• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Wetenschap

Is een speciale hardloopschoen nodig?

16 December 2011 by Maarten Koller 6 Comments

Eerder dit jaar ben ik begonnen met hardlopen. Sinds mijn kinderjaren loop ik al op steunzolen dus ik wilde goede voorlichting. Ten eerste begon ik met het vernieuwen van mijn eigen oude steunzolen. De steunzool-expert drukte me op het hart om ‘echt goede schoenen te nemen’.

Dus een week of wat later ben ik naar een hardloopwinkel gegaan. Met speciale video opnamen werd er een schoen uitgekozen.

Is een speciale hardloopschoen nodig? 1
Ik ben een typische A

Omdat mijn voeten ontzettend doorzakken (over-proneren, zie deze link voor uitleg) was het nog best lastig om een goede schoen te vinden die mijn voet voldoende ondersteunde zodat ik tijdens het afwikkelen niet al te ver doorzakte.

Ik heb een stuk of 6 paar schoenen aangehad. Daarvan zaten er 5 lekker. Maar slechts 1 paar ‘anti-proneerde’ genoeg om mijn voet enigszins recht te doen blijven staan tijdens het afwikkelen. (Natuurlijk was dit ook het duurste paar).

Tevreden (en 130 euro lichter) liep ik de winkel uit.

Nu heb ik zojuist dit artikel gelezen, getiteld: Debunking the myth of specialized running shoes.

(Je snapt het al, ik zag ‘debunking’ en ‘myth’ staan, dus dat moest gelezen worden ;))

Specialized running shoes, designed to address different degrees of under- or overpronation, could indeed reduce the impact forces shooting up through the legs of runners in lab testing. In the United States, sales of these high-tech shoes jumped from 25 million pairs in 1988 to 40 million in 2009, and growth was similar in Canada.

But there was just one problem: Running injuries didn’t disappear. While reliable statistics are hard to find, it appears that levels of common running injuries, such as plantar fasciitis, Achilles tendinitis and runner’s knee, have stayed roughly constant.

Biomechanica-onderzoeker en co-directeur van het ‘Human Performance Lab’ van de Universiteit van Calgary, Dr. Benno Nigg, begon geleidelijk aan te realiseren dat het idee van ‘de juiste schoen’ misschien niet juist was.

Want hoewel studie na studie liet zien dat een schoen invloed had het opvangen van de schokken tijdens het lopen, kon niemand bewijs leveren dat deze invloed koppelde aan een toe- of afname in blessures.

Gelukkig bestaat er wetenschappelijk onderzoek.

In een grote test werden 81 vrouwen die 13 weken lang gingen trainen voor een halve marathon, verdeeld over drie groepen gebaseerd op voeten-type en aantal graden pronatie. Maar, in plaats van het geven van het ‘correcte’ schoenen-type, werden de vrouwen willekeurig drie typen schoenen toebedeeld: neutraal, stabiliteit of bewegingscontrole.

En dat maakte hoofdauteur Michael Ryan een beetje nerveus.

“We were a bit nervous, because … if you see someone who is highly pronated, putting them in a neutral shoe may be a recipe for causing more pain”.

Maar hij had zich geen zorgen hoeven te maken: Zesentwintig van de 81 vrouwen (32%) gaven aan blessures te hebben, maar er was erg weinig correlatie tussen voettype, schoentype en blessures.

In fact, subjects who received the “correct” shoe for their foot type were even more likely to get injured or report discomfort than those running in the “wrong” shoes. More than half of the subjects assigned to motion-control shoes – the heaviest and bulkiest category for severe pronators – reported injuries, including all five of those with highly pronated feet.

Wat is dan wél van belang? Volgens Dr. Nigg moeten we voornamelijk letten op comfort. Hij gaf 206 soldaten 6 verschillende zolen, en ze moesten degene gebruiken die ze het prettigste vonden zitten.

There was no apparent connection between the soldiers’ foot types and the inserts they chose, but the number of injuries dropped significantly.

Dr. Ryan agrees: “The shoe should feel balanced. If it’s over- or undersupported, your lower leg muscles will have to work harder, which will make it feel less comfortable.”

