• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Gezondheid

De shortlist van de Meester Kackadorisprijs 2014

19 September 2014 by Pepijn van Erp 270 Comments

De Vereniging tegen de Kwakzalverij zal op haar congres (4 oktober a.s.) traditiegetrouw weer de Meester Kackadorisprijs uitreiken aan die instelling, persoon of onderneming die afgelopen jaar het meest heeft bijgedragen aan de verspreiding in daad, woord of geschrift van de kwakzalverij in Nederland. De lijst met de laatste acht kandidaten werd op 18 september bekend gemaakt. Meest opvallende kandidaten zijn het Nationale Ballet, presentatieduo Pauw en Witteman en de rector magnificus van de universiteit Groningen. Een mooie selectie kandidaten of valt er wel wat op aan te merken? Wie mist er beslist op het lijstje en wie hoort er echt niet op thuis? Discussieer mee en geef uw keuze aan in de poll!

VtdK-websitelogo

Bij de beoordeling van de lijst is het wel goed in het achterhoofd te houden wat de bedoeling van de prijs precies is. Die is niet in eerste instantie bedoeld om de ergste kwakzalver aan te wijzen. Op de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) staat het reglement. Uit de inleiding daarbij:

Hoewel daadwerkelijk actieve kwakzalvers niet worden uitgesloten, is nadrukkelijk ook gedacht aan personen/instellingen die via publiciteit, geldstromen, opleidingen, wet- of regelgeving, mantelorganisaties, rechtspraak of anderszins de kwakzalverij hebben bevorderd zonder daarbij zelf vuile handen te maken. Het kan zijn dat de bekroonde activiteiten willens en wetens zijn ondernomen, maar ook naïeve of bona fide inspanningen die wellicht onbedoeld de kwakzalverij hebben bevorderd, kunnen in aanmerking komen. Goed bedoeld is dus geen excuus!

De genomineerden

  1. CPION (Centrum Post initieel Onderwijs Nederland) is een organisatie die haar nominatie te danken heeft aan het goedkeuren van het onderdeel ‘medische basiskennis’ van diverse opleidingen op het gebied van alternatieve zorg. In 2013 kregen de zorgverzekeraars de Meester Kackadorisprijs, omdat zij zo’n geaccrediteerde opleiding bij alternatieve zorgverleners als eis stellen voor vergoedingen;
  2. Het Nationale Ballet was dit jaar onderwerp van een documentairereeks waarin ook naar voren kwam dat de dansers hun heil soms zoeken in dubieuze behandelingen als nekkraken en acupunctuur;
  3. Pauw en Witteman lieten ‘iceman’ Wim Hof, volgens de VtdK, kritiekloos aan het woord. Die lijkt het tij mee te hebben na een publicatie van onderzoekers van het Radboud UMC;
  4. Stichting Rugpoli, waarbinnen reguliere artsen samen met orthomanuele artsen patiënten met rugpijn behandelen, waarbij  de orthomanuelen ook dubieuze methodes gebruiken (o.a. methode-Sickesz);
  5. Vita Opleidingen leidt alternatieve behandelaars op. Het onderwijs wordt o.a. verzorgd door orthomoleculaire diëtisten en iriscopisten, maar ook door de uit het artsenregister geschrapte Dankmeijer, bekend uit de zaak Millecam. Op Kloptdatwel kennen we ook de poot van Vita, die de Xenomide tegen stralingsschade aanbiedt;
  6. Het Vlietlandziekenhuis biedt volgens de VtdK een hele reeks onzinnige behandelwijzen aan voor pijnbestrijding, denk aan: TENS (stroomstootjes), EMDA (medicatie aanbrengen door middel van stroom), acupunctuur en bioresonantie;
  7. Pauline Meurs, bestuursvoorzitter van ZonMW, is genomineerd vanwege het uitbrengen van het rapport Signalement Ontwikkeling en implementatie van evidence-based complementaire zorg, dat Laurens Dragstra fileerde op Kloptdatwel: Niets nieuws onder de ZonMw. Meurs wordt door de VtdK aangerekend “dat zij de pro-alternatieve aandriften van de directie niet heeft weten te beteugelen”;
  8. Elmer Sterken, rector magnificus van de Groningse universiteit, dankt zijn nominatie aan het laten doorgaan van de promotie van integratief psychiater Rogier Hoenders. Volgens de VtdK was er reden genoeg om die af te blazen vanwege gebrek aan kwaliteit van het proefschrift.

De redenen voor nominatie staan uitgebreider op de site van de VtdK.

Wat denkt de lezer van Kloptdatwel ervan? Daar zijn we benieuwd naar. Geef uw commentaar in de reactiemogelijkheid hieronder en vul ook de poll even in. Even wachten met stemmen kan natuurlijk ook om de overwegingen van andere commentatoren uw eerste oordeel mogelijk te laten beïnvloeden. Misschien neemt de jury van de Meester Kackadorisprijs de commentaren en de uitslag van de poll nog wel mee.

Filed Under: Alternatieve schade, Gezondheid, Skepticisme Tagged With: CPION, Elmer Sterken, meester kackadorisprijs, Nationale Ballet, Pauline Meurs, Pauw en Witteman, Rogier Hoenders, Stichting Rugpoli, Vereniging tegen de kwakzalverij, Vita opleidingen, Vlietlandziekenhuis, ZonMw

Sperma naar de klote door mobiele telefonie?

18 September 2014 by Laurens Dragstra 58 Comments

Vrij laconiek berichtte de Volkskrant enige tijd terug over een nieuwe studie die een verband suggereert tussen het gebruik van mobiele telefoons en een verminderde kwaliteit van sperma. De elektromagnetische golven van de telefoons zouden de beweeglijkheid en levensvatbaarheid van zaadcellen negatief beïnvloeden en daarmee bijdragen aan verminderde vruchtbaarheid. In hetzelfde artikel sprak een hoogleraar in de humane voortplantingsbiologie geruststellende woorden. Hij wees onder meer op de matige kwaliteit van het onderzoek naar de effecten van telefoonstraling op zaadcellen. Als we kijken naar het onderzoek waarop de nieuwste studie is gebaseerd, lijkt die relativering zonder meer terecht.

De studie in kwestie is Effect of mobile telephones on sperm quality: a systematic review and meta-analysis door Adams et al., gepubliceerd in het tijdschrift Environment International (hier het volledige artikel). Achtergrond van de studie is het gegeven dat in diverse landen geconstateerd wordt dat de kwaliteit van het sperma achteruit gaat. Zo’n 14% van de stellen in geïndustrialiseerde landen ondervindt op enig moment problemen bij het zwanger worden en onvruchtbaarheid of zwak zaad van de man kan daarvoor verantwoordelijk zijn. Bijna al die mannen hebben een mobiele telefoon, dus was het volgens de onderzoekers nuttig om in een systematische keuring met meta-analyse na te gaan of de radiofrequente elektromagnetische golven van mobiele telefoons de beweeglijkheid (motility), levensvatbaarheid (viability) en concentratie van het zaad verminderen. Daarbij ging het overigens niet alleen om het dragen van een mobiele telefoon in de broekzak – zoals het Volkskrantartikel suggereert – maar in het algemeen om het effect van de telefoonstraling op het zaad. Voor hun meta-analyse verzamelden de onderzoekers eerst de relevante studies over het onderwerp die tussen 2000 en 2012 gepubliceerd waren. Uiteindelijk voldeden tien studies aan alle door de onderzoekers gestelde criteria, in totaal goed voor 1492 samples sperma. Dat betekent overigens niet dat het ook om 1492 personen ging: zaadmonsters werden in sommige onderzoeken opgedeeld in meerdere samples van dezelfde proefpersoon.

