Het internet staat er vol van: plaatjes van katten die in een cirkel gaan zitten. Waarom doen de katten het? Is het iets paranormaals? Of is er een wetenschappelijke verklaring? De NRC had er afgelopen vrijdag een leuk stuk over met een aantal serieuze verklaringen (kat zoekt geborgenheid, kat wil cirkel in bezit nemen, kat wil aandacht) en een minder serieuze verklaring (magie). De cat-circle thread op reddit staat helemaal vol met foto’s van katten in cirkels. GJvtL.
Internationale pers duikt op homeopathische ebolamissie in Liberia
Ruim een maand terug berichtten diverse buitenlandse media al over plannen van homeopathische organisaties om een missie naar Liberia te sturen om daar een homeopathisch middel te onderzoeken tegen ebola. Heel gedetailleerd was die berichtgeving niet, maar hier op Kloptdatwel deed ik uit de doeken dat die plannen veel concreter waren dan menigeen vermoed had. De namen van vier homeopaten die naar Liberia waren gegaan, waren wel verspreid via blogs en Facebookgroepen van homeopathie-aanhangers, maar ook snel weer gewist toen skeptici die begonnen te ontdekken. Intussen hebben diverse internationale media de zaak alsnog goed opgepikt en verschenen er stukken die het vuile zaakje meer in de openbaarheid hebben gebracht.

Na het publiceren van een Engelse versie van het stuk op Kloptdatwel op mijn eigen site (Homeopaths in Liberia: ‘Mission Ebola’), onthulde ik in een vervolg (Top Level Homeopaths Behind Ebola Mission in Liberia) hoe de organisatie van deze missie hoogstwaarschijnlijk in elkaar stak. De belangrijkste spil vormt het echtpaar Michael en Monika Kölsch. Hij is honorair consul voor Liberia in Duitsland, zij is homeopaat en o.a. penningmeester van de Deutsche Zentralverein homöopathischer Ärzte (DZVhÄ). Kölsch bleek ook eerder een trip voor de Duitse tak van Homeopaten zonder Grenzen naar Liberia te hebben geregeld. Via een steunvereniging (Freunde Liberias) zamelde Kölsch geld in voor de missie zonder ook maar ergens te vermelden op hun websites of in interviews dat het om een homeopathische missie ging.
In het onderzoek naar deze dubieuze missie heb ik samengewerkt met Aribert Deckers, een Duitse skepticus die op Internet dikwijls fel tekeer gaat over homeopathie en homeopaten. We hebben ons best gedaan om aandacht te krijgen van serieuze media voor deze kwestie en dat is uiteindelijk gelukt.
Daily Mail
Niet de meest voor de hand liggende krant om als skepticus een complimentje aan uit te delen, maar de journalisten Simon Tomlinson en Gethin Chamberlain deden mijn inziens goed werk in hun eerste stuk op 14 november: ‘Homeopaths sent to deadly Ebola hotspot to treat victims with ARSENIC and SNAKE VENOM‘. Het verhaal is deels gebaseerd op mijn eerste blog (ik sprak met Tomlinson op 30 oktober) en de gewiste documenten. Maar met name Chamberlain deed op de grond in Liberia belangrijk werk door te onderzoeken wat de homeopaten nu daadwerkelijk aan het uitspoken waren in Ganta Hospital. Het was een opluchting te lezen dat een oplettende WHO-official erachter was gekomen dat het niet om gewone dokters ging, maar om homeopaten met een verborgen agenda en dat het ze expliciet verboden werd om homeopathie in te zetten. Dat was een paar dagen daarvoor ook al door de Liga Medicorum Homoeopathica Internationalis (LMHI) toegegeven.

In dat bericht wordt wel gesproken op succesvolle inzet van homeopathie voor andere ernstige ziekten. Uit een vervolgartikel in de Daily Mail wordt duidelijk hoe dat in zijn werk ging. In dit stuk onder de wat ongelukkige titel ‘Homeopathy CAN cure Ebola’: Doctors attack ‘armchair intellectuals’ at World Health Organisation who refuse to let them treat deadly virus with snake venom remedy (tsja, het blijft de Daily Mail) krijgen de homeopaten de gelegenheid om hun kijk op de zaak te vertellen. Dat ze het niet zo nauw namen met het verbod van het ministerie van gezondheid om met homeopathie aan te klooien wordt bevestigd: “She [Durge] confirmed that they had used homeopathic treatments on patients, despite the instructions from health officials in the capital Monrovia not to do so.”
