• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Wetenschap

Fotografie met Aardbevingsneutronen

28 November 2012 by Martin Bier 41 Comments

Zo diepgaand en intensief zijn de analyses en de discussies dat de studie van de lijkwade van Turijn reeds een eigen vakgebied is met een eigen naam: de sindologie. De meest recente bijdrage aan de sindologie betreft het inzicht dat een aardbeving ten tijde van Jezus’ overlijden gepaard ging met kernreacties die zo hevig waren dat Jezus’ afbeelding ingebrand werd op de lijkwade. Kritische kanttekeningen lijken op hun plaats.

Het was rondom 1400 dat de lijkwade van Turijn voor het eerst opdook. Na de kruisdood zou het stoffelijk overschot van Jezus erin zijn gewikkeld. Drie dagen later vond de herrijzenis plaats. Maar een afdruk van het lichaam zou op het linnen doek zijn achtergebleven.

Fotografie met Aardbevingsneutronen 1
Het gezicht op de lijkwade van Turijn. Het contrast is verhoogd. (foto: Wikimedia Commons)

Is het “echt”? En, als het “echt” is, hoe komt het dan dat een vers lijk een afdruk achterlaat? Dat zijn dus de vragen. In 1988 kwam er een probleem bij. In dat jaar testten drie laboratoria, onafhankelijk van elkaar, kleine stukjes van de lijkwade met de C14 methode. Het oordeel was unaniem: het doek was vervaardigd in de 14e eeuw. Om z’n waardigheid te behouden heeft het Vaticaan steeds een zekere afstand tot de discussies bewaard en zich in haar uitspraken op de vlakte gehouden.

In een recent artikel in de Scientific Research and Essays wordt geclaimd dat de lijkwade echt is en dat kernreacties alle raadsels oplossen. Het artikel heeft een lange titel: Piezonuclear neutrons from earthquakes as a hypothesis for the image formation and the radiocarbon dating of the Turin Shroud. De vier auteurs komen zowaar zelf uit Turijn en zijn daar verbonden aan het Department of Structural Engineering and Geotechnics van de Politecnico. De titel vat de essentie van het artikel goed samen. Een aardbeving kort na de kruisiging zou een bombardement van neutronen veroorzaakt hebben. Hiermee zou een soort röntgenfoto gemaakt zijn van Jezus’ lichaam. Het linnen doek zou daarbij als fotografische plaat gefungeerd hebben. Verder zou dat seismisch neutronenbombardement kernreacties veroorzaakt hebben. Die kernreacties zouden de verhouding van de koolstofisotopen veranderd hebben en hierdoor zouden de uitkomsten van de C14-datering niet langer betrouwbaar zijn.

Fotografie met Aardbevingsneutronen 2
(foto: Judgefloro | Wikimedia Commons)

Edoch, er is erg veel aan te merken op deze voorstelling van zaken.

Voor een aardbeving in 33 n. Chr. baseren de auteurs zich op het Evangelie van Matteüs. In hoofdstuk 27 van dat evangelie is inderdaad sprake van een aardbeving ten tijde van de kruisiging. Maar met die vermeende aardbeving zou er, volgens Matteüs, een drie uur durende zonsverduistering zijn geweest (wat onmogelijk is) en zouden er ook heiligen uit hun graven zijn opgestaan en de stad zijn ingewandeld.

Dat er onder hoge druk, als in het binnenste van de aarde, kernreacties zouden kunnen plaatsvinden is een stokpaardje van de Turijnse onderzoekers. Ze hebben er ook elders over gepubliceerd. Deze ideeën, echter, hebben weinig ingang gevonden onder de vakgenoten (zie, bijvoorbeeld, hier, hier en hier). De gedachte is dat de grote druk onder de grond bij de aardbeving resulteerde in een stroom neutronen vanuit de grond. De neutronen gingen door het lichaam heen en creëerden de afbeelding. De veronderstelde aardbeving heeft de voor Europa ongekende kracht van meer dan 8 op de schaal van Richter. Volgens de vier Turijners kan het bij zo’n aardbeving in de loop van 15 minuten om 1013 (tien biljoen) neutronen per vierkante centimeter gaan. Dit is, aldus de auteurs, voldoende om de afbeelding te veroorzaken en de isotopenverhouding te veranderen.