Resultaten van de meta-analyse

(foto: Mk2010, CC-licentie)
Een bedreiging voor onze vruchtbaarheid? (foto: Mk2010, CC-licentie)

Negen van de tien studies met in totaal 1448 samples keken naar de beweeglijkheid van het sperma. Zes daarvan vonden significant negatieve effecten van de elektromagnetische straling van mobiele telefoons op die beweeglijkheid. Vijf van de tien studies met in totaal 816 samples hadden mede betrekking op de levensvatbaarheid. Vier van de vijf vonden “a significant negative association between mobile phone exposure and sperm viability”. Ten slotte werd in zes van de tien studies (1376 samples) mede gekeken naar de spermaconcentratie. De resultaten waren hier dubbelzinnig en onduidelijk. De auteurs concluderen in hun artikel dat de mogelijkheid bestaat dat radiofrequente elektromagnetische straling thermische en niet-thermische effecten op cellen heeft. Die thermische effecten kunnen bijvoorbeeld optreden als de telefoon in de broekzak, dus dicht bij de testikels, wordt gedragen. Maar de auteurs geven ook toe dat andere factoren dan de straling, zoals leeftijd en roken, een rol kunnen spelen, en dat deze in de gebruikte studies lang niet altijd zijn meegenomen. Niettemin vinden zij hun resultaten dusdanig consistent dat zij die zien als bewijs voor een causaal verband tussen de elektromagnetische straling en de gemeten negatieve effecten.

Een probleem met de meta-analyse van Adams et al. is dat deze uitsluitend gebruik maakt van studies die op zichzelf niet zo heel veel duidelijkheid kunnen verschaffen over de relatie tussen mobiele telefonie en de kwaliteit van sperma. Idealiter wordt dat onderzocht in een RCT, waarbij een groep proefpersonen (bij voorkeur ‘normale’ personen zonder vruchtbaarheidsproblemen) at random wordt verdeeld over twee subgroepen, waarvan de ene wordt blootgesteld aan de elektromagnetische straling van een mobiele telefoon en de andere niet. De onderzoekers kunnen vooraf bepalen of het gaat om blootstelling door te bellen of door het dragen van de telefoon in de broekzak of elders. Door de randomisering zullen beide groepen ongeveer evenveel rokers, oudere mannen en mannen met overgewicht bevatten. Op vooraf bepaalde momenten kan dan de kwaliteit van het sperma worden gemeten, uiteraard liefst blind, zodat de onderzoekers niet weten of het zaad van een blootgestelde proefpersoon afkomstig is of niet. Zulke RCT’s zouden op zichzelf niet moeilijk te realiseren moeten zijn, maar de meta-analyse kon er geen gebruik van maken, want dergelijke studies zijn nog niet uitgevoerd. Het onderzoek van Adams et al. is daarom helaas op twee andere soorten onderzoek gebaseerd, namelijk in vitro-studies en observerende in vivo-studies. In de Volkskrant merkte hoogleraar Sjoerd Repping, specialist op het gebied van humane voortplantingsbiologie, hierover op:

“Vaak ondervragen onderzoekers mannen die naar een ivf-kliniek komen over hun gsm-gebruik: een methode die niet de meest betrouwbare resultaten oplevert. Vaak wordt verzuimd om verstorende factoren (Is een man te dik? Rookt hij?) mee te wegen. Soms doen wetenschappers wonderlijk onderzoek en stellen ze zaadcellen in een schaaltje bloot aan de straling van een telefoon. Maar dat geeft natuurlijk niet weer wat er in een mannentestikel gebeurt, zegt Repping.”

In vitro-studies

cellsDe studie van Adams is gebaseerd op zes in vitro-studies en vier in vivo observatiestudies. Zes studies waarbij sperma in een schaaltje wordt blootgesteld aan telefoonstraling is wel erg veel, ook al waren die zes studies met in totaal 234 samples slechts goed voor zo’n 16% van alle samples. Wat op een schaaltje gebeurt, hoeft niet representatief te zijn voor wat er in het lichaam gebeurt. De hiernaast afgebeelde cartoon geeft dat treffend weer. Als we bijvoorbeeld zaadcellen op een schaaltje blootstellen aan de warme lucht die geproduceerd wordt door een föhn, dan is het best aannemelijk dat we effecten op de kwaliteit van het zaad kunnen meten. Maar moeten we daaruit de conclusie trekken dat een man beter maar beter geen föhn kan gebruiken om zijn haar te drogen (gesteld dat hij, echte kerel dat hij is, dat wil)? Dat een mobiele telefoon boven een schaaltje zaadcellen effecten veroorzaakt, wil dus nog helemaal niet zeggen dat een telefoon in een broekzak hetzelfde effect heeft. Over mobiel bellen, waarbij de telefoon tegen het hoofd wordt gehouden, op ruime afstand van de testikels, zegt dit soort in vitro-onderzoek al helemaal weinig.

Dit zijn alle gebruikte in vitro-studies:

Agarwal et al., 2009
A. Agarwal, N.R. Desai, K. Makker, A. Varghese, R. Mouradi, E. Sabanegh, et al.
Effects of radiofrequency electromagnetic waves (RF-EMW) from cellular phones on human ejaculated semen: an in vitro pilot study
Fertil Steril, 92 (2009), pp. 1318–1325

Ahmed and Baig, 2011
L. Ahmed, N.M. Baig
Mobile phone RF-EMW exposure to human spermatozoa: an in vitro study
Pak J Zool, 43 (2011), pp. 1147–1154

De Iuliis et al., 2009
G. De Iuliis, R. Newey, B. King, R. Aitken
Mobile phone radiation induces reactive oxygen species production and DNA damage in human spermatozoa in vitro
PLoS One, 4 (7) (2009), p. e6446

Dkhil et al., 2011
M. Dkhil, M. Danfour, S. Al-Quraishy
Sperm function is affected by the electromagnetic radiation emitted by mobile phone
Afr J Microbiol Res, 5 (2011), pp. 4896–4900

Erogul et al., 2006
O. Erogul, E. Oztas, I. Yildirim, T. Kir, E. Aydur, G. Komesli, et al.
Effects of electromagnetic radiation from a cellular phone on human sperm motility: An in vitro study
Arch Med Res, 37 (2006), pp. 840–843

Falzone et al., 2008
N. Falzone, C. Huyser, F. Fourie, T. Toivo, D. Leszczynski, D. Franken
In vitro effect of pulsed 900 MHz GSM radiation on mitochondrial membrane potential and motility of human spermatozoa
Bioelectromagnetics, 29 (2008), pp. 268–276

Ik zal ze niet in detail bespreken. Dat zou saai zijn en weinig toevoegen, want we kunnen nu al vaststellen dat op basis van dit soort in vitro-onderzoeken geen harde conclusies kunnen worden getrokken over wat er in het lichaam gebeurt. Bovendien kan ik niet van alle studies de volledige tekst vinden. Maar enige opmerkingen wil ik de lezer niet onthouden. Wat direct opvalt, is dat twee van de zes onderzoeken – Ahmed and Baig en Dkhil et al. – in tamelijk obscure tijdschriften zijn gepubliceerd, namelijk het Pakistan journal of zoology en het African Journal of Microbiology Research. Beide staan niet in PubMed, al kent die databank wel twee publicaties uit het eerstgenoemde tijdschrift uit 1979 en 1980. Het African Journal of Microbiology Research is een uitgave van Academic Journals, en dat staat op de lijst van Jeffrey Beall [mirror] met dubieuze open access uitgevers. Je kunt je ook afvragen of Adams et al. deze studies, los van eventuele kwalitatieve gebreken, wel bij hun meta-analyse hadden moeten betrekken. Adams et al. richtten zich immers op vruchtbaarheidsproblemen in “in high- and middle-income countries” en je kunt je serieus afvragen of landen als Pakistan, Egypte en Libië daar wel onder te brengen zijn. In het Pakistaanse onderzoek werd overigens ook nog een beetje vitamine E aan de zaadcellen op het schaaltje toegevoegd. En jawel, dat bood enige bescherming tegen de telefoonstraling!

Petrischaaltje (foto: Miaow Miaow, CC-licentie)
Petrischaaltje (foto: Miaow Miaow, CC-licentie)

Wat verder opvalt, is dat de zaadcellen in het schaaltje doorgaans worden blootgesteld aan de elektromagnetische golven van een mobiele telefoon ‘in talk mode’. Daarmee is kennelijk bedoeld een mobiele telefoon die actief data verzendt en ontvangt. Nu vermoed ik dat de zaadcellen niet veel te melden hadden, maar het moge duidelijk zijn dat een mobiele telefoon die actief data verzendt naar en ontvangt van een zendmast (of meerdere zendmasten als de beller onderweg is) meer elektromagnetische straling produceert, c.q. een hogere SAR-waarde (uitgedrukt in W/kg) heeft dan een telefoon die op stand-by in de broekzak wordt gedragen. De onderzoekers van Agarwal et al., 2009 probeerden ook specifiek de situatie te benaderen van mannen die met een headset belden terwijl de mobiele telefoon zich in de broekzak bevond. Maar dat zegt dus niets over bellen met de mobiele telefoon tegen het hoofd en evenmin over het effect van een mobiele telefoon die in de stand-by stand in de broekzak zit op de testikels en het sperma. Bovendien bellen veel mensen die een oortje gebruiken met de telefoon in de hand.