As buying advice goes, that may seem a bit vague, but at least it’s simple – and until further studies are completed, it’s the best we’ve got.

Lees hier het hele artikel.

Foto voorkant: mijn eigen hardloopschoen.

Filed Under: Wetenschap Tagged With: hardlopen, pronatie, schoen

Pas op: abstraheren is weglaten!

9 December 2011 by Pepijn van Erp 21 Comments

Pas op: abstraheren is weglaten! 2
abstraheren is een kunde

Abstractie is een belangrijk hulpmiddel om problemen aan te pakken. Door alles weg te laten wat er niet toe doet, blijft een veel eenvoudiger model over, waarmee je aan de slag kunt. Als je het goed toepast, komen de fundamentele structuren van een realistische situatie naar boven. Heel nuttig, want er is erg veel in onze wereld dat er niet toe doet als je een specifiek probleem wilt doorgronden.
Er zitten echter ook wat risico’s aan abstraheren. Je moet er natuurlijk wel zeker van zijn dat de zaken die je weg laat, er écht niet toe doen. Ik zal een paar voorbeelden geven waarin dit misgaat of waarin het onhandig is om te veel te schrappen.

Drie schakelaars en één lamp

Puzzeltje: “Stel er is een kamer in een flatgebouw op de derde verdieping met daarin één lamp. De lamp wordt bediend door één van drie schakelaars in de hal op de begane grond. Je moet erachter komen welke van de drie schakelaars dat is, maar je mag maar één keer naar boven lopen om te kijken, wat de lamp doet.” Ik ben verschillende versies tegengekomen van dit raadsel, ook versies met drie lampen in plaats van één. De oplossing komt echter telkens op hetzelfde neer.
Pas op: abstraheren is weglaten! 3

Voor velen is het niet zo eenvoudig op te lossen en dat komt meestal doordat ze er niet bij nadenken dat een lamp niet alleen maar ‘aan’ of ‘uit’ staat. Als je beseft dat een lamp behalve licht ook warmte geeft als ie aanstaat, is de oplossing niet meer zo moeilijk te vinden: je zet eerst schakelaar 1 om, wacht een poosje, zet schakelaar 1 uit en zet schakelaar 2 om, en dan loop je naar boven. Als de lamp brandt, is het schakelaar 2. Is de lamp uit, maar nog wel warm, is het schakelaar 1. En in het overblijvende geval (uit én koud) is het schakelaar 3.
De status van de lamp abstraheren tot een simpel ‘aan/uit’ is dus funest voor het vinden van de oplossing. Je kunt echter overdrijven met het in acht nemen van mogelijke andere factoren. Hilarisch is het fictieve interview “What would Feynman do?”.

Recent kwam ik de puzzel tegen op een site waarin het door ene Matthew Silverstone (auteur van het bijzonder vage ‘Blinded by Science’) aangevoerd word als argument om sceptici terecht te wijzen (die zouden namelijk niet verder kijken dan hun neus lang is). Die schrijver begrijpt zelf de puzzel niet helemaal of heeft het slordig van iemand anders overgeschreven. Hij lijkt het met twee keer op en neer lopen te moeten doen! In de vertaling bij Niburu is dat nog duidelijker te zien.
Het te snel verwerpen van mogelijke invloeden en dus met een te simpel model verder redeneren, speelt ook een rol bij de eerste kritiek op Mpemba door zijn leraren en klasgenoten (lees mijn eerdere stuk over het Mpemba-effect: Cool!).

Het gehavende schaakbord

Een andere puzzel waarin te rigoreuze abstractie het je lastig kan maken de oplossing te vinden is ‘the mutilated chessboard’ (bedacht door  Gamow & Stern in 1958). Je begint met een heel schaakbord en 32 dominostenen die ieder precies zo groot zijn als twee velden van het schaakbord. De eerste vraag is of je het schaakbord kunt bedekken met die 32 stenen. Dat is eenvoudig, je legt ze bijvoorbeeld in acht rijen van vier dominostenen zo over het hele bord.
Pas op: abstraheren is weglaten! 4Vervolgens zagen we de linkerbovenhoek en de rechterbenedenhoek van het bord af en vragen of je het overgebleven bord kan bedekken met 31 dominostenen. Dat blijkt na een beetje proberen een stuk lastiger. Sterker nog, snel krijg je het idee dat het helemaal niet kan! Maar bewijs dat dan maar eens. En dan gaat het vaak mis, ook bij slimme wiskundigen.
Ik heb hele mooie bewijzen voorbij zien komen, waarbij het schaakbord wordt voorgesteld als een matrix met 1’en en -1’en, de afgesneden hoekpunten kregen 0 als waarde. De som over de hele matrix is dan 2 (of -2) en er volgt een hele exercitie om aan te tonen dat elke toegelaten betegeling met blokjes van 2×1 die som niet verandert, etc. etc. …

