• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Gezondheid

BTW-feuilleton deel 329: ook in hoger beroep BTW-vrijstelling voor arts-acupuncturist

23 September 2015 by Laurens Dragstra 26 Comments

In navolging van eerder de rechtbank heeft nu ook het Gerechtshof Den Bosch bepaald dat een arts-acupuncturist is vrijgesteld van de verplichting BTW af te dragen. De argumentatie van het hof is enigszins anders dan die van de rechtbank, maar niet per se beter. Hoewel cassatie nog mogelijk is, zijn er ook tekenen dat de Belastingdienst de handdoek in de ring gooit, mede in het licht van andere uitspraken van rechters over chiropractoren en paranormale therapeuten.

BTW-feuilleton deel 329: ook in hoger beroep BTW-vrijstelling voor arts-acupuncturist 1

De bedoeling van de nogal ingewikkeld geformuleerde vrijstellingsbepaling in de Wet op de omzetbelasting leek duidelijk: artsen die homeopathie, acupunctuur of aanverwante alternatieve diensten leveren, dienen over díe diensten BTW af te dragen. Vrijgesteld zijn sinds 1 januari 2013 alleen “de diensten op het vlak van de gezondheidskundige verzorging van de mens door beoefenaren van een medisch of paramedisch beroep die een op dit beroep gerichte opleiding hebben voltooid waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor zover deze diensten tot het gebied van deskundigheid van dit beroep behoren en onderdeel vormen van bedoelde opleiding”. In september vorig jaar oordeelde de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat een arts-acupuncturist een beroep kon doen op deze bepaling. Dat oordeel is nu door het Gerechtshof Den Bosch bevestigd in een lang arrest. Veel woorden zorgen echter niet automatisch voor een betere motivering. Ik bespreek enkele opvallende onderdelen van de hofuitspraak.

Lange citaten

Ooracupuncturisten zien een omgekeerde foetus in de oorschelp. Klachten elders in het lichaam corresponderen met punten op de oorschelp. (afbeelding van http://www.acuwatch.org
Ooracupuncturisten zien een omgekeerde foetus in de oorschelp. Klachten elders in het lichaam corresponderen met punten op de oorschelp. (afbeelding van http://www.acuwatch.org)

Het hof citeert uitvoerig uit een informatiefolder van de arts in kwestie (r.o. 2.3). Die folder heeft een hoog “andere dokters zijn dom”-gehalte. Déze dokter behandelt geen klachten, maar mensen met klachten en legt accenten “op gebieden die bij andere dokters waar [sic] niet meer vanzelfsprekend aan bod komen, zoals aandacht voor (gezonde) voeding, leefstijl en gewoonten, de sociale context, medische voorgeschiedenis enzovoort.” We lezen dat de arts meent dat op de oorschelp “punten te vinden [zijn] die in relatie staan met andere delen van het lichaam” en dat je ooracupunctuur kunt inzetten als hulp bij stoppen met roken. Zijn belangrijkste behandelwijzen zijn ooracupunctuur en ‘gewone’ acupunctuur. Preparaten, waaronder homeopathische middeltjes, kunnen hierbij ook toegepast worden. Een disclaimer bevat de folder ook: de door deze arts toegepaste behandelwijzen zijn “(nog) niet algemeen wetenschappelijk aanvaard”. Gevolgd door de bekende klacht dat Nederland op dit gebied erg achterloopt bij andere landen. De relevantie van het citeren van deze lappen tekst wordt lang niet altijd duidelijk. Wel wordt duidelijk wat voor nonsens allemaal onder de vrijstelling valt.

Ook de wetsgeschiedenis wordt ruimhartig geciteerd (r.o. 4.5-4.6). Dat is in die zin behulpzaam dat nog eens goed duidelijk wordt dat de wetgever beoogde de vrijstellingsregeling voor alternatief werkende artsen te laten vervallen. Misschien heeft hij het niet duidelijk en zorgvuldig genoeg opgeschreven, de intentie was zonneklaar.

Procesorde

De rechtbank krijgt een kleine tik op de vingers van het hof. Zij blijkt op eigen houtje te hebben vastgesteld dat er aan de Universiteit Utrecht een keuzevak over complementaire zienswijzen in de zorg wordt gegeven. Nu mogen rechters in het bestuursrecht ambtshalve de feiten aanvullen, maar ze moeten partijen wel de gelegenheid geven op deze feiten te reageren. De rechtbank heeft dat niet gedaan en daarmee de goede procesorde geschonden, aldus het hof. Die constatering heeft verder geen gevolgen voor de uitkomst van de zaak, maar het blijft raadselachtig waarom de rechtbank zo overijverig te werk is gegaan. De aanwezigheid van het genoemde keuzevak in Utrecht speelde een belangrijke rol bij het oordeel van de rechtbank dat acupunctuur onderdeel is, althans kan zijn van de opleiding tot arts. En dat is weer een wettelijke voorwaarde voor BTW-vrijstelling.

Deskundigheidsgebied

Van belang voor de BTW-vrijstelling is dat de verrichte diensten tot het gebied van deskundigheid van een arts behoren. Volgens het hof is dat bij acupunctuur het geval. Hierbij maakt het hof het minder bont dan eerder de rechtbank, die er het nogal magere ZonMw-rapport over complementaire zorg en een vreemde resolutie van de Amerikaanse senaat over natuurgeneeskunde bijsleepte. Het hof knoopt aan bij de tekst van de Wet BIG: die zegt dat tot het deskundigheidsgebied van een arts behoort “het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst”. En daaronder vallen volgens diezelfde wet weer “alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen -, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen”.

Ac_chart_300pxAls je dit letterlijk neemt, en dat doet het hof dus, valt onder het deskundigheidsgebied van een arts dus álles wat maar de strekking heeft een patiënt te genezen, voor ziekte te behoeden of de diagnosticeren. Dus ook een behandeling bestaande uit aderlaten in combinatie met bidden, homeopathisch immuniseren of het stellen van een diagnose met elektroacupunctuur volgens Voll. Allemaal gericht op het genezen of het voorkomen van ziekte, dan wel het stellen van een diagnose. Maar tegelijkertijd gespeend van enige wetenschappelijk onderbouwing. Is dat bezwaarlijk? Volgens het hof niet als het om acupunctuur gaat:

“4.10. De omstandigheid dat de wetenschappelijke waarde en effectiviteit van acupunctuur niet algemeen aanvaard zijn, zoals belanghebbende in zijn onder 2.3 geciteerde informatiefolder ook vermeldt, doet aan het vorenstaande niet af. Enerzijds kan uit de onder 2.9 vermelde notitie van de KNMG worden afgeleid dat niet-reguliere behandelwijzen, zoals acupunctuur, zo raken aan het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst dat het nodig was hiervoor aan artsen gedragsregels te geven. Anderzijds kan uit de onder 2.9 vermelde notitie van de KNMG worden afgeleid dat niet-reguliere behandelwijzen niet dermate ver verwijderd zijn van hetgeen een arts doet of dermate ongeschikt zijn voor genezing of preventie van een ziekte of beoordeling van de gezondheidstoestand van de patiënt dat het een arts zou zijn verboden dergelijke behandelwijzen toe te passen, hetgeen wordt bevestigd door het onder 2.6 vermelde feit dat acupunctuurbehandelingen door 70% van de zorgverzekeraars worden vergoed (afhankelijk van de voorwaarden van de (aanvullende) zorgverzekering).”

