• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Gezondheid

Afkicken met ibogaïne

25 November 2014 by Laurens Dragstra 121 Comments

De Rechtbank Midden-Nederland heeft recentelijk een natuurgenezeres veroordeeld tot een gevangenisstraf van 141 dagen. De vrouw behandelde verslaafden met het middel ibogaïne, een plantenextract dat de behoefte om drugs te gebruiken zou verminderen. In één geval liep de behandeling fataal af, in een ander geval kon het leven van de patiënt gered worden, maar raakte hij wel blind. Dat de straf voor de “heks van Kockengen” tamelijk laag uitviel, is deels te verklaren door het feit dat de rechtbank lang niet alle ten laste gelegde feiten bewezen achtte. De rechtbank schiep wel duidelijkheid over de status van het middel ibogaïne: dat is een geneesmiddel, zodat de verbodsbepalingen uit de Geneesmiddelenwet van toepassing zijn. Die constatering maakt het wellicht gemakkelijker voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) om eventuele andere ibogaïnebehandelaars in Nederland aan te pakken. De uitspraak bevat verder een mooi college van de neuroloog professor Wolters over de werking en gevaren van ibogaïne.

Ibogaïne

Tabernanthe iboga
Tabernanthe iboga

Ibogaïne is een geestverruimend middel dat wordt gewonnen uit de Afrikaanse plant Tabernanthe iboga, die vooral in Gabon voorkomt. Daar worden preparaten met iboga onder meer voor rituele doeleinden ingezet. Dat ibogaïne ook gebruikt kan worden voor de behandeling van verslaafden, is in de westerse wereld vooral gepropageerd door de Amerikaan Howard Lotsof (1943-2010). Lotsof beweerde dat hij als negentienjarige dankzij ibogaïne van zijn heroïneverslaving was afgekickt en heeft zich de rest van zijn leven ingezet voor wetenschappelijk onderzoek naar en gebruik van de stof voor de behandeling van andere verslaafden. Ook publiceerde hij in tijdschriften over ibogaïne, meestal in samenwerking met anderen, want Lotsof had alleen een graad in de filmwetenschappen. Het is waarschijnlijk niet overdreven te stellen dat hij een grote naam was in de wereld van de ibogaïne, want artikelen waarbij hij (mede)auteur was worden meerdere malen genoemd in het wat gekleurde Wikipedia-artikel over de stof ibogaïne. Dat artikel verwijst bijvoorbeeld tweemaal naar een artikel uit 1999 dat Lotsof samen met onder meer de controversiële Nederlandse psychiater Jan Bastiaans schreef. Ook Bastiaans experimenteerde met ibogaïne als afkickmiddel en begin jaren ’90 stierf bij een van zijn sessies een vrouw.

Inname van ibogaïne zou volgens voorstanders van gebruik de behoefte aan drugs verminderen en ontwenningsverschijnselen verzachten. In een artikel van eind 2009 in het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij heeft Catherine de Jong, de huidige voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die bewering bestreden. De Jong schreef onder meer dat haar geen groot en deugdelijk onderzoek naar de veiligheid en effectiviteit van ibogaïne bij mensen, uitgevoerd door een gerenommeerd instituut, bekend was. Ze vermoedde dat de werking van het middel er simpelweg op neerkwam dat de verslaafde door de toediening van een aanzienlijke hoeveelheid ibogaïne langdurig in een roes wordt gebracht en daardoor enige tijd fysiek niet in staat is naar de slijter of dealer te lopen. Een recent Braziliaans onderzoek uit 2014 was positiever: het concludeerde dat “the use of ibogaine supervised by a physician and accompanied by psychotherapy can facilitate prolonged periods of abstinence”. Het artikel – of beter: het abstract ervan; het artikel zelf is niet vrij toegankelijk – maakt echter niet duidelijk waarom ibogaïne verkozen zou moeten worden boven de middelen die in reguliere verslavingsklinieken worden aangeboden. Bovendien is niet duidelijk of met psychotherapie alleen een soortgelijk resultaat geboekt kan worden. Het onderzoek betrof een terugblik (retrospective study) en er was dus geen controlegroep. Een grote doorbraak is deze studie derhalve waarschijnlijk niet.

En dan zijn er natuurlijk nog de risico’s. In het vonnis van de rechtbank tegen de natuurgenezeres worden deze risico’s meermaals benadrukt. De rechtbank wijst op basis van een deskundigenrapport van de neuroloog en hoogleraar Erik Wolters op “ernstige of levensbedreigende bijwerkingen zoals cardiotoxiteit en/of neurotoxiciteit”. Interessant is dat de rechtbank veel informatie uit het deskundigenrapport over werking en bijwerkingen van ibogaïne heeft opgenomen in het vonnis zelf. Ik citeer maar even integraal:

Professor dr. E.Ch. Wolters (hierna: Wolters) heeft in zijn rapport de fasen beschreven die optreden na inname van ibogaïne. Deze fasen zien er als volgt uit:

– Visuele fase: In deze fase worden (vooral met dichte ogen) uiterst gedetailleerde, soms beangstigende, visioenen waargenomen. Daarnaast worden (vooral met open ogen) herhaaldelijk lichtflitsen waargenomen. Tijdens deze fase is er sprake van een significant afgenomen handelingsbekwaamheid bij een patiënt, vooral wanneer de reality testing in het geding is. Deze fase vangt aan enkele uren na inname van ibogaïne en houdt doorgaans 4-6 uur aan.

– Introspectieve fase: Deze fase gaat gepaard met eufore kalmte met een enorme intellectuele en emotionele helderheid. In deze fase treedt vaak misselijkheid en braken alsook slapeloosheid en het gevoel het voortdurend koud te hebben op.

– Rest fase: In deze fase is sprake van een geleidelijk aan verminderde opwindingstoestand met een sterk verminderde slaapbehoefte, gevolgd door uitputting.