Dit artikel werd nogal verschillend opgepakt door skeptici. Sommigen vonden dat de presentatie veel te veel ruimte bood aan de homeopaten om hun idiote ideeën voor het voetlicht te brengen. Tom Chivers schreef bijvoorbeeld in The Spectator: The Daily Mail is wrong — homeopathy can’t cure Ebola. Mijns inziens is die kritiek overdreven, de titel van het stuk in de Mail is ongelukkig (zeker als je alleen het eerste stukje deelt op sociale media, zonder aan te geven dat het om een citaat van de homeopaten gaat), maar verder schieten de homeopaten zich duidelijk in de voet.
Neue Züricher Zeitung
In het tweede stuk van de Mail kwam helaas Broussalian niet aan het woord, die had de verzoeken om geïnterviewd te worden afgewezen. De Neue Züricher Zeitung schreef op 23 november ook over de missie: Genfer Homöopath von Liberia abgewiesen, volgens mij als eerste krant in het Duitse taalgebied die hier in detail over berichtte. Vreemd genoeg wordt Broussalian niet met naam genoemd. En jammer genoeg kon de journaliste Broussalian niet te pakken krijgen. Enigszins hoopgevend is dat de autoriteiten de zaak in onderzoek lijken te hebben:
Das Bundesamt für Gesundheit teilt auf Anfrage mit, dass man den Genfer kantonsärztlichen Dienst über die inoffizielle Mission unterrichtet habe und dieser mit dem Arzt Kontakt aufnehmen werde.
Misschien krijgt het dus nog een staartje voor Broussalian, die intussen op Twitter zijn critici niet al te vriendelijk bejegende.
Der Spiegel
Tot mijn grote tevredenheid werden uiteindelijk ook de organisatoren van deze onverkwikkelijke toestand ‘in het zonnetje gezet’. Dat gebeurde op de website van Der Spiegel: Homöopathie: Liberia verhindert Tests an Ebola-Patienten. In dit stuk wordt ook aan de kaak gesteld dat er in Leipzig geld is opgehaald voor deze missie zonder daarbij te melden dat het om een missie van homeopaten ging:
Der Leipziger Verein “Freunde Liberias”, nach eigenem Verständnis eine Unterstützergruppe von Honorarkonsul Kölsch, sammelte über seine Homepage Geld für die Ärztemission, allerdings ohne dabei zu erwähnen, dass es sich um Homöopathen handelt. Mit den eingeworbenen Spenden wurden nach Angaben des Vereinsvorsitzenden Thomas Köppig die Flüge der Ärzte nach Liberia bezahlt.
Die Thomas Köppig had ik op 28 oktober nog gemaild om hem te waarschuwen dat hij en Kölsch misschien zonder het te weten geld aan het inzamelen waren voor een dubieuze missie. Op dat moment had ik nog niet door dat Kölsch zo diep in de homeopathie zat. Toen ik daar een paar dagen later achterkwam, verbaasde het me ook niet meer dat ik maar geen antwoord van Köppig kreeg.
Intussen hebben de homeopaten blijkbaar ingezien dat verstoppertje spelen geen zin meer heeft, de feiten liggen op tafel. Maar dat betekent alleen maar dat ze nu met het ‘spinnen’ van het hun versie aan de gang zijn gegaan. Op de website van DZVhÄ verscheen gelijktijdig met de publicatie van het onthullende stuk in Der Spiegel Online een verklaring: Homöopathische Ärzte helfen in Liberia. De slotalinea laat zien dat deze lieden ook in de nabije toekomst uiterst nauwgezet in de gaten gehouden moeten worden:
Diesem ersten LMHI-Ärzteteam wurde verboten, Patienten in der „Ebola Treatment Unit“ zu behandeln. Die Entscheidung wurde begründet mit einer Anweisungen der WHO. Auch ein Team von kubanischen Ärzten wartete vergeblich auf seinen Einsatz. „Es geht hier um eine bedrohliche Epidemie und eine große Zahl schwerkranker Patienten. Und trotz eines eklatanten Mangels an Ärzten in Westafrika sind politische Erwägungen offenbar wichtiger als die Behandlung dieser Patienten“, kritisiert DZVhÄ-Vorsitzende Bajic. Nun soll ein zweites Team nach Ganta reisen, um die dortigen Ärztinnen und Ärzte zu unterstützen.