Wat staat er echter in deze KNMG-notitie? Dit:

“Met reguliere behandelwijzen wordt in dit standpunt gedoeld op methoden van diagnostiek, preventie en behandeling die gebaseerd zijn op de kennis, vaardigheden en ervaring die nodig zijn om de artsentitel te behalen en te behouden, die algemeen door de beroepsgroep worden aanvaard en deel uitmaken van de professionele standaard. Niet-reguliere behandelwijzen zijn methoden van diagnostiek en behandeling die buiten deze omschrijving vallen.”

Met andere woorden, behandelingen als acupunctuur vallen niet onder de methoden van behandeling gebaseerd op kennis, vaardigheden en ervaring die nodig zijn om de artsentitel te behalen en te behouden, worden niet algemeen door de beroepsgroep aanvaard en maken geen deel uit van de professionele standaard. Dan is het vreemd om mede op basis van deze notitie te concluderen dat acupunctuur tot het deskundigheidsgebied van een arts behoort. Lezing van de rest van de geciteerde KNMG-notitie leidt eerder tot de conclusie dat alternatieve behandelingen alleen in een strak gereguleerde context mogen plaatsvinden en dat ze dus eerder buiten het deskundigheidsgebied van een arts vallen, ook al worden ze toegepast door artsen.

Onderdeel van de opleiding

Een tweede eis voor BTW-vrijstelling is dat de diensten onderdeel vormen van een Wet BIG-opleiding. Net als de rechtbank concludeert het hof dat het curriculum van de artsenopleiding niet bij of krachtens de Wet BIG geregeld is. Invulling van dat curriculum is aan de universiteiten overgelaten. De rechtbank concludeerde vervolgens aan de hand van twee keuzevakken in Utrecht en Groningen over complementaire en alternatieve geneeswijzen dat acupunctuurbehandelingen onderdeel konden vormen van de artsenopleiding. Dat was om meerdere redenen een merkwaardige overweging, al was het alleen maar omdat iets leren over acupunctuur iets heel anders is dan leren hoe je acupunctuur moet toepassen. Het hof gebruikt de keuzevakken niet als argument, althans niet hier. Het concludeert slechts dat in de Wet BIG of de daarop gebaseerde lagere regelgeving geen antwoord kan worden gevonden op de vraag welke specifieke handelingen deel uitmaken van de artsenopleiding.

Is dit nu overtuigend? Een andere redenering was ook mogelijk geweest. De vrijstellingsbepaling van de Wet op de omzetbelasting gebruikt het woord ‘opleiding’ twee keer. Een beroepsbeoefenaar moet een “opleiding hebben voltooid waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg” en de verrichte diensten moeten “onderdeel vormen van bedoelde opleiding”. Voor de artsenopleiding zijn regels gesteld in het Besluit opleidingseisen arts. Die zijn gericht op bepaalde, ook door het hof genoemde competenties, die in de bijlage bij het Besluit tamelijk uitgebreid worden beschreven. Daar staat bijvoorbeeld dat de arts de bekwaamheid heeft “het therapeutisch arsenaal – eenvoudige chirurgische en farmaco therapeutische behandelingen – van het vakgebied toe te passen” en “basale eerste hulp te geven” (onder 1.2). Over energie weer laten stromen met behulp van naalden is niets opgenomen. Wel moet de arts als academicus de principes van kritisch denken kunnen toepassen op bronnen van medische informatie (6.3) en waar mogelijk besluiten nemen op basis van evidence based medicine (6.4), wat er nu niet bepaalt op wijst dat (oor)acupunctuur onderdeel is of zou moeten zijn van de opleiding.

Het hof leest de vrijstellingsbepaling kennelijk zo dat het hele curriculum in de wet of het Besluit opleidingseisen arts moet zijn geregeld. Dat is een heel strakke interpretatie, die niet noodzakelijkerwijs voortvloeit uit de tekst van de vrijstellingsbepaling en ook niet past in het Nederlandse systeem van onderwijswetgeving, waar wettelijke doelen en competenties vaak gecombineerd worden met de vrijheid van instellingen om het curriculum te bepalen. Dat is juist bij de opleiding tot arts het geval. Om te beoordelen of acupunctuurbehandelingen onderdeel uitmaken van de artsenopleiding moet je dan ook niet alleen kijken of die behandelingen in de Wet BIG of het Besluit opleidingseisen arts genoemd worden, maar juist naar wat de universiteiten in hun curricula hebben opgenomen. Dan is evident dat acupunctuur geen onderdeel van de opleiding tot arts vormt, een constatering waaraan het bestaan van keuzevakken voor een handjevol studenten aan twee universiteiten niet af kan doen.

BTW-richtlijn

Flag_of_Europe.svgBij deze door het hof geconstateerde stand van zaken moet het nagaan of een richtlijnconforme uitleg van de Wet omzetbelasting – dat wil zeggen een uitleg in het licht van de tekst en strekking van de Europese BTW-richtlijn – meebrengt dat ook een arts-acupuncturist recht op vrijstelling heeft. Hier speelt het fiscale neutraliteitsbeginsel een rol. Dat neutraliteitsbeginsel wordt geschonden als reguliere behandelingen zijn vrijgesteld van BTW-betaling en die van de arts-acupuncturist niet, terwijl diens behandelingen voor de patiënt een gelijkwaardig kwaliteitsniveau hebben. Hier gaat het hof mijns inziens veel te kort door de bocht:

“4.22 In het onderhavige geval staat het volgende vast:

– belanghebbende is arts;

– belanghebbende heeft de postacademische acupunctuuropleiding van de NAAV voltooid;

– belanghebbendes acupunctuurbehandelingen worden door 70% van de zorgverzekeraars vergoed, afhankelijk van de voorwaarden van de (aanvullende) zorgverzekering;

– belanghebbende is, evenals alle andere artsen, gebonden aan de onder 2.9 vermelde gedragsregels van de KNMG;

– belanghebbende is als arts onderworpen aan het medisch tuchtrecht; en

– in het kader van de artsenopleiding aan de universiteiten van Groningen en Utrecht kan een keuzevak worden gevolgd in complementaire geneeswijzen.

Gelet op het vorenstaande is het Hof van oordeel, dat het kwaliteitsniveau van belanghebbendes acupunctuurbehandelingen wordt bepaald door zijn hoedanigheid als arts. Belanghebbende dient zijn diagnose te stellen vanuit zijn expertise als arts en hij moet ervoor waken dat zijn acupunctuurbehandelingen niet in de weg staan aan door artsen toegepaste reguliere behandelwijzen. Belanghebbendes acupunctuurbehandelingen zijn aanvullend op de (voor de omzetbelasting vrijgestelde) reguliere behandelwijzen van artsen, hij dient zich rekenschap te geven van de voor- en nadelen van acupunctuur ten opzichte van de door artsen regulier toegepaste behandelwijzen en hij dient de patiënt daaromtrent te informeren. Aldus is gewaarborgd dat belanghebbendes acupunctuurbehandelingen van (minstens) een gelijk niveau zijn als de door de artsen verleende diensten, die zijn vrijgesteld voor de omzetbelasting.”