De duur van de blootstelling aan de elektromagnetische golven verschilde van studie tot studie. De Turkse studie van Erogul et al. deed dat kennelijk maar vijf minuten, terwijl de meest alarmistische studie, die van De Iuliis et al., de effecten van maar liefst 16 uur blootstelling in kaart bracht. We mogen aannemen dat maar weinig mannen zo lang bellen of zoveel uur een mobiele telefoon in hun broekzak dragen. Het onderzoek van De Iuliis et al. valt sowieso uit de toon, omdat het op slechts 8 samples is gebaseerd (het onderzoek zelf stelt steeds “All results are based on 4 independent samples”; die zijn kennelijk dan gesplitst). Bovendien gebruikten de onderzoekers geen mobiele telefoons, maar een “waveguide, connected to a function generator and RF amplifier”, waarmee de cellen werden blootgesteld aan frequenties van 1,8 GHz en SAR-waarden tot wel 27,5 W/kg. Ter vergelijking, de limiet van de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) is 2,0 W/kg, in de Verenigde Staten geldt een limiet van 1,6 W/kg en veel mobiele telefoons hebben een nog lagere SAR-limiet. Bij een Nokia Lumia 520 is die volgens de handleiding bijvoorbeeld 1,09 W/kg. Omdat tegenwoordig overal zendmasten staan, zal een mobiele telefoon bovendien lang niet altijd op maximaal vermogen hoeven te zenden en te ontvangen, zodat de SAR-waarde in de praktijk nog lager is.

In vivo-studies

Adams et al. maakten voor hun meta-analyse ook gebruik van vier in vivo-studies, die allemaal werden uitgevoerd met bezoekers van vruchtbaarheidsklinieken als proefpersonen. De in vivo-studies zijn voor de conclusies van de meta-analyse nog veel belangrijker, want zij betreffen zo’n 84% van de 1492 samples. Het zijn de volgende studies:

Agarwal et al., 2008
A. Agarwal, F. Deepinder, R.K. Sharma, G. Ranga, J. Li
Effect of cell phone usage on semen analysis in men attending infertility clinic: an observational study
Fertil Steril, 89 (2008), pp. 124–128

Feijo et al., 2011
C. Feijo, S. Verza Junior, S.C. Esteves
Lack of evidence that radiofrequency electromagnetic waves (RF-EMW) emitted by cellular phones impact semen parameters of Brazilian men (zie ook hier)
Hum Reprod, 26 (2011), pp. i139–i140

Fejes et al., 2005
I. Fejes, Z. Zavaczki, J. Szollosi, S. Koloszar, J. Daru, L. Kovacs, et al.
Is there a relationship between cell phone use and semen quality?
Arch Androl, 51 (2005), pp. 385–393

Sajeda and Al-Watter, 2011
S. Sajeda, Y. Al-Watter
Effect of mobile phone usage on semen analysis in infertile men
Tikrit J Pharm Sci, 7 (2011), pp. 77–82

Ook hier weer een paar opmerkingen. Het laatste onderzoek is wel erg curieus. De auteurs zijn verbonden aan de Universiteit van Mosul in Irak (tegenwoordig Islamitische Staat) en hun studie is gepubliceerd in het totaal onbekende Tikrit Journal of Pharmaceutical Sciences. Dat is kennelijk een Open Access tijdschrift. Je kunt de redactie mailen via een Yahoo-adres. Sajeda and Al-Watter vonden net als Agarwal et al., 2008 negatieve effecten van telefoonstraling op de kwaliteit van het sperma. Opvallend is hoe intensief het belgedrag was van de in deze studies onderzochte personen. In de Irakese studie belden 50 van de 300 proefpersonen 4 uur of meer per dag. In de studie van Agarwal et al. ging het om 114 van de 361 proefpersonen. Je kunt je afvragen of zulke beltijden realistisch zijn en de auteurs van Agarwal et al. doen dat dan ook: “We relied only on the self-perceived history of the subjects and did not validate their cell phone use.” Wie werkelijk meer dan 4 uur of meer per dag mobiel belt, heeft misschien ook te weinig tijd om voldoende te bewegen. Dat kan leiden tot overgewicht, wat mogelijk weer invloed heeft op de vruchtbaarheid van de man. Ook hiervoor konden de auteurs niet corrigeren: “Inability to analyze covariates other than age is also a limiting factor”.

Roken heeft zéker invloed op de kwaliteit van sperma (foto: Tomasz Sienicki, CC-licentie)
Roken heeft zéker invloed op de kwaliteit van sperma (foto: Tomasz Sienicki, CC-licentie)

Als je andere mogelijk verstorende factoren buiten beschouwing laat, kun je totaal verkeerde conclusies trekken. Dat is overigens bij discussies over ‘elektrosmog’ een bekend fenomeen. Alarmisten meenden lang dat een overtuigend verband tussen bovengrondse elektriciteitsleidingen en leukemie bij kinderen was aangetoond, maar later bleken benzeen bevattende uitlaatgassen van auto’s een misschien wel veel aannemelijkere boosdoener (zie Marcel Hulspas, ‘Bang voor het broodrooster’, Skepter 1993a, vol. 6 (1), p. 23-27). Interessant is dat de studie van Feijo et al. wél naar “confounding factors such as cigarette smoking, body mass index and alcohol intake” keek. De studie, gepubliceerd in het respectabele tijdschrift Human Reproduction, onderzocht 571 mannen met vruchtbaarheidsproblemen, waarvan er slechts 23 (4%) nooit een mobiele telefoon zeiden te gebruiken. Ook hier weer veel mannen die beweerden meer dan 4 uur per dag te bellen (120), maar de auteurs vonden dit keer geen negatieve effecten van de elektromagnetische golven van mobiele telefoons op beweeglijkheid, levensvatbaarheid en concentratie van het sperma:

“Sperm count, progressive motility, viability, strict sperm morphology and HOST results were not significantly different in non-users and users with daily talk-time duration of < 120 minutes, 120–240 min and > 240 min. Evaluation of confounding factors such as cigarette smoking, body mass index and alcohol intake did not alter results. (…) Among this group of Brazilian men the length of talk time was not correlated with sperm concentration, viability, progressive motility and HOST scores.”

Merkwaardig genoeg staat deze studie in de meta-analyse van Adams et al. vermeld met een sample size van slechts 343, terwijl er als gezegd 571 deelnemers waren. De tabel uit het abstract van Feijo et al. geeft echter 497 proefpersonen aan. Hoe dat allemaal kan, is helaas niet vast te stellen, nu de volledige tekst van het onderzoek van Feijo et al. niet vrij beschikbaar is. Het onderzoek staat ook niet in PubMed, terwijl meer dan 13.000 artikelen uit Human Reproduction daar wél in staan. Hoe dit ook zij, uit de meta-analyse van Adams et al. blijkt wel duidelijk dat het voor de uitkomsten van hun studie veel uitmaakt of ze het onderzoek van Feijo et al. wel of niet buiten beschouwing laten. Buiten beschouwing laten levert veel dramatischer conclusies op.

Vergelijk overigens eens de tabel uit Feijo et al. eens met die uit Agarwal et al., 2008 en die uit Sajeda and Al-Watter (Fejes et al. zit achter een betaalmuur). Dan vallen twee zaken op: de grote verschillen tussen de tabellen en binnen de tabellen. Met name bij de concentratie (sperm count) is de standaard deviatie heel hoog. Hier hebben de respectieve onderzoekers blijkbaar zeer variabele waarden gemeten, waarbij we overigens niet moeten vergeten dat alles vanaf ca. 15 miljoen zaadcellen als ‘normaal’ wordt beschouwd, al is het gemiddelde volgens Sjoerd Repping 50-100 miljoen (zie hierna; andere bronnen noemen 20-40 miljoen in de westerse wereld). Kijken we naar de verschillen tussen de tabellen, dan zien we dat niet-bellende Irakezen veel minder zaadcellen produceerden dan Brazilianen die meer dan vier uur belden! Geen wonder dat Adams et al. met hun wiskundige modellen niet tot eenduidige conclusies konden komen ten aanzien van de concentratie. Braziliaanse mannen die mobiel belden kregen iets beweeglijker zaad dat gemiddeld ook nog 4-7,6% meer levensvatbaar was. Maar bij Agarwal gingen beweeglijkheid en levensvatbaarheid juist tot meer dan 20% achteruit naarmate er meer gebeld werd. In beide gevallen overigens weer aanzienlijke standaard deviaties, vooral bij Feijo.