Dat is een wel heel ingewikkelde manier om te zeggen dat een dominosteen telkens één wit en één zwart veld bedekt en dat het gehavende schaakbord meer zwarte dan witte velden heeft overgehouden, omdat we er twee witte velden afgezaagd hebben. Wat je ook probeert, er blijven steeds twee zwarte velden meer onbedekt dan witte.
Op zich doet natuurlijk alleen de vorm van het gehavende schaakbord ertoe, maar wegdenken van de veldkleuring maakt het je lastiger de oplossing te vinden. Overigens lukt het, als je willekeurig twee verschillend gekleurde velden verwijdert, wél altijd (Stelling van Gomory).

Proefpersonen blijken vaker niet zo principiële vegetariërs te zijn!?

Door cijfers alleen als cijfers te bekijken en niet meer te relateren aan waar ze vandaan komen, kun je jezelf ook makkelijk voor de gek houden. Een voorbeeld waarbij ik hier zelf tegen aanliep, is het inmiddels beruchte vleesonderzoek van Stapel, Vonk en Zeelenberg. Toen het persbericht daarover uitkwam, had ik meteen m’n bedenkingen en dat werd sterker toen ik het blog van wetenschapsjournalist Arno van ‘t Hoog las met daarin wat cijfers waarop de uitspraken gebaseerd waren (‘zouden zijn’ moet ik eigenlijk schrijven, maar dit was nog een week voordat de fraude van Stapel naar buiten kwam).
Mijn ‘niet-pluis-gevoel’ werd bevestigd, toen ik van die journalist het pdf-je kreeg met de tabellen van de resultaten van het onderzoek. Eigenlijk wilde ik alleen maar de abstracte percentages terugrekenen naar wat minder abstracte echte getallen om te kijken of het een en ander niet met verkeerde statistische toetsen was berekend.

Pas op: abstraheren is weglaten! 5
tabellen met onmogelijke percentages (klik voor grote weergave)

De tabellen waren op zijn minst slordig overgenomen, getallen verkeerd afgerond, ofzo. Mijn rekenkundige bevindingen staan in een later stuk op de website van Arno van ‘t Hoog.

Van Erp: “Er even van uitgaande dat de twee groepen uit 16 personen bestaan leidt 44 procent mooi tot 7,04 dus zullen er 7 van de 16 voor het vleesmenu gekozen hebben. Maar die 15 procent kan ik niet goed terugrekenen 15 procent van 16 =2,4. Als de echte waarde 2 is zou het 13 procent moeten zijn en als het 3 is 19 procent.”
“Vijftien procent kan niet optreden als uitkomst. Oorzaak? Wellicht is de verdeling niet 16-16. Je kunt een iets betere fit krijgen met 18 in de Crisis-groep (8 moeten dan vleesmenu kiezen = 44 procent) en 14 in de neutrale groep (2 het vleesmenu, maar dat zou 14% opleveren). Vreemd dus.”

Ik was overigens niet de enige die dit was opgevallen in de week voor de affaire Stapel losbarstte: Jan van Rongen, die o.a. schrijft op foodlog.nl was de eerste die het openlijk opschreef. Op zijn (latere) weblog is meer te lezen over zijn rekenwerk.

Met betrekking tot het thema abstractie is er echter wel meer op te merken over dit ‘onderzoek’. Ik vond het verbazingwekkend dat er zo makkelijk conclusies werden getrokken uit de keuzes die de proefpersonen gemaakt zouden hebben. De bedoeling was o.a. om twee groepen personen te testen op hun voorkeur voor ‘vlees’ na al dan niet onzeker gemaakt te zijn. Die voorkeur werd getest door ze een keuze te laten maken uit een menu met drie maaltijden, één met vlees, één vegetarisch en één met vis. De proefpersoon moest bedenken dat hij in een restaurant zat en één van drie opties kiezen.

