• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Skeptisch over seks – TAM 2013

15 February 2014 by Pepijn van Erp Leave a Comment

Op het jaarlijkse skeptische congres van de James Randi Educational Foundation (JREF) onder de naam The Amaz!ng Meeting geven talloze skeptici presentaties. Van TAM 2013 (‘Fighting the Fakers’) zijn er intussen een aantal verschenen op het YouTube kanaal van JREF. Vandaag aandacht voor de presentatie van Marty Klein – ‘Junk Science, Moral Panics, and Sex’. 

Klein heeft jarenlange ervaring als therapeut voor huwelijks- en familieproblemen en is ook een sekstherapeut. Hij heeft een aantal boeken op zijn naam staan waarin hij mythes rondom seksualiteit doorprikt. De onderwerpen in de presentatie zullen misschien niet allemaal als relevant voorkomen, de situatie in de Verenigde Staten is immers behoorlijk anders dan bij ons. In West Europa gaan we over het algemeen wel iets minder geforceerd om met seksualiteit. De mythes die aangehaald worden, hoor je echter ook in Nederland wel vanuit conservatieve of gelovige hoek.

Het gaat onder andere over vermeende relaties tussen seksuele losbandigheid (in de vorm van makkelijk verkrijgbare pornografie bijvoorbeeld) en allerlei ellende in de samenleving, ‘seksverslaving’, de promotie van seksuele onthouding tot het huwelijk als middel om ongewenste zwangerschap of geslachtsziektes te voorkomen en weerstand tegen de HPV vaccinatie.

Marty Klein – Junk Science, Moral Panics, and Sex – TAM 2013

Het verhaal van Klein legt de schuld voor alles wat mis is misschien wel een beetje makkelijk bij religieus rechts. Vanuit linkse of feministische hoek gaan er bijvoorbeeld ook stemmen op om prostitutie te verbieden vanwege de mensenhandel, die ermee gepaard gaat. Iemand wrijft Klein in de commentaren op YouTube aan dat hij het probleem van mensenhandel zou bagatelliseren door te stellen dat heel veel mensen die werkzaam zijn in de seksindustrie dat geheel vrijwillig doen. Maar hier zien we volgens mij toch een typisch voorbeeld van hoe snel de discussie over dit onderwerp ontspoort als je niet goed naar elkaar luistert. Klein zegt dat het probleem van mensenhandel in de seksindustrie in de Verenigde Staten wordt overdreven door ‘antiseksactivisten’ door er van alles bij te tellen , maar zegt niet dat het probleem an sich niet bestaat en zeker niet dat het ook buiten de Verenigde Staten zo is.

Website van Marty Klein

Filed Under: Skepticisme Tagged With: Marty Klein, mythes, seks, seksualiteit, TAM 2013, Verenigde Staten

Oplichting met levensenergie

12 February 2014 by Martin Bier 96 Comments

We hebben het allemaal wel eens gezien. Een foto van een persoon die is omgeven door een aura. Met het aura zou het gaan om heuse “levensenergie.” “Kirlianfotografie” zou dit aura zichtbaar maken. Edoch, er is niets bovennatuurlijks aan de hand. De natuurkunde van de Kirlianfotografie is niet geheimzinnig. Maar er bestaan helaas nog veel misverstanden over aura’s en Kirlianfotografie. 

Een opstelling voor het maken van Kirlianfoto's.
Een opstelling voor het maken van Kirlianfoto’s.

De technologie rondom de wisselspanning werd ontwikkeld aan het eind van de 19e eeuw. Het opzetten van elektrische netwerken maakte onderdelen als weerstanden, condensatoren, spoelen, batterijen, etc. al snel tot gemeengoed. Met gemakkelijk verkrijgbare elektronische onderdelen en een fotografische plaat is een opstelling als hiernaast snel gebouwd.

Oplichting met levensenergie 1
Kirlianfotografie
(foto: Thomas.Wedekind | Wikimedia Commons)

Een metalen plaat staat onder de elektrische wisselspanning van de spanningsbron. De frequentie is minstens honderd maal zo hoog als de 50 Hz van het lichtnet. Het voltage is bijna duizend maal zo hoog als de 220 volt van het lichtnet. Bovenop de metalen plaat bevindt zich een elektrisch isolerende plaat. Daarbovenop ligt het af te beelden voorwerp en boven of onder dat voorwerp ligt de fotografische plaat. Het voorwerp is elektrisch geaard. Alles speelt zich af in een donkere kamer.

Wanneer het voorwerp in de opstelling is blootgesteld aan het sterke elektrisch veld dat van de koperen plaat af komt, dan er wordt een aantal elektronen en ionen weggerukt uit dat voorwerp. In de lucht rondom het voorwerp botsen die elektronen en ionen vervolgens met luchtmoleculen, maar uiteindelijk voegen elektronen, ionen en luchtmoleculen zich weer samen. Bij dat samenvoegen komt energie vrij in de vorm van licht.  De lucht rondom het voorwerp wordt dan een soort lichtbron en op de fotografische plaat zie je derhalve een kransje van licht rondom het voorwerp. Elektrische velden zijn het sterkst waar de hoeken van het voorwerp het scherpst zijn en daar ziet men dan ook het meeste licht. De foto’s zijn vaak erg fraai.

Oplichting met levensenergie 2
Coronoa-otnlading rondom isolator van hoogspanningslijn
(foto: Nitromethane | Wikimedia Commons)

Het proces wordt corona ontlading genoemd en het is een wijdverbreid fenomeen. Met het onder zeelieden bekende Sint-Elmusvuur gaat het bijvoorbeeld om corona ontlading. Hoogspanningskabels staan vaak onder voltages van tegen een kwart miljoen volt. Afhankelijk van de atmosferische omstandigheden kunnen ze een belangrijk deel van de getransporteerde energie verliezen door corona ontlading (zie foto).