Een nieuwe missie? Dat gaan we toch hopelijk niet meemaken. Op het blog van Freunde Liberias doet Köppig voorkomen dat de homeopathische kunstjes bij Ganta Hospital in zulke goede aarde zijn gevallen dat zo’n vervolgmissie er wel inzit. Maar dat zou ook een roze-bril interpretatie van een formeel Afrikaans bedankbriefje kunnen zijn.
Er zitten nog wel een paar losse draadjes aan dit verhaal. Zo stelt de LMHI dat ze per brief door de Liberiaanse overheid uitgenodigd waren. Was dit echt de overheid in Liberia, of zouden ze een briefje van Michael Kölsch als honorair consul op die manier willen presenteren? Ook zou ik wel willen weten hoe de WHO in Liberia er achter kwam dat het niet om gewone artsen ging, maar om homeopaten. Dat gebeurde waarschijnlijk omstreeks de tijd dat ik mijn eerste stuk over de missie publiceerde. Deckers en ik hebben ook, vooral via Twitter en e-mail, geprobeerd om organisaties in Liberia, waaronder het ziekenhuis en de WHO, te waarschuwen voor de verborgen agenda van de homeopaten. Misschien waren we dus net op tijd.
Geesten en spoken oproepen met een prikje
De ervaring van de aanwezigheid van spoken of geesten ontstaat spontaan als bepaalde hersengebieden niet goed werken of worden bestookt met onverwachte signalen. Dat schrijft de NRC van 10 november over een onderzoek van de Zwitserse hersenonderzoeker Olof Blanke. Mensen die een beschadiging hebben in een bepaald hersengebied nemen spoken of geesten waar. Nog interessanter: als mensen op een heel specifieke manier prikjes toegediend krijgen, dan ontstaat vanzelf het gevoel dat er iemand anders (een spook?) aanwezig is. Het lijkt er dus op dat geesten en spoken het product zijn van ons brein. Via Jan Broekhof. GJvtL.
Afkicken met ibogaïne
De Rechtbank Midden-Nederland heeft recentelijk een natuurgenezeres veroordeeld tot een gevangenisstraf van 141 dagen. De vrouw behandelde verslaafden met het middel ibogaïne, een plantenextract dat de behoefte om drugs te gebruiken zou verminderen. In één geval liep de behandeling fataal af, in een ander geval kon het leven van de patiënt gered worden, maar raakte hij wel blind. Dat de straf voor de “heks van Kockengen” tamelijk laag uitviel, is deels te verklaren door het feit dat de rechtbank lang niet alle ten laste gelegde feiten bewezen achtte. De rechtbank schiep wel duidelijkheid over de status van het middel ibogaïne: dat is een geneesmiddel, zodat de verbodsbepalingen uit de Geneesmiddelenwet van toepassing zijn. Die constatering maakt het wellicht gemakkelijker voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) om eventuele andere ibogaïnebehandelaars in Nederland aan te pakken. De uitspraak bevat verder een mooi college van de neuroloog professor Wolters over de werking en gevaren van ibogaïne.
Ibogaïne

Ibogaïne is een geestverruimend middel dat wordt gewonnen uit de Afrikaanse plant Tabernanthe iboga, die vooral in Gabon voorkomt. Daar worden preparaten met iboga onder meer voor rituele doeleinden ingezet. Dat ibogaïne ook gebruikt kan worden voor de behandeling van verslaafden, is in de westerse wereld vooral gepropageerd door de Amerikaan Howard Lotsof (1943-2010). Lotsof beweerde dat hij als negentienjarige dankzij ibogaïne van zijn heroïneverslaving was afgekickt en heeft zich de rest van zijn leven ingezet voor wetenschappelijk onderzoek naar en gebruik van de stof voor de behandeling van andere verslaafden. Ook publiceerde hij in tijdschriften over ibogaïne, meestal in samenwerking met anderen, want Lotsof had alleen een graad in de filmwetenschappen. Het is waarschijnlijk niet overdreven te stellen dat hij een grote naam was in de wereld van de ibogaïne, want artikelen waarbij hij (mede)auteur was worden meerdere malen genoemd in het wat gekleurde Wikipedia-artikel over de stof ibogaïne. Dat artikel verwijst bijvoorbeeld tweemaal naar een artikel uit 1999 dat Lotsof samen met onder meer de controversiële Nederlandse psychiater Jan Bastiaans schreef. Ook Bastiaans experimenteerde met ibogaïne als afkickmiddel en begin jaren ’90 stierf bij een van zijn sessies een vrouw.