Pas op: abstraheren is weglaten! 6
Het menu met drie keuzen (klik voor grote weergave)

Lijkt nog redelijk, totdat je er wat beter over nadenkt: ik ken geen restaurant met een menu met maar drie keuzes die als plaatje worden aangeboden. Hoe realistisch is ‘t dan te stellen dat je je moet voorstellen dat je op zo’n manier een menukeuze aangeboden krijgt in een restaurant. Is de opzet al niet te abstract gemaakt?
Als je trouwens de opzet en (fictieve) resultaten heel nuchter bekijkt, zou je misschien eerder moeten concluderen dat ‘onzekere gemaakte personen vaker het bovenste plaatje kiezen’. Om uit te sluiten dat het daaraan ligt, hadden ze proefpersonen menu’s moeten aanbieden met de gerechten in verschillende volgordes.
Mijn suggestie aan onderzoekers, die het misschien toch nog eens écht willen uitvoeren, is om met een echt (uitgebreid) menu te werken. De keuzes van proefpersonen  zijn dan wel veel diverser, maar je kunt ze achteraf makkelijk indelen in ‘vlees’ en ‘niet-vlees’.

Pas toen ik heel wat van dit soort observaties opgeschreven had, viel het me op dat een 15% voorkeur voor ‘vlees’ in de neutrale groep eigenlijk volstrekt ongeloofwaardig is. Ook in de tweede test zou het in de neutrale groep maar 20% zijn. Zaten er wellicht buitensporig veel vegetariërs onder de testpersonen? En is het onderzoek dan helemaal niet representatief?
Je moet je bij zulke resultaten afvragen of  de onderzoeksopzet wel echt test wat je beoogd had. Misschien meet je eerder een toenemende tolerantie voor bruine jus als je mensen onzeker maakt. In ieder geval hadden alleen die cijfers al alarmbellen moeten doen afgaan bij Stapels mede-onderzoekers, Vonk en Zeelenberg. Maar dan moet je wel dus wel eerst je abstracte bril afzetten, terugzoeken wat de cijfers ook weer echt zouden moeten aanduiden en je niet blindstaren op het verschil dat mooi aansloot bij de verwachte uitkomst.

Filed Under: Algemeen, Wetenschap Tagged With: abstractie, diederik stapel, puzzels, vleesonderzoek

Phil Plait: hoe verdedig je de aarde tegen een astroïde?

3 December 2011 by Maarten Koller Leave a Comment

Phil ‘The Bad Astronomer’ Plait is naast astronoom ook een bekende skepticus. In bovenstaande TEDtalk-video legt hij uit dat de dinosauriërs toch echt een hele vervelende dag hadden toen de aarde geraakt werd door een grote astroïde en wat wij kunnen doen mocht het weer dreigen te gebeuren.

Hoewel de dreiging van Elenin ‘gelukkig’ voorbij is, staat 2012 over een klein maandje al op de stoep en iedereen kent de verhalen daarover natuurlijk. Gelukkig hebben we de wetenschap om ons te beschermen… en te beseffen dat de verhalen onzin zijn ;).

Maar de dreiging van een astroïde is er daadwerkelijk. Dus steun uw lokale ruimteprogramma!

Filed Under: Skeptische TV, Wetenschap Tagged With: astroide, bad astronomer, dinosauriers, phil plait

Cool!

29 November 2011 by Pepijn van Erp 39 Comments

Cool! 7Misschien heb je wel eens gehoord dat je beter heet water kunt gebruiken om ijsblokjes te maken. Heet water zou sneller bevriezen dan koud water. Als je er even over nadenkt, klinkt dit nogal ongeloofwaardig. Het hete water moet immers eerst afkoelen tot de temperatuur van het koude water. Dat duurt natuurlijk even en vervolgens moet het nog bevriezen. Dat laatste traject zal toch wel even snel verlopen met dat ‘afgekoelde’ water als met het water dat die temperatuur al had, of niet soms?