De eerste Kirlianfoto’s werden eigenlijk al 40 jaar voor Kirlian gemaakt. Veel artikelen melden dat de Poolse arts Jakub Jodko-Narkiewicz aan het eind van de 19e eeuw Kirlianfoto’s getoond zou hebben op tentoonstellingen in Parijs en Moskou.

Semjon Davidovitsj Kirlian was een elektriciën uit Krasnodar die aan het eind van de jaren 30 als hobbyist intensief met deze vorm van fotografie begon te experimenteren. Professionele wetenschappers raakten in eerste instantie maar langzaam geïnteresseerd. Het was pas omstreeks 1960 dat kranten en populaire wetenschapsbladen in de Sovjet Unie artikelen begonnen te publiceren over het onderwerp. Er kwam toen al snel een ware rage op gang. Grootschalig onderzoek begon er daar toen ook naar mogelijke toepassingen in de medische diagnose.

Het duurde een jaar of tien voordat de rage overwaaide naar de Westerse wereld. In 1970 publiceerden Lynn Schroeder en Sheila Ostrander een geruchtmakende boek, Psychic Discoveries Behind the Iron Curtain. Het boek maakte indertijd veel los omdat het Westen een onrustbarend grote achterstand zou hebben opgelopen in het onderzoek naar paranormale verschijnselen. In Tsjecho-Slowakije zouden Schroeder en Ostrander, bijvoorbeeld, een “psychotronische generator” hebben gezien waartegen geen artillerie of straaljager bestand zou zijn. Zaken als “Pyramid Power” (het verhaal over de scheermesjes die weer scherp worden na een nacht onder een piramide) en Kirlianfotografie werden uitgebreid behandeld in het boek en besproken in interviews op televisie.  Voor veel Westerlingen was dit de eerste kennismaking met die onderwerpen. De parapsychologe Thelma Moss, hoofd van het Neuropsychiatric Institute aan UCLA, ondernam vervolgens ook bedevaarten naar de Sovjet Unie en schreef er twee boeken over: The Probability of the Impossible: Scientific Discoveries & Explorations in the Psychic World (1974) en The Body Electric: A Personal Journey into the Mysteries of Parapsychological Research, Bioenergy and Kirlian Photography (1979). Invloedrijk was verder een boek met een aantal artikelen die waren samengebracht door Stanley Krippner en Daniel Rubin: The Kirlian Aura –  Photographing the Galaxies of Life (1974). In geen van deze boeken was er ook maar de schijn van een poging tot natuurkundige uitleg. Kirliaanse aura’s werden besproken in termen van bioplasma’s en astrale lichamen.

Boek uit 1974 over Kirlianfotografie. Ondanks dat de samenstellers academici zijn is de benadering van het verschijnsel vooral een occultistische.
Boek uit 1974 over Kirlianfotografie. Ondanks dat de samenstellers academici zijn is de benadering van het verschijnsel vooral een occultistische.

De paranoia van de Koude Oorlog is inmiddels grijs verleden, maar de paranormale gemeenschap heeft z’n fascinatie met Kirlianfotografie nooit verloren.

Zoals reeds eerder gezegd zijn de materialen voor Kirlianfotografie goedkoop en is de procedure gemakkelijk uitvoerbaar. Met een werkende opstelling zijn er vervolgens veel grootheden (frequentie, voltage, samenstelling van de lucht, etc.) die men kan variëren om tot een iets andere afbeelding te komen. Er is veel op die manier geëxperimenteerd. Wilde claims zijn er gedaan over hoe met Kirlianfoto’s fysieke en psychologische aandoeningen vastgesteld zouden kunnen worden nog voordat die aandoeningen symptomatisch zijn. Hier is echter nooit iets van overeind gebleven. Na de vinding van Wilhelm Röntgen in 1895 duurde het maar een paar maanden voordat röntgenfoto’s door de medische stand gebruikt werden voor het bekijken van gebroken botten en het zoeken naar, bijvoorbeeld, kogels in lichamen. Maar ook na een halve eeuw naarstig speuren is er voor Kirlianfotografie geen zinvolle medische toepassing ontwikkeld.

De adepten van het bovennatuurlijke vertellen graag over hoe een vers boomblad omgeven is door een helder Kirliaans aura en hoe dit aura een stuk minder is bij een verwelkend boomblad. Bij een dood boomblad zou er uiteindelijk bijna niets meer te zien zijn. Het zou hier gaan om een manifestatie van de wegebbende “levensenergie.” Het op die manier postuleren van een occult “élan vital” is natuurlijk een beetje kort door de bocht. De natuurkundige waarheid is eigenlijk heel erg voor de hand liggend. Een helder Kirliaans aura krijg je als je voorwerp een goede elektrische geleider is. Goede elektrische geleiding houdt in dat elektronen en/of ionen makkelijk bewegen binnen het voorwerp. Het water met opgeloste ionen waar levend weefsel voor het grootste deel uit bestaat is een heel goede geleider. Het verwelken van een boomblad gaat doorgaans gepaard met uitdroging.

Heel halsstarrig is ook het broodjeaapverhaal over het fantoomledemaat dat met Kirlianfotografie zichtbaar gemaakt zou kunnen worden. Scheur een stuk van een boomblad af en daar waar het afgescheurde deel zich bevond zou een heel helder aura op de Kirlianfoto te zien blijven. Dit gebeurt inderdaad wanneer je van een volledig blad een Kirlianfoto maakt en als je dan vervolgens, zonder het blad van de isolerende plaat weg te halen, een stuk van het blad wegsnijdt en dan weer een foto maakt. Ook hier is de verklaring eenvoudig. Er is vocht achtergebleven waar het stuk blad is weggesneden. Bladeren zijn altijd een beetje vochtig en er is maar weinig vocht nodig om een lichtbron te vormen in de Kirlianfotografie. Het elektrisch veld onttrekt ook nog eens vocht aan het blad, dus dat komt daar nog bij. Verder gaan er kleine bliksemschichtjes door de isolerende plaat bij een hoog elektrisch voltage. Zulke bliksemschichtjes creëren permanente poriën in de isolerende plaat en als er opnieuw een elektrisch veld wordt aangelegd dan vinden ontladingen bij voorkeur weer plaats via die poriën. Wie dit experiment goed uitvoert en het verminkt blad weer gewoon op een nieuwe, schone en droge isolerende plaat fotografeert, die ziet helemaal niets.

