• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Wetenschap

Mieren gestoord door GSM?

11 January 2013 by Pepijn van Erp 33 Comments

Engels - UK vlag 30x24De angst voor mogelijke schade door straling van mobiele telefonie, Wi-Fi of DECT telefoons is groot genoeg dat diverse bedrijven er beschermingsmiddelen voor op de markt brengen. Die claimen doorgaans dat hun producten de werking van de apparatuur niet verhinderen, maar je wel beschermen tegen de ‘slechte’ straling. Hoe dat mogelijk zou zijn, blijft telkens een raadsel. Hier op Kloptdatwel besteedden we onlangs bijvoorbeeld aandacht aan het bedrijf Floww, dat dergelijk producten levert.

Mobiele telefoon met de nieuwe nano-folie
Mobiele telefoon met de nieuwe nano-folie

Vorige week donderdag bracht NOS op 3 een item over een nieuw bedrijfje dat een nanofolie aan ‘t ontwikkelen is om de vermeende schadelijke straling van mobiele telefoons om te zetten in ‘harmonische’, niet schadelijke straling. Dit zou mogelijk gemaakt worden door de ontdekking van mineralen, gewonnen uit klei, die dit klusje zouden kunnen klaren.
Vrij snel kwam er veel kritiek op het item en het leidde er toe dat de uitzending gerectificeerd werd, een dag later. Terecht, want de makers van het item hadden hun huiswerk niet gedaan en waren volledig afgegaan op het verhaal van Brainport Biotech Solutions.

In hun rectificatie schrijft NOS op 3 ‘dat ten onrechte de indruk gewekt werd dat bewezen is dat straling schadelijk is‘ en linkt naar een uitstekend artikel op Wetenschap24 (“Ziek van je mobieltje?“). Dat werd geschreven na aanleiding van een minstens zo eenzijdige documentaire van Zembla. Die werd echter nooit gerectificeerd (of op zijn minst genuanceerd) en zie je nu op sites van stralingsangstaanjagers aangehaald worden als ondersteuning voor hun missie.

Hoe zit het met die mieren?
Waarom klonk het verhaal van Peter van der Vleuten, directeur van Brainport Biotech Solutions, dan toch enigszins vertrouwenwekkend? De belangrijkste reden hiervoor is, denk ik, dat hij onderzoek aanhaalde dat gedaan is bij mieren. Hij stelde dat: “[Bij langere blootstelling aan GSM straling] zien we dat mieren er ernstige pijn van hebben en dat ze er zelfs aan dood gaan uiteindelijk.” Ik heb nu dat onderzoek van dr. Marie-Claire Cammaerts, onderzoeker aan de Université libre de Bruxelles, zelf maar eens bekeken. De weergave van het onderzoek in het artikel in de Standaard (waar Gert Jan van ‘t Land zich grotendeels op baseerde voor een eerder stuk op Kloptdatwel) bleek niet zo goed; ik zal proberen het beter te doen.

Het gaat om Cammaerts, M.-C., De Doncker, P., Patris, X, et al., (2012). GSM 900 MHz radiation inhibits ants’ association between food sites and encountered cues. Electromagn. Biol. Med. 31: 151-165. In eerder onderzoek had Cammaerts beschreven hoe je mieren kunt trainen met visuele stimuli en geurstimuli. De mierenkolonie (die bestaat uit een aantal glazen buisjes) leeft in een plastic bak en wordt gevoed met dode kakkerlakken. Voor de training wordt er een groene holle kubus in de bak geplaatst waarin het voedsel (vlees) wordt gestopt. Het idee is dat de mieren de groene kleur van de kubus gaan associëren met het aantrekkelijkere voedsel. Getest wordt dat door de mieren in één arm van een Y-vormig apparaat te plaatsen, waarna de mier kan kiezen uit een arm die met een groen poortje is gemarkeerd of de andere, ongemarkeerde arm. Dit doe je dan telkens voor een aantal mieren per kolonie en je kijkt hoeveel er kiezen voor de ‘groene arm’. Als de training slaagt, zie je telkens meer mieren die kant kiezen. Een zelfde soort training wordt gebruikt om de mieren te conditioneren met de geur van venkel.

De trainings- en testopstelling
De trainings- en testopstelling

Blijkbaar was gebleken dat het goed mogelijk is om de mieren op deze manier te trainen. Het idee voor de studie in kwestie was om te kijken wat voor invloed blootstelling aan een GSM-signaal zou kunnen hebben op het leervermogen van de mieren.

Uitvoering en resultaten van de studie
Mieren in zes kolonies werden eerst getraind onder continue straling van een apparaat dat een GSM-mast nabootst. Andere stralingsbronnen waren er niet. De achtergrondstraling in het laboratorium was immers zo zwak dat het bijna niet mogelijk was met een gsm-toestel te bellen … ja, dat staat er echt: ‘the electromagnetic field background in the laboratory was very weak, so weak that it was nearly impossible to phone using a GSM‘. Maar dat zegt natuurlijk alleen iets over de afscherming van een mobieltje ten opzichte van de zendmasten buiten het laboratorium. Nou ja, laten we niet meteen op elke slak zout leggen en verder kijken.
Het resultaat was heel anders dan bij de training zonder zo’n stralingsbron. Er leek geen enkel effect van de conditionering op te treden. Daarna kregen ze rust van de straling en dan wederom training, maar nu zonder straling. Het leereffect trad nu wel op, hoewel minder dan verwacht op grond van de vorige studie. Daarna weer training mét straling en verhip, het effect verdween weer.

Tabel 2 uit het artikel van Cammaerts et al.
Tabel 2 uit het artikel van Cammaerts et al.

De cijfers zijn te mooi om waar te zijn
De tabel hierboven suggereert dat er in de trainingsperiode mét GSM-straling niets geleerd werd en laat zien dat er in die 36 testen (het eerste blok getallen na ‘Control’) alleen maar waarden tussen de 8 en 11 voorkwamen. Als we ook de waarden meenemen van Tabel 1 (de geurtest) wordt dat al 72 keer keer alleen maar waarden tussen de 8 en 11. Een waarneming onder omstandigheden waarvan je aanneemt dat er geen voorkeur zou bestaan voor het kiezen van de ene Y-arm boven de andere,  kun je vergelijken met het opgooien van een munt. Een cel in de tabel is dan het totaal van het aantal keer munt (als we dat even als de ‘beste’ keuze beschouwen) dat je krijgt na 20 keer gooien.

De uitkomst daarvan is gemiddeld 10, maar de spreiding is vrij groot, groter dan menigeen denkt. De kans dat er onder die 72 waarnemingen geen waarden zouden voorkomen kleiner dan 8 of groter dan 11 is nihil (ongeveer 7,7 x 10-16)!  Zijn die mieren onder invloed van GSM-straling opeens in staat tot statistische wonderen? Vast niet. Ook als je de cellen bekijkt waarin de zender uitstond, moet de conclusie luiden dat de variatie in de getallen veel te klein is om geloofwaardig te zijn. Hoe kan dit?
Misschien zijn de waarnemingen toch niet zo onafhankelijk van elkaar als in eerste instantie gedacht. Er werden telkens 20 mieren uitgekozen voor een test, maar die werden getrokken uit de 20 à 30 die op dat moment aan het foerageren waren. Stel nu dat dat ongeveer het totaal aantal mieren is dat überhaupt foerageert, dan zitten er bij de tests telkens veel dezelfde mieren. En als we nu eens bedenken dat mieren (vóór conditionering) al een voorkeur hebben voor ‘groen’ of juist een afkeer daarvan, dan is het wat aannemelijker dat de spreiding zo laag is. Het effect van de GSM-straling moet dan wel heel anders geïnterpreteerd worden, misschien juist als bescherming tegen het ‘omkeren’ van de aangeboren voorkeur. Leuk idee, maar heel onwaarschijnlijk, en ook voor die suggestie is de variatie, denk ik, veel te klein. Het is dan bijvoorbeeld wel heel toevallig dat die verhouding van de voorkeuren (‘groen’-‘niet groen’ en ‘venkel’-‘niet venkel’) in alle zes kolonies zo gelijk was.

