dus 21/24 = 88 procent, afgerond. Lamme legt uit waarom het zo belangrijk is, dat het niet net andersom is:

Pedofilie is gelukkig zeldzaam. Precieze getallen zijn er niet, schattingen lopen uiteen van 0,1 procent tot 4 procent. Laten we uitgaan van 1 procent. Als je dan 1.000 mannen scant zijn er 10 pedofiel. Stel nu eens dat de specificiteit 88 procent was, en de sensitiviteit 100 procent (dus dat er nooit een pedofiel wordt gemist). Dan zou je alle 10 pedofielen eruit vissen, maar tegelijk ook 120 mannen ten onrechte beschuldigen (12 procent van die 1.000). Met de door Ponseti behaalde specificiteit van 100 procent beschuldig je nooit een man ten onrechte, maar haal je wel 9 van de 10 pedofielen eruit. Tot zover de wiskunde.

De pedoscan: valse zekerheid 5
Zo presenteert een zelfverzekerd kijkende Victor Lamme zich op zijn website (victorlamme.nl) met foto en deze tekst: ‘Ik ben Victor Lamme, hersenonderzoeker bij de afdeling Psychologie van de Universiteit van Amsterdam. Ik onderzoek het bewustzijn’. Wiskunde en statistiek lijken wat minder zijn sterke kant te zijn.

Tsja, tot zover gaat misschien de wiskunde van Victor Lamme. En dat is wel een beetje gênant, want het geeft een volstrekt verkeerd beeld. De specificiteit van de test van Ponseti is de uitkomst van een steekproef en is hooguit de beste schatting van de ‘echte’ specificiteit. Je kunt niet uit het feit dat geen van de 32 gezonde proefpersonen als pedofiel word aangewezen, afleiden dat de specificiteit precies 100 procent is.
Het is eenvoudig in te zien dat je net zo goed kunt stellen dat die specificiteit bijvoorbeeld maar 95 procent is (één op twintig is dan fout-positief). Ook dan is de kans behoorlijk groot dat je de 32 mannen in het goede vakje plaatst. Die kans is gelijk aan het niet gooien van ’20’ in 32 beurten met een dobbelsteen met 20 vlakken: ongeveer 19 procent (0,95 tot de macht 32). Een kleine kanttekening moet ik hierbij wel maken, je gaat er dan van uit dat er wel een zekere spreiding in de gemeten waarden is. Maar dat blijkt wel uit het vervolg.

Wil je preciezer berekenen wat die specificiteit voor waarden kan hebben, kun je een van de vele tools op Internet gebruiken. Als je de steekproefresultaten invoert, kom je uit op een 95 procent betrouwbaarheidsinterval van 87 tot 100 procent. Dat is even wat anders dan te stellen dat Ponseti’s test geen fout-positieven kan opleveren! Er is zelfs nog een kans van één op twintig dat de specificiteit in werkelijkheid lager is dan 87 procent. [update: deze tools blijken niet zo precies in dit geval. De echte ondergrens is 91 procent. Zie de commentaren.]

Het rekenwerk van Ponseti
De valse zekerheid van het abstracte gegoochel met getallen wordt ook wat duidelijker als je bekijkt hoe die test van Ponsetti nou eigenlijk in elkaar steekt. Het artikel Assessment of Pedophilia Using Hemodynamic Brain Response to Sexual Stimuli is niet voor iedereen toegankelijk, maar ik kan er wel het een en ander over vertellen. In het onderzoek werden aan proefpersonen vier soorten blote plaatjes getoond van vrouwen, meisjes, mannen en jongens. Bij elke vertoning van een afbeelding werden fMRI-scans gemaakt. Dat levert plaatjes als hierboven op. Deze plaatjes, in feite een hele berg getallen, worden omgezet in een waarde die aan moet geven hoe opgewonden de proefpersoon is. Dit kan al op heel veel verschillende manieren, die je met een ander soort meting (die ook onnauwkeurigheden heeft) moet toetsen. Vervolgens worden er per proefpersoon twee uitkomstwaarden berekend, namelijk het verschil in opwinding bij het zien van vrouwen ten opzichte van meisjes en het verschil tussen het zien van mannen en jongens. Met die waarden kun je alle proefpersonen in een grafiekje zetten.