Inname van ibogaïne zou volgens voorstanders van gebruik de behoefte aan drugs verminderen en ontwenningsverschijnselen verzachten. In een artikel van eind 2009 in het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij heeft Catherine de Jong, de huidige voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die bewering bestreden. De Jong schreef onder meer dat haar geen groot en deugdelijk onderzoek naar de veiligheid en effectiviteit van ibogaïne bij mensen, uitgevoerd door een gerenommeerd instituut, bekend was. Ze vermoedde dat de werking van het middel er simpelweg op neerkwam dat de verslaafde door de toediening van een aanzienlijke hoeveelheid ibogaïne langdurig in een roes wordt gebracht en daardoor enige tijd fysiek niet in staat is naar de slijter of dealer te lopen. Een recent Braziliaans onderzoek uit 2014 was positiever: het concludeerde dat “the use of ibogaine supervised by a physician and accompanied by psychotherapy can facilitate prolonged periods of abstinence”. Het artikel – of beter: het abstract ervan; het artikel zelf is niet vrij toegankelijk – maakt echter niet duidelijk waarom ibogaïne verkozen zou moeten worden boven de middelen die in reguliere verslavingsklinieken worden aangeboden. Bovendien is niet duidelijk of met psychotherapie alleen een soortgelijk resultaat geboekt kan worden. Het onderzoek betrof een terugblik (retrospective study) en er was dus geen controlegroep. Een grote doorbraak is deze studie derhalve waarschijnlijk niet.
En dan zijn er natuurlijk nog de risico’s. In het vonnis van de rechtbank tegen de natuurgenezeres worden deze risico’s meermaals benadrukt. De rechtbank wijst op basis van een deskundigenrapport van de neuroloog en hoogleraar Erik Wolters op “ernstige of levensbedreigende bijwerkingen zoals cardiotoxiteit en/of neurotoxiciteit”. Interessant is dat de rechtbank veel informatie uit het deskundigenrapport over werking en bijwerkingen van ibogaïne heeft opgenomen in het vonnis zelf. Ik citeer maar even integraal:
Professor dr. E.Ch. Wolters (hierna: Wolters) heeft in zijn rapport de fasen beschreven die optreden na inname van ibogaïne. Deze fasen zien er als volgt uit:
– Visuele fase: In deze fase worden (vooral met dichte ogen) uiterst gedetailleerde, soms beangstigende, visioenen waargenomen. Daarnaast worden (vooral met open ogen) herhaaldelijk lichtflitsen waargenomen. Tijdens deze fase is er sprake van een significant afgenomen handelingsbekwaamheid bij een patiënt, vooral wanneer de reality testing in het geding is. Deze fase vangt aan enkele uren na inname van ibogaïne en houdt doorgaans 4-6 uur aan.
– Introspectieve fase: Deze fase gaat gepaard met eufore kalmte met een enorme intellectuele en emotionele helderheid. In deze fase treedt vaak misselijkheid en braken alsook slapeloosheid en het gevoel het voortdurend koud te hebben op.
– Rest fase: In deze fase is sprake van een geleidelijk aan verminderde opwindingstoestand met een sterk verminderde slaapbehoefte, gevolgd door uitputting.
Een behandeling met ibogaïne dient, aldus Wolters, afgeraden te worden in (onder meer) de volgende gevallen:
– In geval van pre-existente cardiale problematiek (gezien de hierbij toegenomen kans op het optreden van hartritmestoornissen en een acute hartdood)
– In het geval van pre-existente psychiatrische problematiek, met name psychotische toestandsbeelden (gezien de hierbij toegenomen kans op het optreden van gedragsstoornissen en acute stress bij hallucinaties).