Bias?
Er blijft volgens mij (naast het compleet verzinnen van de cijfers, waar we natuurlijk niet te snel van uit moeten gaan) maar één serieuze optie over: bias bij de onderzoeker. Heeft Cammaerts de resultaten bewust of onbewust een beetje bijgestuurd? Daar zijn twee mogelijkheden voor. In de eerste plaats bij de selectie van de mieren voor iedere test. Dit zal echter niet zo’n invloed hebben omdat er telkens maar 20 à 30 mieren waren waaruit er 20 gekozen moesten worden. En de mieren werden niet gemerkt, dus hoe zou je de ‘goeden’ er uit moeten pikken?
De meer voor de hand liggende mogelijkheid ligt bij het vastleggen van de keuze van een mier voor de ene of andere arm van het Y-vormige apparaat. Die keuze is namelijk niet gedefinieerd als de arm waar de mier uiteindelijk in uitkomt, maar als de ‘eerste’ keuze. Dus als een mier in eerste instantie een stukje de ‘groene’ arm  inloopt, zich dan bedenkt, terugloopt en de andere arm kiest, telt Cammaerts die toch als een succes. Deze manier van scoren maakt het wel erg makkelijk om de ‘gewenste’ resultaten te verkrijgen. Ook omdat er volstrekt niet geblindeerd is en alle testmieren van één kolonie na elkaar aan de beurt komen. Waarom ik de mogelijke bias zo stellig bij Cammaerts neerleg en niet ook bij haar co-auteurs ? Dat komt omdat ze zelf in het artikel het volgende schrijft:

Note that the observations were made by the first author for avoiding, to the co-authors, healthy [sic] problems caused by the exposure.

Eh, dus Cammaerts deed alle metingen in haar eentje, zodat haar mede auteurs niet te hoefden te worden blootgesteld aan …  ja, aan wat eigenlijk? Als de omstandigheden zo vergelijkbaar waren met de straling van GSM-masten in de echte wereld, dan was die zorg toch een beetje overbodig? Of zouden die co-auteurs buiten het lab constant in kooitjes van Faraday rondlopen? Of slaat de genoemde blootstelling op iets heel anders? Het risico van gebeten worden door de mieren, ofzo?

Publicatie van het artikel
Kortom: een studie die veel vragen oproept over de uitvoering en het verbaast me niet dat die eerst door twee tijdschriften werd afgewezen. Je kunt daarin natuurlijk ook een complot zien van de gevestigde wetenschap, die dit soort onwelkome studies buiten de deur zou willen houden, maar het lijkt me eerder dat de editor en reviewers van Electromagnetic Biology and Medicine niet zo hebben zitten opletten. Anders hadden ze het volgende stijlbloempje er ook wel uitgevist voor publicatie (gele arcering door mij):

Uiterst merkwaardig om Pi als Pius=22/7 te zien worden omschreven in een wetenschappelijk artikel anno 2012
Uiterst merkwaardig om π als  ‘Pius=22/7’ te zien worden beschreven in een wetenschappelijk artikel anno 2012

Er staat nog een stuk in het artikel over de toestand van de zes mierenkolonies ná alle tests. Die was niet best: veel dode mieren en ongebruikelijk gedrag. Dat in vergelijking met andere kolonies in het lab die nooit waren blootgesteld aan straling (die was in het lab immers heel laag, weet u nog?). Hier duidt Van der Vleuten waarschijnlijk op in zijn geciteerde uitspraak. Maar dit zou natuurlijk ook iets te maken kunnen hebben met de vindplaats van deze zes kolonies, of iets anders in dit experiment dat deze kolonies onderscheidt (de ventilator misschien toch?). De auteurs trekken al te gemakkelijk de conclusie dat de invloed van de straling overduidelijk was. Het was niet in de opzet van het onderzoek opgenomen, maar had natuurlijk makkelijk alsnog getest kunnen worden (ook zonder al dat conditioneren en testen).

Nieuwe mierenstudie
Maar het verhaal van Van der Vleuten lijkt ook gebaseerd op een nieuw onderzoek van Cammaerts, dat nog gepubliceerd moet worden (Cammaerts M.-C., Rachidi Z., Bellens F &. De Doncker P. 2012. Responses to pheromones and food collection in an ant species under the influence of electromagnetic waves. Electromagnetic Biology and Medicine. In press.) Desondanks kunnen we uit de presentatie die op de website van Brainport Biotech Solutions staat toch een idee krijgen waar dat onderzoek om draait. De beweeglijkheid van de mieren wordt gemeten onder verschillende omstandigheden en dat levert dan tabellen als de volgende op:

Mierenwandelingetjes in cijfers omgezet
Mierenwandelingetjes in cijfers omgezet

Hoe ze precies aan die cijfers komen, kan je hier niet aan zien. Daarvoor moeten we waarschijnlijk wachten op de publicatie. Maar het is volgens mij een poging om weer te geven hoe ‘chaotisch’ de mieren lopen. Hieronder staan afbeeldingen die een indicatie geven van hoe verschillend die wandelingetjes er uit zien onder de verschillende testsituaties.

zo zien die verschillende loopjes eruit
zo zien die verschillende loopjes eruit

In het ‘minst erge’ geval lijken de getekende paden het minst gekruld of verward. Met een GSM die belt, lijkt het alsof de mieren de hele tijd draaien en de koers kwijt zijn. Ze komen uiteindelijk minder ver (zou dat slaan op die lagere ‘linear speed’?)  en slalommen meer (is dat dan die hogere ‘sinuosity’? Normaal gesproken is Sinuosity echter een dimensieloos getal, dat de verhouding aangeeft tussen de afgelegde weg en de kortst mogelijke weg).
Ook hier is het grote gevaar weer dat de waarnemer, die niet blind is voor de omstandigheden, de paden op een bepaalde manier overtrekt en de mieren niet echt willekeurig kiest. Dit zou wel opgelost kunnen worden door videobeelden te maken, de selectie van de mieren echt te randomiseren en de paden te laten tekenen door iemand die niet weet onder welke omstandigheden de videobeelden zijn gemaakt. Maar of dat gebeurd is, vraag ik me af.

Nog even terug naar die nanofolie
Het verhaal van die mieren is één ding, maar of je daaruit überhaupt conclusies zou kunnen trekken voor de mogelijke schadelijkheid van straling voor mensen is een andere. Waarom die nanofolie hierbij van dienst zou kunnen zijn , is weer een heel andere vraag: wat moet die eigenlijk doen?  Brainport Biotech Solutions vat het zo samen:

Wij hebben, met behulp van nanotechnologie, een materiaal ontwikkeld dat willekeurige straling omzet in coherente straling van relevante frequenties. De door dit materiaal uitgezonden golven herstellen de coherente kwantum resonanties van gestructureerde watermoleculen in het organisme. Dit werkt zeer effectief, daar 99% van ons lichaam uit watermoleculen bestaat.

Die (ogenschijnlijke) willekeurigheid in de GSM-straling is volgens mij juist de informatie die overgestuurd wordt. Als je die straling dus al ‘glad’ zou kunnen strijken tot ‘mooie harmonieuze coherente’ straling, verlies je dus de mogelijkheid van informatieoverdracht, waar het bij bellen natuurlijk allemaal om te doen is.