De test die Ponseti nu eigenlijk heeft bedacht, bestaat voor het belangrijkste deel in het bepalen van een verdeling van het vlak van de grafiek  in twee delen. De verdeling moet zodanig zijn dat in het ‘goede’ stuk alle ‘normale’ personen vallen en in het ‘foute’ gebied zoveel mogelijk pedofielen.

De pedoscan: valse zekerheid 6
Lamme suggereert: als je in het witte gebied valt, ben je zeker geen pedofiel

In het plaatje hiernaast is dat duidelijk gemaakt. De rondjes zijn de ‘normale’ mannen die meededen. Zij vallen allemaal in het goede, witte, gebied. Er zijn een paar pedofielen, de driehoekjes, die er echter ook in vallen. Dat zijn de fout-negatieven.

Je kunt (en moet) je afvragen of deze verdeling niet heel erg afgestemd is op deze 56 deelnemers aan het onderzoek, of andere verdelingen niet net zo goed zouden zijn. Dat doen de onderzoekers gelukkig ook wel een beetje en ze deden een zogenaamde ‘leave-one-out crossvalidation‘. Je laat dan telkens één persoon uit de dataset, doet opnieuw de verschillende splitsingen in zwart en wit in de grafiek en kijkt of de weggelaten persoon in het goede vlak zou vallen. De beste methode bleek deze simpele lineaire verdeling te zijn.

Het is dus ook helemaal niet zo dat er van tevoren een test bedacht is, die in het onderzoek zo bleek uit te pakken dat die een specificiteit van 100 procent geeft. Nee, de test is achteraf zo afgesteld dat die in ieder geval die specificiteit geeft. Het bijzondere is alleen dat je dan nog zo’n hoge sensitiviteit overhoudt.

Mooie oplossing, of niet?
Allemaal leuk en aardig, maar waar zijn we nu eigenlijk helemaal mee bezig? Is het resultaat wel generaliseerbaar naar de gehele populatie? Die 24 pedofielen zijn misschien wel helemaal niet representatief voor alle pedofielen, die we zouden willen testen. Deze waren namelijk allemaal al ‘uit de kast gekomen’ en zaten in programma’s om om te leren gaan met hun pedofilie.

Dat is één probleem, maar er zijn ook fundamentele twijfels aan de waarde van dit rekenwerk op basis van fMRI-scans. Bert Keizer stelt in een stuk in Trouw zeer terecht de vraag of we wel kúnnen weten wat we meten met zo’n hersenscan en wat voor conclusies we mogen trekken op basis daarvan:

Stel dat een pedofiel van wie we het niet vermoeden, maar die voor deze test gescreend wordt, bij het zien van pedoplaatjes helemaal geen plezier beleeft, maar zich schaamt? Precies dezelfde schaamte die, plaatsvervangend, wordt gevoeld door de hetero die ernaar kijkt. Wat zeggen we als Robert M. brandschoon blijkt op zo’n scan? Dat hij eigenlijk niks gedaan heeft? De drogreden blijft dat je op basis van een scan precies weet wat er door iemand heen gaat én dat je op grond daarvan gedrag kunt voorspellen.

Victor Lamme geeft in zijn column niet alleen een verkeerde weergave van de betrouwbaarheid van de ‘pedoscan’ maar verwacht er ook veel te veel van:

Was het Amsterdamse drama dat Robert M. heeft aangericht hiermee voorkomen? Het lijkt me dat een pedofiel niet eens gaat solliciteren als hij weet dat er van zijn brein een dergelijke scan wordt gemaakt. Een crèche kan zich mooi onderscheiden in de nu zo moeilijke markt voor kinderopvang: ‘onze medewerkers zijn pedoscanproof!’

Het kan best zo zijn dat pedofielen minder zullen solliciteren naar functies in de kinderopvang als dit soort detectie ingang vindt. Maar dat maakt de kans alleen maar groter dat iemand die wel solliciteert en positief uit de test komt, geen pedofiel is. En de term  ‘pedoscanproof’ wekt, bij mij in ieder geval, eerder de suggestie dat er geen fout-negatieven zouden voorkomen. En die zijn er dus juist wel met de test van Ponseti. Ook is er onderzoek dat aantoont dat soortgelijke tests die gebruikt worden voor leugendetectie, te foppen zijn.