Tabel uit Agarwal et al. 2008
Tabel uit Agarwal et al. 2008
Tabel uit Feijo et al.
Tabel uit Feijo et al.
Sajeda and Al-Watter (group 1 : 4 h / day ; group 2 : 3 h / day ; group 3 : 2 h / day; group 4 : no use)
Sajeda and Al-Watter (group 1 : 4 h / day ; group 2 : 3 h / day ; group 3 : 2 h / day; group 4 : no use)

Besluit

Adams et al. geven toe dat hun meta-analyse beperkingen kent. Niettemin menen zij, zoals aan het begin van deze bijdrage al opgemerkt, dat hun resultaten bewijs leveren voor de stelling dat elektromagnetische straling van mobiele telefoons een negatieve impact heeft op sperma. Gelet op het voorgaande en de kritiek van een hoogleraar als Repping kun je daar best vraagtekens bij plaatsen. Het in vitro-onderzoek is maar van beperkte waarde, terwijl op basis van het observerende in vivo-onderzoek ook geen harde, eenduidige conclusies getrokken kunnen worden. Nergens in hun meta-analyse doen Adams et al. een poging de tien gebruikte studies te beoordelen op kwaliteit. Dat is bij meta-analyses wel gebruikelijk, zodat studies van mindere kwaliteit kunnen worden buitengesloten.

Om een voorbeeld te geven: de deskundigen die in de studie van Agarwal et al. (2008) de zaadmonsters onderzochten, waren geblindeerd, terwijl die in de Irakese studie dat vermoedelijk niet waren (het staat nergens vermeld). Als dan bij het meten van bijvoorbeeld de beweeglijkheid van de zaadcellen subjectieve factoren een rol kunnen spelen, dan maakt het nogal uit of de onderzoekers weten of het zaadmonster van een proefpersoon is die veel of weinig belt. Adams et al. pleiten aan het slot van hun artikel voor een RCT, uitgevoerd buiten de muren van een vruchtbaarheidskliniek. Maar misschien hadden ze die beter zelf kunnen uitvoeren in plaats van studies uit alle delen van de wereld te verzamelen, waarvan een groot aantal methodologisch zwak of in obscure tijdschriften gepubliceerd, en daar een weinig zeggende meta-analyse van te maken.

Mannen die na het lezen van de studie van Adams et al. vrezen voor hun vruchtbaarheid, kunnen gerustgesteld zijn: de studie rechtvaardigt geen conclusies over een causaal verband tussen mobiel bellen en verminderde kwaliteit van sperma. Wie toch nog enigszins vrees koestert, kan zijn telefoon voortaan in de binnenzak in plaats van de broekzak meenemen. En voor wie dan nog steeds in een paniekstemming verkeert, komen deze relativerende woorden van Repping wellicht van pas:

“De onderzoeksresultaten laten nu ook weer niet zien dat het sperma van mobiele telefoongebruikers dramatisch verslechtert. Per zaadlozing komen gemiddeld 50- tot 100 miljoen zaadcellen vrij, zegt Repping, en al zouden dat er 5 miljoen minder zijn, die iets langzamer zwemmen, dan maakt dat niets uit voor de vruchtbaarheid. ‘Bij problemen met de voortplanting is de kwaliteit van het sperma van ondergeschikt belang. Beter sperma geeft wel een iets hogere kans op zwangerschap, maar veruit de belangrijkste factor is de leeftijd van de vrouw. Mannen doen er pas echt toe als ze helemaal geen zaadcellen hebben.'”

Titelafbeelding via Flickr

Filed Under: Algemeen, Buitenland, Gezondheid, Wetenschap Tagged With: elektromagnetische straling, gsm, meta-analyse, sperma, stralingsangst, telefoonstraling, zaadcellen

Vaccinaties, autisme en de klokkenluider

16 September 2014 by Pepijn van Erp 23 Comments

De mythe dat vaccinaties iets te maken hebben met autisme sterft maar niet uit. Ook al zijn er intussen honderden studies die hebben laten zien dat zo’n verband niet bestaat, toch blijft een kleine, maar zeer actieve groep ouders van kinderen met autisme dat idee omarmen. De Britse (voormalige) arts Andrew Wakefield, die met zijn frauduleuze Lancet-artikel de belangrijkste aanstichter van de ellende is, zit al weer jaren in de Verenigde Staten en probeert nog steeds zijn ‘gelijk’ te halen. Onlangs zette hij een video op YouTube, waarin verteld wordt dat een klokkenluider van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) toegeeft dat in een studie naar het verband tussen vaccinaties en autisme gegevens achtergehouden zouden zijn, die er op wijzen dat vooral Afro-Amerikaanse jongens maar liefst een drie keer zo groot risico zouden lopen op autisme door vaccinaties.

Een nogal pittig videootje. Het achterhouden van de gegevens zou nog kwalijker zijn dan het hoogst onethische Tuskegee-syfilisonderzoek!? En Hitler, Stalin en Pol Pot zijn volgens Wakefield te verkiezen boven het CDC, omdat die tenminste niet hypocriet waren over hun misdaden! Een beetje overdrijven om aandacht te vragen voor een kwalijke zaak die in de doofpot wordt gestopt, zou je nog kunnen vergoelijken, maar dit gaat toch wel erg ver. Desalniettemin is het goed om te kijken hoe het nu zit met die klokkenluider en de vermeende fraude in dat onderzoek uit 2004. Dat blijkt echter helemaal niet zo goed uit te pakken voor ‘team Wakefield’.

CDC studie van 2004

Het hele verhaal draait om één van die talloze studies die zijn gedaan naar de veiligheid van vaccins en mogelijke verbanden tussen vaccineren en autisme: Age at First Measles-Mumps-Rubella Vaccination in Children With Autism and School-Matched Control Subjects: A Population-Based Study in Metropolitan Atlanta, DeStefano et al., Pediatrics (2004). In die studie vergeleken de onderzoekers van het CDC kinderen met autisme en kinderen zonder autisme om te kijken of het moment van eerste BMR-vaccinatie misschien iets uit zou maken. Er werd niet echt iets overtuigends gevonden, alleen een zwakke aanwijzing dat de kinderen met autisme iets vaker gevaccineerd bleken te zijn tussen 24 en 36 maanden. Om dat nader te onderzoeken verzamelden ze geboortecertificaten voor alle kinderen in het onderzoek uit Georgia. Daaruit haalden ze informatie als geboortegewicht, leeftijden van de ouders, opleidingsniveau van de moeder, etc. Met deze informatie konden de onderzoekers de invloed van dergelijke mogelijke confounders elimineren. Die nadere analyse liet vervolgens geen verband meer zien, de conclusie van het artikel is dan ook dat er geen verband is tussen tijdstip van vaccinatie en autisme.

Heranalyse van Hooker

Brian Hooker, een chemicus en vader van een kind met autisme, ging volgens de video aan de slag met de datasets van de DeStefano-studie en ontdekte daarin schokkende zaken. Niet alle verzamelde gegevens werden voor alle analyses gebruikt. Alleen voor de kleinere dataset met kinderen waarvoor een geboortecertificaat was opgevraagd, hadden DeStefano et al. een splitsing naar raciale herkomst gemaakt. Als Hooker die ‘achtergehouden’ data zelf bekijkt, vindt hij dat Afro-Amerikaanse jongens die hun BMR-vaccinatie eerder kregen een meer dan drie keer zo grote kans liepen op het ontwikkelen van autisme. Hij publiceerde zijn analyse op 27 augustus in Translational Neurodegeneration, maar als je het daar nu probeert te vinden, stuit je op de volgende mededeling:

This article has been removed from the public domain because of serious concerns about the validity of its conclusions. The journal and publisher believe that its continued availability may not be in the public interest.