Links:

  • Afbeeldingen en tabellen uit de presentatie “Summary Effects of electromagnetic waves on movement of ants” (downloadlink) van Brainport Biotech Solutions.
  • Het NOS op 3 item is terug te zien via http://nos.nl/uitzendingen/6432-nos-op-3-2-januari-2013.html vanaf 5:27. Op de site van Brainport Biotech Solutions staat het item ook, zonder verwijzing naar de rectificatie
  • De rectificatie van NOS op 3  Rectificatie: item over nano-filter te kort door de bocht

Filed Under: Uit het nieuws, Wetenschap Tagged With: Brainport Biotech Solutions, elektromagnetische straling, gsm, Marie-Claire Cammaerts, mieren, mobiele telefonie, nanofolie, telefoonstraling, wifi

Fotografie met Aardbevingsneutronen

28 November 2012 by Martin Bier 41 Comments

Zo diepgaand en intensief zijn de analyses en de discussies dat de studie van de lijkwade van Turijn reeds een eigen vakgebied is met een eigen naam: de sindologie. De meest recente bijdrage aan de sindologie betreft het inzicht dat een aardbeving ten tijde van Jezus’ overlijden gepaard ging met kernreacties die zo hevig waren dat Jezus’ afbeelding ingebrand werd op de lijkwade. Kritische kanttekeningen lijken op hun plaats.

Het was rondom 1400 dat de lijkwade van Turijn voor het eerst opdook. Na de kruisdood zou het stoffelijk overschot van Jezus erin zijn gewikkeld. Drie dagen later vond de herrijzenis plaats. Maar een afdruk van het lichaam zou op het linnen doek zijn achtergebleven.

Fotografie met Aardbevingsneutronen 1
Het gezicht op de lijkwade van Turijn. Het contrast is verhoogd. (foto: Wikimedia Commons)

Is het “echt”? En, als het “echt” is, hoe komt het dan dat een vers lijk een afdruk achterlaat? Dat zijn dus de vragen. In 1988 kwam er een probleem bij. In dat jaar testten drie laboratoria, onafhankelijk van elkaar, kleine stukjes van de lijkwade met de C14 methode. Het oordeel was unaniem: het doek was vervaardigd in de 14e eeuw. Om z’n waardigheid te behouden heeft het Vaticaan steeds een zekere afstand tot de discussies bewaard en zich in haar uitspraken op de vlakte gehouden.

In een recent artikel in de Scientific Research and Essays wordt geclaimd dat de lijkwade echt is en dat kernreacties alle raadsels oplossen. Het artikel heeft een lange titel: Piezonuclear neutrons from earthquakes as a hypothesis for the image formation and the radiocarbon dating of the Turin Shroud. De vier auteurs komen zowaar zelf uit Turijn en zijn daar verbonden aan het Department of Structural Engineering and Geotechnics van de Politecnico. De titel vat de essentie van het artikel goed samen. Een aardbeving kort na de kruisiging zou een bombardement van neutronen veroorzaakt hebben. Hiermee zou een soort röntgenfoto gemaakt zijn van Jezus’ lichaam. Het linnen doek zou daarbij als fotografische plaat gefungeerd hebben. Verder zou dat seismisch neutronenbombardement kernreacties veroorzaakt hebben. Die kernreacties zouden de verhouding van de koolstofisotopen veranderd hebben en hierdoor zouden de uitkomsten van de C14-datering niet langer betrouwbaar zijn.

Fotografie met Aardbevingsneutronen 2
(foto: Judgefloro | Wikimedia Commons)

Edoch, er is erg veel aan te merken op deze voorstelling van zaken.

Voor een aardbeving in 33 n. Chr. baseren de auteurs zich op het Evangelie van Matteüs. In hoofdstuk 27 van dat evangelie is inderdaad sprake van een aardbeving ten tijde van de kruisiging. Maar met die vermeende aardbeving zou er, volgens Matteüs, een drie uur durende zonsverduistering zijn geweest (wat onmogelijk is) en zouden er ook heiligen uit hun graven zijn opgestaan en de stad zijn ingewandeld.

Dat er onder hoge druk, als in het binnenste van de aarde, kernreacties zouden kunnen plaatsvinden is een stokpaardje van de Turijnse onderzoekers. Ze hebben er ook elders over gepubliceerd. Deze ideeën, echter, hebben weinig ingang gevonden onder de vakgenoten (zie, bijvoorbeeld, hier, hier en hier). De gedachte is dat de grote druk onder de grond bij de aardbeving resulteerde in een stroom neutronen vanuit de grond. De neutronen gingen door het lichaam heen en creëerden de afbeelding. De veronderstelde aardbeving heeft de voor Europa ongekende kracht van meer dan 8 op de schaal van Richter. Volgens de vier Turijners kan het bij zo’n aardbeving in de loop van 15 minuten om 1013 (tien biljoen) neutronen per vierkante centimeter gaan. Dit is, aldus de auteurs, voldoende om de afbeelding te veroorzaken en de isotopenverhouding te veranderen.

Fotografie met Aardbevingsneutronen 3
De kapel in Turijn waar de lijkwade bewaard wordt. (foto: Parlis Orlanda | Wikimedia Commons)

Rondvliegende neutronen zijn een vorm van radioactieve straling. De eenheid die gebruikt wordt in de analyse van de schade die radioactieve straling doet is de “gray“. Één gray voel je nauwelijks. Tien gray is dodelijk. Het is eenvoudig na te gaan dat tien biljoen neutronen per vierkante centimeter overeenkomt met zo’n 200 gray voor elke persoon die eraan is blootgesteld. Kortom, als de inschatting van het Turijnse team correct is, dan zou iedereen in Jeruzalem een acute stralingsdood zijn gestorven tijdens die vermeende, apocalyptisch grote aardbeving van 33 n. Chr. De apostelen, de Heilige Maagd, Pontius Pilatus … allemaal omgekomen. Nog tot jaren nadien zou het Heilige Land een nucleaire fall-outzone zijn gebleven.

Stel dat het echt zo zou zijn dat aardbevingen gepaard gaan met kernreacties die de uitkomst van een C14-datering met een factor 3 kunnen veranderen. De C14-methode zou dan volledig ontoepasbaar zijn in seismisch actieve gebieden zoals het Middellandse Zeegebied. Feit is echter dat de methode altijd zeer succesvol is gebleken, vooral in de studie van de oude beschavingen van rond de Middellandse Zee. Grote systematische ongerijmdheden zijn er nooit gevonden.

De uitkomst van de C14-analyses van 1988 is in overeenkomst met wat historici te melden hebben. Het was halverwege de middeleeuwen dat relikwieën populair werden in Europa. Met de heilige graal, bijvoorbeeld, gaat het om de beker waaruit gedronken werd tijdens het laatste avondmaal. Soms ook wordt er de beker mee bedoeld waarin Jezus’ bloed werd opgevangen toen hij aan het kruis hing. Welnu, over graal en graalridders wordt pas in de 12e eeuw voor het eerst geschreven. Relikwieën werden een ware rage tegen het eind van de middeleeuwen. Er ontstond een zeer levendige handel in botjes en kledingstukken die aan heiligen en martelaren toebehoord zouden hebben. Veel vervalsingen kwamen er toen ook in omloop. De eerste schriftelijke melding over de lijkwade van Turijn is van 1390 en komt van de hand van een bisschop die beweert dat het om bedrog gaat.

Aardbevingsneutronen die een afbeelding maken op een gevoelige plaat van linnen vormen niet echt een aannemelijk verhaal. Dat het met die lijkwade om een ordinaire 14e-eeuwse vervalsing gaat is uiteindelijk een stuk waarschijnlijker.