De valse zekerheid van dit soort testen zal hopelijk niet zo gaan uitpakken, dat we begeleiders in de kinderopvang die ‘slagen’ voor de test blindelings gaan vertrouwen. En dat we zeer verstandige maatregelen, zoals minstens twee begeleiders tegelijkertijd op een groep, overboord gaan gooien, omdat je dan kunt bezuinigen in deze ‘nu zo moeilijke markt voor kinderopvang‘.

Een paar andere artikelen over het onderzoek van Ponseti:

  • Discover Magazine: Can Brain Scans Detect Pedophiles?
  • Neuroskeptic: To Catch A Predator… With A Brain Scanner?

 

Filed Under: Uit het nieuws, Wetenschap Tagged With: fmri, hersenscan, pedofilie, statistiek, verkeerde berichtgeving, Victor Lamme

Bewijs voor ‘psi’ opnieuw onderuitgehaald

21 March 2012 by Gert Jan van 't Land 16 Comments

Bewijs voor 'psi' opnieuw onderuitgehaald 7
De bekende psycholoog Daryl J. Bem publiceerde een jaar geleden een controversieel artikel ‘feeling the future’. Zijn onderzoeksresultaten zijn onderuitgehaald (foto: CSI.com).

Een jaar geleden was er veel media-aandacht voor een uiterst merkwaardig onderzoeksresultaat van de bekende psycholoog Daryl Bem: beslissingen van mensen kunnen worden beïnvloed door gebeurtenissen uit de toekomst. Dat schreef de emeritus hoogleraar van de bekende Amerikaanse Cornell Universiteit in een artikel in het gezaghebbende tijdschrift  Journal of Personality and Social Psychology (nr. 100, pp. 407-425).  Al snel werd duidelijk dat de resultaten van Bem niet konden kloppen. Andere onderzoekers probeerden de resultaten van Bem te herhalen, zonder succes. Daarover schreven we eerder op Kloptdatwel. Een artikel in het blad Skeptical Inquirer van CSI (the Committee for Scientific Investigation), de Amerikaanse zusterorganisatie van Skepsis, ontleedde de denk- en onderzoeksfouten van Daryl Bem. Andere wetenschappers kwamen met forse kritiek, zo blijkt o.a. uit dit artikel in de krant New York Times. Opnieuw is er een onderzoek dat de resultaten van Bem onderuithaalt. Bem weigert de bewijzen te accepteren en ook het Journal of Personality and Social Psychology weigert om het artikel van Bem te corrigeren. De redactie wilde het onderzoek dat de resultaten van Bem corrigeert niet publiceren. 

Het was geen toeval dat het artikel van Daryl Bem een jaar geleden leidde tot wereldwijde aandacht. Het had alle ingrediënten voor gegarandeerd mediasucces: een pakkende titel (‘feeling the future’), een bekende professor van een topuniversiteit, een mysterieus onderzoeksresultaat dat het bestaan van ‘psi’ lijkt aan te tonen en de ‘magical ingredient’ sex. In één van in totaal negen experimenten moesten de deelnemers raden achter welk gordijntje op hun computerscherm zich een plaatje zou bevinden. Pas na het maken van een keuze voor een bepaald gordijntje zette de computer willekeurig een plaatje achter één van de twee gordijntjes. Als de computer een erotisch plaatje selecteerde (door Bem aangeduid als ‘explicit reinforcement for correct ‘precognitive’ guesses’) dan raadden de kandidaten het correcte gordijntje veel vaker dan wat als toeval verklaarbaar is. Aldus Bem. Maar Bems experiment zat verkeerd in elkaar en kon deze resultaten helemaal niet onderbouwen, betoogt  een artikel in het blad Skeptical Inquirer. Daarvoor deugden de opzet (methodologie) van het experiment en de gebruikte statistische methoden gewoon niet. Dat bezwaar gold volgens de Skeptical Inquierer ook voor de andere 8 experimenten die Bem beschreef.