Oplichting met levensenergie 3
Het laten nemen van dit soort foto’s is vaste prik op paranormaalbeurzen.
(foto: Aysel pekersoy | Wikimedia Commons)

En hoe zit het dan met foto’s als van die dame hiernaast? Op iedere paranormaalbeurs is er wel een stand te vinden waar je je zogenaamde Kirlianaura op die manier kunt laten fotograferen. Ze zetten je tegen een zwarte achtergrond en soms geven ze je zelfs een elektrisch doosje in je hand dat met de camera verbonden is. Het gaat hier echter niet om Kirlianfotografie. Het is een gewone foto en LED lichtjes in de camera zijn verantwoordelijk voor het auralicht. Omdat die lichtjes heel erg uit focus zijn ziet het er allemaal erg wazig uit. Dit soort camera’s is te koop op het internet. Zolang als de uitbater van de stand niet weet dat dit helemaal niets met Kirlianfotografie heeft te maken, zolang pleegt hij, juridisch gezien, geen fraude. Maar opgelicht, zowel letterlijk als figuurlijk, word je als beursganger natuurlijk wel!

Zie ook het Skepterartikel Aura’s in het blikveld – Onderzoek naar kleurrijke ervaringen van Rob Nanninga (Skepter 16.3, 2003)

Filed Under: Pseudowetenschap Tagged With: aura's, Kirlianfotografie, onzinnige apparaten, paranormaal, straling, wetenschap, wetenschappelijke fraude

Creationismedebat tussen Bill Nye en Ken Ham

8 February 2014 by Pepijn van Erp 19 Comments

Wetenschappers moeten niet voor publiek debatteren met creationisten. Dat kan alleen maar onterechte geloofwaardigheid geven aan een standpunt dat volkomen in strijd is met van alles dat wetenschappelijk geaccepteerd is. Voor de wetenschap valt er niets te winnen in zo’n debat. Dat is in het kort een breed gedragen standpunt dat met name bekend is geworden door de uitleg van Richard Dawkins. Geen wonder dat er meteen discussie losbarstte toen bekend werd dat ‘Science Guy’ Bill Nye op 4 februari in debat zou gaan met Ken Ham, nota bene in diens Creation Museum. Sommigen waren zelfs bezorgd of Nye wel in staat zou zijn om voldoende weerwoord te geven. Was het een goede zet van Nye om de uitnodiging aan te nemen of heeft hij het kamp van de wetenschap en het gezonde verstand een slechte dienst bewezen? Oordeel zelf:

Voor wie niet het geduld heeft om het hele debat te bekijken, kan ook even snel een grappige samenvatting lezen, die wel duidelijk vanuit een skeptische perspectief is geschreven (een wat neutralere samenvatting staat hier). Won Nye het debat zoals Jerry Coyne in een artikel op New Republic stelt? Nou, op inhoud wel natuurlijk, althans voor wie de wetenschappelijke methode sowieso al wel zag zitten. Maar hoe zit het met het overtuigen van creationisten van hun ongelijk? Pas als je daar in slaagt, zou ik spreken van een echte overwinning. Overigens vonden andere creationisten, van de ID-soort, dat Ham hun zaak geen goed deed en moet Ham van de bekende televisie-evangelist Pat Robertson ook inbinden.

Shane Greenup (van rbutr.com) bekeek het debat en hem viel het op dat er zoveel veel mensen geïnteresseerd waren in het debat. Ruim een half miljoen mensen volgden het via de live-uitzending op YouTube en intussen hebben een al weer paar honderdduizend mensen het achteraf bekeken. Een uitgelezen kans om zo’n grote groep kennis te laten maken met de wetenschappelijke kijk op de zaak. Maar Nye probeerde teveel informatie in één keer naar voren te brengen. Bij de creationisten zal het overgekomen zijn als een ‘Gish Gallop’, misschien was het beter geweest om maar een paar zaken als bewijsmateriaal in detail te bespreken en daar aan vast te houden in het debat. De kans was dan groter geweest dat je ‘de oppositie’ een beetje in de wetenschappelijke richting zou hebben gekregen.

In zijn column op Slate.com  geeft Phil Plait (‘The Bad Astronomer’) zijn mening over het debat. Ook hij lijkt van het uitgangspunt van Dawkins terug te komen. Plait constateert dat de helft van de Amerikanen een of andere vorm van creationisme aanhangt en dat dat niet echt vanzelf lijkt te veranderen: “We’ve been losing this debate in the public’s mind all along by not showing up.” Hij ziet echter een betere kans om het debat te winnen als religieuze personen zich in de strijd mengen die wél een wetenschappelijke instelling hebben en de Bijbel niet letterlijk nemen. Ham stelt namelijk in feite dat evolutie anti-religieus is, wat flauwekul is, maar waarschijnlijk het beste ontkracht kan worden door andere religieuzen. Evolutie is niet onverenigbaar met elke religieuze opvatting, wel met die van Ham. Plait sluit af met:

Debating a creationist may seem to elevate creationism as a debatable topic—and again, to be clear, it isn’t—but in this case, that may be the price paid to elevate the conversation, and to get the public talking. Clearly, what we’ve been doing for decades isn’t helping, so it may very well be time our methods evolved.