Filed Under: Buitenland, Wetenschap Tagged With: geloof, hoax, kritisch denken, lijkwade van Turijn

‘Merchants of Doubt’ en DDT

26 November 2012 by Ruud Herold 12 Comments

Een van de activiteiten die we binnen de Skepsis werkgroep Amsterdam ontplooien is op een relaxte manier gezamenlijk een boek lezen en het vervolgens bespreken. Het boek dat we recentelijk gelezen en besproken hebben is: ‘Merchants of Doubt’. Laat ik vooropstellen dat het niet in mijn bedoeling ligt om een volledige boekbespreking te geven. Het boek is al uitgebreid besproken o.a. in Trouw en in het NRC o.a. door Karel Knip (NRC, 3 november 2012).

‘Merchants of Doubt’ en DDT 4Voor mijn gevoel is ‘Merchants of Doubts’ een uitstekend voorbeeld van onderzoeksjournalistiek. Het laat, zeer goed onderbouwd, zien hoe een klein groepje (voornamelijk) wetenschappers uit ideologische motieven er een carrière van gemaakt hebben om twijfel te zaaien over allerlei onderwerpen voornamelijk door het wetenschappelijk proces te verdraaien en te misbruiken.
Het begint allemaal met het twijfel zaaien over de schadelijke effecten van sigaretten en is momenteel o.a. gericht om twijfel te zaaien over de wetenschap achter de klimaat problematiek. De eindconclusie lijkt te zijn dat men uit ideologische motieven twijfel probeert te zaaien over het wetenschappelijk proces zelf.

‘Merchants of Doubt’ en DDT 5
Het boek ‘Silent Spring’ van Rachel Carson

De reden dat ik echter dit stukje schrijf, heeft te maken met een onderwerp dat in het boek behandeld wordt. DDT, Rachel Carson en haar boek “Silent Spring” waarvan men kan beweren dat de publicatie van dit boek het startschot was voor de moderne milieubeweging.

In het boek ‘Merchants of Doubt’ komt ter sprake dat er recentelijk een beweging was die Rachel Carson aanviel en het gebruik van DDT voor malariabestrijding bejubelde. Er is bijna niemand die tegenspreekt dat indertijd DDT, gedurende een relatief korte periode, min of meer een zegen voor de mensheid was.
De claim die in deze context gebruikt werd om Rachel Carson in een kwaad daglicht te stellen was dat als DDT nog steeds gebruikt mocht worden in ontwikkelingslanden er wederom miljoenen mensen gered konden worden aangezien DDT indertijd zeer effectief was bij de het uitroeien van malaria in bepaalde gebieden. Als de regeringen van ontwikkelingslanden niet min of meer gechanteerd waren door milieu actiegroepen die weer gesteund werden door Westerse regeringen die weer gingen over ontwikkelingsgelden, om geen DDT meer te gebruiken voor het uitroeien van de malariamug waren er nu nog miljoenen mensen in leven. Daarnaast wordt beweerd dat moderne middelen niet zo effectief zijn als DDT was en nu nog steeds zou zijn.

‘Merchants of Doubt’ en DDT 6
3-D model van het DDT molecuul

Terwijl ik het boek aan het lezen was herinnerde ik me dat ik over dit onderwerp met deze argumentatie gelezen had en indertijd vond dat dit alles heel redelijk en aannemelijk klonk. Ik meen me ook te herinneren dat ik me indertijd afvroeg of resistentie niet een rol zou kunnen spelen hetgeen DDT tegenwoordig minder effectief zou maken. Ik heb dat echter niet opgevolgd met wat onderzoek. Als Kritisch Denker heb ik echter ondertussen teveel boeken over valse herinneringen gelezen om deze herinnering daarom ‘unverfroren’ voor waar aan te nemen. Helaas kan ik daarom alleen maar terugvallen op de herinnering dat ik dit deze redenering als aannemelijk heb beschouwd, hetgeen ik wel voor 100% zeker weet aangezien ik het ooit eens in een discussie naar voren heb gebracht.

Laat ik er kort over zijn, in het boek zelf wordt brandhout gemaakt van de door de echte ‘Merchants of Doubt’ (dus niet het boek) gebruikte argumentatie.

Er zijn twee belangrijke redenen voor mij om volledig met de argumentatie die in het boek ‘Merchants of Doubt’ gepresenteerd worden mee te gaan. De eerste was dat er op de man/vrouw gespeeld werd. De persoon Rachel Carson werd in eerste instantie aangevallen en pas in tweede instantie haar beweringen, een klassieke drogreden. In het boek wordt aannemelijk gemaakt dat dit in feite een aanval is op de betrouwbaarheid van de gegevens die via een wetenschappelijk proces verzameld zijn.
Voor mij persoonlijk misschien nog belangrijker was eigenlijk dat ik recentelijk in een kringloopwinkel een oud Biologie boek uit 1975 tegenkwam, ver voor de introductie van Internet (Biologie 5v; H.H. Kreutzer & A.A.G. Oskamp; Wolters Noordhoff; 1975; ISBN: 9001505368; p. 235). Daaraan werd al vermeld DDT niet meer zo effectief was. Ik citeer: ‘Al spoedig bleek DDT echter niet onbeperkt toepasbaar. Binnen de te bestrijden insectensoorten komen mutanten voor die DDT-ase kunnen maken, een enzym dat DDT omzet in een niet giftige stof. Deze mutanten waren in het nieuwe milieu in het voordeel boven hun soortgenoten, zodat zij deze laatste na korte tijd geheel verdrongen (…). Bespuiting met DDT had nu geen succes meer.’
Dit is een van de argumenten, met nog meer onderbouwing, die ook in het boek ‘Merchants of Doubt’ naar voren gebracht worden en het gegeven dat ik deze informatie bevestigd heb gevonden in een pre-Internet tijdperk leerboek, laat mij er een grote weegfactor aan toekennen. (Als ’grumpy old man’ ben ik nu ook min of meer verplicht om te zeggen dat ze in die tijd betere en meer gedegen leerboeken maakten).

Het is trouwens interessant om te kunnen constateren dat men in het artikel over DDT op de Nederlandstalige Wikipedia kan lezen: “Het verbieden van DDT als middel bij de malariabestrijding heeft dan ook vele doden tot gevolg gehad.” Op de Engelstalige Wikipedia artikel over DDT kon ik deze zin echter niet vinden. De Engelstalige versie is ook uitgebreider en duidelijk iets kritischer m.b.t. het gebruik van DDT en ondersteunt veel van de argumenten die in het boek naar voren gebracht worden.

Al met al kan ik dit alleen maar als een goede les beschouwen voor iemand die kritisch probeert te denken. Om het maar met Lenin te zeggen: “Vertrauen ist Gut, Kontrolle ist Besser!”. Neem niets zo maar voor waar aan, controleer altijd! En dit laatste geld vooral als ideologie een rol speelt.

In Skepter 24.2 besprak Cees Renckens het boek ook al uitgebreid: ‘Handelaren in twijfel‘.

‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8
‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8
‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8
‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8
‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8

Filed Under: Wetenschap Tagged With: DDT, Merchants of Doubt, Rachel Carson, Silent Spring

Gelezen: Ontspoorde wetenschap

3 November 2012 by Pepijn van Erp 20 Comments

In 1993 verscheen het boek ‘Valse vooruitgang. Bedrog in de Nederlandse wetenschap’ van onderzoeksjournalist Frank van Kolfschooten. Dit boek zette het een en ander in werking aan universiteiten, onderzoeksinstellingen en de KNAW. Langzamerhand kwam er meer aandacht voor kwesties die te maken hebben met inbreuken op de wetenschappelijke integriteit en het besef dat er iets structureels geregeld moest worden om mogelijke gevallen daarvan te onderzoeken. Inmiddels hebben alle universiteiten wel een vertrouwenspersoon en procedures om met wetenschappelijk wangedrag om te gaan. En bovenaan staat het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI), overigens pas sinds 2003.
Vorig jaar kwam het onderwerp vooral door de affaire Stapel wederom volop in de belangstelling te staan. Van een aantal kanten kreeg Van Kolfschooten de vraag of het niet een goed idee zou zijn om een hernieuwde versie van zijn boek te schrijven. Dat was zeker een goed idee, want zijn nieuwe boek ‘Ontspoorde wetenschap. Over fraude, plagiaat en academische mores’ dat op 25 oktober uitkwam, kan ik echt aanraden.