Voorts heeft Wolters in zijn rapport beschreven dat (vooral hogere) doseringen ibogaïne bijwerkingen met zich brengen, waaronder een daling van de bloeddruk en de hartslag. Tijdens de terechtzitting heeft Wolters verklaard dat doseringen van 25 mg/kg lichaamsgewicht en hoger gepaard kunnen gaan met een hogere toxiciteit. Wolters schrijft in zijn rapport dat er gevallen bekend zijn waarbij mensen binnen enkele dagen na inname van ibogaïne zijn overleden. In zijn rapport verwijst hij naar een onderzoek van N. Sandberg, waarin deze Sandberg tot de conclusie komt dat het aantal behandeling c.q. toepassingen van ibogaïne met fatale afloop 1 op de 300 bedraagt. Ter terechtzitting heeft Wolters verklaard dat bij gevallen van een dodelijke afloop de dosering boven 20 mg/kg lag.
Wolters en E. Fromberg (hierna: Fromberg) hebben in hun rapporten beiden een aantal – min of meer gelijkluidende – voorwaarden geformuleerd voor een veilige behandeling met ibogaïne. Het gaat hier niet om wettelijke voorschriften nu immers geen sprake is van een erkende, reguliere behandeling. Wolters en ook Fromberg hebben daarnaast beiden verklaard dat er nagenoeg geen wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de werking van ibogaïne en dat hetgeen zij in hun rapportages stellen hoofdzakelijk gebaseerd is op literatuurstudie.
Kortom, ibogaïne heeft fysiologische werking en er zijn negatieve effecten en bijwerkingen als hallucinaties, misselijkheid, braken, uitputting, verlaagde bloeddruk en hartritmestoornissen. Sterfgevallen zijn niet uitzonderlijk en als de genoemde verhouding van 1 sterfgeval op 300 behandelingen correct is, is het middel gewoon heel riskant. Ik kan uit de geciteerde passage niet afleiden of de stof daadwerkelijk de behoefte aan verslavende middelen vermindert. Uit het gedeelte over “nagenoeg geen wetenschappelijk onderzoek” leid ik echter af dat ook Wolters c.s. menen dat daar geen deugdelijk bewijs voor is.
De casus

Het eerste slachtoffer van de natuurgenezeres was een Zwitser die naar Nederland was gekomen om af te kicken van zijn codeïne- en alcoholverslaving. Volgens de verdachte verliep de behandeling met ibogaïne aanvankelijk goed. Later werd het slachtoffer echter agressief en had hij het idee dat hij achtervolgd werd. De man verzocht de natuurgenezeres hem naar een hotel te brengen. Zij bracht hem er met de auto heen en liet hem daar achter. Enkele uren later verliet het slachtoffer het hotel weer. Hij liep de snelweg op en werd doodgereden door een vrachtwagen. De rechtbank acht bewezen dat de natuurgenezeres het slachtoffer in een hulpeloze toestand heeft gebracht en gelaten. Zij had de man nooit zonder toezicht in het ziekenhuis mogen achterlaten. De rechtbank kan echter niet met zekerheid vaststellen dat er een causaal verband bestaat tussen het achterlaten en de dood van het slachtoffer. Voor de rechtbank is niet voldoende duidelijk of het slachtoffer toen hij de snelweg opliep nog hallucineerde als gevolg van de ibogaïnebehandeling. Hoewel zij zelfmoord niet aannemelijk acht, kan volgens de rechtbank niet worden uitgesloten dat bij de aanrijding sprake was van een noodlottig ongeval. Dat het causaal verband niet bewezen kan worden, heeft grote gevolgen voor het strafmaximum. Op verlating van een hulpbehoevende staat ten hoogste twee jaar gevangenisstraf (artikel 255 Wetboek van Strafrecht), maar als het achterlaten de dood ten gevolge heeft, is de straf ten hoogste negen jaar (artikel 257, tweede lid, Wetboek van Strafrecht). Nogal een verschil dus.