Een behandeling met ibogaïne dient, aldus Wolters, afgeraden te worden in (onder meer) de volgende gevallen:

– In geval van pre-existente cardiale problematiek (gezien de hierbij toegenomen kans op het optreden van hartritmestoornissen en een acute hartdood)

– In het geval van pre-existente psychiatrische problematiek, met name psychotische toestandsbeelden (gezien de hierbij toegenomen kans op het optreden van gedragsstoornissen en acute stress bij hallucinaties).

Voorts heeft Wolters in zijn rapport beschreven dat (vooral hogere) doseringen ibogaïne bijwerkingen met zich brengen, waaronder een daling van de bloeddruk en de hartslag. Tijdens de terechtzitting heeft Wolters verklaard dat doseringen van 25 mg/kg lichaamsgewicht en hoger gepaard kunnen gaan met een hogere toxiciteit. Wolters schrijft in zijn rapport dat er gevallen bekend zijn waarbij mensen binnen enkele dagen na inname van ibogaïne zijn overleden. In zijn rapport verwijst hij naar een onderzoek van N. Sandberg, waarin deze Sandberg tot de conclusie komt dat het aantal behandeling c.q. toepassingen van ibogaïne met fatale afloop 1 op de 300 bedraagt. Ter terechtzitting heeft Wolters verklaard dat bij gevallen van een dodelijke afloop de dosering boven 20 mg/kg lag.

Wolters en E. Fromberg (hierna: Fromberg) hebben in hun rapporten beiden een aantal – min of meer gelijkluidende – voorwaarden geformuleerd voor een veilige behandeling met ibogaïne. Het gaat hier niet om wettelijke voorschriften nu immers geen sprake is van een erkende, reguliere behandeling. Wolters en ook Fromberg hebben daarnaast beiden verklaard dat er nagenoeg geen wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de werking van ibogaïne en dat hetgeen zij in hun rapportages stellen hoofdzakelijk gebaseerd is op literatuurstudie.

Kortom, ibogaïne heeft fysiologische werking en er zijn negatieve effecten en bijwerkingen als hallucinaties, misselijkheid, braken, uitputting, verlaagde bloeddruk en hartritmestoornissen. Sterfgevallen zijn niet uitzonderlijk en als de genoemde verhouding van 1 sterfgeval op 300 behandelingen correct is, is het middel gewoon heel riskant. Ik kan uit de geciteerde passage niet afleiden of de stof daadwerkelijk de behoefte aan verslavende middelen vermindert. Uit het gedeelte over “nagenoeg geen wetenschappelijk onderzoek” leid ik echter af dat ook Wolters c.s. menen dat daar geen deugdelijk bewijs voor is.

De casus

Vermalen schors van de ibogaplant (foto: Kgjerstad, CC-licentie)
Vermalen schors van de ibogaplant (foto: Kgjerstad, CC-licentie)

Het eerste slachtoffer van de natuurgenezeres was een Zwitser die naar Nederland was gekomen om af te kicken van zijn codeïne- en alcoholverslaving. Volgens de verdachte verliep de behandeling met ibogaïne aanvankelijk goed. Later werd het slachtoffer echter agressief en had hij het idee dat hij achtervolgd werd. De man verzocht de natuurgenezeres hem naar een hotel te brengen. Zij bracht hem er met de auto heen en liet hem daar achter. Enkele uren later verliet het slachtoffer het hotel weer. Hij liep de snelweg op en werd doodgereden door een vrachtwagen. De rechtbank acht bewezen dat de natuurgenezeres het slachtoffer in een hulpeloze toestand heeft gebracht en gelaten. Zij had de man nooit zonder toezicht in het ziekenhuis mogen achterlaten. De rechtbank kan echter niet met zekerheid vaststellen dat er een causaal verband bestaat tussen het achterlaten en de dood van het slachtoffer. Voor de rechtbank is niet voldoende duidelijk of het slachtoffer toen hij de snelweg opliep nog hallucineerde als gevolg van de ibogaïnebehandeling. Hoewel zij zelfmoord niet aannemelijk acht, kan volgens de rechtbank niet worden uitgesloten dat bij de aanrijding sprake was van een noodlottig ongeval. Dat het causaal verband niet bewezen kan worden, heeft grote gevolgen voor het strafmaximum. Op verlating van een hulpbehoevende staat ten hoogste twee jaar gevangenisstraf (artikel 255 Wetboek van Strafrecht), maar als het achterlaten de dood ten gevolge heeft, is de straf ten hoogste negen jaar (artikel 257, tweede lid, Wetboek van Strafrecht). Nogal een verschil dus.

Het tweede slachtoffer was een Belg die door middel van een ibogaïnebehandeling van zijn verlegenheid af wilde komen. Nu heeft verlegenheid natuurlijk niets met verslaving te maken, maar kennelijk had het slachtoffer er alle vertrouwen in dat de ibogaïne ook dit probleem kon verhelpen. Hij had dan ook al eerder met het middel geëxperimenteerd. Het liep echter compleet anders. Het slachtoffer kreeg na de toediening van de ibogaïne een hartstilstand en raakte niet zijn verlegenheid kwijt, maar wel zijn gezichtsvermogen. De natuurgenezeres verliet het slachtoffer nu eens niet, maar belde direct de hulpdiensten en begon met reanimeren. Dit alles stemt de rechtbank kennelijk mild. Zij acht niet bewezen dat de natuurgenezeres de man in een hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten. Ook van opzettelijke benadeling van de gezondheid is geen sprake. Het slachtoffer had enige tijd voor de behandeling een cardioloog geraadpleegd en die had geen hartafwijking geconstateerd. Mede daarom vindt de rechtbank dat de verdachte ook niet roekeloos heeft gehandeld. Er volgt vrijspraak.