Op de Huffington Post komt Herb Silverman ook een beetje terug van het standpunt dat je helemaal niet met creationisten als Ham in discussie moet gaan. Maar hij stelt dat dat beter door iemand als hijzelf kan gebeuren dan door Dawkins zelf. Niet omdat Silverman een betere debater zou zijn, maar omdat een fundamentalist meteen aan geloofwaardigheid en aan roem zou winnen alleen al door op hetzelfde podium als een grootheid als Dawkins te mogen verschijnen.
Ik kan dat argument niet helemaal meer volgen. Als de randvoorwaarden voor een debat redelijk zijn, het te bereiken publiek interessant genoeg, wat is er dan op tegen? Vooral het enorme publiek dat je tegenwoordig via Internetuitzendingen kunt bereiken, heeft het speelveld veranderd. Ja, je kunt misschien door een onverwacht argument met een mond vol tanden komen te staan, maar is het erg om toe te geven dat je verrast bent en te zeggen dat je op zoiets graag een andere keer terugkomt? Je eigen achterban zal het je graag vergeven en de harde kern van de achterban van je opponenten krijgt daardoor vast niet nog een slechter beeld van je. De grote aantallen kijkers die mogelijk wel overtuigd kunnen worden door een rustige doordachte uiteenzetting van het wetenschappelijk gefundeerde verhaal moeten we denk ik niet vergeten.

Het evolutie vs. creationisme debat speelt meer in de Verenigde Staten dan bij ons. Dat blijkt nog grappig uit de laatste bijdrage van Nye (vanaf 2:41:30), waarin hij nog wat toevoegt aan zijn motivatie om het debat aan te gaan. Hij waarschuwt zijn landgenoten dat als ze alle via wetenschap vergaarde kennis zomaar overboord zetten en niet verder zoeken naar antwoorden op nieuwe vragen, dat dan de Verenigde Staten voorbij gelopen zouden worden door andere landen. Dat zullen die patriotten toch niet over zich af willen roepen?

Filed Under: (Bij)Geloof, Pseudowetenschap Tagged With: Ark van Noach, Bill Nye, creationisme, creationisten, debat, evolutie, fossielen, Ken Ham

Homeopathische geneesmiddelproef met vuurkoraal

5 February 2014 by Pepijn van Erp 47 Comments

Homeopathische middelen worden meestal weggelachen door wetenschappers en andere critici, omdat de kans dat je ook maar één molecuul van de oorspronkelijke stof terug kunt vinden in de druppeltjes of suikerbolletjes zo absurd laag is. Vergelijkingen als ‘één druppel in de oceaan’ doen het goed, zeker als je er nog bij vertelt dat die oceaan ook een bal water met een doorsnede van meerdere lichtjaren mag zijn. Hoe kan zo’n verdunning werken?

Maar lang niet alle homeopathische middelen zijn zo extreem verdund. En wat te denken van de suggestie van sommige homeopaten dat de wetenschap gewoon nog niet ver genoeg is om het werkingsmechanisme te ontdekken? Homeopaten menen op gefundeerde wijze informatie te kunnen vinden over welk middel zou kunnen werken voor welke kwaal. Ze zuigen die middel-symptoomcombinaties niet zomaar uit hun duim, ze doen geneesmiddelproeven. Hieronder volgt een beschrijving van zo’n geneesmiddelproef die uitgevoerd werd in het kader van de opleiding tot klassiek homeopaat aan de School voor Homeopathie.

Vuur- (of brand)koraal (foto, Jon Hansen via Wikimedia Commons)
Vuur- (of brand)koraal (foto: Jon Hansen via Wikimedia Commons)

Vuurkoraal

Ik trof de scriptie over de geneesmiddelproef aan op de site van Corrie Regelink, [site is offline, scriptie nog wel elders te vinden] die een administratiekantoor heeft, maar daarnaast een opleiding tot klassiek homeopaat volgde. In 2012 schreef zij een scriptie over een geneesmiddelproef met vuurkoraal (link). De keuze viel op vuurkoraal, omdat zij tijdens een duikvakantie in Egypte met dit organisme in aanraking kwam. Geen pretje, want dit neteldier (het lijkt sterk op koraal, maar is het niet) kan branderige ontstekingen op de huid veroorzaken. Dat verklaart meteen de naam (eigenlijk brandkoraal).
Vuurkoraal was nog niet beschreven in de Materia Medica en daarom een interessant stofje om te onderzoek wat voor mogelijkheden het zou kunnen hebben. Regelink schrijft: “Wat zou het dan fijn zijn als er een homeopathische remedie bestaat, die de genezing van dit soort wonden kan bevorderen”, waaruit we zouden kunnen concluderen dat ze in feite wilde toetsen of ze er een isopathisch middel van zou kunnen maken.

Verschillende soorten provings

In  de scriptie worden verschillende methoden beschreven voor zo’n geneesmiddelproef of ‘proving’, die ik hier letterlijk overneem:

  • Toxicologische proving (of Heroïsche proving) – Dit is de basisvorm waarbij een stof op zijn (giftige) ziekmakende effect wordt getest. Een toxicologische ervaring is vaak de manier waarop een dergelijk middel onder de aandacht komt van de homeopathische gemeenschap (Hering’s eerste ervaring met Lachesis was een eigen vergiftiging door een slangenbeet).
  • Hahnemann proving – De standaard en meest belangrijke proving. Deze omvat een groep van 5-25 mensen, van zowel mannen als vrouwen, die het middel in een bepaalde potentie innemen en de symptomen registreren gedurende enkele weken tot maanden. Idealiter heeft iedere deelnemer een “supervisor” om hem te helpen de symptomen te analyseren en te registreren. De proving kan blind of dubbelblind gebeuren, in één of meerdere potenties, al of niet met een placebo ertussen. De voordelen van deze provings liggen in het feit dat ze tijd en ruimte bieden voor de symptomen om zichzelf te ontwikkelen en te manifesteren, iets wat met name lijkt te gelden voor de fysieke symptomen.
  • Trituratieproving – Een proving waarbij de bereiding van het middel door trituratie* (verwrijving)  gepaard gaat met het bewust worden van het effect, de werking van het middel. Deze proving is enigszins vergelijkbaar met een meditatieproving. Fraser stelt in zijn boek dat de fysieke aanwezigheid van het middel echter het verschil maakt en meer gefundeerde (dieper emotionele) gegevens verschaft die gemakkelijker te interpreteren en te gebruiken zijn dan bij een meditatieproving. In het algemeen omvat deze proving een groep van ongeveer 6 mensen.
  • Meditatieproving – Bij deze proving concentreert de groep zich op een bepaald middel om vervolgens in een meditatieve staat alle ervaringen te registreren. Het is de meest controversiële methode, omdat deze het ‘verst’ weg ligt van het fysieke middel en de meest uiteenlopende resultaten geeft. Maar als er een samenhangende groep van ervaren provers aan zo’n proving meedoet, dan kan het ook een snelle manier zijn om een uitgebreid beeld van het middel te krijgen. Fraser zegt in zijn analyse van het boek Meditatieve Provings van Madeline Evans dat deze provings wel degelijk de ware (subtiele) aard van een middel openbaren, beter dan een droomproving. Maar vaak ontbreekt volgens hem de informatie over de herkomst van het gebruikte middel en de wijze van prepareren, iets wat hij van belang acht voor de juiste interpretatie van de resultaten.
  • Droomproving – Bij deze proving wordt doorgaans met het middel in de nabijheid geslapen, waarna de daaropvolgende droom als het resultaat van het middel wordt gezien. Dit betekent (volgens Fraser) dat er met name emotionele en weinig fysieke informatie wordt gegenereerd. Bovendien ziet Fraser het gevaar bij deze proving dat de eigen thema’s en bekommernis van de prover hier het minst makkelijk te scheiden zijn van de thema’s van het geprovede middel.

Voor haar onderzoek naar het vuurkoraal koos Regelink voor de trituratieproving.

De trituratieproving

Het basismateriaal
Het basismateriaal

Het basismateriaal voor de trituratie was een stuk vuurkoraal dat Regelink in 2011 had opgedoken in de Rode Zee. Dat werd stuk geslagen met een hamer en er werden een aantal porties van o,1 gram van het fijnere gruis verzameld. Dit gruis werd nu in verschillende stappen ‘verwreven’ met melksuiker.
Je begint met zo’n portie van o,1 gram vuurkoraal waaraan 1/3 van 10 gram melksuiker wordt toegevoegd. In een vijzel verwrijf je dit met enige kracht gedurende zes minuten, dan schraap je vier minuten het verwrevene van de bodem van de vijzel en stamper. Dan weer zes minuten wrijven en vier minuten schrapen. Dan voeg je een volgend derde deel van de melksuiker toe en herhaal het wrijf- en schraapgebeuren. In de volgende stap, u raadt het al, wordt het laatste beetje van de 10 gram melksuiker toevoegd en weer wrijven, schrapen, wrijven, schrapen. Dan heb je na ruim een uur werken Vuurkoraal C1 gekregen, de eerste stap in de trituratie.
Als je hetzelfde procedé toepast met als basismateriaal Vuurkoraal C1, krijg je (na weer een uur werken) Vuurkoraal C2. En zo gaat het verder. Bij de trituratie die Regelink op 18 augustus 2012 uitvoerde, waren zeven mensen betrokken. Zij gebruikten vijf vijzels en aan het einde van de sessie hadden ze Vuurkoraal C3 gemaakt. Dit is dus een verdunning van één deel op miljoen, wat voor homeopathisch middelen nog vrij bescheiden is. Onder het verwrijven werden opmerkingen en observaties genoteerd door de wrijvers zelf of door diegenen, die even geen vijzel in de hand hadden. “Daarna hebben we een gesloten kring gevormd door de hand vast te houden van degene die naast je zat en gezamenlijk een woord van dank naar elkaar en naar “de geest van het Vuurkoraal” uitgesproken.”

Symptomen

De observaties tijdens de trituratie werden verdeeld in globale categorieën: mentale en fysieke symptomen, en ‘generaliteiten en modaliteiten’. Bijgehouden werd hoeveel van de deelnemers dezelfde symptomen signaleerden of opmerkingen maakten. Zo werd bij mentale symptomen door vijf ‘provers’ een ‘ontspannen gevoel’ genoteerd (en dat zeven keer) en tien keer ‘irritatie door anderen’. Twee provers maakten grapjes (vier keer) en één prover liet optekenen dat hij of zij steeds in de war was.
Bij de fysieke symptomen zien we bijvoorbeeld een aantal keer een ‘branderig gevoel in wijsvinger’, ‘voetschimmel, linkervoet’, ‘kriebel op het hoofd’ en één man meldde ‘jeuk in de schaamstreek’. Bij de ‘generaliteiten en modaliteiten’ komen zaken als ‘heel warm’, ‘opvliegers’ en ‘behoefte aan sterke koffie’ naar boven. Ik heb er geen aselecte steekproef uit getrokken, dus als je een completer beeld wilt hebben, kun je het beste de scriptie er zelf op na slaan.