Fotografie met Aardbevingsneutronen 3
De kapel in Turijn waar de lijkwade bewaard wordt. (foto: Parlis Orlanda | Wikimedia Commons)

Rondvliegende neutronen zijn een vorm van radioactieve straling. De eenheid die gebruikt wordt in de analyse van de schade die radioactieve straling doet is de “gray“. Één gray voel je nauwelijks. Tien gray is dodelijk. Het is eenvoudig na te gaan dat tien biljoen neutronen per vierkante centimeter overeenkomt met zo’n 200 gray voor elke persoon die eraan is blootgesteld. Kortom, als de inschatting van het Turijnse team correct is, dan zou iedereen in Jeruzalem een acute stralingsdood zijn gestorven tijdens die vermeende, apocalyptisch grote aardbeving van 33 n. Chr. De apostelen, de Heilige Maagd, Pontius Pilatus … allemaal omgekomen. Nog tot jaren nadien zou het Heilige Land een nucleaire fall-outzone zijn gebleven.

Stel dat het echt zo zou zijn dat aardbevingen gepaard gaan met kernreacties die de uitkomst van een C14-datering met een factor 3 kunnen veranderen. De C14-methode zou dan volledig ontoepasbaar zijn in seismisch actieve gebieden zoals het Middellandse Zeegebied. Feit is echter dat de methode altijd zeer succesvol is gebleken, vooral in de studie van de oude beschavingen van rond de Middellandse Zee. Grote systematische ongerijmdheden zijn er nooit gevonden.

De uitkomst van de C14-analyses van 1988 is in overeenkomst met wat historici te melden hebben. Het was halverwege de middeleeuwen dat relikwieën populair werden in Europa. Met de heilige graal, bijvoorbeeld, gaat het om de beker waaruit gedronken werd tijdens het laatste avondmaal. Soms ook wordt er de beker mee bedoeld waarin Jezus’ bloed werd opgevangen toen hij aan het kruis hing. Welnu, over graal en graalridders wordt pas in de 12e eeuw voor het eerst geschreven. Relikwieën werden een ware rage tegen het eind van de middeleeuwen. Er ontstond een zeer levendige handel in botjes en kledingstukken die aan heiligen en martelaren toebehoord zouden hebben. Veel vervalsingen kwamen er toen ook in omloop. De eerste schriftelijke melding over de lijkwade van Turijn is van 1390 en komt van de hand van een bisschop die beweert dat het om bedrog gaat.

Aardbevingsneutronen die een afbeelding maken op een gevoelige plaat van linnen vormen niet echt een aannemelijk verhaal. Dat het met die lijkwade om een ordinaire 14e-eeuwse vervalsing gaat is uiteindelijk een stuk waarschijnlijker.

Filed Under: Buitenland, Wetenschap Tagged With: geloof, hoax, kritisch denken, lijkwade van Turijn

‘Merchants of Doubt’ en DDT

26 November 2012 by Ruud Herold 12 Comments

Een van de activiteiten die we binnen de Skepsis werkgroep Amsterdam ontplooien is op een relaxte manier gezamenlijk een boek lezen en het vervolgens bespreken. Het boek dat we recentelijk gelezen en besproken hebben is: ‘Merchants of Doubt’. Laat ik vooropstellen dat het niet in mijn bedoeling ligt om een volledige boekbespreking te geven. Het boek is al uitgebreid besproken o.a. in Trouw en in het NRC o.a. door Karel Knip (NRC, 3 november 2012).

‘Merchants of Doubt’ en DDT 4Voor mijn gevoel is ‘Merchants of Doubts’ een uitstekend voorbeeld van onderzoeksjournalistiek. Het laat, zeer goed onderbouwd, zien hoe een klein groepje (voornamelijk) wetenschappers uit ideologische motieven er een carrière van gemaakt hebben om twijfel te zaaien over allerlei onderwerpen voornamelijk door het wetenschappelijk proces te verdraaien en te misbruiken.
Het begint allemaal met het twijfel zaaien over de schadelijke effecten van sigaretten en is momenteel o.a. gericht om twijfel te zaaien over de wetenschap achter de klimaat problematiek. De eindconclusie lijkt te zijn dat men uit ideologische motieven twijfel probeert te zaaien over het wetenschappelijk proces zelf.

‘Merchants of Doubt’ en DDT 5
Het boek ‘Silent Spring’ van Rachel Carson

De reden dat ik echter dit stukje schrijf, heeft te maken met een onderwerp dat in het boek behandeld wordt. DDT, Rachel Carson en haar boek “Silent Spring” waarvan men kan beweren dat de publicatie van dit boek het startschot was voor de moderne milieubeweging.