Gelezen: Ontspoorde wetenschap 17Onderzoek
In het boek heeft Van Kolfschooten geprobeerd om van zoveel mogelijk gevallen die onderwerp werden van onderzoek door integriteitscommissies te achterhalen wat er precies gebeurd is. Dat kostte veel uitzoekwerk, want veelal waren de personen wie het betrof tot nu toe anoniem gebleven. Voor een groot deel is het onderzoek gebaseerd op de officiële stukken, die soms met een beroep op de WOB (of dreiging daarmee) losgeweekt moesten worden. Een andere belangrijke bron van informatie was de enquête die Van Kolfschooten stuurde naar ruim 8.000 wetenschappers.

Bekende namen
Het grootste deel van de casussen in het boek betreft plagiaat; het bekendste geval is dat van René Diekstra. Verrassend voor mij was dat die zaak nog enigszins gaande is. In 1996 kwam naar voren dat Diekstra niet zo netjes was omgesprongen met bronvermeldingen in zijn populair wetenschappelijke boeken. Ook bij een echte wetenschappelijke publicatie werden vraagtekens gezet.
Het leidde er toe dat Diekstra eind 1996 vertrok als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. In 2004 werd hij echter weer hoogleraar, nu aan de Roosevelt Academy, een dependance van de Universiteit Utrecht. Sommigen merkten op dat de Roosevelt Academy helemaal niet de bevoegdheid had om hem opnieuw hoogleraar te maken. Van Kolfschooten krijgt ook niet helemaal helder of dat nu eigenlijk wel correct is gegaan, maar het lijkt er toch sterk op dat de toenmalige ‘dean’ professor Adriaansens Diekstra als hoogleraar heeft aangesteld, zonder de regels daar goed op na te slaan. Adriaansens doet de zaak anno 2012 echter af als een ‘academische kwestie’.

Gelezen: Ontspoorde wetenschap 18
René Diekstra is anno 2012 nog niet klaar met de zaak-Diekstra uit 1996

Dit soort onduidelijkheden blijken toch pijnlijk als een journalist ze probeert te ontrafelen en er kwamen in deze zaak ook brieven van de advocaat van Diekstra aan te pas. In meer zaken kreeg de journalist te maken met advocaten, die optraden namens wetenschappers die op de vingers getikt zijn.
Op het moment dat het gewone recht zich ermee gaat bemoeien, moet je gelijk maar vergeten dat je dat nog helderheid oplevert voor de vraag of de wetenschappelijke integriteit in het gedrang is geweest. Dan gaat het alleen nog maar om procedures van de commissies en besturen van universiteiten. Inhoudelijk schieten rechters eigenlijk altijd te kort om iets van waarde bij te dragen voor de kern van de zaak. In veel gevallen is er wel wat op te merken op de aanpak van de commissies die ingesteld zijn om de vermeende misstanden te onderzoeken, met als gevolg dat de beklaagde zich uiteindelijk vaak als slachtoffer kan opstellen.

Nieuwe zaken
De enquête bracht ook nieuwe zaken aan het licht. Blijkbaar stimuleerde die sommige aangeschreven wetenschappers om zaken waarvan ze zelf al langer vermoedden dat er iets aan de hand was, maar uiteindelijk niet gemeld hadden bij een vertrouwenspersoon, nu aan Van Kolfschooten toe te vertrouwen. Het interessantste voorbeeld hiervan betreft het werk van Mart Bax, hoogleraar politieke antropologie aan de VU (inmiddels met emeritaat). Het lijkt er sterk dat die zowel een onderzoek in een Brabants dorp in 1985 als een onderzoek in voormalig Joegoslavië in 1995 uit zijn duim heeft gezogen. In dat laatste onderzoek beschrijft Bax een mini-oorlog met 140 dodelijke slachtoffers, waarvan niemand in de buurt zich iets kan herinneren.
Over een andere hoogleraar met wat te veel fantasie, Antonie Stolk, schreef Gert Jan van ‘t Land al op Kloptdatwel op basis van eerder werk van Van Kolfschooten. Een interessante zaak, die niet in de Nederlandse commissies aan de orde is geweest, is die van de frauduleuze publicaties van Adrian Maxim over satellietontvangerchips. In een voorpublicatie van het boek is daarover te lezen.

Affaire Stapel
Ruime aandacht is er natuurlijk voor de praktijken van Diederik Stapel, min of meer de aanleiding voor het boek. Voor degene die zaak nauwgezet heeft gevolgd het afgelopen jaar, is er echter niet zo veel nieuws in te ontdekken. Het is jammer dat een aantal personen die waarschijnlijk wel nieuw licht kunnen doen schijnen op de zaak, niet wilden meewerken aan het boek.Gelezen: Ontspoorde wetenschap 19
Zo is het Van Kolfschooten helaas niet gelukt om professor Marcel Zeelenberg aan het praten te krijgen. Die bedacht samen met Stapel en professor Roos Vonk het inmiddels beruchte ‘vleeshufteronderzoek’, maar was ook degene waar de drie klokkenluiders uiteindelijk aanklopten en die de stap naar de rector van de Universiteit van Tilburg zette.
Dat ‘vleeshufteronderzoek’ is in de gedachten van velen nog steeds de aanleiding tot de ontmaskering van Stapel, zie bijvoorbeeld een recent stukje op de Joop. Maar dat klopt niet, zoals in het boek ook naar voren komt. Het onderzoek berust weliswaar ook op gefingeerde gegevens, maar was niet de reden dat de drie klokkenluiders uiteindelijk bij Zeelenberg aanklopten (ik heb daar zelf ook over geblogd).
Gezien de lange nasleep van veel andere casussen die Van Kolfschooten beschrijft, was het misschien sowieso te vroeg om te verwachten dat we nu al precies zouden kunnen weten wat er gebeurd is. Wellicht kan over een aantal jaar Stapel zelf publiekelijk toelichting geven.

Tot besluit
Het boek is een genot om te lezen, met name door de persoonlijke schrijfwijze. De schrijver heeft zich erg veel moeite getroost om alle betrokkenen van de verschillende kwesties aan het woord te laten en geeft aan wat hij daarvoor allemaal gedaan heeft. Ik kan me voorstellen dat diverse universiteiten de vragen van Van Kolfschooten heel vervelend vonden. Duidelijk naar voren komt dat er af en toe ook wel erg onhandig is opgetreden door de diverse commissies en Colleges van Bestuur (lees bijvoorbeeld dit artikel op DUB).
Oprakelen van oude affaires is niet altijd een pretje, maar wel zeer leerzaam. Gelukkig voor de lezer heeft de schrijver flink doorgezet en de tegenstrijdigheden in de verhalen van de verschillende partijen systematisch tegen elkaar uitgezet en steeds hoor en wederhoor toegepast. Mijn indruk is dat daardoor uiteindelijk een redelijk objectief beeld gegeven wordt. Het boek leest als een trein en smaakt naar meer, maar het is natuurlijk eigenlijk een beetje raar om te hopen dat er veel meer gevallen boven water gaan komen  😀

Op de website van Frank van Kolfschooten staat aanvullende infomatie over een aantal zaken en staan ook links naar andere recensies. Als je het boek bestelt via onderstaande link, steun je Kloptdatwel ook nog een beetje.

Gelezen: Ontspoorde wetenschap 20
Gelezen: Ontspoorde wetenschap 21
Gelezen: Ontspoorde wetenschap 20
Gelezen: Ontspoorde wetenschap 21

Filed Under: Algemeen, Wetenschap Tagged With: diederik stapel, diekstra, frank van kolfschooten, fraude, ontspoorde wetenschap, plagiaat, wetenschappelijke fraude

Skepsis congres 2011 – Herman Philipse – Vrije wil: een illusie?