In het vervolg van de uitspraak wordt nog een aantal andere zaken bewezen verklaard. De rechtbank constateert overtreding van de Opiumwet omdat bij de natuurgenezeres thuis hennep, MDMA, methadon en morfine waren aangetroffen. Het bezit van vijftien flessen medicinale zuurstof levert een overtreding van de Geneesmiddelenwet op. Met betrekking tot de gevonden drugs merkt de rechtbank overigens op dat het goed mogelijk is dat die zijn achtergelaten door verslaafde cliënten die bij verdachte in behandeling waren. De advocaat van de natuurgenezers had verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met “het feit dat verdachte in de media en op straat is uitgemaakt voor heks en kwakzalver”. Daardoor zou ze aan lager wal zijn geraakt. Het is mij niet geheel duidelijk geworden in hoeverre de rechtbank dit betoog heeft meegewogen bij het bepalen van de strafmaat. De volgende overwegingen:

Alhoewel uit het dossier niet volgt dat de zaak tegen verdachte de nodige media-aandacht heeft gehad, is de rechtbank er ambtshalve van op de hoogte dat verdachte onder meer in de media is afgeschilderd als ‘de heks van Kockengen’ en dat op internet naar haar verwezen wordt als ‘The Ibogaïne Witch’. Naar het oordeel van de rechtbank is het in het algemeen aanvaardbaar dat strafzaken, gelet op hun aard en inhoud, een zekere vorm van media-aandacht met zich brengen. In onderhavige zaak is gebleken dat verdachte in de media op zodanige wijze is neergezet, dat zij daardoor in haar persoon lijkt geschaad.

doen echter vermoeden dat de rechters wel enigszins gevoelig waren voor de beweerde misère van de verdachte. De uiteindelijke straf is 141 dagen celstraf, precies gelijk aan de periode die de natuurgenezeres in voorarrest heeft doorgebracht.

Ibogaïne als geneesmiddel

Lijntjes cocaïne
Lijntjes cocaïne

De relatief lage straf die de rechtbank oplegde zal door menigeen als onrechtvaardig worden gezien. Er is immers een dode gevallen en iemand zwaar gehandicapt geraakt na een behandeling door een ondeskundig iemand met een gevaarlijk middel. Een kleine vorm van compensatie is wellicht dat de rechtbank zich ondubbelzinnig uitlaat over de status van iboga en ibogaïne. De rechtbank stelt vast dat het middel op websites als het inmiddels niet meer actieve www.ibogafoundation.com wordt aanbevolen voor de behandeling van verslavingen en daarmee wordt gepresenteerd als zijnde geschikt voor het genezen of voorkomen van een ziekte, gebrek, wond of pijn bij de mens. “Iboga beïnvloedt meerdere neurotransmitters in de hersenen en heeft zowel een stimulerende als hallucinogene eigenschappen”, aldus de rechtbank, die uit het voorgaande een heldere conclusie trekt:

Blijkens de bewijsmiddelen voldoet iboga aan de vereisten zoals opgenomen onder 1° en 3° [van artikel 1 onder b Geneesmiddelenwet, het artikel waarin de definitie van “geneesmiddel” is vastgelegd, LD]. Iboga is derhalve een geneesmiddel in de zin van artikel 1 van de Geneesmiddelenwet. Iboga bevat ibogaïne. De rechtbank hecht eraan op te merken dat dit niet betekent dat ibogaïne een toegestaan geneesmiddel betreft.

Waarom zou de rechtbank eraan hechten dit op te merken? Ik vermoed omdat in sommige media is opgemerkt of gesuggereerd dat het middel legaal is. Ook de advocaat van de natuurgenezeres had aangevoerd dat iboga geen verboden middel is.

Als ik het goed zie, blijft van die beweringen als gevolg van de uitspraak van de rechtbank weinig over. De rechtbank lijkt zowel iboga als de stof ibogaïne als geneesmiddel aan te merken. Dus zowel de plant en de onderdelen daarvan (bladeren, schors, wortels) als de werkzame stof. Dat heeft nogal wat gevolgen, want een flink aantal verbodsbepalingen uit de Geneesmiddelenwet is nu van toepassing. Zo is het ingevolge artikel 18 Geneesmiddelenwet verboden zonder vergunning iboga/ibogaïne te bereiden, in te voeren, af te leveren of uit te voeren dan wel een groothandel te drijven. Omdat voor iboga/ibogaïne geen handelsvergunning is verleend, is het ook verboden deze middelen in voorraad te hebben, te verkopen, af te leveren, ter hand te stellen, in te voeren of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied te brengen, aldus artikel 40, tweede lid, Geneesmiddelenwet. De rechtbank achtte overtreding van beide genoemde bepalingen bewezen. Zie ik het goed, dan is er weinig legaals meer mogelijk met ibogaïne. Ook het maken van reclame voor behandelingen met iboga/ibogaïne lijkt me verboden zolang voor deze middelen geen handelsvergunning is verleend (artikel 84 Geneesmiddelenwet).

Al de genoemde artikelen – 18, 40 en 84 – kunnen worden gehandhaafd door middel van bestuursrechtelijke sancties. Artikel 101 Geneesmiddelenwet bepaalt dat de minister van VWS – in de praktijk de IGZ – een bestuurlijke boete van maximaal 450.000 euro kan opleggen bij geconstateerde overtredingen. Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat ibogaïne een geneesmiddel is, zullen zich hier niet de problemen voordoen waardoor de juridische aanpak van HCG als afslankmiddel stokte (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat HCG geen geneesmiddel is). Waar strafrechtelijke procedures zoals die tegen de “heks van Kockengen” doorgaans lang duren en pas worden gestart als het kalf al verdronken is, kunnen bestuursrechtelijke boetes direct worden ingezet. Constatering van overtreding van een artikel in de Geneesmiddelenwet is voldoende om op te kunnen treden en lastige bewijsproblemen met betrekking tot opzet of causale verbanden doen zich niet of veel minder voor. Wie meent dat er nog muziek zit in de behandeling van verslaafden met ibogaïne, kan de minister verzoeken om een vergunning om het spul voor onderzoek te bereiden. Voorlopig lijkt het me verstandig zulke behandelingen zoveel mogelijk achterwege te laten, zeker als ze worden uitgevoerd door filmwetenschappers, omstreden psychiaters en medisch ongeschoolde natuurgenezeressen.