Gezien de commotie die is ontstaan over deze heranalyse, kun je je afvragen of het wel zo verstandig is om die meteen in te trekken (“Censuur!” hoor je antivaccinatiebende al roepen). Hoe kun je nu controleren wie er gelijk heeft? Via Retraction Watch is het artikel nog wel te vinden, zodat je zelf kunt nagaan of de commentaren die de analyse van Hooker hebben neergesabeld wel hout snijden. Dat Hooker er inderdaad een potje van gemaakt heeft, is voor mij intussen wel duidelijk.

Het meest in het oog springende probleem met de analyse van Hooker is dat hij de data opvat alsof die uit een cohort-studie afkomstig zijn in plaats van uit een case-control-studie. Dat maakt nogal wat uit voor de analyse. Uit bewoordingen in het artikel kun je opmaken dat hij het verschil niet eens kent! Wat Hooker heeft gedaan, is net zo lang inzoomen op subgroepen totdat hij er eentje vond waar hij een ‘significant’ verband vond tussen het vaccinatiemoment van de kinderen met autisme en die zonder autisme. Dit tabelletje is zijn belangrijkste vondst:

Tabel 2 uit het artikel van Hooker. In de rode ellips het gevonden  'risico'
Tabel 2 uit het artikel van Hooker. In de rode ellips het gevonden verhoogde ‘risico’.

Je moet de getalletjes zo lezen: het Relative Risk van 1.24 voor Total Cohort bij Age cut-off  van 18 months geeft aan dat het aantal kinderen met autisme in de studie die vóór 18 maanden hun BMR ontvingen 1,24 keer zo groot was als het aantal dat je zou verwachten op basis van het aantal kinderen met autisme met eerste vaccinatie ná 18 maanden. De suggestie van het artikel van Hooker is dat ‘vroege’ vaccinatie dus wel degelijk geassocieerd is met een hogere kans op autisme. Naast het feit dat Hooker in de tekst zegt een chi-kwadraattoets te gebruiken en er boven de tabellen Fisher’s exact staat, valt ook meteen op dat Hooker nergens corrigeert voor meervoudig toetsen. Hoeveel verschillende subgroepen heeft hij wel niet zitten analyseren met wat voor toetsen? Dat zogenaamde significante resultaat zegt zo wel erg weinig. Hooker is geen statisticus en geen epidemioloog, waarom zouden we hem eigenlijk serieus nemen? Een veelzeggend fragmentje uit een veel langere presentatie die Hooker hield:

[als Hooker telefoongesprekken kan opknippen, kan ik me ook wel een beetje ‘quote mining’ veroorloven 😉 ]

Statisticus Jim Frost heeft op The Minitab blog deze data in wat meer detail bekeken en komt tot de conclusie dat het aantal kinderen dat onder het schokkende 340 procent verhoogd risico schuilt, vermoedelijk maar 13 is. Ook hij laat erg weinig heel van de aanpak van Hooker en vindt daarentegen geen problemen met de gebruikte statistiek in de oorspronkelijke studie van DeStefano. Daarin wordt met een regressie-analyse o.a. gecorrigeerd voor een lager geboortegewicht (dat geassocieerd is met een verhoogde risico op autisme). In de totale hoeveelheid gegevens was het lage geboortegewicht redelijk verdeeld over de kinderen met en zonder autisme; in de subgroep die Hooker identificeert niet. Die geeft dat ook wel toe in zijn artikel, maar als hij daarvoor wil corrigeren moet hij zich (net als de CDC in het DeStefano-artikel) beperken tot de groep waarvan geboortecertificaten waren opgevraagd. Tussen de regels door kun je dan lezen dat er zo weinig gevallen met autisme in de data overblijven dat Hooker tamelijk willekeurig de grenzen in zijn uitsplitsing in tijd moet aanpassen, natuurlijk wel zo dat er met zijn methode nog een ‘significant’ resultaat te zien is.

Kortom, Hooker gebruikte een verkeerd statistisch model, statistische toetsen die niet geschikt zijn, paste die ook nog eens verkeerd toe en vond toen maar net één raciale subgroep van 13 jongens, die sowieso al wat later gevaccineerd waren dan gebruikelijk, met een ‘significant’ grotere ‘kans’ op autisme dan de jongens die nóg later werden gevaccineerd. En waren die data eigenlijk achtergehouden? Nou nee, die kon je altijd al aanvragen via de website van CDC als je maar een goed onderbouwd voorstel indiende voor analyse.

De klokkenluider

In een eerste versie van de video van Wakefield werd de klokkenluider niet met naam genoemd. Al snel kwam er echter een nieuwe versie waarin hij als dr. William W. Thompson wordt geïdentificeerd. Over wat er zich tussen Thompson en Hooker precies heeft afgespeeld, is moeilijk te achterhalen. David Gorski (‘Orac’) heeft op zijn blog Respectful Insolence in meerdere berichten aandacht besteed aan deze kwestie en in het bijzonder de motivatie van Thompson. Waarom nam hij contact op met Hooker? Is hij z’n verstand verloren en in het anti-vaccinatiekamp beland? Zijn de telefoongesprekken enorm verknipt en is Thompson erin geluisd door Hooker?
Thompson liet via zijn advocaat een verklaring uitgaan, waarin hij aangeeft dat het hem spijt dat hij en zijn co-auteurs indertijd significante informatie hebben achtergehouden en dat dat naar zijn mening niet in overeenstemming was met het onderzoeksprotocol. Anderzijds stelt hij ook duidelijk:

I want to be absolutely clear that I believe vaccines have saved and continue  to save countless lives.  I would never suggest that any parent avoid vaccinating children of any race. Vaccines prevent serious diseases, and the risks associated  with their administration are vastly outweighed  by their individual and societal benefits.

Hij stelt bovendien niet geweten te hebben dat Hooker hun telefoongesprekken had opgenomen. Al met al word je niet veel wijzer van de motivatie van Thompson, het blijft een raar verhaal. Zijn mogelijk oprechte zorgen over de wetenschappelijke integriteit van het artikel uit 2004 lijken nauwelijks ergens op gebaseerd. In ieder geval niet zodanig problematisch dat je je toevlucht zou moeten zoeken bij iemand als Hooker om daar aandacht voor te krijgen. Van een onderzoeker met zoveel ervaring op dit gebied als Thompson zou je niet zoveel naïviteit verwachten.

Besluit

Interessant aan deze hele ‘affaire’ is dat Wakefield nu een volkomen mislukte heranalyse steunt, die als je ‘m wél serieus neemt, laat zien dat er voor alle kinderen (op die Afro-Amerikaanse jongetjes na) geen enkel verband is te ontdekken tussen het moment van BMR-vaccinatie en autisme. Daarmee haalt Hooker dus het beruchte onderzoek van Wakefield zelf ook onderuit; daar hoor je Wakefield nauwelijks over in zijn video. Ook opvallend is dat de meeste ouders van autistische kinderen die zich in het ‘vaccinaties veroorzaken autisme’-kamp bevinden, blank zijn. Ook voor hen zou het stuk van Hooker eerder een teleurstelling moeten zijn. Waarom zijn ze er dan enthousiast over op Internet? Hun strijd lijkt allang niet meer te draaien om een mogelijke oprechte zorg over de veiligheid van vaccins, maar is verworden tot wraakneming op de CDC.

Voor wie de ophef tot in de details wil doorgronden heeft het blog Harpocrates Speaks een artikel dat de belangrijkste punten in deze kwestie bespreekt met een uitgebreide chronologische lijst met links naar andere blogs. Voor de podcastliefhebbers tenslotte, is er een aflevering van The League of Nerds over deze kwestie.