Er blijkt echter toch wat meer aan de hand te zijn. Al eeuwen lang wordt het fenomeen van sneller bevriezen van heet water opgemerkt. Bij Aristoteles is het te vinden en veel later ook bij Descartes en Bacon. Blijkbaar was het een redelijk bekend fenomeen, maar nooit goed onderzocht.

Wetenschappelijke bijdrage vanuit Donker Afrika

Het kwam pas weer echt onder de aandacht van de wetenschappelijke wereld in 1969 door de publicatie van een artikel van Erasto Mpemba en Dr. Denis G. Osborne onder de titel ‘Cool?’. Zeker één van de coolste titels van een wetenschappelijke publicatie! Het artikel gaat over de ontdekking van de Tanzaniaan Erasto Mpemba die in 1963 op 13-jarige leeftijd constateerde dat zijn warme ijsmengsel sneller bevroor in de vriezer dan het mengsel van een vriendje dat er koud in gezet was. Mpemba beschrijft die ontdekking als volgt:

In 1963, when I was in form 3 in Magamba Secondary School, Tanzania, I used to make ice-cream. The boys at  the school do this by boiling milk, mixing it with sugar and putting it into the freezing chamber in the refrigerator, after it has first cooled nearly to room temperature. A lot of boys make it and there is a rush to get space in the refrigerator.

One day after buying milk from the local women, I started boiling it. Another boy, who had bought some milk for making ice-cream, ran to the refrigerator when he saw me boiling up milk and quickly mixed his milk with sugar and poured it into the ice-tray without boiling it; so that he may not miss his chance. Knowing that if I waited for the boiled milk to cool before placing it in the refrigerator I would lose the last available ice-tray, I decided to risk ruin to the refrigerator on that day by putting hot milk into it. The other boy and I went back an hour and a half later and found that my tray of milk had frozen into ice-cream while his was still only a thick liquid, not yet frozen.

Dr. Osborne, een docent in Dar es Salaam, kwam langs op de school van Mpemba voor een lezing en nam zijn verhaal serieus. Door zelf te experimenteren stelde hij vast dat er wel degelijk iets aan de hand was en nam initiatief tot het schrijven van het artikel samen met Mpemba.

Wetenschappelijk onderzoek

Er is sindsdien wel verder onderzoek naar gedaan en het Mpemba-effect blijkt echt te bestaan! Of het optreedt valt echter moeilijk te voorspellen, het hangt nogal af van de omstandigheden. De volgende effecten zouden namelijk allemaal een bijdrage kunnen leveren (o.a te vinden in een artikel van Monwhea Jeng):

1. verdamping: heet water verdampt meer en dus zal er uiteindelijk minder water hoeven te bevriezen.

2. rol van opgeloste gassen: in het hete water zit minder opgelost gas, maar hoe dat een verschil zou kunnen verklaren is niet zo duidelijk.

3. convectie: heet water geeft sneller hitte af en door convectie zou de temperatuur van toplaag in de hetere vloeistof ook hoog blijven. In de hete vloeistof ontstaat er een groter temperatuurverschil tussen bodem en oppervlakte.

4. geleiding: hete samples kunnen afhankelijk van de containers een andere geleiding veroorzaken met de omgeving. Een warm bekerglas kan de dunne ijslaag op de bodem van het vriesvak doen smelten, waarna er direct contact is tussen glas en de wand van het vriesvak.

5. isolatie: bij koude samples zou er eerder een ijskorst ontstaan bovenop de vloeistof, die isolerend zou kunnen werken voor de vloeistof eronder.

6. superkoeling: water bevriest niet zomaar bij 0°C, om ijskristallen te vormen zijn nucleatiekernen nodig. Bij afwezigheid van die kernen kan de temperatuur ver onder nul dalen (volgens laatste theorie tot wel -48°C!) , voordat ijsvorming optreedt. Het zou kunnen dat er een verschil is in de mate waarin superkoeling optreedt bij koude en opgewarmde vloeistoffen.