Filed Under: (Bij)Geloof, Alternatieve schade, Gezondheid, Uit het nieuws Tagged With: geneesmiddel, gevangenisstraf, iboga, ibogaïne, kruiden, kruidengeneesmiddelen, verslaafden, verslaving, verslavingszorg

Keerdiabetesom.nl is wel erg optimistisch

21 November 2014 by Pepijn van Erp 1 Comment

keerdiabetesomnl600x300De stichting Voeding Leeft is een campagne gestart om het publiek er van te doodringen dat je diabetestype  2 kunt omkeren ‘door het structureel aanpassen van leef- en voedingsstijl. Je hoeft daarvoor niet minder maar ánders te eten.’
Om dit mooie nieuws uit te dragen is een website opgetuigd, keerdiabetesom.nl, een filmpje gemaakt en worden allerlei programma’s aangeboden om mensen met diabetes type 2 te helpen die verandering in gang te zetten. Belangrijke gezondheidswinst ligt in het verschiet, want, zo stelt de website: ‘er is namelijk wetenschappelijk aangetoond dat Diabetes Type 2 in 80 procent van de gevallen om te keren is.’ Tachtig procent! Da’s niet weinig!

In eerste instantie begreep ik niet zo goed wat er nu nieuw was, de richtlijnen voor de behandeling van diabetets type 2 stellen toch al jaar en dag dat je moet streven naar een gezond gewicht? Misschien zat het ‘m erin dat er nu aanwijzingen zijn dat je echt helemaal van medicatie af kunt komen door een ander dieet. Zo staat het op de bewuste website:

De claim op de website keerdiabetesom.nl
Claim op de website keerdiabetesom.nl

Die 80 procent klinkt niet gering en zelfs zo hoog dat ik het niet zomaar aan kon nemen. Ik ging dus op zoek naar de onderbouwing van die claim. Op de site zelf vond ik echter niets. Maar er is ook een knopje ‘voor professionals’ waar ik verwachtingsvol op klikte. Daar zouden de referenties aan wetenschappelijke literatuur vast te vinden zijn … Enigszins teleurgesteld moest ik constateren dat deze professional versie maar marginaal afwijkt van de consumentenversie. Ook hier geen referenties, wel een iets andere verwoording van de 80 procent claim:

Een heel wat minder stellige claim dan op de site 'voor consumenten'
Heel wat minder stellig dan op de site ‘voor consumenten’

Hmm, dit verschil in bewoording, het ‘schattingen lopen op tot maar liefst’ én het ontbreken van elke referentie begonnen me enigszins te irriteren. Ik stuurde dus vorige week via de website maar eens een mailtje. Of ze me misschien uit konden leggen waar die omkeerbaarheidsclaim op gebaseerd was en hoe ze dat vertaald hadden naar die schatting dat het wel eens voor 80 procent van de mensen met diabetes type 2 mogelijk zou kunnen zijn om met een dieet een normale bloedglucoseregulatie zonder gebruik van medicatie te bereiken (dat bedoelen ze namelijk ongeveer met de omkering). Ik moest een paar dagen later een beetje aandringen via Twitter, maar uiteindelijk kreeg ik woensdagochtend een lijst met 26 referenties! … maar zonder enige toelichting.

Nu kon ik het merendeel van die referenties op basis van de titel of abstract als niet relevant voor mijn vraag wegstrepen. Er bleven er een paar over die iets te melden hadden over de omkeerbaarheid van diabetes type 2 middels een dieet. Die wezen echter voor details allemaal naar één artikel dat vreemd genoeg niet op de toegezonden referentielijst staat! Het gaat om: Reversal of type 2 diabetes: normalisation of beta cell function in association with decreased pancreas and liver triacylglycerol, Lim et al. (Diabetologia, okt. 2011), onder Open Acces gepubliceerd, en staat ook wel bekend als de Counterpoint Study.
Het verbaasde me niet helemaal dat dit onderzoek opdook. De Belgische auteur Kris Verburgh baseert zich in zijn populaire boek de Voedselzandloper ook op dit onderzoek wanneer hij het heeft over de mogelijkheid om van diabetes type 2 af te komen door een verandering van je eetpatroon. Ik had ‘m er eens op aangesproken na een lezing om erachter te komen, waarom hij die studie nu zo overtuigend vond. Het gaat immers maar om elf proefpersonen (ja elf, niet honderdelf of duizendelf, elf!) en het was een nogal heftig dieet dat je nooit lang kunt volhouden (600 kcal per dag). Dat hoefde gelukkig ook maar acht weken, maar voor sommige deelnemers was dat al te veel. Er waren namelijk vijftien deelnemers begonnen aan dit onderzoek, maar drie haakten af, omdat ze het dieet niet volhielden en één om andere medische redenen. Verburgh maakte zich er tegen mij een beetje van af en het was niet de gelegenheid om hem er op door te zagen.