Het tweede slachtoffer was een Belg die door middel van een ibogaïnebehandeling van zijn verlegenheid af wilde komen. Nu heeft verlegenheid natuurlijk niets met verslaving te maken, maar kennelijk had het slachtoffer er alle vertrouwen in dat de ibogaïne ook dit probleem kon verhelpen. Hij had dan ook al eerder met het middel geëxperimenteerd. Het liep echter compleet anders. Het slachtoffer kreeg na de toediening van de ibogaïne een hartstilstand en raakte niet zijn verlegenheid kwijt, maar wel zijn gezichtsvermogen. De natuurgenezeres verliet het slachtoffer nu eens niet, maar belde direct de hulpdiensten en begon met reanimeren. Dit alles stemt de rechtbank kennelijk mild. Zij acht niet bewezen dat de natuurgenezeres de man in een hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten. Ook van opzettelijke benadeling van de gezondheid is geen sprake. Het slachtoffer had enige tijd voor de behandeling een cardioloog geraadpleegd en die had geen hartafwijking geconstateerd. Mede daarom vindt de rechtbank dat de verdachte ook niet roekeloos heeft gehandeld. Er volgt vrijspraak.
In het vervolg van de uitspraak wordt nog een aantal andere zaken bewezen verklaard. De rechtbank constateert overtreding van de Opiumwet omdat bij de natuurgenezeres thuis hennep, MDMA, methadon en morfine waren aangetroffen. Het bezit van vijftien flessen medicinale zuurstof levert een overtreding van de Geneesmiddelenwet op. Met betrekking tot de gevonden drugs merkt de rechtbank overigens op dat het goed mogelijk is dat die zijn achtergelaten door verslaafde cliënten die bij verdachte in behandeling waren. De advocaat van de natuurgenezers had verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met “het feit dat verdachte in de media en op straat is uitgemaakt voor heks en kwakzalver”. Daardoor zou ze aan lager wal zijn geraakt. Het is mij niet geheel duidelijk geworden in hoeverre de rechtbank dit betoog heeft meegewogen bij het bepalen van de strafmaat. De volgende overwegingen:
Alhoewel uit het dossier niet volgt dat de zaak tegen verdachte de nodige media-aandacht heeft gehad, is de rechtbank er ambtshalve van op de hoogte dat verdachte onder meer in de media is afgeschilderd als ‘de heks van Kockengen’ en dat op internet naar haar verwezen wordt als ‘The Ibogaïne Witch’. Naar het oordeel van de rechtbank is het in het algemeen aanvaardbaar dat strafzaken, gelet op hun aard en inhoud, een zekere vorm van media-aandacht met zich brengen. In onderhavige zaak is gebleken dat verdachte in de media op zodanige wijze is neergezet, dat zij daardoor in haar persoon lijkt geschaad.
doen echter vermoeden dat de rechters wel enigszins gevoelig waren voor de beweerde misère van de verdachte. De uiteindelijke straf is 141 dagen celstraf, precies gelijk aan de periode die de natuurgenezeres in voorarrest heeft doorgebracht.
Ibogaïne als geneesmiddel

De relatief lage straf die de rechtbank oplegde zal door menigeen als onrechtvaardig worden gezien. Er is immers een dode gevallen en iemand zwaar gehandicapt geraakt na een behandeling door een ondeskundig iemand met een gevaarlijk middel. Een kleine vorm van compensatie is wellicht dat de rechtbank zich ondubbelzinnig uitlaat over de status van iboga en ibogaïne. De rechtbank stelt vast dat het middel op websites als het inmiddels niet meer actieve www.ibogafoundation.com wordt aanbevolen voor de behandeling van verslavingen en daarmee wordt gepresenteerd als zijnde geschikt voor het genezen of voorkomen van een ziekte, gebrek, wond of pijn bij de mens. “Iboga beïnvloedt meerdere neurotransmitters in de hersenen en heeft zowel een stimulerende als hallucinogene eigenschappen”, aldus de rechtbank, die uit het voorgaande een heldere conclusie trekt:
Blijkens de bewijsmiddelen voldoet iboga aan de vereisten zoals opgenomen onder 1° en 3° [van artikel 1 onder b Geneesmiddelenwet, het artikel waarin de definitie van “geneesmiddel” is vastgelegd, LD]. Iboga is derhalve een geneesmiddel in de zin van artikel 1 van de Geneesmiddelenwet. Iboga bevat ibogaïne. De rechtbank hecht eraan op te merken dat dit niet betekent dat ibogaïne een toegestaan geneesmiddel betreft.