Filed Under: Alternatieve schade, Gezondheid, Wetenschap Tagged With: andrew wakefield, autisme, Brian Hooker, CDCwhistleblower, vaccinaties

Rechtbank niet onder de indruk van beroep op studie Kooreman & Baars

1 September 2014 by Laurens Dragstra 4 Comments

Jarenlang betaalde zorgverzekeraar Achmea forse bedragen aan het Medisch Centrum Rhijnauwen (MCR) te Bunnik voor door het MCR gedeclareerde laboratoriumonderzoeken. Totdat de verzekeraar erachter kwam dat deze onderzoeken niet waren aangevraagd door huisartsen – zoals op de declaraties stond – maar door natuurartsen, orthomoleculaire artsen en diëtisten. Onderzoeken aangevraagd door dergelijke behandelaars kwamen volgens de polisvoorwaarden niet voor vergoeding in aanmerking. Achmea begon daarop een civiele procedure tegen het MCR en in mei 2013 stelde de rechtbank al vast dat de verzekeraar de declaraties onverschuldigd betaald had.
In het eindvonnis van 9 juli 2014 heeft de rechtbank vervolgens niet alleen bepaald dat het MCR een bedrag van € 1.313.402,35 (plus enkele duizenden euro’s aan beslag- en proceskosten) terug moet betalen aan Achmea, maar ook dat de beide bestuurders van het MCR persoonlijk aansprakelijk zijn voor dit bedrag. Opmerkelijk feit: de bestuurders hadden betoogd dat Achmea geen schade had geleden. Alternatief werkende artsen zouden volgens hen juist zorgen voor forse besparingen voor zorgverzekeraars, waarbij de bestuurders met de bekende studie van Kooreman en Baars wapperden. Helaas voor hen wilde de rechtbank er niet aan.

Urinemonster
Urinemonster

Het MCR (“Medische zorg zoals u altijd gewild heeft”) is blijkens zijn website gevestigd op dezelfde locatie als het Europees Laboratorium voor Nutriënten (ELN), Vital Cell Life en het Gezondsheidscentrum Bunnik. “Door de samenwerking met het Europees Laboratorium voor Nutriënten is er de mogelijkheid niet alledaagse onderzoekingen in bloed en urine te laten verrichten”, aldus de website. Om die laboratoriumonderzoeken ging het in de rechtszaak van Achmea tegen het MCR. De rechterlijke uitspraken maken niet duidelijk om welke onderzoeken het precies ging (het waren er honderden), maar het ELN heeft ook een eigen website, die net als die van het MCR nogal gedateerd overkomt. Daar vinden we een heel scala aan testen die door het laboratorium worden uitgevoerd. Het gaat dan om het testen van bloed of urine op de aanwezigheid van spoorelementen, aminozuren, vetzuren en vitaminen, maar ook om testen voor het vaststellen van allergieën, testen voor het detecteren van belasting met zware metalen (o.a. kwik in speeksel-test), testen voor het functioneren van organen en testen voor het opsporen van verstoring van de darmflora. Ook voor testen op de ziekte van Lyme draait het ELN zijn hand niet om.

De casus

Het MCR kreeg veel aanvragen voor laboratoriumonderzoek van natuurartsen, orthomoleculaire artsen en diëtisten. Het laboratoriumonderzoek werd uitgevoerd door het ELN en door het MCR via een factoringbedrijf (Mediparc) gedeclareerd bij Achmea. Op basis van de overeenkomst tussen het MCR en Achmea mocht het MCR het aanleveren van declaraties uitbesteden aan een derde partij, maar de overeenkomst bepaalde tevens dat de zorgaanbieder zelf te allen tijde verantwoordelijk en aansprakelijk bleef voor de declaraties. Verzekerden van Achmea konden aanspraak maken op vergoeding van de kosten voor laboratoriumonderzoek mits dit was aangevraagd door huisartsen, bedrijfsartsen, verloskundigen of medisch specialisten. Bij de declaraties van het MCR leek deze voorwaarde geen problemen op te leveren: op de declaraties stond vrijwel altijd dat de onderzoeken waren aangevraagd door huisartsen. Kennelijk begon Achmea eind 2009 toch nattigheid te voelen. De verzekeraar voerde een steekproef uit onder 51 willekeurige verzekerden die aan een door het MCR gedeclareerd laboratoriumonderzoek waren onderworpen. Achmea stelde daarop vast dat in slechts 4% van de gevallen laboratoriumonderzoek was gedeclareerd dat volgens de polisvoorwaarden voor vergoeding in aanmerking kwam.

Zo ging een balletje rollen, dat leidde tot een claim van Achmea (aanvankelijk ruim 2 miljoen euro) vanwege ten onrechte betaalde declaraties en uiteindelijk een rechtszaak, die op 9 juli 2014 voorlopig geëindigd is met een forse overwinning van de verzekeraar. Het MCR moet € 1.313.402,35 plus beslag- en proceskosten betalen, al is het vonnis op dit punt voor een groot deel niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat dat tot het faillissement van het MCR zou kunnen leiden en het centrum dan zijn hoger beroep niet meer zelf zou kunnen bekostigen (r.o. 3.11 van het eindvonnis). Met andere woorden, er hoeft pas betaald te worden als ook het hoger beroep verloren wordt.

Bijzonder is dat ook de bestuurders van het MCR – een stichting – door de rechtbank aansprakelijk worden gehouden voor de door Achmea geleden schade, en nog wel hoofdelijk ook (i.e. beiden kunnen voor het volledige bedrag worden aangesproken). Bestuurdersaansprakelijkheid bestaat daar waar de bestuurders van een rechtspersoon een ernstig verwijt van bepaalde wanpraktijken kan worden gemaakt. Een groot deel van het eindvonnis gaat over de vraag of de bestuurders inderdaad een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het is nogal een lang verhaal (r.o. 3.14-5.16 van het eindvonnis), maar in het kort komt het hier op neer: de rechtbank constateert dat een andere grote zorgverzekeraar (CZ) al eens contact met het MCR had opgenomen over declaraties waarop ten onrechte “huisarts” vermeld stond en dat had ertoe moeten leiden dat de beide bestuurders gingen onderzoeken hoe het stond met declaraties bij andere zorgverzekeraars. Dat hebben zij echter nagelaten, waardoor het factoringbedrijf declaraties met de veldcode “huisarts” bleef versturen, hetgeen in een zeer groot aantal gevallen in strijd met de waarheid was. Dat kan hen ernstig verweten worden en de bestuurders draaien daarom op voor de door Achmea geleden schade van ruim 1,3 miljoen euro. Overigens onderzoekt het Openbaar Ministerie nog of de declaraties opzettelijk verkeerd zijn ingevuld (zie ook dit artikel).

Kostenbesparingen door alternatieve artsen?

Achmea had aangevoerd dat de kosten van het MCR voor laboratoriumonderzoeken gemiddeld drie keer zo hoog waren als het landelijk gemiddelde (tussenvonnis, r.o. 6.17). De bestuurders meenden echter dat Achmea juist blij moest zijn met al die laboratoriumonderzoeken verricht op verzoek van de genoemde natuurartsen, orthomoleculaire artsen en diëtisten. Die leiden volgens wetenschappelijk onderzoek immers juist tot flinke kostenbesparingen voor zorgverzekeraars:

“5.17. Volgens [gedaagde 1] heeft Achmea geen schade geleden. In verband daarmee betoogt hij dat in zijn algemeenheid door MCR laboratoriumonderzoeken worden gedaan van patiënten met langdurige klachten die de huisartsen of medisch specialisten niet (geheel) kunnen oplossen. Na onderzoek bij MCR en de daaropvolgende zorg verminderen de klachten en kan het traject bij de medisch specialist worden beëindigd of verminderd, wat een forse besparing voor de zorgverzekeraar oplevert. Dit blijkt volgens MCR uit wetenschappelijk onderzoek. Daarom moet Achmea volgens [gedaagde 1] specificeren welke kosten aan de betreffende verzekerden zijn betaald die betrekking hebben op een laboratoriumonderzoek en welke kosten anders zouden zijn gemaakt.