Op zich mooie resultaten na acht weken in die studie, de deelnemers vielen spectaculair veel af en bloedwaarden verbeterden naar ‘normaal’. Maar waren de veranderingen ook blijvend? Eigenlijk kun je daar op grond van dit onderzoek niet heel veel over zeggen. Na die acht weken extreem dieet, mochten de deelnemers weer ‘gewoon’ eten. Er staat een klein stukje over metingen twaalf weken na afloop van het dieet. Gemiddeld waren er toen al weer heel wat kilo’s bijgekomen, maar veel bloedwaarden bleven op verbeterd niveau. Drie van de elf personen hadden volgens de gehanteerde definitie echter weer diabetes en één persoon kon niet getest worden in verband met een operatie. Dus als je eerlijk bent, moet je eigenlijk concluderen dat er sprake is van voorlopig succes bij zeven van de vijftien deelnemers die begonnen aan de studie. Er valt ook wel af te dingen op de representativiteit van dit onderzoek voor de gehele populatie met diabetes type 2, zo waren de deelnemers allen jonger dan 65 jaar en hadden nog maar relatief kort diabetes (minder dan vier jaar). Het belang van de studie is dat aangetoond lijkt te zijn dat diabetes type 2 in principe met flink afvallen althans voorlopig omgekeerd kan worden (zie ook een genuanceerd BBC bericht ten tijde van uitkomen van de studie, of het commentaar van NHS Choices).

Kader dat op elke pagina van keerdiabetesom.nl staat
Kader dat op elke pagina van keerdiabetesom.nl staat

Vreemd genoeg staat de ‘follow up’ van dit onderzoek wél bij de referenties: Population response to information on reversibility of Type 2 diabetes, Steven & Lim et al. (Diabetic Medicine, apr. 2013). Het volledige artikel staat ook vrij beschikbaar op de site van de onderzoekers aan Newcastle University. Hier gaat het echter niet om een studie onder goed gecontroleerde omstandigheden, maar om een verzameling van ervaringen van personen met diabetes type 2, die, enthousiast gemaakt door de resultaten van die vorige studie, zelf met zo’n dieet aan de gang gingen: “We have collated this information on the effects of energy restriction in motivated individuals with Type 2 diabetes that has been achieved outside a research setting.”
Bij 61 procent van deze 77 zelf aangemelde deelnemers werd geconstateerd dat er omkering van diabetes was opgetreden. In de subgroep, die meer dan  20 kg was afgevallen met het crash dieet, werd zelfs 80 procent gescoord, maar dit zou best maar eens om een handjevol personen kunnen gaan (en hoeveel van de mensen met diabetes kan 20 kg missen?). Zou dit dan de herkomst van het genoemde percentage op de website keerdiabetesom.nl zijn? Ik vermoed van wel. Er staat namelijk ook dat in de andere subgroepen, 10-20 kg en minder dan 10 kg afvallen, het succes op  63 en 53 procent lag. Dat is wel aardig in lijn met dat ‘de schattingen lopen op tot maar liefst 80%’. Er is dan wel sprake van een erg optimistische kijk op de behaalde resultaten. De onderzoekers geven zelf een heel rijtje beperkingen aan van deze studie, waarvan de eerste als volgt luidt: “Firstly, there will have been self-referral bias, with the observations demonstrating proof of principle rather than any estimate of likely reversal rates.” Toen ik dit terugkoppelde naar Voeding Leeft, kreeg ik de korte mededeling dat ze me bedankten voor de feedback en dat ze de tekst op de site zouden aanpassen naar ‘tot 80% van de gevallen’. Ik ga er dus maar van uit dat mijn vermoeden klopt. Op moment van publiceren van dit stuk, was deze aangekondigde wijziging echter nog niet doorgevoerd. [update: inmiddels wel]

Kortom, er lijkt zeker veel te zeggen voor de aanpak die aanbevolen wordt door keerdiabetesom.nl, namelijk zo sterk afvallen dat je de grootste kans hebt dat die omkering plaats kan vinden. Dit is ook wel nieuw ten opzichte van de bestaande richtlijn. Die gaat uit van afvallen bij een BMI hoger dan 25 en dat zal in veel gevallen niet voldoende zijn om de kans op omkering zo groot mogelijk te maken. Het vergt echter nogal wat doorzettingsvermogen en daarom is goede begeleiding daarbij uitermate welkom. Als je echter stelt dat omkering mogelijk is in/tot 80 procent van de gevallen en de suggestie dat het om een bestendige verandering gaat, dan beloof je volgens mij iets teveel.

Filed Under: Algemeen, Factchecking, Gezondheid Tagged With: diabetes, dieet

‘Zondag met Lubach’ over homeopathie en A. Vogel

18 November 2014 by Pepijn van Erp 56 Comments

Het Centraal Bureau voor de Statistiek bracht recent naar buiten dat hoger opgeleiden vaker een alternatieve genezer bezoeken dan lager opgeleiden. Niet echt iets nieuws, dat is al jaren zo. Maar het blijft toch vreemd, die hoger opgeleiden zouden toch beter moeten weten? In zijn nieuwe talkshow ‘Zondag met Lubach’ grijpt presentator Arjen Lubach het aan om even uit te leggen waarom bijvoorbeeld homeopathie zo’n onzin is. En hij neemt meteen ook even wat bekende middelen onder de loep. Vooral dr. A. Vogel moet het ontgelden.

https://www.youtube.com/watch?v=2OcZh5Mc4MY

Arjen Lubach en zijn redactieteam hebben bij hun voorbereiding vast de website van Skepsis goed bestudeerd. Daarop staat het artikel van Jan Willem Nienhuys uit 1998: ‘Doctor Vogel?‘ waarin hij een uitvoerige speurtocht beschrijft naar iets dat een doctorstitel van Vogel zou rechtvaardigen. Niet aangetroffen. Sinds dat artikel verscheen zijn verwijzingen naar de doctorstitel van Vogel verdwenen in herdrukken van zijn boeken, dat zegt eigenlijk wel genoeg.