Deze symptomen worden nu bij de rubrieken van het Reportorium gezet die er het beste bij passen en dan ingedeeld op hoe vaak zo’n rubriek dan opduikt. Ik geef er een aantal in verschillende hoofdrubrieken die het belangrijkst lijken te zijn:

  • Mind – Wearisome (9)
  • Mind – Irritability – trifles, from (9)
  • Mind – Concentration – active (7)
  • Mind – Tranquillity – serenity, calmness (7)
  • Head – Formication (7)
  • Head – Pain (7)
  • Mouth – Heat (6)
  • Extremities – Heaviness – Upper limbs (4)
  • Extremities – Tingling – Fingers – tips (4)
  • Sleep – Bad (2)
  • Dreams – Many (5)
  • Perspiration – Perspiration in general (5)
  • Generals – Heat – flushes of (3)
  • Generals – Food and Drinks – sweets – desire (3)

In de discussie bespreekt Regelink een aantal zaken. Zo verbaasde het haar dat ze geen protocol had kunnen vinden voor de provings. Pas zeven weken na de proving kwam ze achter het bestaan van de Guidelines for Homeopathic Provings van de European Council for Classical Homeopathy (pdf). Een beetje jammer dat haar begeleiders van de School voor Homeopathie haar daar niet op hadden gewezen, want nu bleken bepaalde aspecten van proving niet helemaal in overeenstemming met die guidelines. Ze vraagt zich door de beperkingen die ze daaruit afleidt af of zo’n proving als afstudeerscriptie überhaupt zou kunnen doorgaan voor een echte proving. De hoofdonderzoeker moet namelijk een ervaren homeopaat zijn en mag eigenlijk niet weten welk middel getest wordt. Ook moeten de deelnemers gezond zijn en zij vraagt zich daarover af: “Wie bepaalt dat eigenlijk? Wat nou als een van de provers een ziekte onder de leden heeft die zich nog niet heeft geopenbaard?”
Regelink stelt voor om het onderzoek te herhalen, omdat ze geïnteresseerd is tot welke bevindingen een anders samengestelde groep (jonger bijvoorbeeld) zou komen. Of onder andere omstandigheden; op de dag van de trituratie was het bijvoorbeeld nogal warm geweest (35°C buiten, 27°C binnen). Ook een Hahnemannproving oppert ze en toepassing van het middel ter plekke bij duikers die zich verwond hebben aan vuurkoraal. Opmerkelijk genoeg beschouwt zij die laatste toepassing niet als isopathie, omdat het middel, het door haar getritureerde Vuurkoraal C3, niet van de zelfde vuurkoraal is gemaakt als dat waaraan zo’n onfortuinlijke duiker zich geblesseerd zal hebben. 

Nabeschouwing

Je zou verwachten dat homeopaten de kern van hun kennis, al die middel-symptoomcombinaties, regelmatig kritisch tegen het licht zouden houden. Alleen al om de resultaten van provings van hun collega’s te controleren. Skeptici stellen dat het niet om robuuste relaties gaat. Als je de provings herhaalt zonder dat de deelnemers weten wat het middel is, zullen er andere symptomen in het lijstje voorkomen en andere eerder waargenomen symptomen niet optreden. Met een dubbelblind gecontroleerde proef kan je dat ook makkelijk vaststellen. Geef een aantal proefpersonen het echte middel en anderen een placebo (of een heel andere homeopathisch middel) en kijk of er significante verschillen gevonden kunnen worden. Zo’n proef is al vele malen voorgesteld, onder andere door Skepsis, maar telkens haken homeopathische organisaties of individuele homeopaten af.
De in de scriptie geopperde herhalingsproeven lijken eerder bedoeld om te kijken of in andere omstandigheden andere symptomen optreden om zo de toepassing van het middel specifieker op de situatie van een persoon toe te kunnen spitsen. Dat je een herhalingsproef zou doen onder zo gelijk mogelijke omstandigheden om de gevonden middel-symptoomcombinaties aan falsificatie te onderwerpen, lijkt niet aan de orde te komen.
Maar maken homeopaten zich dan geen zorgen over de wankele basis voor het voorschrijven van hun middelen? Ik kan niet in hun koppies kijken, maar in de praktijk zeggen ze dat als een middel niet blijkt aan te slaan, er gewoon naar een ander middel gekeken wordt. Het ‘niet aanslaan’ wordt dus niet terugvertaald in twijfel over de middel-symptoomcombinatie in kwestie. Met wat trial-and-error kan zo een aandoening genoeg tijd krijgen om vanzelf over te gaan en zo leiden tot een ‘homeopathisch succes’ … of de patiënt zoekt zijn heil elders, of het loopt nog anders.

Lees ook:

  • ‘Homeopathische proeven‘, Rob Nanninga op het Skepsisblog (2008)
  • ‘De achilleshiel van de homeopathie‘, Jan Willem Nienhuys op de site van Skepp (2010)
  • ‘Op zoek naar het similiaprincipe‘, Rob Nanninga, Skepter 26.1 (2013)

Filed Under: Alternatieve schade, Gezondheid Tagged With: brandkoraal, geneesmiddelproef, homeopathie, proving, School voor Homeopathie, vuurkoraal

Pandemieën – rampenfilm of een reëel gevaar?

1 February 2014 by Willem-Jan van Zeist 3 Comments

Fly para 14

Iedereen weet wel dat Hollywood films het niet altijd even nauw nemen met de werkelijkheid. Ondanks dat besef wil ik mij nog wel eens ergeren aan opzichtige wetenschappelijke onjuistheden in op andere vlakken uitstekende films. Maar helaas weet ik over lang niet alle thema’s genoeg om films echt kritisch te kunnen bekijken. Een reeks lezingen die in januari van start ging gaat mij hierbij hopelijk helpen. De Paradisolezingen, gegeven in Paradiso in Amsterdam, hebben als thema ‘Science of Fiction’ en behandelen de zin en onzin van wetenschappelijke thema’s in films. In de eerste lezing van de reeks stond het onderzoek, en de controverse rondom de publicatie, van viroloog Prof. dr. Ron Fouchier centraal. De thematische virusuitbraak-rampenfilm Contagion werd als onderdeel van de lezing kritisch bekeken. Op deze zondagochtend waren er in een goed gevuld Paradiso een hoop interessante dingen te horen, die ik in deze bijdrage graag met jullie wil delen.