In het boek ‘Merchants of Doubt’ komt ter sprake dat er recentelijk een beweging was die Rachel Carson aanviel en het gebruik van DDT voor malariabestrijding bejubelde. Er is bijna niemand die tegenspreekt dat indertijd DDT, gedurende een relatief korte periode, min of meer een zegen voor de mensheid was.
De claim die in deze context gebruikt werd om Rachel Carson in een kwaad daglicht te stellen was dat als DDT nog steeds gebruikt mocht worden in ontwikkelingslanden er wederom miljoenen mensen gered konden worden aangezien DDT indertijd zeer effectief was bij de het uitroeien van malaria in bepaalde gebieden. Als de regeringen van ontwikkelingslanden niet min of meer gechanteerd waren door milieu actiegroepen die weer gesteund werden door Westerse regeringen die weer gingen over ontwikkelingsgelden, om geen DDT meer te gebruiken voor het uitroeien van de malariamug waren er nu nog miljoenen mensen in leven. Daarnaast wordt beweerd dat moderne middelen niet zo effectief zijn als DDT was en nu nog steeds zou zijn.

‘Merchants of Doubt’ en DDT 6
3-D model van het DDT molecuul

Terwijl ik het boek aan het lezen was herinnerde ik me dat ik over dit onderwerp met deze argumentatie gelezen had en indertijd vond dat dit alles heel redelijk en aannemelijk klonk. Ik meen me ook te herinneren dat ik me indertijd afvroeg of resistentie niet een rol zou kunnen spelen hetgeen DDT tegenwoordig minder effectief zou maken. Ik heb dat echter niet opgevolgd met wat onderzoek. Als Kritisch Denker heb ik echter ondertussen teveel boeken over valse herinneringen gelezen om deze herinnering daarom ‘unverfroren’ voor waar aan te nemen. Helaas kan ik daarom alleen maar terugvallen op de herinnering dat ik dit deze redenering als aannemelijk heb beschouwd, hetgeen ik wel voor 100% zeker weet aangezien ik het ooit eens in een discussie naar voren heb gebracht.

Laat ik er kort over zijn, in het boek zelf wordt brandhout gemaakt van de door de echte ‘Merchants of Doubt’ (dus niet het boek) gebruikte argumentatie.

Er zijn twee belangrijke redenen voor mij om volledig met de argumentatie die in het boek ‘Merchants of Doubt’ gepresenteerd worden mee te gaan. De eerste was dat er op de man/vrouw gespeeld werd. De persoon Rachel Carson werd in eerste instantie aangevallen en pas in tweede instantie haar beweringen, een klassieke drogreden. In het boek wordt aannemelijk gemaakt dat dit in feite een aanval is op de betrouwbaarheid van de gegevens die via een wetenschappelijk proces verzameld zijn.
Voor mij persoonlijk misschien nog belangrijker was eigenlijk dat ik recentelijk in een kringloopwinkel een oud Biologie boek uit 1975 tegenkwam, ver voor de introductie van Internet (Biologie 5v; H.H. Kreutzer & A.A.G. Oskamp; Wolters Noordhoff; 1975; ISBN: 9001505368; p. 235). Daaraan werd al vermeld DDT niet meer zo effectief was. Ik citeer: ‘Al spoedig bleek DDT echter niet onbeperkt toepasbaar. Binnen de te bestrijden insectensoorten komen mutanten voor die DDT-ase kunnen maken, een enzym dat DDT omzet in een niet giftige stof. Deze mutanten waren in het nieuwe milieu in het voordeel boven hun soortgenoten, zodat zij deze laatste na korte tijd geheel verdrongen (…). Bespuiting met DDT had nu geen succes meer.’
Dit is een van de argumenten, met nog meer onderbouwing, die ook in het boek ‘Merchants of Doubt’ naar voren gebracht worden en het gegeven dat ik deze informatie bevestigd heb gevonden in een pre-Internet tijdperk leerboek, laat mij er een grote weegfactor aan toekennen. (Als ’grumpy old man’ ben ik nu ook min of meer verplicht om te zeggen dat ze in die tijd betere en meer gedegen leerboeken maakten).

Het is trouwens interessant om te kunnen constateren dat men in het artikel over DDT op de Nederlandstalige Wikipedia kan lezen: “Het verbieden van DDT als middel bij de malariabestrijding heeft dan ook vele doden tot gevolg gehad.” Op de Engelstalige Wikipedia artikel over DDT kon ik deze zin echter niet vinden. De Engelstalige versie is ook uitgebreider en duidelijk iets kritischer m.b.t. het gebruik van DDT en ondersteunt veel van de argumenten die in het boek naar voren gebracht worden.