Ook op de website het artikel ‘Het geheim van A. Vogel‘ van Rob Nanninga en Marie Prins uit 2003, waarin onder andere de fotogenieke indiaan Ben Black Elk wordt geïdentificeerd. Die zou Vogel de geheimen rond de Echinacea purpurea hebben onthuld. Over de vermeende werkzaamheid van de rode zonnehoed zijn er ook nog een aantal blogs verschenen op het Skepsis-blog, de laatste in 2011, de titel is duidelijk: Echinacea werkt niet bij verkoudheid – alweer.

HomeopathieWaarschuwingsStickerGeenBijWerkingVoor de doorgewinterde skeptische kijkers: ja, ja, die Lubach legde de theorie achter homeopathie niet helemaal goed uit en natuurlijk had hij ook even moeten ‘stootschudden’ tussen de verdunningsstapjes op een zacht oppervlak (iets als een met  paardenhaar gevulde leren object). Het vermakelijke item schoot diverse twitteraars met een voorkeur voor alterneuterij in het verkeerde keelgat, die vroegen zich af of Lubach misschien betaald zou worden door Big Farma, of ‘uit de antikwakpot‘.
Maar nu aan de slag met die waarschuwingsstickers!

 

Filed Under: Alternatieve schade, Gezondheid, Humor Tagged With: Arjen Lubacjh, echinacea, homeopathie, Oscillococcinum, Vogel

“Juridische terreur” door chiropractorsadvocaat

13 November 2014 by Laurens Dragstra 16 Comments

Diverse chiropractors hebben er geen enkel probleem mee om “dr.” voor hun naam te plaatsen, ook al zijn ze helemaal niet gepromoveerd. Een kwalijke praktijk, die helaas voorlopig door de rechter geaccepteerd is. Waar échte chiropractors echter helemaal niet van houden, is dat iedereen zich zomaar chiropractor noemt. Op zulke beunhazen sturen ze strijdbare advocaten af. Deze zomer leidde dat tot een tamelijk gênante procedure bij de Raad van Discipline, de tuchtrechter voor advocaten.

D.D. Palmer, bedenker van de chiropraxie
D.D. Palmer, bedenker van de chiropraxie

Het ging in deze zaak allemaal om een persoon die zich via het UWV aanbood als chiropractor. Volkomen ten onrechte, aldus een stichting die de kwaliteit van in Nederland werkzame chiropractors controleert. De stichting schakelde haar advocaat in. Deze advocaat stuurde vervolgens een nogal pittig briefje naar de pseudo-practor. Ik kopieer hieronder maar even wat de tuchtrechter over de casus opmerkt, voordat ik zelf de nogal heetgebakerde advocaat over me heen krijg:

1.2 Klager sub 1 heeft namens klager sub 2 een zekere B aangeschreven. In die brief protesteert klager tegen het feit dat B zich aanbiedt via het UWV als chiropractor zonder (volgens die brief) “over de voor dat beroep juiste kwalificaties te beschikken.”  Daarbij wijst klager erop dat de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) regels voor dat beroep heeft vastgesteld en dat de Minister van Volksgezondheid in 1981 heeft gesteld dat de opleiding tot chiropractor een opleiding geneeskunde en manuele therapie behelst. Klagers cliënte controleert de kwaliteit van de hier te lande werkende chiropractoren.

1.3 In diezelfde brief wijst klager de heer B op het feit dat B’s opleiding tot Heilpraktiker en de tijd die hij aan de specialisatie chiropractor heeft besteed op geen enkele manier voldoet aan de regels van de WHO. Hij verwijst voorts op de risico’s die een onjuiste toepassing van chiropractie oplevert onder bepaalde omstandigheden. Volgens klager hindert B door zich beschikbaar te stellen als chiropractor bij het UWV de vestiging in Nederland voor een Amerikaanse gekwalificeerde chiropractor die daardoor schade lijdt, net als één van de bij de cliënte van klager aangesloten register chiropractoren. Klager wijst B op het salaris dat die Amerikaanse chiropractor zou hebben kunnen verdienen (begroot op een bedrag tussen de € 50.000 en € 200.000) en verzoekt B (met voor zoveel nodig de sommatie) om klager te laten weten dat hij zijn beschikbaarheid als chiropractor bij het UWV zal intrekken en in het verlengde van die boodschap nog zo het één en ander. Klager stelt B een dagvaarding in het vooruitzicht als hij dat niet doet en hij wijst op de hoge kosten van een procedure, op de mogelijkheid van een kostenveroordeling en op het feit dat het niet waarschijnlijk is dat B in aanmerking zal komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand omdat het een zakelijk probleem betreft.

In Skepter 25.2 een uitgebreid artikel over chiropraxie van de hand van Dirk Koppenaal
In Skepter 25.2 een uitgebreid artikel over chiropraxie van de hand van Dirk Koppenaal

De brief bevat erg interessante informatie. Men beroept zich op uitspraken van een minister uit 1981 (de huidige minister van VWS zal er anders over denken), onjuiste toepassing van chiropraxie levert risico’s op (dit natuurlijk in tegenstelling tot échte chiropraxie) en met chiropraxie kun je financieel aardig binnenlopen. Er ging overigens ook een brief naar het UWV met een soortgelijke inhoud en – naar we mogen aannemen – een eveneens tamelijk onaangename toon. Het UWV werd namelijk voorgehouden dat het aansprakelijk zou kunnen zijn als het optreden van meneer of mevrouw B als chiropractor tot “dramatische ontwikkelingen” zou leiden. Wie nu denkt dat het B of het UWV was die een klacht bij de tuchtrechter neerlegde wegens intimidatie door de chiropractorsadvocaat, heeft het mis. B had namelijk zelf een advocaat ingeschakeld die zijn confrère van repliek had gediend. De advocaat van B had erop gewezen dat het beroep van chiropractor in Nederland niet beschermd is, dat de verwijten iedere rechtsgrond misten en dat hij de brief beschouwde als een vorm van “juridische terreur”. De chiropractorsadvocaat zou een burger bang hebben gemaakt met een ongegrond verhaal en zo behoort een goed advocaat zich niet te gedragen, aldus de advocaat van B.