Ron Fouchier is hoogleraar Moleculaire virologie aan het Erasmus MC in Rotterdam en stond wereldwijd in de schijnwerpers vanwege het creëren van een ‘airborne’ variant van het vogelgriepvirus H5N1. Het doel hiervan was om te ontdekken welke mutaties nodig zijn om het virus via de lucht verspreidbaar te maken. Wetenschappelijk allemaal zeer interessant natuurlijk, maar hiermee was er dus wel een recept ontwikkeld om van een op zich al gevaarlijk virus een potentieel nog gevaarlijkere variant te maken. Vooral rondom de publicatie van de onderliggende onderzoeksresultaten en -methoden ontstond groot debat zowel binnen als buiten wetenschappelijke kringen. Mede hierdoor stond Fouchier in de Time top 100 van invloedrijkste mensen in 2012.

Film vs wetenschap

De lezing van Fouchier begint met een clip van Contagion, een bekende Hollywood film gebaseerd op een worst-case scenario van een vogelgriep-pandemie. Hoewel her en der wel wat aangedikt, leek Fouchier geen grote problemen te hebben met de wetenschappelijke basis van deze film. Zijn grootste kritiek was dat Amerika in z’n eentje alles oplost in de film en als beste wegkomt in deze wereldwijde ramp. In werkelijkheid vergt de aanpak van een virusuitbraak wereldwijde samenwerking, met vanzelfsprekend zijn eigen lab in Rotterdam als belangrijke speler. Dat de Amerikanen er bovendien in slaagden om binnen drie maanden een werkend vaccin te ontwikkelen, was uiteraard nóg minder geloofwaardig.

Jude Law als Alan Krumwiede in Contagion.
Jude Law als Alan Krumwiede in Contagion.

Een belangrijke spiegeling tussen film en werkelijkheid draait om de aanwezigheid van het ‘alternatieve circuit’. In de film is de blogger (en samenzweringstheorist) Alan Krumwiede een belangrijke aanjager van de paniek die onder mensen ontstaat. Hij beweert dat hij van zijn eigen virusinfectie genezen is door een homeopathisch middel gebaseerd op Forsythia, een bekende uit de Chinese kruidengeneeskunde. Later in de film blijkt dat hij nooit ziek is geweest en een aardig zakcentje heeft verdiend via sponsoren uit de homeopathische industrie en donaties via zijn blog. Uiteraard kennen we deze figuren uit de realiteit (zie ook deze post) en ook tijdens de SARS uitbraak waren er genoeg kwakzalvers actief dat in ieder geval de Amerikaanse overheid al in actie kwam.

Pandemieën

Een pandemie is, simpel gezegd, een epidemie op wereldwijde schaal waarbij een nieuw opgekomen ziekte zich met ernstige gevolgen verspreidt over grote delen van de wereld. De bekendste pandemie waar we momenteel mee te maken hebben is aids, met sinds 1980 naar schatting al 25 miljoen doden. Veel andere bekende pandemieën, zoals bijvoorbeeld de Spaanse Griep uit 1918 waar 50 tot 100 miljoen doden vielen, zijn varianten van het griepvirus waar het onderzoek van Fouchier zich ook op richt. In Contagion staat het dodental uiteindelijk op 26 miljoen, waarmee het hoog in de ranglijsten van dodelijkste pandemieën terecht zou komen.

Een belangrijke term in het karakteriseren van de pandemie, welke ook in de film gebruik wordt, is het reproductiegetal R0. Dit getal geeft aan hoeveel nieuwe besmettingen een besmettingsgeval veroorzaakt (bij afwezigheid van medische maatregelen). Bij een R0 onder de 1 zal de ziekte langzaam verdwijnen. Bij een R0 groter dan 1 kan een epidemie of pandemie ontstaan. In Contagion heeft het virus een R0 van 4, waarbij elk persoon dus 4 nieuwe mensen kan besmetten. Dit is aan de hoge kant maar zeker niet ondenkbaar; aids ligt in deze orde van grootte, en mazelen zijn nog besmettelijker. De R0 is ook van invloed op de hoeveelheid mensen die gevaccineerd zouden moeten worden om de verspreiding van de ziekte effectief te kunnen remmen. Bij een R0 van 4 impliceert dit dat 75% van de mensen een vaccin zouden moeten krijgen. Dit zou uiteraard een immense taak zijn, zeker wanneer het vaccin nog ontwikkeld moet worden!

Screenshot van de film Contagion
Screenshot van de film Contagion

Een recent voorbeeld van een potentieel pandemisch virus is MERS (Middle East Respiratory Syndrome), dat zich eind 2012 voor het eerst deed gelden in Saudi Arabië. Het virus vertoont overeenkomsten met het SARS virus, en na verder onderzoek is gebleken dat het virus zijn oorsprong heeft in vleermuizen, en via kamelen bij de mens terecht is gekomen. Niet geheel ontoevallig is het virus in Contagion ook afkomstig van vleermuizen. De simpele maar verrassende uitleg voor de belangrijke rol van vleermuizen is dat er enorm veel soorten vleermuizen zijn (1240 volgens Wikipedia: ongeveer 20% van alle zoogdiersoorten). Binnen deze grote groep zoogdieren zijn veel virussen actief die potentieel direct of indirect op mensen overdraagbaar zijn (lees hier meer).

Mutaties en fretten

Een virus dat overspringt van dier naar mens wordt een zoönose genoemd; in veel gevallen blijft het bij die eerste stap en verspreidt het virus zich niet verder van mens op mens. De grote vraag is dan dus of een zoönose zich kan aanpassen om ook weer van mens tot mens over te kunnen springen, met potentieel pandemische gevolgen. Het H5N1 virus, dat via geïnfecteerde vogels (waaronder pluimvee) bij mensen terechtkomt, kan dat tot nu toe (gelukkig!) nog niet. Maar vanwege het hoge overlijdensrisico van mensen die ermee besmet raken, is het begrijpelijk dat we hier meer over te weten willen komen. Voordat Fouchier en zijn team aan de slag gingen was er simpelweg nog geen enkel inzicht in wat voor mutaties dit soort veranderingen in het virus kunnen veroorzaken.