Het hof is hier wel heel goed van vertrouwen. “Postacademische acupunctuuropleiding” is wel erg veel eer voor een interne opleiding van de NAAV. Deze is natuurlijk niet geaccrediteerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), de organisatie die bijvoorbeeld ook de kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs en universitaire opleidingen bewaakt. Cees Renckens citeerde enkele jaren terug uit een NAAV-scriptie. Ancestrale energie, karmische invloeden, qi en chakra’s vlogen je om de oren. Reden genoeg dus om aan de kwaliteit van deze “postacademische opleiding” te twijfelen. Maar het is niet heel verrassend dat het hof dat niet doet. Ditzelfde hof nam namelijk de opleiding tot paranormaal therapeut aan het Johan Borgman College[1] te Amsterdam volstrekt serieus en meende dat die opleiding van HBO-niveau was. De Hoge Raad vond dat niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd (zie het naschrift bij dit stuk).

Dat vergoeding door zorgverzekeraars niets zegt over de kwaliteit van de behandelingen, aangezien zorgverzekeraars hun (aanvullende) pakketten voornamelijk op basis van economische motieven vaststellen (en dus ook wel eens acupunctuur schrappen!), is een punt dat al zo vaak gemaakt is, dat ik het bij deze constatering laat. De KNMG-notitie is hiervoor reeds genoemd, en het is opvallend dat het woord ‘kwaliteit’ of woorden van gelijke strekking totaal afwezig zijn in de door het hof geciteerde gedeelten van de notitie. Het woord “schade” – breed op te vatten volgens de notitie – staat er daarentegen vier keer in. Dat lijkt ook de belangrijkste drijfveer van de notitie te zijn: voorkomen dat artsen zozeer van reguliere behandelwijzen wegdrijven dat patiënten valse hoop geboden wordt en zij worden weggehouden van mogelijk effectieve conventionele behandelingen. Met de kwaliteit van de niet-reguliere behandelingen heeft dat niet veel te maken.

Ook de opmerking over het tuchtrecht is niet echt overtuigend. Enigszins cynisch zou je kunnen stellen dat er inderdaad wel eens een arts-acupuncturist door een tuchtcollege is doorgehaald in het BIG-register, maar dat de patiënt toen al overleden was. Belangrijker is dat tuchtcolleges geen volledige kwaliteitstoets verrichten. In maart van dit jaar moest het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam bijvoorbeeld oordelen over het handelen van een integraal natuurarts (lid van de AVIG). De arts kreeg een schorsing wegens een slecht begrensde arts-patiëntrelatie, maar:

“Over de geneeskundige behandeling van verweerster heeft het college geen tuchtrechtelijke aanmerkingen: Verweerster is werkzaam als integraal natuurarts en niet (meer) werkzaam als allopathisch of regulier arts. Daarbij past een andere wijze van behandeling van patiënten, die in Nederland voor basisartsen niet ongeoorloofd is.”

Gevolgd door de nodige overwegingen waaruit blijkt dat het tuchtcollege enigszins marginaal toetst. Klager kreeg ook nog tegengeworpen dat hij “bewust heeft gekozen voor deze integrale (natuur)geneeskunde, zoals door verweerster ook wordt uitgeoefend”. Dan moet je dus kennelijk niet zeuren als de kwaliteit van de behandelingen je niet bevalt. Ook daarom denk ik dat het tuchtrecht hooguit als een halve kwaliteitswaarborg functioneert.

Ten slotte: daar zijn ze weer, de keuzevakken in Utrecht en Groningen. Waarom het hof ze nog noemt, is onduidelijk. De arts in kwestie heeft die vakken niet gevolgd: hij heeft blijkens de uitspraak in Maastricht gestudeerd.

Slot

Vrouwe Justitia (foto: Marion Golsteijn, CC BY-SA 4.0-licentie via Wikimedia Commons)
Vrouwe Justitia (foto: Marion Golsteijn, CC BY-SA 4.0-licentie via Wikimedia Commons)

Vrouwe Justitia heeft met deze uitspraak de blinddoek wellicht iets te ver over haar ogen getrokken. De hofuitspraak kan niet overtuigen, maar voorlopig moeten we het er mee doen. Er is nog cassatie tegen de uitspraak mogelijk, maar het is onduidelijk of de belastinginspecteur daar nog trek in heeft. De uitspraak van de Hoge Raad over de paranormaal therapeut is hem natuurlijk ook bekend. Ook al gaat deze uitspraak over het oude recht – d.w.z. de situatie vóór 1 januari 2013 – de uitspraak werkt kennelijk door in het huidige recht. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft hem immers al gebruikt om chiropractoren aan vrijstelling te helpen en de Belastingdienst is daar kennelijk in mee. Eerder nog kondigde de belastinginspecteur aan in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak inzake de chiropractoren, maar de vraag is of dat nog wordt doorgezet.

Een andere vraag is hoeveel procedures er nog gaan volgen. Zie ik het goed, dan zijn bijvoorbeeld lekenacupuncturisten nog niet vrijgesteld. De argumentatie van het hof ziet uitsluitend op BIG-geregistreerde artsen. Ook lekenhomeopaten hoeven nog niet direct op een milde behandeling van de Belastingdienst te rekenen. Zelfs de paranormaal therapeut die de zaak bij de Hoge Raad won, moet in principe gewoon BTW betalen (hij is immers niet BIG-geregistreerd), tenzij de rechter anders oordeelt.

Niettemin is het wellicht goed als ‘de politiek’ nu eens van zich laat horen. In 2012 is wetgeving aangenomen door beide Kamers, die nu al driemaal door rechters anders wordt uitgelegd. De maatregel moest 65 miljoen euro opleveren. Zelfs als de genoemde lekenbehandelaars belastingplichtig blijven, omdat ze niet kunnen aantonen dat hun behandelingen van gelijkwaardig niveau zijn als die van (alternatieve) artsen, zal er maar een fractie van dat bedrag overblijven. Neemt de wetgever dat verlies of neemt hij nieuwe, betere, uitgebreidere en vooral: principiëlere wetgeving aan? We wachten het af.

[1] Johan Borgman (1889-1976) was een bekende paranormaal genezer. Hij eindigde op de derde plaats van de meest notoire genezers van de twintigste eeuw.

Filed Under: Gezondheid, Pseudowetenschap, Uit het nieuws Tagged With: acupunctuur, btw, rechtspraak

Zit er te veel aluminium in soja?

23 September 2015 by Emile Dingemans Leave a Comment

Zit er te veel aluminium in soja? 2
(foto: Pxhere)

Terwijl sojamelk als alternatief op koemelk steeds populairder wordt, doen er zich alarmerende verhalen de ronde. Een daarvan is dat soja veel aluminium zou bevatten, wat schadelijk zou zijn voor de mentale gezondheid. De Vlaamse natuurgeneeskundige Luc van Oost schrijft op zijn website:

“Soja preparaten bevatten zeer hoge hoeveelheden aluminium (600 à 1300 ng/ml versus 4 à 25 ng/ml in moedermelk), afkomstig van de additieven die gebruikt worden voor het aanrijken aan minerale zouten. De toxiciteit van aluminium kenmerkt zich door neerslag in het bot en in het centraal zenuwstelsel, wat bijdraagt tot dementie.”