Op grond van het voorgaande zou je kunnen denken dat de advocaat van B naar de tuchtrechter stapte om zich te beklagen over het onbetamelijke gedrag van de chiropractorsadvocaat jegens zijn cliënt. Wederom fout. Het was juist de chiropractorsadvocaat die naar de deken van de Orde van Advocaten rende omdat hij was beschuldigd van juridische terreur en het bang maken van burgers. Via de deken kwam de tuchtklacht bij de Raad van Discipline. De Advocatenwet bepaalt dat kennelijk ongegronde klachten niet door de Raad hoeven te worden behandeld, maar door de (plaatsvervangend) voorzitter kunnen worden afgewezen. Dat gebeurde ook in dit geval. De plaatsvervangend voorzitter had slechts enkele regels nodig om de bespottelijke klacht naar de prullenbak te verwijzen:

3.2 Het beroep van chiropractor is niet beschermd. Tegen die achtergrond is klager sub 1 [de chiropractorsadvocaat, LD] wel bijzonder krachtig van leer getrokken tegen B op wie klagers kritiek in feite niet meer inhoudt dan dat deze zich als chiropractor aanbiedt met een opleiding die niet voldoet aan wat volgens zijn klaagster sub 2 [de stichting, LD] aan eisen zou moeten worden gesteld. En als verweerder [de advocaat van B, LD] dan met het belang van zijn cliënt voor ogen de term “juridische terreur “gebruikt dan is dat weliswaar aan de krasse kant maar niet klachtwaardig.

3.3 Verweerder trad op als belangenbehartiger van B en dat gaf hem de nodige speelruimte bij zijn optreden. Voorts werden de gewraakte uitlatingen niet rechtstreeks aan de cliënten van klager sub 1 gedaan, maar waren deze gericht aan een collega advocaat, die als professional tussen verweerder en zijn cliënten stond en die ook zelf straffe bewoordingen niet had geschuwd. Dat verweerder van bangmakerij spreekt is niet verwonderlijk. Dat iets anders werd beoogd dan dat B zou terugdeinzen is moeilijk voorstelbaar. Daarbij telt dat de juridische grondslag van die aanschrijving zeker nog niet meteen gegeven is. Derhalve is de klacht kennelijk ongegrond.

Kortom: de chiropractorsadvocaat heeft zelf nogal woest om zich heengeslagen en moet dan niet vreemd opkijken als een andere advocaat iets terugzegt wat kennelijk hard aankomt. Hoewel de tuchtklacht belachelijk was, geeft deze wel een aardig inkijkje in de wereld van de chiropraxie in Nederland. Kennelijk worden daar nogal grove middelen ingezet om concurrenten uit te schakelen en (mede) financiële belangen te beschermen. De term “juridische terreur” lijkt in dat licht bijzonder goed gekozen.

De grote vraag is natuurlijk wie de advocaat is die dit soort kansloze procedures initieert. De voorzittersbeslissing is zoals gebruikelijk geanonimiseerd, maar de identiteit van de jurist is gemakkelijk te achterhalen (h/t Jan Willem Nienhuys): mr. Job van Broekhuijze is weer eens bezig, een oude bekende van Stichting Skepsis, Kloptdatwel? en vooral de Vereniging tegen de Kwakzalverij.

Filed Under: Alternatieve schade, Factchecking, Gezondheid Tagged With: advocaat, chiropractor, chiropraxie, Tuchtrechtspraak

Universitair Medisch Centrum Groningen verdient geld aan kwakzalverij (2)

6 November 2014 by Cees Renckens 33 Comments

Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.  Foto: Klaas Jaarsma
Cees Renckens schrijft columns voor Kloptdatwel. Van 1988 tot 2011 was hij voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Foto: Klaas Jaarsma

Eerder berichtte ik over mijn teleurstellende ervaringen met de voorzitter van de Raad van Bestuur van het UMCG en met de directeur van Triade, de vastgoedclub gelieerd aan het UMCG, die gebouwen verhuurt aan bedrijven, die samenwerking zoeken met wetenschappelijke onderzoekers.
Nadat een rechter de universiteit Groningen als voorbeeld had genoemd waar acupunctuur-onderwijs onderdeel uitmaakt van de medische studie, werd het pleit beslecht in het voordeel van de acupuncturist. Getriggerd door die rechtszaak verzocht ik het UMCG-bestuur in de persoon van voorzitter mr. Aartsen het Hwa To Centre de huur op te zeggen. Er werkt daar ook nog eens iemand die zich ten onrechte arts en dokter noemt: titelfraude, terwijl de andere medewerker slechts tandarts is. Vrolijk beweert men o.a. schizofrenie, neurose, depressie en het ‘maken/herstellen van een anusopening (proctotomieklachten)’ te kunnen behandelen met acupunctuur.

Potten met Chinese kruiden (?)  in het Hwa To Centre
Potten met Chinese kruiden (?) in het Hwa To Centre