Dat fenomeen van superkoeling toont ook aan dat je niet zo makkelijk kunt vaststellen wanneer water bevroren is. En wat neem je eigenlijk aan als moment van bevriezen? Het onstaan van het eerste ijskristal? Of moet het duidelijk zijn dat de hele vloeistof door en door vast is geworden?

In het recente A Search for the Mpemba effect: When hot water freezes faster then cold water, James D. Brownridge (2010) worden de mogelijke oorzaken van het Mpemba-effect op een systematische manier onderzocht. Een belangrijk probleem bij eerdere onderzoeken was dat het nogal wat uitmaakte waar je sensoren plaatst om de bevriezing vast te stellen.

Cool! 8
Temperatuurverloop van Brownridges experimenten

Brownridge doet het net wat anders: hij stelt vast wanneer de latente warmte vrijkomt. Doordat de watermoleculen zich bij het bevriezen vastnestelen in een kristalrooster, verliezen ze bewegingsvrijheid en moet er energie aan de omgeving afgestoten worden. De afbeelding hiernaast illustreert een van de typische temperatuurverlopen van de experimenten van Brownridge.

Ik ben wel onder de indruk van de aanpak. Brownridge is er dan ook jaren mee bezig geweest. Het artikel is gepubliceerd in januari van dit jaar (‘When Does hot water freeze faster then cold water? A search for Mpemba Effect’, American Journal of Physics, January 2011, Volume 79, Issue 1) maar tot die definitieve versie heeft niet iedereen toegang en de plaatjes zijn er trouwens ook minder fraai in.

De conclusie is dat het Mpemba-effect op kán treden ten gevolge van superkoeling:

Hot water will freeze before cooler water only when the cooler water supercools, and then, only if the nucleation temperature of the cooler water is several degrees lower than that of the hot water. Heating water may lower, raise or not change the spontaneous freezing temperature.

Als omstandigheden van de hete en koude samples niet precies gelijk blijven, kunnen ook de andere genoemde effecten een rol gaan spelen. Of hiermee het laatste woord gezegd is over het Mpemba-effect?

Het blijft onduidelijk of er condities zijn waarbij het opwarmen van een vloeistof de temperatuur waarbij die spontaan bevriest zou kunnen verhogen. In het artikel wordt wel het omgekeerde aangetoond: dat verhitten van water (van verse sneeuw) de spontane bevriezingstemperatuur kan verlagen (waarschijnlijk doordat nucleatiekernen worden afgebroken). Dat het Mpemba-effect kan optreden als je met exact dezelfde vloeistoffen start (waarvan je dus één sample verhit) en de condities goed onder controle houdt, is onwaarschijnlijk.

Nog steeds scepsis

Als je kijkt op de discussiepagina bij het Mpemba-artikel op Wikipedia, valt op dat het nog steeds niet zo maar geaccepteerd wordt. Ook op een site als Museum of Hoaxes kwam ik het ongeloof erin tegen. Tot zijn ontmoeting met Osborne werd Mpemba ook volstrekt niet serieus genomen door zijn leraar en medeleerlingen. Die zetten indertijd zijn ontdekking schertsend weg als ‘Mpemba physics’. De bijdrage van Mpemba aan de natuurwetenschap is eerder te danken aan zijn eigenwijsheid en doorzettingsvermogen dan aan geniaal inzicht.

Natuurlijk komen we ook lieden tegen die het effect (en de aanvankelijke scepsis van de wetenschap erover) omarmen om hun eigen rare ideeën plausibeler te laten klinken. Sommige homeopaten halen het aan als iets dat hun theorie over geheugen van water zou ondersteunen. Maar erg vaak kom ik het niet tegen, dan blijven kwantumeffecten toch populairder.

Leuk experiment

Ik kwam het volgende leuke filmpje tegen waarin aangetoond wordt dat heet water onder bepaalde omstandigheden inderdaad sneller bevriest. Misschien leuk om te proberen als we weer zo’n koude winter krijgen.

Het is in een heel andere setting dan door Mpemba beschreven. Die zal ook niet zo snel de omstandigheden van -26 °C in Tanzania hebben aangetroffen. Hier is echter toch wat anders aan de hand, lijkt me. De ijswolk die ontstaat bij het bijna kokende water is zo fijn, dat het eerder waterdamp is, die desublimeert (verrijpt). De bijna kokende vloeistof zal door het in de vriesdroge lucht te werpen, misschien lokaal de lucht oververzadigen met waterdamp, die dan meteen in fijne ijskristallen neerslaat. Met het Mpemba effect heeft het niet zoveel te maken, denk ik.