De “integrale arts” Jenaida van Wijk schrijft:

De sojaboon trekt aluminium aan. Daardoor bevat sojamelk 100 keer zoveel aluminium als koemelk. Aluminium wordt in verband gebracht met de ziekte van Alzheimer.

“Honderd keer zoveel”, klinkt ernstig. Zouden Van Oost en Van Wijk allebei gelijk hebben dat sojamelk 100 keer meer aluminium bevat dan borstvoeding en koemelk, dan zouden koemelkformules ongeveer evenveel aluminium bevatten als borstvoeding. Uit een Europees onderzoek naar aluminium in zuigelingenvoeding,[1] blijkt dat in formules die gebaseerd zijn op soja inderdaad meer aluminium voorkomt. Toch blijken koemelk- en sojamelkformules niet ver uit elkaar te liggen. Bij flesvoeding voor 3-jarigen kwam het panel uit op

een gemiddelde van  0,6 mg/kg bw/week voor melk-gebaseerde formules en 0,75 mg/kg bw/week voor soja-gebaseerde formules; op het hoge percentiel was tot 0,9 mg/kg bw/week voor melk-gebaseerde formules en 1,1 mg /kg bw/week voor soja-gebaseerde formules. (p2)

Het niet noemen van aluminium in koemelk door Van Oost levert dus een tamelijk verkleurd beeld op, terwijl dat juist het grote verschil in de hoeveelheid aluminium kan relativeren. Wel onderschrijft het panel dat er in moedermelk veel minder aluminium zit:

De inhoud aluminium van soja-gebaseerde formules is over het algemeen relatief hoog. Gemiddelde potentiële blootstelling aan aluminium voor kinderen die soja-baseerde formules drinken kan hoger zijn (~1,07 mg/kg bw/week) dan voor kinderen die voeden op een aangepaste startformule (~0,30 mg/kg bw/week) en vooral in vergelijking met kinderen die borstvoeding krijgen (minder dan 0,07 mg/kg bw/week)”(p25)

Als verklaring voor het hogere niveau aluminium noemt het onderzoek:

“Sojabonen kunnen van nature aluminium accumuleren. De hoge aluminiumwaarden kunnen ook komen door aluminiumonzuiverheden uit andere basiscomponenten van de op soja-gebaseerde formules, of door besmetting gedurende het proces.” (p18)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) ondersteunt dus het verhaal dat soja meer aluminium bevat. Een sojaplant kan het opgetrokken aluminium niet gebruiken, maar brengt het niet terug naar de grond, waardoor al het aluminium uit het opgetrokken grondwater, wordt opgeslagen in de plant. Dat noemen ze “accumuleren”.

De volgende vraag is of aluminium slecht kan zijn. Zowel Van Oost als Van Wijk maken claims over de invloed van aluminium in de hersenen en suggereren dat een normale dagelijkse inname van soja dit al kan veroorzaken. Van Wijk gaat er helaas niet op in wat ze bedoelt met het verband met Alzheimer. We weten niet door wie dit beweerd wordt, en of het hier gaat om meer dan toevallige correlatie in een studie. In principe is alles waar je te veel van binnenkrijgt slecht, en van aluminium is bekend dat het neurotoxisch kan werken bij hele hoge doses. Althans, bij dialysepatiënten.

Aluminium is in verband gebracht met neurotoxiciteit in dialysepatiënten. In een studie met 55 patiënten met dialyse encefalopathie in zes dialyse centra die een uniforme klinische classificatie hanteren, bleek dialyse encefalopathie significant vaker voor te komen, wanneer de cumulatieve blootstelling aan aluminium via het dialysaat wordt verhoogt (Schreeder et al., 1983;WHO 1997).” (p51)

Het gaat hier dus om patiënten met een verslechterde werking van de nieren, mogelijk veroorzaakt door een verminderde bloeddoorstroming via de nierslagaderen.

De volgende vraag is of het verhoogde niveau aan aluminium dat je via soja binnenkrijgt zo erg is dat het neurotoxisch werkt, net zoals bij mensen met een falende nierwerking.

Het Duitse Federale instituut voor Risicoanalyse (BfR) concludeerde in een bijgewerkt statement over aluminium en Alzheimer “voor zover, is er geen causaal verband wetenschappelijk aangetoond tussen een verhoogd aluminiumopname vanuit voeding inclusief drinkwater, medische producten of cosmetica en Alzheimer. Afzettingen van amyloïde in het brein zijn typisch voor Alzheimer. Echter, een bovengemiddelde frequentie werd ook niet niet geobserveerd bij dialysepatiënten of bij aluminium werkers – twee groepen individuen die op grote schaal in contact komen met aluminium” (BfR, 2007). (p51)

Kortom, hoewel soja een hoger deel aan aluminium bevat, lijkt het er niet op dat dit schadelijk is. Noch dat het iets is waar we ernstig rekening mee moeten houden.

Van Oost schrijft in het stuk meer opmerkelijke punten waarbij vraagtekens gezet kunnen worden. Volgens zijn artikel zou je van soja winderig worden, is soja slecht verteerbaar, en geen natuurlijke bron van voeding (omdat het gekookt moet worden). Deze afwijkende kijk op soja, is misschien te verklaren doordat Van Oost een alternatieve geneeskundige is, (natuurgeneeskunde) en zich voor het artikel baseert op bronnen uit de homeopathie (A. Vogel) en de bio-energetische voedingsleer.

Bron:

  1. EFSA, Safety of aluminium from dietary intake, The EFSA Journal (2008) 754, 1-34

Oorspronkelijk gepubliceerd op https://ishetwaar.wordpress.com/

Filed Under: Gezondheid, Factchecking Tagged With: aluminium, soja

Is magneetstimulatie effectief tegen bedplassen?

15 September 2015 by Laurens Dragstra 2 Comments

Een onderzoek van het Egyptische Assiut University Hospital naar het effect van magnetische stimulatie bij bedplassende kinderen haalde zowel nu.nl als de website van RTL Nieuws. De koppen logen er niet om: “Magnetische stimulatie kan bedplassen bij kinderen voorkomen” respectievelijk “Magneten kunnen bedplassen bij kinderen voorkomen”. Wie het onderzoek zelf erbij pakt, komt waarschijnlijk tot wat genuanceerdere conclusies. Het onderzoek had nogal wat beperkingen, zag niet op alleen magnetische stimulatie en leverde ook geen eenduidige resultaten op.

Kop van het bericht op de website van RTL Nieuws.
Kop van het bericht op de website van RTL Nieuws.

Bron van de beide Nederlandstalige artikelen was een artikel op de website Science Daily, dat op zijn beurt weer gebaseerd was op een persbericht van IOS Press. Via dat persbericht komen we bij het onderzoek zelf terecht, gepubliceerd in het tijdschrift  Restorative Neurology and Neuroscience. Uiteraard gaat het uiteindelijk om dat onderzoek zelf, niet om wat daarover opgeschreven wordt in pers- en nieuwsberichten.