20 October 2012 by Jan van der Gaag 85 Comments

In zijn presentatie Vrije wil: een illusie? gaat Herman Philipse vooral in op het boek De vrije wil bestaat niet van Victor Lamme en hoofdstuk XVIII van het boek Wij zijn ons brein van Dick Swaab. Daaraan vooraf belicht hij de raakvlakken tussen filosofie en neurowetenschap. Philipse grijpt de gelegenheid aan om de hersenwetenschappers aan de tand te voelen die denken aangetoond te hebben dat de menselijke vrije wil niet bestaat. Hij gebruikt nadrukkelijk geen PowerPointpresentatie, want er moet een beetje worden nagedacht.

 

Raakvlak filosofie – neurowetenschap

Een belangrijk raakvlak tussen wetenschapsfilosofie en hersenwetenschap is het vraagstuk van de twee verklaringsniveaus. Wanneer we iemand vragen naar de reden waarom hij of zij iets doet, zal die persoon vaak een logisch klinkende reden kunnen geven. Hersenwetenschappers kunnen daarentegen soms een oorzaak in de herseneen aanwijzen; met een scan kunnen ze aantonen dat iemand iets doet doordat er in de hersenen van die persoon een verandering is opgetreden. Beroemd is de ‘readiness potential’ die zich in het brein voordoet kort vóór de eigenlijke handeling van iemand. Hoe verhouden die twee verklaringen zich tot elkaar? Staan ze naast elkaar of is de ene wellicht te reduceren tot de andere? Dat laatste lijkt niet het geval: in een redenering hebben elementen een logisch verband met elkaar, in de hersenen hebben processen een causaal verband met elkaar; de logica van een redenering is niet terug te brengen tot of te destilleren uit de causale processen in het brein.

Filosofen zien vaak redeneerfouten die het gevolg zijn van het niet goed afbakenen van de gebruikte concepten. Een voorbeeld hiervan is de titel van het boek van Dick Swaab: Wij zijn ons brein. Hoe moeten we deze prikkelende uitspraak duiden? Niet letterlijk in elk geval: in de zin “Ik neem de trein” kun je ‘ik’ niet vervangen door ‘mijn hersenen’ – “Mijn hersenen nemen de trein” klinkt toch raar. Wordt wellicht bedoeld dat hersenprocessen het meeste uit ons leven kunnen verklaren? Toch ook niet: omgevingsfactoren spelen een grote rol bij de dingen die iemand kiest of die iemand overkomen, zoals het aanleren van je moedertaal of het verlies van je benen in een gevecht als militair.

Voor de ontkenning van de menselijke vrije wil zijn historisch gezien grofweg drie stadia te onderscheiden. Eerst hebben theologen de vrije wil ontkend, met het argument dat een alwetende God de toekomst volledig kent, wat mensen geen vrije keus laat: alle keuzes liggen vast omdat God die reeds kent. Vervolgens waren het materialistische filosofen die in een newtoniaanse, mechanistische wereld geen plaats zagen voor de vrije wil: met de toestand op één moment liggen alle toekomstige toestanden vast via deterministische natuurwetten. Vandaag de dag zijn het neurowetenschappers die betogen dat de vrije wil niet bestaat: uit hersenonderzoek zou blijken dat alle keuzes louter het gevolg zijn van processen in het brein.

 

Victor Lamme: De vrije wil bestaat niet

Victor Lamme noemt de overtuiging dat ‘wij’ het zijn die handelen door een vrije, op redenen gebaseerde beslissing, een regelrechte vergissing. Hij denkt de verklaring in termen van redenen te kunnen afschaffen ten gunste van de verklaring in termen van hersenprocessen. Hij meent dat wat wij ‘redenen’ noemen slechts rationalisaties zijn die door een mechanisme in de linkerhersenhelft (de ‘kwebbeldoos’) worden geproduceerd. Deze kwebbeldoos zou de illusie van vrije wil creëren om te maskeren dat wij het gedrag van anderen niet kunnen voorspellen: zij blijken telkens weer andere dingen te doen dan wij dachten – zij beschikken schijnbaar over een vrije wil. En omdat wij onze eigen hersenprocessen niet kennen, schrijven we onszelf ook een vrije wil toe. Toch blijft deze vrije wil een illusie, een bedenksel. Aldus Lamme.

Philipse ziet in deze argumentatie echter een joekel van een paradox. Want wij kunnen de conclusie van een betoog alleen dan redelijk aanvaarden indien daar goede redenen voor zijn. Als nu al onze redenen slechts rationalisaties zijn, dan is het betoog van Lamme zelf niet op goede redenen gebaseerd maar op rationalisaties en kunnen wij redelijkerwijs de conclusie (dat redenen slechts rationalisaties zijn) niet aanvaarden. Kortweg: als Lamme gelijk zou hebben, dan kan hij zijn eigen conclusie redelijkerwijs niet aanvaarden. Had Lamme maar een expert in de logica geraadpleegd …

Hoe komt Lamme tot zijn conclusies? Wel, om te beginnen door een onterechte generalisering vanuit bijzondere, pathologische gevallen, waaruit blijkt dat iemands hersenen tot allerlei complexe handelingen en gewaarwordingen in staat zijn zonder dat de persoon zich hiervan bewust is. Het is echter een denkfout om te generaliseren van uitzonderlijke, atypische gevallen naar normale, typische gevallen, te weten mensen die gewone beslissingen zeggen te nemen uit vrije wil.

Daarnaast maakt Lamme een onterechte generalisering vanuit hersenonderzoek bij kikkers. Kikkerhersenen gedragen zich niet alsof ze een vrije wil hebben en mensenhersenen zijn meer van hetzelfde, dus daar zal ook wel geen vrije wil aan te pas komen. In kikkerhersenen zien we geen vrije wil en geen redenen, in mensenhersenen ook niet, ergo: vrije wil en echte redenen bestaan niet. Wederom aldus Lamme. Ja zo lusten we er nog wel één: in hersenen vinden we geen logische redeneringen, dus logische redeneringen bestaan niet!

Ten slotte maakt Lamme een onterechte generalisering vanuit experimenten waarin mensen door de proefleider misleid worden. In de colatest bijvoorbeeld worden proefpersonen 3 glazen cola voorgezet, met achter elk glas een ander merk colafles; aan de proefpersonen wordt verteld dat de cola in elk glas uit de fles erachter komt. Desgevraagd geven de proefpersonen redenen waarom ze de ene cola lekkerder vinden dan de andere. Echter, in alle 3 de glazen zit stiekem hetzelfde merk cola! In zo’n geval is het duidelijk dat de redenen die mensen opgeven rationalisaties moeten zijn, want er is geen verschil tussen de cola’s. Uit het feit dat mensen rationaliseren in die gevallen waarin ze op het verkeerde been worden gezet, volgt niet dat mensen in alle gevallen rationaliseren. Soms kunnen wel degelijk goede redenen bestaan. Al met al staan de argumenten van Lamme voor het niet-bestaan van de vrije wil op erg wankele voet. Het boek rammelt aan alle kanten.

 

Dick Swaab: Wij zijn ons brein

Wat bedoelen we eigenlijk met ‘vrije wil’, of dat bepaalde handelingen ‘vrij’ zijn? Daar vallen diverse begrippen onder. Ten eerste het aantal beschikbare opties: als iemand vrijkomt uit de gevangenis, dan heeft die persoon meer opties (handelingen, bewegingen) tot zijn beschikking dan voorheen. Ten tweede contingentie: indien je in een situatie anders had kunnen handelen dan je daadwerkelijk deed. Omdat je nooit twee keer in precies dezelfde situatie kunt geraken, moet dit gelezen worden als: indien je in dezelfde soort situaties op verschillende manieren kunt handelen, bijvoorbeeld door in restaurants soms witte en soms rode wijn te kiezen. Ten derde een wil de zó vrij is dat deze op geen enkele manier beperkt kan worden. Dit is de meest extreme vorm van het vrijheidsbegrip die o.a. bij Descartes gevonden kan worden. Descartes dichtte de mens een goddelijke, absoluut vrije zielensubstantie toe.