5.18. Het argument van [gedaagde 1], verband houdend met de besparing van kosten door Achmea, slaagt niet. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft [gedaagde 1] een artikel overgelegd van [X] en [Y] gepubliceerd op [link] op 22 juni 2011. In dit artikel, met de titel “Patients whose GP knows complementary medicine tend to have lower cost and live longer”, concluderen de auteurs dat patiënten van wie de huisarts (‘general practitioner’) aanvullende training heeft op het gebied van complementaire en alternatieve geneeskunde (‘complementary and alternative medicine’) 0 tot 30% lagere zorgkosten hebben, afhankelijk van de leeftijdsgroep en het type complementaire en alternatieve geneeskunde. De drie voornaamste stromingen hierin zijn volgens de auteurs antroposofische geneeskunde, acupunctuur en homeopathie. Een eerste punt dat opvalt is dat de onderzoekers zich hebben beperkt tot huisartsen met aanvullende training op een van deze drie terreinen. Vaststaat dat alle laboratoriumonderzoeken waarover het in dit geding gaat afkomstig zijn van niet-huisartsen. Al op grond hiervan faalt het besparingsargument van [gedaagde 1]. Verder concluderen de auteurs dat de resultaten van hun onderzoek niet kunnen worden gegeneraliseerd omdat het onderzoek zich heeft beperkt tot één zorgverzekeraar, actief in een beperkt gebied in Nederland, en tot een klein aantal huisartsen met de hiervoor genoemde aanvullende training. Ook merken de onderzoekers op dat zij niet alle gegevens hebben gebruikt die nodig zijn om een optimale vergelijking te maken van de kosteneffectiviteit en dat een groot aantal onderwerpen nader moet worden onderzocht. Andere resultaten van soortgelijke onderzoeken zijn door [gedaagde 1] niet overgelegd. Dat Achmea kosten heeft bespaard op de wijze zoals [gedaagde 1] betoogt kan dus niet worden aangenomen.”

dr. Erik Baars
dr. Erik Baars

Hoewel de auteurs van het onderzoek Patients whose GP knows complementary medicine tend to have lower cost and live longer merkwaardig genoeg geanonimiseerd zijn, is hun identiteit gemakkelijk te achterhalen. Het gaat om de onderzoekers Peter Kooreman en Erik Baars, beiden met antroposofische sympathieën. Hun onderzoek verscheen pas eind 2012 in het European Journal of Health Economics, maar was daarvoor al meer dan twee jaar beschikbaar via internet, o.a. via de eigen website van Kooreman, die om die reden ook als [link] zal zijn weergegeven in het vonnis. Cees Renckens en Jan Willem Nienhuys leverden in juni 2010 al stevige kritiek op het onderzoek en hier op Kloptdatwel? verscheen in mei 2013 een uitgebreid commentaar van Pepijn van Erp. Een vervolgonderzoek van Kooreman en Baars werd eveneens door Pepijn bekritiseerd. En ten slotte reageerden ook in het European Journal of Health Economics zelf enkele critici (zie ook hier).

prof. dr. Peter Kooreman
prof. dr. Peter Kooreman

Ik zal de genoemde kritiekpunten hier niet herhalen; de lezer zij verwezen naar de relevante artikelen. Wel is het misschien nog aardig op te merken dat de rechtbank kennelijk denkt dat uit de studie van Kooreman en Baars volgt dat patiënten van alternatieve huisartsen 0 tot 30% lagere zorgkosten hebben. Dat schrijven de onderzoekers inderdaad, maar Pepijn van Erp liet in zijn eerste artikel al zien dat hun eigen tabellen uitwijzen dat het eerder -47 tot 30% is. Jongeren waren bij de homeopaat aanzienlijk duurder uit (47% duurder) en 75-plussers kunnen beter niet naar de acupuncturist (16% duurder)! Zorgverzekeraars van 50-74-jarigen zullen op hun beurt weer niet staan te juichen bij de keuze voor een antroposofische huisarts: bijna 8% duurder. Ik verzin het niet: dit volgt allemaal uit de tabellen van Kooreman en Baars. Voor wat die waard zijn natuurlijk.

Ook de terughoudendheid die de rechtbank bij de onderzoekers meent te bespeuren lijkt me niet helemaal terecht. Was het immers niet Kooreman die nog vóór publicatie van het onderzoek in de Volkskrant repte van “spectaculaire” kostenverschillen die “niet te verwaarlozen zijn, zeker met het oog op de stijgende zorguitgaven”? In datzelfde stukje trouwens ook de idiote constatering van Kooreman dat een antroposofische arts “minder snel [zal] adviseren een kind in te enten tegen de bof en mazelen. Hij gelooft dat het goed is voor de opbouw van het immuunsysteem om die ziekten door te maken, wat de latere kans op ziekte doet verkleinen.” Tsja, als je op basis van je geloof mensen belangrijke zorg onthoudt, kun je inderdaad flink besparen…

Slot

De rechtbank kon het beroep op de studie van Kooreman en Baars gemakkelijk pareren door erop te wijzen dat die studie op huisartsen zag, terwijl het in de casus van het MCR in de meeste gevallen juist niet om huisartsen ging. Een van de bestuurders heeft al aangekondigd in hoger beroep te gaan en blijkens zijn toelichting tegenover RTL Nieuws zal het argument van “alternatieven leveren zorgverzekeraars besparingen op” ook daar waarschijnlijk gevoerd worden:

“Wij doen veel met voeding, allemaal wetenschappelijk onderbouwd. De politiek wil dat ook van zorgverleners, om te voorkomen dat de zorgkosten verder stijgen.”

Het argument van de vermeende besparingen door alternatieve artsen is dankzij het onderzoek van Kooreman en Baars erg populair in alternatieve kringen. Het Patiënten Platform Complementaire Gezondheidszorg deed er vorig jaar in een open brief aan minister Schippers bijvoorbeeld gretig een beroep op. De beroemdheden die de brief medeondertekenden waren er blijkbaar niet van op de hoogte dat de studie van de beide onderzoekers tamelijk pover is en zeker geen verstrekkende conclusies over kostenbesparingen rechtvaardigt. De uitspraak van de rechtbank in de zaak van het MCR biedt gelukkig een mooie kapstok om dat laatste nog eens uitdrukkelijk onder de aandacht te brengen.

Verder lezen:

Op de website van de Vereniging tegen de Kwakzalverij zijn eerder drie artikelen over deze zaak verschenen (1, 2, 3).

Filed Under: Alternatieve schade, Factchecking, Gezondheid Tagged With: acupunctuur, alternatieve behandelwijzen, antroposofie, Erik Baars, homeopathie, medisch centrum rhijnauwen, Peter Kooreman, statistiek, zorgfraude, zorgkosten

Ebola en de kwakzalvers

27 August 2014 by Pepijn van Erp 28 Comments

Idioten, gevaarlijke idioten, en kwakzalvers. Op het Internet bieden ze ook bizarre therapieën aan tegen Ebola. In werkelijkheid zijn er voor serieuze behandeling van deze ernstige virusziekte slechts een aantal experimentele medicijnen, die nog maar in zeer beperkte mate worden toegepast. Nu de ziekte dood en verderf zaait in West Afrika springen charlatans en kwakzalvers echter op om hun producten en ‘kunde’ aan te bieden. Er zijn aanwijzingen dat dit al tot verergering van de situatie heeft geleid. Een opsomming van de rondwarende onzin.

Embed from Getty Images

Klassieke homeopathie

Gezien het feit dat homeopaten in Afrika ook met hun onwerkzame middelen aanrommelen tegen andere levensgevaarlijke aandoeningen als malaria en hiv/aids, komt het niet echt als een verassing dat er nu ook een aantal zijn die homeopathie wel tegen Ebola willen inzetten. Joette Calabrese bijvoorbeeld, of Vickie Menear. Nu werkt klassieke homeopathie met het similiaprincipe waarbij middelen worden toegepast die dezelfde symptomen in gezonde personen veroorzaken als die je ziet bij de patiënt. Het similiaprincipe is onzin, maar hebben ze dan geneesmiddelproeven gedaan met middelen die dezelfde symptomen veroorzaken als we zien bij ebolapatiënten? Nee, natuurlijk niet. Het komt neer op wat vage overeenkomsten die ze zien tussen de symptomen van de Spaanse Griep en Ebola, maar dan moet je wel heel selectief kijken.