Het onderzoek

Aan het onderzoek namen 44 patiënten deel die leden aan nachtelijk bedplassen (Enuresis nocturna). Zij werden verdeeld in twee groepen, waarbij de eerste groep (de ‘real’ groep) een echte behandeling met magnetische stimulatie onderging en de tweede groep een nepbehandeling kreeg (de ‘sham’ groep). In deze laatste groep waren er drie uitvallers, zodat uiteindelijk 41 patiënten het onderzoek voltooiden. De gemiddelde leeftijd was 13,6 jaar, waaruit je zou kunnen afleiden dat het om de ernstigere gevallen ging en niet om de typische zesjarigen die nog wel eens nachtelijke ongelukjes hebben. De ‘real’ groep kreeg zogenaamde Repetitive Sacral root Magnetic Stimulation (rSMS) met een magneetspoel die ter hoogte van het heiligbeen werd geplaatst, zo’n 5 cm boven de bilspleet. In totaal ondergingen de kinderen 10 sessies gedurende twee weken, vijf per week gevolgd door twee ‘rustdagen’. Bij de kinderen in de ‘sham’ groep moest een geloofwaardige nepbehandeling worden gevonden. Ik citeer even de auteurs:

“The control group received sham rSMS using the same coil, the same session frequency, in the same setting, but the coil was tilted by 90 degree so, that little magnetic field could reach the underlying neural tissue.”

Ik kom hier nog op terug. De primaire resultaten van het onderzoek waren als volgt: het aantal natte nachten in de ‘real’ groep daalde na de eerste week van gemiddeld 5,7 naar 0,9. In de ‘sham’ groep was sprake van een daling van 6,5 nachten naar 3,3. Na de sessies van de tweede week bleek dat de daling zich had voortgezet. Er was nu sprake van 0,3 natte nachten in de ‘real’ groep en 1,8 natte nachten in de ‘sham’ groep. Een maand na het beëindigen van de behandelingen werd het aantal natte nachten nogmaals geturfd. Dat was nu gemiddeld 1 in de ‘real’ groep en gemiddeld 5,2 in de ‘sham’ groep. De onderzoekers concluderen dat in beide groepen sprake was van verbetering van symptomen, maar dat de verbetering in de ‘real’ groep geprononceerder was en langer aanhield. De ‘sham’ groep was daarentegen bijna weer terug bij af. Ook de secundaire uitkomsten op de zogenaamde visual analogue scale (VAS) en aan de hand van een korte enquête – de SF-36v2 Health Survey – waren volgens de onderzoekers positief.

Mogen we nu concluderen dat men bij het Assiut University Hospital dé oplossing tegen bedplassen heeft gevonden en dat alle ellende voor ouders en kinderen die daarbij komt kijken “mogelijk voor een groot deel verleden tijd” is, zoals de Nationale Zorggids poneerde? Die conclusie is waarschijnlijk te optimistisch. Ik noem vijf punten van kritiek.

  1. Het betrof een kleine studie.

41 kinderen is niet heel veel. De onderzoekers zijn zich daar terdege van bewust en concluderen helemaal aan het einde van hun artikel:

“The small number of studied sample and the short duration of the follow up, were major limitations of this study.”

Het moge duidelijk zijn dat op grond van een onderzoek dat volgens de onderzoekers zelf grote beperkingen heeft geen al te verstrekkende conclusies getrokken kunnen worden. In het citaat is meteen het tweede kritiekpunt te vinden, namelijk:

  1. De duur van de follow-up was beperkt.

Na twee weken van behandelingen werden de klachten van de kinderen nog één keer bekeken, en wel een maand later. Om fermere conclusies te kunnen trekken, heb je toch wel meer data nodig, zodat een completer plaatje ontstaat. Hoe was de situatie twee maanden later, drie maanden later, een jaar later? Was in de ‘real’ groep toen nog steeds sprake van een significant lager aantal natte nachten dan in de ‘sham’ groep? Of was het resultaat een maand na de behandelingen eerder een toevalstreffer? Het is eigenlijk vreemd dat de onderzoekers voor zo’n beperkte follow-up hebben gekozen, want dat strookt niet met het door henzelf omschreven doel van de studie:

“Purpose of this study was to evaluate the long term efficacy of repetitive sacral root magnetic stimulation (rSMS) in patients with monosymptomatic nocturnal enuresis (MNE).”

Met dit doel in het achterhoofd zou je zelfs kunnen concluderen dat de studie mislukt is.

  1. Het ging niet alléén om magnetische stimulatie.
De chemische structuur van imipramine (Jynto/Public Domain).
De chemische structuur van imipramine (Jynto/Public Domain).

Alle deelnemende kinderen slikten ook het middel imipramine, een antidepressivum. Dat middel schijnt wel iets te doen bij bedplassen, maar heel indrukwekkend zijn de resultaten niet: volgens een Cochrane Review uit 2003 zou het gebruik van een middel als imipramine een meerwaarde van “a reduction of about one wet night per week while on treatment” opleveren vergeleken met een placebomiddel. Na het stoppen met het middel volgt in de meeste gevallen een terugval en het gebruik van antidepressiva is natuurlijk ook niet zonder risico’s. Imipramine is dus duidelijk geen wondermiddel. Waarom bleven de kinderen in dit onderzoek het middel dan toch gebruiken, en werd er niet getest of alleen magnetische stimulatie resultaat zou opleveren? Eigenlijk wordt dat niet duidelijk in het artikel. De onderzoekers schrijven:

“All patients had been taking the tricyclic antidepressant drug imipramine (25 mg once at night /day) for at least 3 months without satisfactory results and they continued taking their usual drugs throughout the study.”

Waarom zou je doorgaan met het slikken van een medicijn als er sprake is van onbevredigende resultaten? Wat betekent ‘onbevredigend’ in dit verband? Belangrijker is dat het met zo’n meervoudige therapie veel moeilijker is om de resultaten te duiden. Er is sprake van een afname van het aantal natten nachten, maar welk deel daarvan is veroorzaakt door de imipramine, welk deel eventueel door de magnetische stimulatie en welk deel door placebo-effecten? Ook deze beperking wordt door de auteurs toegegeven:

“Since we did not study a group of patients who were untreated with tricyclic anti-depressants, we cannot say whether rSMS alone would improve symptoms.”

  1. De resultaten waren niet bepaald eenduidig
Figuur 2a uit het onderzoek.
Figuur 2a uit het onderzoek.

De belangrijkste uitkomstmaat van het onderzoek is de reductie in het aantal natte nachten. Als gezegd was na één week behandelen in de ‘real’ groep sprake van een afname van 5,7 naar 0,9. In de ‘sham’ groep was dat een afname van 6,5 naar 3,3. Uit figuur 2a. blijkt echter dat dit resultaat net niet statistisch significant is (p =0,055). Na twee weken is de ‘real’ groep verder gezakt naar 0,3 en de ‘sham’ groep naar 1,8. Dat resultaat is duidelijk niet statistisch significant (p = 0,327). Op zichzelf hoeft dat nog niet zoveel te betekenen. Het zou zo kunnen zijn dat de werking van de magnetische stimulatie – volgens de onderzoekers een mogelijk effect op controle over de blaas – met enige vertraging plaatsvindt, maar dan moet je juist in de weken die volgen op het stoppen met de magneetbehandelingen zoveel mogelijk data verzamelen. Dat hebben de onderzoekers dus niet gedaan. Ze hebben de kinderen één maand later nog één keer gezien en dat was het. Het resultaat dat ze toen noteerden (1 natte nacht vs. 5,2 natte nachten) was weliswaar zeer significant (p = 0,0001), maar weer te geïsoleerd om echte conclusies op te baseren. Hoe was de situatie na twee maanden, na drie maanden of na een half jaar? Dat is onbekend. De beste conclusie die je dan kunt trekken is dat de resultaten ‘inconclusive’ zijn.