Bewijs voor 'psi' opnieuw onderuitgehaald 8
De onderzoeker Richard Wiseman onderzocht de resulaten van Daryl Bem opnieuw en vond geen bewijs voor diens resultaten (foto: richardwiseman.com, Antje M. Pohsegger).

Nu zijn 3 van de 9 experimenten van Daryl Bem exact herhaald door de skeptische onderzoekers Stuart Ritchie en Richard Wiseman. Volgens deze onderzoekers leverden de experimenten geen enkele aanwijzing op voor het bestaan van precognitie. Het betreft geheugentesten: het in de toekomst oefenen van een verzameling woorden zou, geholpen door een ‘stimulus seeking statement’, volgens Bem een positieve invloed hebben op de herinnering aan deze woorden in het heden. Als het waar zou zijn zou dit een zegen zijn voor iedere student. Ritchie en Wiseman vonden echter hiervoor geen enkele aanwijzing. De abstract van hun artikel luidt:

‘Nine recently reported parapsychological experiments appear to support the existence of precognition. We describe three pre-registered independent attempts to exactly replicate one of these experiments, ‘retroactive facilitation of recall’, which examines whether performance on a memory test can be influenced by a post-test exercise. All three replication attempts failed to produce significant effects’  

Ritchie en Wiseman zijn van mening dat Daryl Bems onderzoek slechts ‘experimentele artefacten’ (schijnresultaten) heeft opgeleverd.

Bem stelt in een reactie op het artikel van Ritchie en Wiseman dat het prematuur is om zijn onderzoeksresultaten te verwerpen. Hij stelt dat meer onderzoek nodig is. Verder verdedigt hij zich uiterst zwak door de bal op de man te spelen. Bem suggereert dat de resultaten van Ritchie en Wiseman mede het gevolg zijn van hun skeptische houding: ‘Ritchie, Wiseman, and French are well known as psi skeptics, whereas I and the investigators of the two successful replications are at least neutral with respect to the existence of psi’. Bem verwijst daarmee in één adem ook naar het kritische stuk dat de skepticus Chris French op 15 maart 2012 schreef in de Engelse krant The Guardian (‘Precognition studies and the curse of the failed replications’). Met deze verdediging maakt Bem zich uiterst verdacht. Bem introduceert hiermee zonder spoor van bewijs een nieuwe variabele die zijn onderzoeksresultaten zou kunnen verklaren: de welwillende of neutrale onderzoeker. Hiermee schendt Bem een aantal belangrijke wetenschappelijke uitgangspunten. Hij noemt een verklarende factor voor zijn vreemde onderzoeksresultaten die hij in zijn artikel niet heeft benoemd. Ook stelt hij de herhaalbaarheid en dus de objectiviteit van wetenschappelijk onderzoek ter discussie.

Bewijs voor 'psi' opnieuw onderuitgehaald 9
Voor veel alternatieve media waren de resultaten van Daryl Bem ‘gefundenes fressen’. Ik ben benieuwd of deze media ook aandacht zullen besteden aan de nieuwe onderzoeksresultaten van Ritchie en Wiseman. Hier een voorbeeld van de aandacht die het artikel van Bem opleverde in het tijdschrift ‘Atlantis Rising’, gewijd aan ‘ancient mysteries, the unexplained, future science’.

Het meest treurigmakend is misschien niet eens de reactie van Daryl Bem. Echt verdrietig is dat Ritchie en Wiseman hun artikel zonder succes aanboden aan het Journal of Personality and Social Psychology, het tijdschrift dat Bem eerder ruim baan gaf voor zijn vreemde onderzoeksresultaten. Ook twee andere toptijdschriften weigerden het artikel van de twee skeptische onderzoekers. Zijn deze tijdschriften meer geïnteresseerd in pakkende nieuwtjes dan in wetenschappelijke vooruitgang? Niet echt bemoedigend voor onderzoekers die vreemde resultaten opnieuw tegen het licht willen houden. En daarmee niet echt bevorderlijk voor het zelfreinigend vermogen van de wetenschap. Uiteindelijk bood het internet-tijdschrijft PlosOne ruimte voor het artikel van Ritchie en Wiseman.

 

Met dank aan dit artikel op de website whyevolutionistrue.