Cool! 9
Enige foto die van Mpemba te vinden was

Wat is er intussen van Mpemba geworden?

Geen carrière in de natuurwetenschap. Ten tijde van het opstellen van het artikel dat zijn naam voor altijd(?) koppelt aan het beschreven effect, volgde hij een opleiding in Wildlife Management. In die business (in Tanzania vermoedelijk wat belangrijker dan de wetenschap), maakte hij een mooie carrière door. In 2002 nam hij afscheid als Principal Game Officer en ging vermoedelijk met pensioen.

Voor zover ik kon nagaan, heeft hij verder nooit meer wat op natuurkundig gebied gedaan. Zelf was hij ook wat cynisch over zijn bijdrage aan de wetenschap, misschien omdat hij, volgens Osborne, niet zo best scoorde bij zijn natuurkunde-eindexamen.

Cool! 10In Tanzania zelf is hij ook niet zo bekend geworden, want ik vond maar weinig Tanzaniaanse bronnen. En dat terwijl het Mpemba-effect misschien wel het enige verschijnsel in de natuurwetenschappen is dat de naam van een Afrikaan van beneden de Sahara heeft gekregen! Hoog tijd dat iemand er ook in de Swahili-Wikipedia een artikel aan wijdt (mijn eigen kennis van Kiswahili is er niet goed genoeg voor, helaas).

Voor de muziekliefhebbers heb ik nog een band met de naam ‘Mpemba Effect’ in de aanbieding, die Afrikaanse Loungemuziek maakt. Helpt misschien als rustgevend achtergrondmuziek bij het doorlezen van het artikel van Brownridge.

Filed Under: Wetenschap Tagged With: ijs, mpemba, mpemba effect, Tanzania, water

James Randi test een wichelroedeloper

26 November 2011 by Maarten Koller 7 Comments

Dit is een oud fragment uit een tv-show van James Randi waarin hij bijzondere claims test. In de onderstaande via test hij een wichelroedeloper:

De wichelroedeloper laat eerst zien dat zijn wichelroede een duidelijke uitslag geeft bij de steentje in de doos. Let wel: hij weet hier zelf al het antwoord.

De duidelijke uitslag van de wichelroede wordt veroorzaakt door het ideomotoreffect. Er zijn allerlei websites die dit psychologische effect omschrijven, ik citeer hier de Wikipediapagina ‘ideomotorisch effect‘:

Het ideomotorisch effect is het psychologisch fenomeen dat mensen spierbewegingen maken nadat ze deze onbewust bij anderen hebben waargenomen of doordat ze er onbewust aan denken. Het ideomotorisch effect verklaart de werking van vermeend paranormale of bovennatuurlijke zaken zoals het Ouijabord, automatisch schrift, de wichelroede en telekinese. Beoefenaars van deze paranormale bezigheden menen vaak – ten onrechte – dat de geproduceerde bewegingen afkomstig zijn van een kracht buiten henzelf. Ideomotorische effecten komen ook voor bij het televisiekijken, mensen die actief meeleven met hun favoriete sporter vertonen spierspanning in dezelfde spieren als de sporter.

(…)

Wetenschappelijke tests door onder meer Michael Faraday, Michel Chevreul, William James en Ray Hyman hebben aangetoond dat allerlei fenomenen die dikwijls worden toegeschreven aan spirituele of paranormale krachten of “energieën”, feitelijk veroorzaakt worden door het ideomotorisch effect. De tests tonen verder aan dat “eerlijke, intelligente mensen onbewust musculaire activiteit vertonen die consistent is met hun verwachtingen” (Hyman 1999).

In de test scoort de wichelroedeloper precies volgens kans (een willekeurig iemand uit het publiek had het net zo goed gedaan). Daarmee is dus geen bewijs gevonden dat deze man kan wat hij zegt te kunnen, of dat een wichelroede kan werken. Helaas. Op naar de volgende wichelroedelopers.