Gevaarlijk? In ieder geval vond de WHO het belangrijk genoeg om er op Twitter tegen te waarschuwen:

There is no evidence base that #homeopathy can cure #Ebola. Severely ill patients require intensive supportive care http://t.co/itpATExjBk

— WHO (@WHO) July 31, 2014

Je zou denken dat dit soort ideeën alleen bij extreem fanatieke homeopaten leeft, maar als je een beetje op Twitter of Facebook rondkijkt, zie je dat heel veel homeopaten het wel een geloofwaardig idee vinden, GeenStijl zettte er zo ééntje in het zonnetje. Ook artsen die aan homeopathie doen zijn niet te brengen tot een veroordeling van deze gevaarlijke uitspraken van hun collega’s. Ik moet de eerste vooraanstaande homeopaat die er ronduit afstand van neemt nog tegenkomen.
[update: zie ook “Homeopaten in Liberia: ‘Mission Ebola‘”]

Homeopathische frequenties

Een van de ‘verklaringen’ voor de vermeende werking van homeopathische middelen is dat alleen de informatie van de  uitgangsstof overblijft na het herhaaldelijk schudden en verdunnen. Dat er naar verwachting geen moleculen van die stof (uit de oertinctuur) in de druppels of korrels te vinden zijn, doet er dan zogenaamd niet toe; die informatie is op een of andere manier nog wel aanwezig. Met die gedachte is het maar een klein sprongetje om het helemaal materieloos aan te pakken en alleen met die informatie te werken. ‘Remedy Makers‘ worden gebruikt om middelen via frequenties te kopiëren en sommigen homeopaten zetten die om in geluidsfragmenten, die je dan kunt afluisteren om al doende de helende informatie zijn werk laten doen.
Eén zo’n fantast is Dr. Bill Gray met zijn ‘eRemedies’, MP3tjes die je via zijn website kunt afspelen. Hoewel hij stelt dat “there is no proven medical treatment” laat hij dat vrij snel volgen door:

If used properly, these eRemedies are nontoxic and may rapidly enhance recovery through improved functioning.

Willekeurig gegenereerde ruis, hoe krankzinnig moet  je zijn om dat voor te stellen als serieuze ondersteuning bij de behandeling van Ebola. Natuurlijk is hij (net als die klassieke homeopaten) zo handig om ergens wel te vermelden dat je het alleen als aanvulling op andere behandeling moet gebruiken, maar dat is vermoedelijk alleen om zich in te dekken.

Een andere beruchte organisatie, de Amma Resonance Healing Foundation van Peter Chappell en Harry van der Zee, levert min of meer hetzelfde in de laatste nieuwsbrief. Deze in Nederland gevestigde stichting met ANBI-status is al jaren bezig om hun PC Technology in Afrika in te zetten tegen malaria en hiv/aids. Wat die PC middelen precies inhouden, houdt Chappell angstvallig geheim, maar het is iets van een aids-simillimum dat op alcohol is overgebracht (vast met zo’n Remedy Maker). In ieder geval heeft een medewerker nu een website ingericht waar je ook kunt luisteren naar geluidjes die moeten beschermen tegen Ebola, eventueel gecombineerd met anti-paniek en anti-malaria. Uit de nieuwsbrief kunnen we ook opmaken dat helaas nog niemand Nico Beentjes zijn paspoort heeft afgepakt

MMS  (Master Mineral Solution – Miracle Mineral Solution)

Ook dit middel zijn we al vaker op Kloptdatwel tegengekomen, bijvoorbeeld ingezet tegen malaria. Niets is te dol voor bedenker Jim Humble. Zonder enige gêne raadt hij het middel ook tegen Ebola aan:

Maar geneest MMS ook Ebola?
Het is niet 100% zeker of MMS ook Ebola geneest omdat het simpelweg nog niet is uitgeprobeerd bij ebola patiënten. Maar waarschijnlijk bestrijdt MMS ook Ebola. Jim Humble adviseert voor Ebola het gebruik van Claras 6 and 6 protocol en Protocol 1000.

Colloïdaal Zilver

Het spul is nergens goed voor als je het inneemt, met een beetje pech kleur je er zelfs grijs of blauw van. Op veel plekken wordt het op Internet door kwakzalvers aangeboden, nu ook met sterke beweringen als:

Inside the body, silver forms no toxic compounds nor reacts with anything other than a germ’s oxygen metabolization. Colloidal Silver is truly a safe, natural remedy for many of mankind’s ills. It would appear highly unlikely that even germ warfare agents could survive an encounter with Colloidal Silver.

Since viruses like Ebola and Hunta, or even the dreaded “flesh-eating bacteria” are in the end merely hapless viruses and bacteria. To top it off Colloidal Silver is non-toxic, making it safe for both children and adults, as well as pets. In short, anything bigger than a one-cell animal seems to like it.

Vitamine C

Maar dat zilververhaal wordt door anderen gezien als een complot, waar je vooral niet moet intrappen:

Beware the current Colloidal Silver psy op, the actual cure for Ebola has been given to this web site.

Dat staat in wat schreeuweriger lettertje op de site van complotdenker Jim Stone. Volgens hem is het allemaal eenvoudig op te lossen met wat extra vitamine C, immers:

Consider this: The elite would never release a plague without an easy cure, and along with this ebola outbreak an American biowarfare firm has been working in Sierra Leon for the last five years.

Gebedsgenezers en traditionele geneeskunde

Een Nigeriaanse christelijke gebedsgenezer, Temitope Balogun Joshua, stuurde per privévliegtuig 4.000 door hem ingezegende flessen water naar Sierra Leone. Dat water geneest volgens hem van alles, kanker, hiv, dus Ebola kan het vast ook aan. Als je dat soort lieden aan de gang ziet, vind je het vast niet zo vreemd dat de Nigeriaanse overheid het nodig vond om religieuze voorgangers en genezers te waarschuwen tegen het doen van claims omtrent Ebola.
Er zijn veel geruchten die lastig te checken zijn, maar er is in ieder geval het verhaal dat een traditional healer uit Sierra Leone verantwoordelijk gehouden kan worden voor de verspreiding van Ebola van Guinee naar Sierra Leone. Zij hield praktijk in een dorpje niet ver van de grens en liet weten met haar krachten Ebola te kunnen genezen. Een aantal met besmette patiënten stak de grens over om door haar geholpen te worden met verschrikkelijke gevolgen: de dame in kwestie werd zelf besmet en bij haar begrafenis ook weer een flink aantal anderen. Aangezien ze blijkbaar een bepaalde status had, zijn op haar begrafenis veel mensen afgekomen van verder afgelegen dorpen. Dat werkt een snelle verspreiding in de hand.

Besluit

Dit is vast geen uitputtende opsomming en wat er in Afrika daadwerkelijk van opgepikt wordt en eventueel toegepast, is natuurlijk maar de vraag. Ervaring leert echter dat mensen in uitzichtloze situaties ook naar de meest vergezochte middelen grijpen. Als patiënten met Ebola dat doen en de reguliere zorg mijden, levert dat acuut gevaar op voor de besmetting van anderen.

Filed Under: Alternatieve schade, Gezondheid Tagged With: colloïdaal zilver, ebola, frequenties, gebedsgenezer, homeopathie, MMS, traditional healer, vitamine C

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 33
  • Page 34
  • Page 35
  • Page 36
  • Page 37
  • Interim pages omitted …
  • Page 81
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Error
  • Error
  • SBM

RSS Error: WP HTTP Error: cURL error 7: Failed to connect to skepsis.nl port 443 after 6 ms: Connection refused

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

The “We’re Not Allowed to Question This” Gambit
8 May 2026 - Jonathan Howard

Anyone who truly values open and rational discussions about controversial subjects need to be cleared-eyed about where the threat to such dialogue is coming from. The post The “We’re Not Allowed to Question This” Gambit first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Hyaluronic Acid Adulteration
7 May 2026 - Scott Gavura

There may be undisclosed ingredients in your hyaluronic acid supplement. The post Hyaluronic Acid Adulteration first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Measles Surging As Vaccine Rates Drop
6 May 2026 - Steven Novella

As easily predicted, declining measles vaccine rates in the US is leading directly to surging measles cases. In 2025 we saw the highest measles cases, 2288, since 1991, and in 2026 we are on track to exceed this number with 1814 confirmed cases so far (these are confirmed cases). The US is also not getting the worst of it, that would be […] The post Measles Surging As Vaccine Rates Drop first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Hans1263
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @Klaas vanDijk Chantal Rovers denkt vast heel iets anders over "transparantie", al dan niet in "radicale" vorm. Hoe zouden de
  • Klaas van Dijk
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    En hieronder nog even het recente persbericht over Meta Roestenberg https://www.lumc.nl/actueel/2026/meta-roestenberg-benoemd-tot-knaw-lid/
  • Klaas van Dijk
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @Renate1, goed mogelijk dat Jona Walk nu bij een club kwakzalvers o.i.d. werkt. Wel begrijp ik dan niet waarom Jona
  • Klaas van Dijk
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @Hans1263, dat is een treffende samenvatting van de huidige stand van zaken. Jona Walk is ondertussen zo omstreden geworden, dat
  • Hans1263
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @Klaas van Dijk 😅😅😅

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in