Swaab hanteert deze laatste, extreme vorm van vrijheid. Hij trekt vervolgens uit de resultaten van moderne hersenonderzoeken twee conclusies: dat van volledige vrijheid geen sprake kan zijn én dat wij slechts de illusie hebben een vrije wil te bezitten. De eerste conclusie vormt geen probleem, niemand gelooft nog in de absolute vrijheid van de mens. Iedereen is tot op zekere hoogte vrij én tot op zekere hoogte beperkt in zijn vrijheid. Dat de grenzeloze vrijheid niet bestaat, wisten we dus al, daar hadden we het boek van Swaab niet voor nodig. Daaruit volgt echter niet dat onze vrije wil een illusie is. De vrijheid die we binnen onze beperkingen over hebben, is daarmee niet naar het rijk der fabelen verwezen.

Interessant in dit verband zijn de resultaten van de experimenten van Benjamin Libet. In deze proeven werd mensen gevraagd om meerdere keren hun hand te bewegen binnen een zeker tijdsbestek. De momenten mochten de proefpersonen zelf uitkiezen, daar waren ze helemaal vrij in. Zodra een proefpersoon zijn hand wilde gaan bewegen – de aandrang voelde om te bewegen – moest hij op een (nauwkeurige, maar onconventionele) klok kijken en noteren wat deze klok aangaf. De hersenen van de proefpersonen werden gevolgd door elektroden op het hoofd. Wat bleek? Gemiddeld ongeveer 0,5 seconde voordat een hand bewoog, werd in de hersenen een readiness potential gemeten: de hersenen bereidden het aansturen van de spieren al voor. Maar de proefpersonen rapporteerden gemiddeld 0,2 seconde voordat hun hand bewoog, dat ze hun hand wilden gaan bewegen. Dat is 0,3 seconde ná de readiness potential! Het is alsof de vrije wil achter de feiten aanloopt. Maar is dat echt zo? Philipse laat dit in het midden en schuift deze kwestie door naar de discussieronde.

 

Conclusie

Ter afsluiting poneert Philipse enkele stellingen.

(1) De gedachte dat hersenonderzoek onomstotelijk heeft uitgewezen dat de menselijke vrije wil niet bestaat, is pertinent onjuist. Begrippen worden niet geanalyseerd, men generaliseert erop los en er wordt anderszins slecht geredeneerd – het is droevig gesteld.

(2) Als je de menselijke vrijheid ontkent, dan zou je ook de zinvolheid van alle moraal moeten ontkennen. Moraal veronderstelt mensen die verantwoordelijk zijn voor (de gevolgen van) hun keuzes en hun handelingen.

(3) Het schaadt de wetenschap enorm wanneer je niet heel zorgvuldig populariseert, als je je laat verleiden tot uitspraken die het onderzoek niet rechtvaardigt. Zo heeft de overdrijving door Al Gore in diens klimaatfilm de klimaatwetenschap geen goed gedaan.

Alles bij elkaar blijkt de kritiek van Philipse op de conclusies van de hersenonderzoekers niet mals. Wat zouden de neurowetenschappers terugzeggen? Gelukkig volgde na de lezing een discussie- en vragenronde, zodat in elk geval Dick Swaab weerwoord kon geven.

 

Discussie, vraag en antwoord

Een van de eerste vragen uit het publiek is: “Wat is het verschil tussen de ervaringen van iemand die in de echte wereld leeft en een los brein in een vat dat exact de juiste impulsen krijgt toegediend om een illusoire wereld te beleven?”

Philipse: De subjectieve ervaringen zijn in beide gevallen precies hetzelfde. Immers, in het gedachte-experiment met het brein in een vat is de proef zo opgezet dat de illusoire wereld niet van echt te onderscheiden is. Een andere vraag is of wij van buitenaf een bepaalde psychologische toestand aan zo’n brein kunnen toeschrijven. Normaliter gebruiken we iemands gedrag om in te schatten in welke psychologische toestand hij of zij zich bevindt. Een los brein vertoont echter geen gedrag dat we zouden kunnen duiden. In theorie zou dat kunnen, als de hersenwetenschap zó ver gevorderd was, dat we elke specifieke bewustzijnsactiviteit kunnen relateren aan daarbij horende hersenprocessen; maar daar zijn we nog lang niet.

Dick Swaab voegt zich bij Herman Philipse zodat het publiek vragen aan beide kan stellen en de twee heren met elkaar in discussie kunnen gaan.

 

Publiek: Kennis van onze hersencellen is niet voldoende om alle hersenactiviteit te verklaren. Er zijn zoveel cellen in ons brein dat dit zich chaotisch en onvoorspelbaar gedraagt, waardoor er altijd ruimte blijft voor iets als vrije wil.

Swaab: Inderdaad zullen we niet alle hersencellen kunnen volgen om daaruit precieze voorspellingen te doen. Wel kunnen we reeds veranderingen in een netwerk van cellen volgen om daaruit simpele, niet al te specifieke, antwoorden te destilleren. Deze techniek zal zeker verder worden ontwikkeld.

Schertsend laat Swaab weten dat hij later als hij groot is ook filosoof wil worden. Immers, neurowetenschappers doen de experimenten en het enige wat filosofen doen is zeggen dat het geen ideaal experiment was.

Swaab heeft uiteraard geen ideaal experiment met betrekking tot het ‘brein in een vat’, maar kent wel een benadering hiervan, namelijk het locked-insyndroom: een vrijwel volledige verlamming waarbij de hersenen niets van het lichaam kunnen aansturen, op de oogleden na. Met ooglidbewegingen kan zo iemand nog communiceren. Zijn brein blijkt nog steeds te denken en te voelen – er is wel degelijk een persoon aanwezig. Philipse werpt hierop tegen dat dit niet geldt als een brein in een vat, want die heeft zelfs geen oogleden om te bewegen, zodat communicatie niet mogelijk is.

Swaab komt met het voorbeeld van iemand in coma die werd gevraagd zich twee bewegingen voor te stellen: door zijn huis lopen en tennissen. Dit gaf twee verschillende signalen in de hersenen die als ‘ja’ en ‘nee’ konden dienen, waardoor communicatie mogelijk was. Mijn tegenwerping hierop zou zijn dat zo’n brein nog steeds oren heeft om de buitenwereld waar te nemen. Een brein in een vat heeft zelfs geen oren, zodat communicatie niet mogelijk is. Hoe stel je een los brein vragen?

Swaab vindt Philipses stelling dat er zonder vrije wil geen moraal mogelijk is, veel te kort door de bocht. Hij vindt dat je het een kind niet kwalijk kan nemen dat-ie met justitie in aanraking komt indien het kind door zijn genen en een slechte zwangerschap een grote kans heeft om uit de bocht te vliegen. Toch heeft moraal zin, maar meer voor de groep dan voor het te straffen individu – zonder moraal functioneert de samenleving niet. Philipse merkt op dat er verschil is tussen het opvoeden van een kind, dat moraal nog moet aanleren, en het handelen van een toerekeningsvatbare volwassene. Volgens hem valt dit verschil weg als vrije wil niet bestaat. Swaab kan niets met het begrip ‘toerekeningsvatbaar’, vindt zelfs dat iedereen in meer of mindere mate ontoerekeningsvatbaar is.