Voor het onderzoek werd het H5N1 virus in de evolutionaire snelkookpan gestopt door middel van zowel artificiële introducties van mutaties en “natuurlijke” mutaties in een groep fretten, waarbij het virus veelvuldig van fret naar fret werd overgebracht. Fretten worden gebruikt in dit soort onderzoek omdat, verrassend genoeg, de structuur van hun longweefsel zeer sterk overeenkomt met dat van mensen. Door de meest succesvolle mutanten te propageren ontstond er een variant die via de lucht tussen fretten kon overspringen. Hierna konden de mutaties die dit mogelijk maakten geïdentificeerd worden. De conclusie was dat een combinatie van slechts vijf kunstmatige en natuurlijk mutaties deze verandering mogelijk maakte. Een aantal van deze mutaties zijn in wilde mutanten in verschillende gebieden al geobserveerd. Door de resultaten van dit onderzoek kunnen we nu beter inschatten waar de meest risicovolle varianten van het H5N1 voorkomen (klik hier voor een verdiepend artikel).

To publish or not to publish

De publicatie van het onderzoek van Fouchier en zijn team is diverse malen vertraagd door onderzoekscommissies die de consequenties van het openbaar maken van de resultaten wilden nagaan. De resultaten zijn ondertussen gepubliceerd, en wel in een special issue over H5N1 in het blad Science. Er loopt echter nog steeds een rechtszaak aangespannen door Fouchier en het Erasmus MC, die zich in hun vrijheid van wetenschapsbeoefening beperkt voelden door de Nederlandse overheid. Die overheid dwong Fouchier namelijk om een exportvergunning voor de publicatie van dit onderzoek aan te vragen. Naast het feit dat dit gewoon veel tijd en moeite kost en wetenschappers hindert in hun werk, is het geen vrolijk vooruitzicht dat het ambtelijk apparaat zijn oordeel velt over de vraag of wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd mag worden.

Bioterrorisme

Hoewel het gebruik van proefdieren op zichzelf al niet zonder controverse is, is dit natuurlijk niks vergeleken met het creëren van een gevaarlijke variant van een al berucht virus. Het gevaar van het virus werd in de discussie achteraf door Fouchier echter wel wat afgezwakt. Hoewel het virus wel via de lucht overdraagbaar was geworden, leek het op andere vlakken weer minder effectief te zijn dan het originele virus. De zorgen over bioterrorisme benaderde Fouchier toch redelijk laconiek. Hoewel hij niet ontkende dat er altijd duistere krachten zullen zijn die proberen een biologisch superwapen te creëren, benadrukte hij dat dit toch ongelooflijk moeilijk is en het tot nu toe nog nooit iemand gelukt is. En hij zou het moeten weten.

De volgende Paradisolezing “De tragiek van de lichtsnelheid” is te zien om 10:30 op zondag 2 februari; kijk hier voor meer informatie over de hele reeks lezingen in 2014. 

Filed Under: Gezondheid, Wetenschap Tagged With: contagion, films, h5n1, mers, paradiso, paradisolezingen, ro, ron fouchier, science of fiction

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 281
  • Page 282
  • Page 283
  • Page 284
  • Page 285
  • Interim pages omitted …
  • Page 451
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
Alles ADHD
24 September 2026 - Ward van Beek

. ADHD lijkt zich goed te lenen voor ludieke filmpjes op sociale media, vol overdrijving en halve waarheden. Vaak gaan ze over hoe je ADHD herkent. Praten mensen zichzelf zo al scrollend ADHD aan of valt het wel mee? Anouk…Lees meer Alles ADHD › [...]

In Memoriam Frank Israël
23 September 2026 - SkepsisSiteBeheerder

De emeritus hoogleraar astronomie was voorzitter van Stichting Skepsis van 2012 tot 2023.Lees meer In Memoriam Frank Israël › [...]

13 oktober: International Skeptics Day
18 September 2026 - Ward van Beek

.Elk jaar op 13 oktober is het International Skeptics Day. Verspreid over de wereld zijn er talloze organisaties die zich inzetten voor het bevorderen van kritisch denken. En op dinsdag 13 oktober 2026 kunnen zij elkaar weer online ontmoeten! Die…Lees meer 13 oktober: International Skeptics Day › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

The metastasis hoax?
28 September 2026 - David Gorski
The metastasis hoax?

An anonymous blogger cites a virus denier who claims that our understanding of the mechanisms of cancer metastasis is a "hoax." I cringe but cannot resist. Damn. The post The metastasis hoax? first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Dr. Vinay Prasad Created Long Lists of Randomized Trials for Other People to Do. Does That Make Him an EBM Guru?
25 September 2026 - Jonathan Howard
Dr. Vinay Prasad Created Long Lists of Randomized Trials for Other People to Do. Does That Make Him an EBM Guru?

"Just saying the same thing over and over again, whether in social media or in medical literature, ain’t gonna get it done."- Dr. Eliezer Van Allen The post Dr. Vinay Prasad Created Long Lists of Randomized Trials for Other People to Do. Does That Make Him an EBM Guru? first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Transdermal Vitamin and Wellness Patches: Hype versus Evidence
24 September 2026 - Scott Gavura
Transdermal Vitamin and Wellness Patches: Hype versus Evidence

Wellness patches lack plausibility and evidence to demonstrate effectiveness The post Transdermal Vitamin and Wellness Patches: Hype versus Evidence first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    Inderdaad. Maar zo gaat het meestal. De mensen die kritiek hebben op Adriaan ter Braak, zijn zelf ook niet deskundig.
  • Hans1263
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    Kortom: kletsica!
  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    Geen idee, er stond niet bij dat zij arts was of zo. Ze noemde alleen een arts die ook met
  • Hans1263
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    @Renate En die ingezondenstukkenschrijver was deskundig?
  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (39-2026)
    Gefeliciteerd Adriaan ter Braack. Ik lees altijd met veel plezier z'n stukjes op de website van Trouw. Bij tijd en

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in