Waarom zou de rechtbank eraan hechten dit op te merken? Ik vermoed omdat in sommige media is opgemerkt of gesuggereerd dat het middel legaal is. Ook de advocaat van de natuurgenezeres had aangevoerd dat iboga geen verboden middel is.
Als ik het goed zie, blijft van die beweringen als gevolg van de uitspraak van de rechtbank weinig over. De rechtbank lijkt zowel iboga als de stof ibogaïne als geneesmiddel aan te merken. Dus zowel de plant en de onderdelen daarvan (bladeren, schors, wortels) als de werkzame stof. Dat heeft nogal wat gevolgen, want een flink aantal verbodsbepalingen uit de Geneesmiddelenwet is nu van toepassing. Zo is het ingevolge artikel 18 Geneesmiddelenwet verboden zonder vergunning iboga/ibogaïne te bereiden, in te voeren, af te leveren of uit te voeren dan wel een groothandel te drijven. Omdat voor iboga/ibogaïne geen handelsvergunning is verleend, is het ook verboden deze middelen in voorraad te hebben, te verkopen, af te leveren, ter hand te stellen, in te voeren of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied te brengen, aldus artikel 40, tweede lid, Geneesmiddelenwet. De rechtbank achtte overtreding van beide genoemde bepalingen bewezen. Zie ik het goed, dan is er weinig legaals meer mogelijk met ibogaïne. Ook het maken van reclame voor behandelingen met iboga/ibogaïne lijkt me verboden zolang voor deze middelen geen handelsvergunning is verleend (artikel 84 Geneesmiddelenwet).
Al de genoemde artikelen – 18, 40 en 84 – kunnen worden gehandhaafd door middel van bestuursrechtelijke sancties. Artikel 101 Geneesmiddelenwet bepaalt dat de minister van VWS – in de praktijk de IGZ – een bestuurlijke boete van maximaal 450.000 euro kan opleggen bij geconstateerde overtredingen. Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat ibogaïne een geneesmiddel is, zullen zich hier niet de problemen voordoen waardoor de juridische aanpak van HCG als afslankmiddel stokte (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat HCG geen geneesmiddel is). Waar strafrechtelijke procedures zoals die tegen de “heks van Kockengen” doorgaans lang duren en pas worden gestart als het kalf al verdronken is, kunnen bestuursrechtelijke boetes direct worden ingezet. Constatering van overtreding van een artikel in de Geneesmiddelenwet is voldoende om op te kunnen treden en lastige bewijsproblemen met betrekking tot opzet of causale verbanden doen zich niet of veel minder voor. Wie meent dat er nog muziek zit in de behandeling van verslaafden met ibogaïne, kan de minister verzoeken om een vergunning om het spul voor onderzoek te bereiden. Voorlopig lijkt het me verstandig zulke behandelingen zoveel mogelijk achterwege te laten, zeker als ze worden uitgevoerd door filmwetenschappers, omstreden psychiaters en medisch ongeschoolde natuurgenezeressen.
Borstomvang als marketinginstrument
De Chinese internetwinkel Alibaba komt voor de dag met het bizarre idee dat de borstomvang van hun vrouwelijke klanten hun koopgedrag voorspelt: ‘Earlier this summer, a group of data crunchers looking at underwear sales at Alibaba came across a curious trend: women who bought larger bra sizes also tended to spend more’. Is het terecht dat de internetwinkel zijn verkoopstrategie mede bepaalt op basis van deze ‘big data’? Data (feiten) zijn niet per sé hetzefde als informatie, en informatie leidt niet per sé tot een nieuw inzicht. Zonder een goede verklaring voor de data heeft Alibaba nog niet veel in handen. Dat legt een statisticus uit in dit artikel in thecrunch.com.
Veel pseudowetenschap beroept zich op toevallige en nietszeggende samenloop van gegevens. Een bekend voorbeeld van zo’n toevallige samenloop is de afname van de ooievaren-populatie in Nederland en de afname van het aantal geboren kinderen. Het is glashelder dat je op dit soort ‘samenhangen’ geen beleid kunt baseren. De kans is dan ook groot, dat de ‘big data’ van Alibaba geen echte informatie of inzichten bevatten maar berusten op toeval of anderszins irrelevant zijn. Maar geinig is het natuurlijk wel en het maakt verder duidelijk hoe het gesteld is met je privacy bij deze webwinkel. Via Dirk Koppenaal. GJvtL.