Volgens Swaab zijn er wel redenen om te straffen: genoegdoening voor de samenleving, het voorkomen van recidive, en het feit dat sommige mensen zoveel schade aan de maatschappij berokkenen dat zij opgesloten moeten worden om de maatschappij te beschermen. Een andere reden die soms genoemd wordt, is dat een hoge straf een afschrikkende werking zou hebben; uit onderzoek blijkt dat helemaal niet het geval, dus dit is geen legitieme reden.

Swaab blijft erbij dat je mensen niet kunt aanrekenen dat ze een slecht werkende prefrontale cortex hebben en hun impulsen niet kunnen remmen. Dus toch ontoerekeningsvatbaar, werpt Philipse op. Nee, zegt Swaab, dat hoeft geen probleem te zijn als je maar de juist baan hebt: de meeste psychopaten zitten immers op hoge posten bij banken en in het bedrijfsleven …

 

Publiek: Is er een ondergrens aan leven dat we een wil zouden toeschrijven, en waarom?

Swaab: Ook een minder complexe levensvorm zoals een eencellige neemt beslissingen, daarbij reagerend op de omgeving, bijvoorbeeld door naar voedsel toe en van gifstof af te kruipen. Of je dit een ‘wil’ kunt noemen, daar is een filosoof voor nodig.

Philipse merkt op dat wij in de eerste plaats leren al onze psychologische concepten aan mensen toe te kennen. Om te bepalen of andere dieren ook over een psychologisch concept, i.c. een wil, beschikken, vergelijken we het type gedrag dat dieren vertonen met dat van mensen. Bij een hond zijn we eerder geneigd om te zeggen dat-ie over een wil beschikt, dan bij een microbe. Philipse zou een microbe zelfs geen ‘beslissingen’ toedichten. Daarnaast zijn er zaken die we aan een hond niet zullen toeschrijven: een hond verheugt zich niet op het brokje dat hij met de volgende kerst krijgt, hij vertoont geen gedrag waaruit blijkt dat hij zo’n tijdspanne overziet. Een harde ondergrens voor het toeschrijven van een wil is er in ieder geval niet, het is gradueel.

 

Publiek: De vrij wil is toch niet in tegenspraak met de uitspraak “wij zijn ons brein”: het is immers mijn eigen brein. Gaat het niet eerder om de vraag: “Wat is een autonoom individu?”

Swaab: Wijst op het feit dat hersenen in het centrum staan van het begrip ‘wij’: we kunnen ledematen amputeren of organen transplanteren, het zal iemands persoonlijkheid zelf niet veranderen; maar een hersenbeschadiging op de juiste plek en iemand wordt een heel ander persoon. Daarnaast is bekend dat veel beslissingen onbewust genomen worden.

Philipse erkent dat veel van wat we doen automatisch gebeurt, maar werpt tegen dat er ook momenten zijn waarop iemand weloverwogen een beslissing neemt, en daar gaat de vrije wil over. De problematiek rond wat precies aan wat vooraf gaat en of een zeker proces in de hersenen (zoals de readiness potential) wellicht identiek is aan het nemen van de beslissing, is bijlange na niet opgelost. Swaab refereert aan een experiment waarin bij proefpersonen het bewustzijn tijdelijk werd uitgeschakeld (door een bepaalde stimulus) en de proefpersonen toch de juiste beslissing konden nemen: voor beslissen is geen bewustzijn nodig. Het uitvoeren van een beslissing en het bewust worden van die beslissing zijn twee verschillende zaken.

Philipse heeft moeite met het toekennen van beslissingen aan hersenen: in laatst genoemd experiment zou het meer om automatische handelingen gaan dan om beslissingen. Een beslissing wil hij definiëren als een bewustzijnshandeling. Dat nu, zegt Swaab, blijkt empirisch niet het geval.

 

Iemand uit de zaal bekent dat hij na vandaag tot de conclusie gekomen is dat de vrije wil inderdaad niet bestaat. Daar sluit ik me in beginsel bij aan. De grote afwezige in deze hele discussie is een experiment met een uitkomst die (vrijwel) alleen te rijmen is met het bestaan van de vrije wil. De bewijslast ligt ondertussen bij degene die beweert dat vrije wil wel bestaat, niet bij degene die beweert dat zij niet bestaat – ondanks het boek van Lamme en ondanks de kritiek van Philipse. Afijn, voer voor verder nadenken en discussie.

Geïnteresseerd in de besproken boeken? Bestel ze via de onderstaande link bij Bol.com en steun daarmee Kloptdatwel.nl!

Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 24
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 25
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 24
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 25
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 24
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 25

Filed Under: Skepsis Congres, Skepticisme, Skeptische TV, Wetenschap

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 18
  • Page 19
  • Page 20
  • Page 21
  • Page 22
  • Interim pages omitted …
  • Page 40
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
Hamerhype
3 September 2026 - SkepsisSiteBeheerder

Tienerjongens die zichzelf met hamers slaan om een betere kaaklijn te ontwikkelen: media van Nieuwsuur tot de BBC sloegen onlangs alarm over de gevaren van ‘bonesmashing’. Maar hoe ver gaat deze hype echt?Lees meer Hamerhype › [...]

Kan de aarde eventjes zwaartekracht verliezen?
12 August 2026 - SkepsisSiteBeheerder

NASA zou hebben berekend dat op 12 augustus 2026 de aarde 7,3 seconden zonder zwaartekracht zou komen te zitten. Onzin natuurlijk, maar wat zou er gebeuren als het toch zou kunnen?Lees meer Kan de aarde eventjes zwaartekracht verliezen? › [...]

Ype & Ionica zijn skeptisch
3 August 2026 - Ward van Beek

. Ook in het zomernummer van Skepter zijn Ype en Ionica weer skeptisch … [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

The Fox News Stars Got in Charge
11 September 2026 - Jonathan Howard
The Fox News Stars Got in Charge

When it comes to issues related to SBM, our fierce, mighty Secretary of War, Pete Hegseth isn't doing so well. The post The Fox News Stars Got in Charge first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Generic GLP-1s are here (for some)
10 September 2026 - Scott Gavura
Generic GLP-1s are here (for some)

Will approved generic versions of Ozempic eliminate the grey market for compounding? The post Generic GLP-1s are here (for some) first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Body Integrity Dysphoria – A Rare and Informative Condition
9 September 2026 - Steven Novella
Body Integrity Dysphoria – A Rare and Informative Condition

A fifty-year-old man was admitted through the emergency room with extensive dry ice injuries to his left leg. For two days his doctors tried to save the leg, but the damage was too extensive, so eventually they had to perform a below-knee amputation. During this time the patient also suffered from small strokes due to fat emboli from the damaged leg. After […] The post Body Integrity Dysphoria – A Rare and Informative Condition first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Hans1263
    on De linke weekendbijlage (37-2026)
    @Renate Als ik het goed begrijp, hebben supplementen plus antibiotica mevrouw van haar klachten afgeholpen. En dus... leve de alternatieve
  • Renate1
    on De linke weekendbijlage (37-2026)
    Mijn hemel, Alternatieve geneeswijzen zijn net zoiets als broccoli. Ik zou zeggen dat er een groot verschil is. Broccoli is
  • De linke weekendbijlage (37-2026) - Kloptdatwel?
    on Alles fout – de paragnosten in de zaak Vaatstra
    […] Skepsis-website en op de confrontatie van het waarheidsgehalte van de paragnosten bij hun visie op de zaak Vaatstra (spoil
  • Hans1263
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    Mee eens hoor, maar vaak is er sprake van politiek op korte termijn. Waar blijft "Anita"?
  • Renate1
    on Artsencollectief geeft podium aan kankerkwakzalver William Makis op hun quackfest
    @ Hans, Tja, dat zou je verwachten, maar mensen kijken vaak met een rooskleurige blik terug naar het verleden. Daar

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in