Figuur 2b uit het onderzoek.
Figuur 2b uit het onderzoek.

Ook over de relevantie van de overige, secundaire resultaten kun je twisten. Ik weet niet veel van de visual analogue scale (VAS), maar het is mij ook niet geheel duidelijk wat de onderzoekers ons met de resultaten van deze schaal duidelijk proberen te maken. Als je afgaat op figuur 2b. dan zou je zeggen dat ze de kinderen naar hun pijnbeleving hebben gevraagd. Bij de y-as staat namelijk duidelijk visual analogue scale for pain te lezen. Dat lijkt geen bijster relevante vraag bij bedplassende kinderen. Pijn zal daar niet het voornaamste probleem zijn. Bovendien laten de resultaten van de ingevulde enquête, de SF-36v2 Health Survey, helemaal geen verschil tussen beide groepen zien als het gaat om ‘bodily pain’. De resultaten lijken elkaar dus tegen te spreken.

Met die SF-36v2 Health Survey is nog wel wat geks aan de hand. De onderzoekers schrijven bij figuur 3 – waar ze het trouwens abusievelijk over ‘Quality of lie‘  hebben – dat:

“There were significant improvement in the score of Mental health domains including Social Functioning (SF), Vitality (VT), Mental Health (MH) and Component Mental Health Summation (CMHS) in real group versus sham group.”

Dat is juist, maar wat zegt het? De onderzoekers noemen hier alleen de 4 categorieën waar het resultaat significant beter was, maar de enquête leverde in totaal 11 resultaten op en de ‘real’ groep noteerde in 7 van de 11 categorieën geen betere uitslag dan de ‘sham’ groep (er waren geen statistisch significante verschillen). Daar komt nog bij dat de SF-36v2 Health Survey eigenlijk helemaal niet bedoeld is voor kinderen, maar voor volwassenen. Nu was de gemiddelde leeftijd van de deelnemers met 13,6 jaar tamelijk hoog – zelfs 14,5 jaar in de ‘real’ groep – maar voor de jongste deelnemers waren de vragen wellicht te hoog gegrepen. Patiënten tussen de 8 en 25 (!) jaar konden aan het onderzoek meedoen en het zou best interessant zijn om te zien of er relevante verschillen optraden tussen de verschillende leeftijdscategorieën. Maar u raadt het al: dat hebben de auteurs helaas niet onderzocht.

  1. Hoe goed was de blindering eigenlijk?
De Double 70mm Alpha Coil van Magstim (www.magstim.com) in de vorm van een 8. Dit is niet de in het onderzoek gebruikte coil.
De Double 70mm Alpha Coil van Magstim (www.magstim.com) in de vorm van een 8. Dit is niet de in het onderzoek gebruikte coil.

De onderzoekers gebruikten voor deze studie een Magstim Super Rapid stimulator met als magneetspoel een 120-mm outer diameter figure-of-8 air film cooling coil. Het belang van goede blindering is onomstreden, dus voor de ‘sham’ groep moest een geloofwaardige schijnbehandeling bedacht worden. Het is niet helemaal duidelijk of dat gelukt is. Het onderzoek zelf meldt dat de stimulator wel aan stond, maar – zie het citaat aan het begin – dat de spoel 90 graden gedraaid werd. Als dat fysiek bedoeld is, kun je je afvragen of een patiënt dat niet gewoon merkt. Als met ‘figure of 8’ wordt gedoeld op een spoel in de vorm van een ‘8’ dan lijkt dat welhaast onvermijdelijk. De behandelaar merkt het natuurlijk sowieso: die is dan niet geblindeerd. Merkwaardig genoeg meldt het persbericht dat ” the stimulator was internally adjusted”, iets wat in het onderzoek zelf niet terugkomt. Het wordt dus niet helemaal duidelijk hoe adequaat de blindering precies was. In elk geval blijkt het bedrijf Magstim ook heuse ‘sham coils’ te verkopen (“looks, sounds and feels the same as an active coil”) waarmee perfect dubbelblinde onderzoeken kunnen worden gedaan. Die hebben de onderzoekers zeer zeker niet gebruikt.

Tot slot

De berichtgeving op nu.nl en de website van RTL Nieuws was weinig genuanceerd. De beperkingen van het onderzoek waren niet opgemerkt en dat de onderzochte kinderen ook antidepressiva gebruikten was niemand opgevallen. De resultaten van het onderzoek waren niet eenduidig en of de blindering adequaat was, is moeilijk vast te stellen. In elk geval zou het sterk overdreven zijn de resultaten van dit onderzoek als een potentiële doorbraak te omschrijven. Daarvoor was het aantal deelnemers te beperkt en de follow-up te kort, terwijl onduidelijk is wat de imipramine heeft gedaan en de resultaten ook niet duidelijk één richting op wijzen. Er zijn best interessante toepassingen voor magneten te bedenken in de geneeskunde, maar er is ook een hoop (potentiële) onzin. Laten de Egyptische onderzoekers hun onderzoek eerst maar eens herhalen met grotere aantallen deelnemers die gedurende een langere periode gevolgd worden. Dan zien we wel weer verder.

Filed Under: Gezondheid, Uit het nieuws, Wetenschap Tagged With: bedplassen, magneet, magneetstimulatie, magnetisch veld

De longlist van de Meester Kackadorisprijs 2015

13 September 2015 by Pepijn van Erp 33 Comments

De Vereniging tegen de Kwakzalverij zal op haar congres (3 oktober a.s.) traditiegetrouw weer de Meester Kackadorisprijs uitreiken aan die instelling, persoon of onderneming die afgelopen jaar het meest heeft bijgedragen aan de verspreiding in daad, woord of geschrift van de kwakzalverij in Nederland. De lijst met de laatste acht kandidaten werd op 13 september bekend gemaakt. Meest opvallende kandidaten zijn de voorzitter van de Consumentenbond, de meervoudige Belastingkamer van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch en de minister van Economische Zaken. Een mooie selectie kandidaten of valt er wel wat op aan te merken? Wie mist er beslist op het lijstje en wie hoort er echt niet op thuis? Discussieer mee en geef uw keuze aan in de poll!

VtdK-websitelogo

Bij de beoordeling van de lijst is het wel goed in het achterhoofd te houden wat de bedoeling van de prijs precies is. Die is niet in eerste instantie bedoeld om de ergste kwakzalver aan te wijzen. Op de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) staat het reglement. Uit de inleiding daarbij:

Hoewel daadwerkelijk actieve kwakzalvers niet worden uitgesloten, is nadrukkelijk ook gedacht aan personen/instellingen die via publiciteit, geldstromen, opleidingen, wet- of regelgeving, mantelorganisaties, rechtspraak of anderszins de kwakzalverij hebben bevorderd zonder daarbij zelf vuile handen te maken. Het kan zijn dat de bekroonde activiteiten willens en wetens zijn ondernomen, maar ook naïeve of bona fide inspanningen die wellicht onbedoeld de kwakzalverij hebben bevorderd, kunnen in aanmerking komen. Goed bedoeld is dus geen excuus!

