Het archief van de beroemde paragnost Gerard Croiset zal na vijf jaar indexeerwerk binnenkort publiekelijk toegankelijk worden. Naar aanleiding hiervan verscheen in de NRC van zaterdag 14 januari 2017 een uitgebreid artikel over het werk van Croiset als paranormaal detective. Zijn bekendheid schuilt vooral in de (vermeende) successen die hij behaald zou hebben in het bijstaan van politiediensten over de gehele wereld bij vermissingszaken.

Het is nogal merkwaardig dat in het artikel maar heel summier aandacht is voor de kritiek op Croiset. Die kritiek vooral te danken aan het onderzoekswerk van journalist Piet Hein Hoebens (1948-1984), die niet eens wordt genoemd. Hoebens liet begin jaren 80 van de vorige eeuw zien dat het onderzoek dat professor Wilhelm Tenhaeff deed met Croiset alles behalve objectief was. Vooral Tenhaeffs status als serieuze wetenschapper heeft Croisets ster doen rijzen en diens prestaties tot mythische proporties doen aanzwellen. Nuchter beschouwd blijft er allemaal weinig van overeind. Hoebens schreef het in 1980-81 allemaal op in The Skeptical Inquirer en die stukken verschenen in 1988 in Nederlandse vertaling in de eerste jaargang van Skepter.
In het stuk in NRC schrijft auteur Frank Schravesande ook: “De politie schakelt sporadisch nog steeds paragnosten in.” Hij verwijst hier naar de ‘Instructie Bijzondere Opsporingsmethoden’ die opdook bij kamervragen aan toenmalig minister Ivo Opstelten (zie Minister van Jusititie fan van paragnosten?). Ik ben echter nog nergens overtuigende verhalen tegengekomen dat de politie uit eigen initiatief een paragnost inschakelde, omdat ze er met normaal speurwerk niet uitkwamen. Wat wel vaker gebeurt is dat familie van een vermist persoon zich het advies van een paragnost laat aanleunen en daarmee de politie opzadelt. Enigszins begrijpelijk vanuit die familieleden, die alle strohalmen in die omstandigheid zullen aangrijpen. Het vergt waarschijnlijk nogal wat tact van de politie om hier goed mee om te gaan. Teveel manuren wil je niet verspillen met het nalopen van tips die op niet meer dan een vaag gevoel zijn gebaseerd, maar je wil ook niet het contact met de familie verstoren door de goedbedoelde ‘hulp’ resoluut af te wijzen. Zie bijvoorbeeld het recente voorbeeld van de vermissing van kickbokser Marc de Bonte.

Vermeerens dwaaltocht met alles rondom 9/11 begon in 2006. Tijdens een zomerproject van Studium Generale onderzocht een aantal studenten van de TU Delft onder zijn leiding of het officële verhaal kan kloppen en of er enige waarheid in de complottheorieën schuilt. Daar was meteen ophef over. Moest de TU zich daar wel mee bezighouden? Vermeeren haalt een 




Heeft het zin om alle vergezochte theorietjes, verdraaiingen van bronmateriaal, irrelevante of volkomen verkeerde fysische modellen van de 9/11 truthers-beweging tot in detail te debunken? Specifiek: heeft het zin om de onzin in dit boek boek bladzijde voor bladzijde te weerspreken? Wie een beetje handig is met zoeken, vindt op internet redelijk snel wat er mis is met de alternatieve complottheorieën rondom 9/11. Goede debunks in het Nederlands vinden is wat lastiger en voor een aantal onderwerpen zijn die er ook gewoon niet, denk ik.
“Tussen Hoogmoed en Hysterie” is een boek over hoe we komen tot besluitvorming in Nederland. Met als voorbeeld de besluitvorming over al dan niet proefboringen naar schaliegas. Zonder een uitgesproken mening van de schrijver over schaliegas, maar wel met een uitgesproken mening over hoe de door stemmingmakerij en door negeren van feiten, een besluit kan worden afgedwongen.