Filed Under: Paranormaal, Wetenschap Tagged With: chris french, Daryl Bem, paranormaal, precognitie, richard wiseman, Stuart Ritchie, wetenschappelijke fraude

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 22
  • Page 23
  • Page 24
  • Page 25
  • Page 26
  • Interim pages omitted …
  • Page 40
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
In de fuik van fabel en fictie – inzichten in mis- en desinformatie
18 April 2026 - Ward van Beek

‘De Fuik’, Paulien Valk, Texel Het Skepsiscongres 2026, op 31 oktober a.s., in Congrescentrum de Eenhoorn in Amersfoort, heeft dit jaar als thema: “In de fuik van fabel en fictie – inzichten in mis- en desinformatie.” De titel spreekt voor…Lees meer In de fuik van fabel en fictie – inzichten in mis- en desinformatie › [...]

10 drogredenaties uit trukendoos antivaxers
31 March 2026 - Ward van Beek

 De antivaccinatiebeweging weet massa’s mensen te overtuigen – alleen al de dalende vaccinatiegraad bewijst dat. De argumenten die ze gebruiken klinken overtuigend. Het zijn stuk voor stuk drogredenen. Epidemioloog Hassan Vally bespreekt er tien.  Dit artikel staat ook in Skepter 39.1…Lees meer 10 drogredenaties uit trukendoos antivaxers › [...]

De succesformule voor bedrog
16 March 2026 - Ward van Beek

De Keshe Foundation verkoopt pseudowetenschappelijke plasmatechnologie door met technische termen en autoriteit te strooien, bizarre voorspellingen te doen en zich af te zetten tegen de gevestigde wetenschap.Lees meer De succesformule voor bedrog › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

“Naturopathic Medicine” in Crisis
7 July 2026 - Jann Bellamy
“Naturopathic Medicine” in Crisis

A scathing federal assessment, foundering naturopathic programs, poor job prospects, abysmal earnings, and staggering student debt pose threats to the future of “naturopathic medicine”. The post “Naturopathic Medicine” in Crisis first appeared on Science-Based Medicine. [...]

“Abolish the NIH”? Dr. Scott Atlas gives the antiscience game away
6 July 2026 - David Gorski
“Abolish the NIH”? Dr. Scott Atlas gives the antiscience game away

Dr. Scott Atlas, a senior fellow at the right wing think tank Hoover Institution who came to prominence as a COVID contrarian, recently wrote an op-ed advocating the elimination of the National Institutes of health and leaving the funding biomedical research to the "free market." These are the "ideas" animating this administration's science policy. The post “Abolish the NIH”? Dr. Scott Atlas gives the antiscience game away first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Dr. Joseph Marine: Defend Your Article “Why Doctors Should Learn to Stop Worrying and Love MAHA”.
5 July 2026 - Jonathan Howard
Dr. Joseph Marine:  Defend Your Article “Why Doctors Should Learn to Stop Worrying and Love MAHA”.

You owe it to Sensible Medicine readers to simultaneously to acknowledge the state of STEM under MAHA and argue that you were right about it. The post Dr. Joseph Marine: Defend Your Article “Why Doctors Should Learn to Stop Worrying and Love MAHA”. first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Renate1
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    Tja, als we elk warhoofd moeten uitnodigen voor de Parlementaire enquête commissie, dan kunnen we Willem Engel ook wel uitnodigen.
  • Klaas van Dijk
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    Op https://archive.ph/yD1Ds staat een openbare oproep van Romy Quint, een antivaxxer die onlangs is gehoord door de Parlementaire enquête co
  • Hans1263
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @Renate Ik heb vandaag wel weer genoeg braakverwekkende corruptie, bedrog en leugens voorbij zien komen. Trump, Infantino, le Pen, Farage
  • Renate1
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @ Hans, Mevrouw Keijzer zou zich waarschijnlijk zeer thuis voelen in het America van Donald Trump. Ook iemand die de
  • Hans1263
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @Klaas van Dijk t.a.v. Dwarsnieuws: Hoho, mw. Keijzer werd niet ontslagen omdat ze tegen het coronatoegangsbewijs was, maar omdat ze

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in