De genomineerden

  1. Bart Combée, voorzitter van de Consumentenbond. Genomineerd, omdat hij zich in augustus 2014 wendde tot de minister van VWS met het dringende verzoek de vermelding van indicaties op de homeopathische middelen weer toe te laten! De minister deed echter met haar verbod op onbewezen claims voor de homeopathica niets anders dan de Consumentenbond al sinds haar oprichting doet: de koper beschermen tegen bedrog en te mooie beloften;
  2. Deventer ziekenhuis. Naast reguliere zorg wil het Deventer Ziekenhuis haar patiënten ook aanvullende (complementaire) zorg bieden. Het gaat dan bijvoorbeeld om een hand-, voet-, of hoofdmassage, het luisteren naar muziek of een behandeling met etherische olie. Brutaal beweert men op de website dat ‘gebleken is dat complementaire zorg het welbevinden bij patiënten verhoogt en het zelfherstellende vermogen van de mens ondersteunt’;
  3. Stichting Fonds NutsOhra (FNO) wegens financiering van het project ‘Keuzehulp Complementaire Zorg voor kinderen met kanker’ (2015-2016), waaraan o.a. wordt meegewerkt door het Van Praag Instituut en het Louis Bolk Instituut;
  4. Minister Henk Kamp. In 2013 meldde de minister van Economische Zaken, dat er op termijn vanaf 2017 580 miljoen euro zal worden uitgetrokken om bewoners onder hoogspanningslijnen te vrijwaren van de electromagnetische velden die daarbij ontstaan. Deels zullen kabels ondergronds worden gelegd, deels zullen bewoners worden uitgekocht. De minister gaat daarbij mee in de onrust bij delen van de bevolking die vage klachten toeschrijven aan deze EMV en de kans op kinderleukemie verhoogd achten;
  5. Kwaliteitsregister Verplegenden & Verzorgenden. Het automatisme waarmee dit register de paranormale cursussen van het Van Praag Instituut accepteert, laat zien dat dit register volkomen waardeloos en nietszeggend is;
  6. Meervoudige Belastingkamer, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Dit hof oordeelde in 2013 in hoger beroep dat een magnetiseur die over de jaren 2003 t/m 2007 ruim 80.000 euro aan btw moest betalen, daarvan moest worden vrijgesteld;
  7. Register Beroepsbeoefenaren Complementaire Zorg (RBCZ) is een koepelregister waarin clubs van alternatieve behandelaars zich als geheel kunnen melden om in aanmerking te komen voor registratie van hun individuele leden. Voorwaarde is slechts, dat er minstens 50 Hbo-ers van zo’n beroepsvereniging lid zijn, ook al is de rest aroma-therapeut, neuropsyrurg of zelfbenoemd magnetiseur. “Beroepsvereniging” is hier een misleidende term;
  8. De 50 Plus Beurs is in 23 jaar uitgegroeid tot het jaarlijks grootste seniorenevenement met 100.000 bezoekers en 600 kramen in de Jaarbeurs in Utrecht. In de hal gezondheidszorg is er vooral  alternatieve onzin aan te treffen, zoals designsieraden “met geïntegreerde magneten”, kettingen van semi-edelstenen die helende krachten hebben, spijkerbedden, kruiden en thee. Duidelijk is dat de 50 Plus Beurs de standhouders uitsluitend selecteert op basis van de betaling van de stand en aan kwakzalvers niets in de weg legt.

De redenen voor nominatie staan uitgebreider op de site van de VtdK.

Wat denkt de lezer van Kloptdatwel ervan? Daar zijn we uiteraard benieuwd naar. Geef uw commentaar in de reactiemogelijkheid hieronder en wegens groot succes vorig jaar hebben we ook weer een poll gemaakt. Meteen stemmen als u uw mening al klaar hebt, maar wachten met stemmen kan natuurlijk ook om de overwegingen van andere commentatoren uw eerste oordeel mogelijk te laten beïnvloeden. Misschien neemt de jury van de Meester Kackadorisprijs de commentaren en de uitslag van de poll nog wel mee, hoewel de winnaar van vorig jaar niet zo hoog in de poll eindigde 😉

Update 2-10-2015
De prijs gaat naar de voorzitter van de Consumentenbond aldus het persbericht van de VtdK.

Filed Under: Gezondheid, Skepticisme Tagged With: 50 Plus Beurs, Bart Combée, consumentenbond, Deventer ziekenhuis, Henk Kamp, Kwaliteitsregister Verplegenden Verzorgenden, Meervoudige Belastingkamer, meester kackadorisprijs, minister van Economische Zaken, Register Beroepsbeoefenaren Complementaire Zorg, Stichting Fonds NutsOhra, Vereniging tegen de kwakzalverij

Een onvoldoende voor deze onderzoeken naar genetisch gemodificeerde gewassen

3 September 2015 by Tom van den Hove 7 Comments

“The amount of energy necessary to refute bullshit is an order of magnitude greater than to create it.”

– Alberto Brandolini –

Ik las laatst de review van Kevin Folta (een onderzoeker en vooraanstaande wetenschapscommunicator wat betreft genetische modificatie) over een nieuw onderzoek waarin via een computermodel aangetoond zou worden dat er formaldehyde in genetisch gemodificeerde maïs zou zitten. Hierin vergelijkt hij het met de situatie waarin we een computerprogramma maken dat via internet de locatie van een stad kan bepalen. Als we dat programma dan vragen waar München ligt en het programma geeft een locatie aan in de Golf van Mexico, dan wil dat niet zeggen dat München ineens dichterbij Florida dan Nederland ligt. Dat wil eerder zeggen dat de data niet kloppen.

Het is in de wetenschap niet ongebruikelijk dat de resultaten en de werkelijkheid niet overeen komen. Daarom worden resultaten door peer-review geanalyseerd en methodes herhaald. Maar ook het peer-review systeem is niet perfect en slecht uitgevoerde onderzoeken glippen soms toch door de mazen. In dat geval worden deze onderzoeken vaak opgepikt door andere deskundigen in het vakgebied waardoor de waarheid alsnog naar boven komt. Bij controversiële onderwerpen is de impact van het originele onderzoek helaas vaak vele malen groter dan de correctie.
In de wereld van genetisch gemodificeerd eten is dit eerder regel dan uitzondering geworden. De ideologische anti-GGO organisaties zijn inmiddels zo vastberaden de negatieve gevolgen van genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) aan te tonen, dat de waarheid pas op de tweede plaats komt.

Onderzoekers zoals Gilles-Éric Séralini (bekend van het spraakmakende artikel dat gemodificeerde mais met gezondheidsproblemen linkte) worden dan ook al snel helden van het volk met negatieve resultaten over GGO’s. Dat deze resultaten vervolgens door andere experts betwijfeld of zelfs ontkracht worden doet er niet toe, ze hebben hun bijna permanente positie in het publieke debat al verworven. Zo meldt het milieuloket op haar website bijvoorbeeld nog steeds dat “er aanwijzingen zijn dat genetische [sic] gewassen mogelijk kankerverwekkend zouden zijn”. De alternatieve nieuwssite Earth Matters vertaalde de terugtrekking van Seralini et al. (2012) uit het vakblad Food and Chemical Toxicology als een poging van de biotech industrie om de resultaten in de doofpot te stoppen. Dit onderzoek werd opnieuw aangehaald in een uitgebreid artikel over Carman et al. (2012) waarin niet alleen haar onderzoek naar de gevolgen van genetisch gemodificeerd voedsel bij varkens wordt besproken, maar ook haar mening over de stand van zaken in de biotech industrie.