Eind september zette ik mijn queeste voort: ik werd zelf tot arts opgeleid in Groningen en die tolerantie t.o.v. het kwakzalvershol, dat het UMCG aan zijn borst koestert, is voor mij als alumnus extra onverdraaglijk. Ik meldde bij het IGZ-loket dat ‘dokter Yu-Shu Liu’ in Nederland geen dokter is en ook geen Groningse professor. Ik verzocht de betrokkene eerder al om zelf van die onverdiende titulatuur af te zien, maar dat deed ze niet. Mogelijk een gevalletje taalbarrière, de vrouw spreekt geen Nederlands.
Ook schreef ik vervolgens een intercollegiale brief aan de decaan van de Groningse medische faculteit, waarin ik hem op de hoogte bracht van de negatieve reacties van Aartsen en van Triade. Ik verwachtte bij hem, medicus immers, meer begrip voor het feit dat acupunctuur toch echt als kwakzalverij beschouwd moest worden en vroeg hem of ik hem soms van dienst kon zijn met het maken van ‘ketelmuziek’ nu de RvB-voorzitter van het UMCG niet gevoelig bleek voor mijn argumentatie. De vreemde indruk, die een alternatief centrum binnen het UMCG-terrein moet maken op de argeloze burger: het kan hem kennelijk weinig schelen. De decaan is Kuipers en hij is kinderarts.
Toen ik een week later van hem geen reactie had gekregen, toen besloot ik mijn eerste stuk erover op deze site te publiceren. Verheugd was ik toen ik eind oktober alsnog een brief op UMCG-papier ontving, maar helaas: niet van collega Kuipers, maar wederom van … mr. Aartsen! Wat bleek mij al ras: de decaan maakt deel uit van het UMCG-bestuur, samen met een register accountant en hoogleraar gynaecologie Van der Zee! Kuipers had mijn aan hem als decaan gerichte brief als een hete aardappel doorgeschoven naar mr. Aartsen en onthield zich zelf van een reactie. Ik vind het nog steeds merkwaardig dat de ene collega de ander niet wenst te beantwoorden, maar de post liever laat beantwoorden door de afdeling PR (zoals ik met het VUmc eens meemaakte) of door beroepsbestuurders, die vermoedelijk binnen de Raad van Bestuur de dienst uitmaken. Zo gingen dokters vroeger toch niet met elkaar om.

Aartsen legde nog wel uit dat het Groningse acupunctuuronderwijs facultatief wordt gegeven in het kader van de competentie ‘maatschappelijk handelen’, onderdeel van het verplichte Raamplan Artsopleiding 2009. Of er nog stage wordt gelopen bij dokter Yu-Shu Liu, die vraag bleef onbeantwoord. Mijn half badinerende en typisch intercollegiale vraag of ik hem als decaan misschien kon helpen met het maken van ‘ketelmuziek’ werd nu op afgepaste toon door mr. Aartsen van commentaar voorzien: het betreft een ‘oneigenlijk pressiemiddel’ en het UMCG laat zich daardoor niet onder druk zetten. Verdere correspondentie leek Aartsen niet zinvol. Die conclusie had ik zelf inmiddels ook al getrokken. Men sluit de gelederen en denkt vermoedelijk: ‘Het zijn natuurlijk wel kwakzalvers, maar het zijn nu een keer onze kwakzalvers.’

Filed Under: Columns, Gezondheid Tagged With: acupunctuur, Hwa To Centre, UMCG

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 31
  • Page 32
  • Page 33
  • Page 34
  • Page 35
  • Interim pages omitted …
  • Page 82
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
Alles ADHD
24 September 2026 - Ward van Beek

. ADHD lijkt zich goed te lenen voor ludieke filmpjes op sociale media, vol overdrijving en halve waarheden. Vaak gaan ze over hoe je ADHD herkent. Praten mensen zichzelf zo al scrollend ADHD aan of valt het wel mee? Anouk…Lees meer Alles ADHD › [...]

In Memoriam Frank Israël
23 September 2026 - SkepsisSiteBeheerder

De emeritus hoogleraar astronomie was voorzitter van Stichting Skepsis van 2012 tot 2023.Lees meer In Memoriam Frank Israël › [...]

13 oktober: International Skeptics Day
18 September 2026 - Ward van Beek

.Elk jaar op 13 oktober is het International Skeptics Day. Verspreid over de wereld zijn er talloze organisaties die zich inzetten voor het bevorderen van kritisch denken. En op dinsdag 13 oktober 2026 kunnen zij elkaar weer online ontmoeten! Die…Lees meer 13 oktober: International Skeptics Day › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

Dr. Vinay Prasad Created Long Lists of Randomized Trials for Other People to Do. Does That Make Him an EBM Guru?
25 September 2026 - Jonathan Howard
Dr. Vinay Prasad Created Long Lists of Randomized Trials for Other People to Do. Does That Make Him an EBM Guru?

"Just saying the same thing over and over again, whether in social media or in medical literature, ain’t gonna get it done."- Dr. Eliezer Van Allen The post Dr. Vinay Prasad Created Long Lists of Randomized Trials for Other People to Do. Does That Make Him an EBM Guru? first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Transdermal Vitamin and Wellness Patches: Hype versus Evidence
24 September 2026 - Scott Gavura
Transdermal Vitamin and Wellness Patches: Hype versus Evidence

Wellness patches lack plausibility and evidence to demonstrate effectiveness The post Transdermal Vitamin and Wellness Patches: Hype versus Evidence first appeared on Science-Based Medicine. [...]

The Brain is a Composite Organ
23 September 2026 - Steven Novella
The Brain is a Composite Organ

A new study published in Nature Neuroscience shows evidence that our brains are actually two organs combined into one composite organ. The post The Brain is a Composite Organ first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (38-2026)
    Dat is me niet duidelijk. Het was om pijnstilling te doen, dus ik neem aan dat het dan niet de
  • Hans1263
    on De linke weekendbijlage (38-2026)
    En... vast samen met reguliere therapie? Hetzelfde wat die kwakzalf"cabaretière" betoogde.
  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (38-2026)
    Vanmorgen zat ik nog even met kromme tenen naar het Duitse ontbijtprogramma te kijken. Er was een rugspecialist te gast,
  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (38-2026)
    De familie Kennedy is redelijk erfelijk belast, maar goed.
  • Hans1263
    on Laat trauma echt sporen achter in je lichaam, brein en geest?
    Naar mijn idee een hoog kwakzalfgehalte. Maar ja, ik heb dan ook buitengewoon slechte herinneringen aan de gore manipulaties van

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in