Filed Under: Kort, Paranormaal, Skepticisme, Skeptische TV, Wetenschap Tagged With: ideomotor effect, james randi, wichelroede

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 26
  • Page 27
  • Page 28
  • Page 29
  • Page 30
  • Interim pages omitted …
  • Page 40
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
Abonnement Skepter nu gratis voor studenten
8 July 2026 - Ward van Beek

. Stichting Skepsis heeft als doel buitengewone beweringen aan een kritisch onderzoek te onderwerpen en daarover te publiceren. Al sinds 1987 ontvangen ongeveer 2800 donateurs en abonnees een aantal keer per jaar het tijdschrift Skepter waarin deze onderwerpen en uitkomsten van…Lees meer Abonnement Skepter nu gratis voor studenten › [...]

‘Je wil niet dat mensen doorschieten en alles in twijfel trekken’
8 July 2026 - Ward van Beek

. Sociale media zijn zorgelijk als het gaat om misinformatie, merkt onderwijswetenschapper Eva Janssen van de Universiteit Utrecht op. Toch blijken mensen met het juiste duwtje in de rug verrassend goed in staat om misinformatie te herkennen. Janssen spreekt op…Lees meer ‘Je wil niet dat mensen doorschieten en alles in twijfel trekken’ › [...]

In de fuik van fabel en fictie – inzichten in mis- en desinformatie
18 April 2026 - Ward van Beek

‘De Fuik’, Paulien Valk, Texel Het Skepsiscongres 2026, op 31 oktober a.s., in Congrescentrum de Eenhoorn in Amersfoort, heeft dit jaar als thema: “In de fuik van fabel en fictie – inzichten in mis- en desinformatie.” De titel spreekt voor…Lees meer In de fuik van fabel en fictie – inzichten in mis- en desinformatie › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

“Naturopathic Medicine” in Crisis
7 July 2026 - Jann Bellamy
“Naturopathic Medicine” in Crisis

A scathing federal assessment, foundering naturopathic programs, poor job prospects, abysmal earnings, and staggering student debt pose threats to the future of “naturopathic medicine”. The post “Naturopathic Medicine” in Crisis first appeared on Science-Based Medicine. [...]

“Abolish the NIH”? Dr. Scott Atlas gives the antiscience game away
6 July 2026 - David Gorski
“Abolish the NIH”? Dr. Scott Atlas gives the antiscience game away

Dr. Scott Atlas, a senior fellow at the right wing think tank Hoover Institution who came to prominence as a COVID contrarian, recently wrote an op-ed advocating the elimination of the National Institutes of health and leaving the funding biomedical research to the "free market." These are the "ideas" animating this administration's science policy. The post “Abolish the NIH”? Dr. Scott Atlas gives the antiscience game away first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Dr. Joseph Marine: Defend Your Article “Why Doctors Should Learn to Stop Worrying and Love MAHA”.
5 July 2026 - Jonathan Howard
Dr. Joseph Marine:  Defend Your Article “Why Doctors Should Learn to Stop Worrying and Love MAHA”.

You owe it to Sensible Medicine readers to simultaneously to acknowledge the state of STEM under MAHA and argue that you were right about it. The post Dr. Joseph Marine: Defend Your Article “Why Doctors Should Learn to Stop Worrying and Love MAHA”. first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Klaas van Dijk
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @Renate1 en @Hans1263, ook ik had tot het verhoor door de PEC nog nooit van deze Romy Quint gehoord. Haar
  • Hans1263
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @Klaas van Dijk Ik zie dat de mij onbekende mw. Quint van "Vrouwen voor Vrijheid" is en eerder als stewardess
  • Renate1
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    Tja, als we elk warhoofd moeten uitnodigen voor de Parlementaire enquête commissie, dan kunnen we Willem Engel ook wel uitnodigen.
  • Klaas van Dijk
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    Op https://archive.ph/yD1Ds staat een openbare oproep van Romy Quint, een antivaxxer die onlangs is gehoord door de Parlementaire enquête co
  • Hans1263
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @Renate Ik heb vandaag wel weer genoeg braakverwekkende corruptie, bedrog en leugens voorbij zien komen. Trump, Infantino, le Pen, Farage

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in