Embed from Getty Images

Daarom heeft Professor Parrott de meest volhardende onderzoeken eens op een rijtje gezet om ons niet alleen te vertellen dat deze onderzoeken niet kloppen, maar vooral om uit te leggen waarom ze niet kloppen. Zoals bijvoorbeeld de onderzoeken van Séralini et al. (2012) en Carman et al. (2012).

Séralini et al. (2012) werd beroemd nadat werd geconcludeerd dat genetisch gemodificeerde maïs (kanker)tumoren veroorzaakt. Professor Parrott wijst ons er o.a. op dat er te weinig proefdieren (ratten) zijn gebruikt, en dat de proefdieren van nature al een hoge kans op kankergezwellen hebben. Dit laatste is al sinds 1956 bekend en werd voor het eerst beschreven door Davis , Stevenson & Busch (1956) en is sindsdien herhaaldelijk bevestigd.

 

Een onvoldoende voor deze onderzoeken naar genetisch gemodificeerde gewassen 3
(foto: thornypup | Flickr)

Carman et al. (2012) beweerde dat genetisch gemodificeerd voer een verhoging van maagontstekingen in varkens veroorzaakte. Het bleek echter dat de magen uitsluitend op kleur waren beoordeeld (i.p.v. op daadwerkelijke ontstekingen), en dat de statistiek slecht was uitgevoerd. Opvallend is ook dat er meer milde en gemiddelde “ontstekingen” bij de controlegroep waren dan bij de GGO groep. De toxicologie geeft namelijk aan dat de dosis het vergif maakt. Met andere woorden; een hogere dosering zou tot meer vergiftiging moeten leiden.

Een onvoldoende voor deze onderzoeken naar genetisch gemodificeerde gewassen 4
(foto: Merelize | Stockvault)

Aris & Leblanc (2011) wordt vaak geciteerd als bewijs dat genetisch gemodificeerde eiwitten (in dit geval het Bt eiwit) niet worden afgebroken maar intact in het bloed van zwangere en niet-zwangere vrouwen worden aangetroffen. De gebruikte analyse is helaas niet geschikt voor bloedmonsters, iets wat al bekend was voordat het onderzoek plaatsvond. Ook al zou de test kloppen, dan is de oorsprong van het Bt eiwit nog steeds onbekend. De voedselinname is niet gecontroleerd en Bt wordt ook als insecticide gebruikt.

Ook het eerder genoemde onderzoek naar formaldehyde in sojabonen is inmiddels toegevoegd, al moet het zijn permanente status in het GGO-debat nog bemachtigen. Waarschijnlijk zal ook de site van Professor Parrot deze onderzoeken niet uit het debat kunnen weren, maar hopelijk draagt het weer een klein beetje bij aan het publieke begrip van genetische modificatie. Bij toekomstige controversiële onderzoeken over genetische gemodificeerde organismen zal ik voortaan eerst even controleren of Professor Parrot er iets over te zeggen heeft.


 

Wil je ook actie ondernemen tegen de verspreiding van onzin?

Zaterdag 5 september gaat MAMyths-NL weer de straat op om de misinformatie rondom genetische modificatie te weerleggen tijdens de March Against Monsanto in Alkmaar. Mochten er nog mensen zijn die mee willen helpen, bezoek de evenementspagina dan!

Filed Under: Factchecking, Gezondheid, Pseudowetenschap Tagged With: genetische manipulatie, GGO, gmo, MAMyths-NL, March Against Monsanto

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 23
  • Page 24
  • Page 25
  • Page 26
  • Page 27
  • Interim pages omitted …
  • Page 82
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
‘Dat kán geen toeval zijn!’
30 September 2026 - Ward van Beek

. Over dwalingen in de rechtszaal Rechters en juristen moeten vaak oordelen over kansen en waarschijnlijkheden, maar dat blijkt lastig. Denkfouten liggen dan op de loer – met soms dramatische gevolgen. ‘Mensen geloven niet in toeval’, hoort Erna van Balen…Lees meer ‘Dat kán geen toeval zijn!’ › [...]

Alles ADHD
24 September 2026 - Ward van Beek

. ADHD lijkt zich goed te lenen voor ludieke filmpjes op sociale media, vol overdrijving en halve waarheden. Vaak gaan ze over hoe je ADHD herkent. Praten mensen zichzelf zo al scrollend ADHD aan of valt het wel mee? Anouk…Lees meer Alles ADHD › [...]

In Memoriam Frank Israël
23 September 2026 - SkepsisSiteBeheerder

De emeritus hoogleraar astronomie was voorzitter van Stichting Skepsis van 2012 tot 2023.Lees meer In Memoriam Frank Israël › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

If the BMJ Wants to Revisit Venerable Institutions Who Misled the Public in 2021, They Should Look Inward at the BMJ
1 October 2026 - Jonathan Howard
If the BMJ Wants to Revisit Venerable Institutions Who Misled the Public in 2021, They Should Look Inward at the BMJ

Until the BMJ demonstrate the integrity to revisit their own dismal failures regarding life and death matters, there's no reason to care about their opinions regarding less consequential issues, is there? The post If the BMJ Wants to Revisit Venerable Institutions Who Misled the Public in 2021, They Should Look Inward at the BMJ first appeared on Science-Based Medicine. [...]

The CDC Has Been Hollowed Out
30 September 2026 - Steven Novella
The CDC Has Been Hollowed Out

A new report from the NYT tells a chilling story of how the Centers for Disease Control has been hollowed out over the last 18 months under Trump and RFK Jr. We have been covering this story as it has been developing, but it is useful to take a look at where we are and the totality of the destruction that has […] The post The CDC Has Been Hollowed Out first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Jay Bhattacharya, October 2020: “Let People Face the Risk of the Disease.”
29 September 2026 - Jonathan Howard
Jay Bhattacharya, October 2020: “Let People Face the Risk of the Disease.”

Dr. Jay Bhattacharya sought to spread a deadly pathogen. Does he belong in the HHS Hall of Heroes with legends who tried to contain them? The post Jay Bhattacharya, October 2020: “Let People Face the Risk of the Disease.” first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    @ Hans Nou ja, ik plakte er zelf ook al pleisters op, omdat de wond vochtig was en een beetje
  • Hans1263
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    Die pleister zorgde ervoor dat er minder kans was op steeds opnieuw beschadigen. Ikzelf haalde laatst een vingertopje open aan
  • Prijswinnaars: Sjamadriaan en Ajax - Kloptdatwel?
    on Genomineerden voor de Meester Kackadorisprijs 2026
    […] voor de Meester Kackadorisprijs dit jaar overeenkwam met de voorkeur van de Kloptdatwel bezoekers in de poll. Wel close!
  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    @ Hans, Veel gaat inderdaad 'vanzelf' over. M'n moeder zei dat ook vaak. "Gaat wel weer over voor je een
  • Test jezelf! Psychokinese - Kloptdatwel?
    on Paraview geen onschuldig vermaak
    […] (Rob Nanninga, Skepter 22.2, 2009), is de volgende paranormale gave in de reeks experimenten om de bewering te testen

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in