Al met al kan ik dit alleen maar als een goede les beschouwen voor iemand die kritisch probeert te denken. Om het maar met Lenin te zeggen: “Vertrauen ist Gut, Kontrolle ist Besser!”. Neem niets zo maar voor waar aan, controleer altijd! En dit laatste geld vooral als ideologie een rol speelt.

In Skepter 24.2 besprak Cees Renckens het boek ook al uitgebreid: ‘Handelaren in twijfel‘.

‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8
‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8
‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8
‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8
‘Merchants of Doubt’ en DDT 7
‘Merchants of Doubt’ en DDT 8

Filed Under: Wetenschap Tagged With: DDT, Merchants of Doubt, Rachel Carson, Silent Spring

Gelezen: Ontspoorde wetenschap

3 November 2012 by Pepijn van Erp 20 Comments

In 1993 verscheen het boek ‘Valse vooruitgang. Bedrog in de Nederlandse wetenschap’ van onderzoeksjournalist Frank van Kolfschooten. Dit boek zette het een en ander in werking aan universiteiten, onderzoeksinstellingen en de KNAW. Langzamerhand kwam er meer aandacht voor kwesties die te maken hebben met inbreuken op de wetenschappelijke integriteit en het besef dat er iets structureels geregeld moest worden om mogelijke gevallen daarvan te onderzoeken. Inmiddels hebben alle universiteiten wel een vertrouwenspersoon en procedures om met wetenschappelijk wangedrag om te gaan. En bovenaan staat het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI), overigens pas sinds 2003.
Vorig jaar kwam het onderwerp vooral door de affaire Stapel wederom volop in de belangstelling te staan. Van een aantal kanten kreeg Van Kolfschooten de vraag of het niet een goed idee zou zijn om een hernieuwde versie van zijn boek te schrijven. Dat was zeker een goed idee, want zijn nieuwe boek ‘Ontspoorde wetenschap. Over fraude, plagiaat en academische mores’ dat op 25 oktober uitkwam, kan ik echt aanraden.

Gelezen: Ontspoorde wetenschap 17Onderzoek
In het boek heeft Van Kolfschooten geprobeerd om van zoveel mogelijk gevallen die onderwerp werden van onderzoek door integriteitscommissies te achterhalen wat er precies gebeurd is. Dat kostte veel uitzoekwerk, want veelal waren de personen wie het betrof tot nu toe anoniem gebleven. Voor een groot deel is het onderzoek gebaseerd op de officiële stukken, die soms met een beroep op de WOB (of dreiging daarmee) losgeweekt moesten worden. Een andere belangrijke bron van informatie was de enquête die Van Kolfschooten stuurde naar ruim 8.000 wetenschappers.

Bekende namen
Het grootste deel van de casussen in het boek betreft plagiaat; het bekendste geval is dat van René Diekstra. Verrassend voor mij was dat die zaak nog enigszins gaande is. In 1996 kwam naar voren dat Diekstra niet zo netjes was omgesprongen met bronvermeldingen in zijn populair wetenschappelijke boeken. Ook bij een echte wetenschappelijke publicatie werden vraagtekens gezet.
Het leidde er toe dat Diekstra eind 1996 vertrok als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. In 2004 werd hij echter weer hoogleraar, nu aan de Roosevelt Academy, een dependance van de Universiteit Utrecht. Sommigen merkten op dat de Roosevelt Academy helemaal niet de bevoegdheid had om hem opnieuw hoogleraar te maken. Van Kolfschooten krijgt ook niet helemaal helder of dat nu eigenlijk wel correct is gegaan, maar het lijkt er toch sterk op dat de toenmalige ‘dean’ professor Adriaansens Diekstra als hoogleraar heeft aangesteld, zonder de regels daar goed op na te slaan. Adriaansens doet de zaak anno 2012 echter af als een ‘academische kwestie’.

Gelezen: Ontspoorde wetenschap 18
René Diekstra is anno 2012 nog niet klaar met de zaak-Diekstra uit 1996

Dit soort onduidelijkheden blijken toch pijnlijk als een journalist ze probeert te ontrafelen en er kwamen in deze zaak ook brieven van de advocaat van Diekstra aan te pas. In meer zaken kreeg de journalist te maken met advocaten, die optraden namens wetenschappers die op de vingers getikt zijn.
Op het moment dat het gewone recht zich ermee gaat bemoeien, moet je gelijk maar vergeten dat je dat nog helderheid oplevert voor de vraag of de wetenschappelijke integriteit in het gedrang is geweest. Dan gaat het alleen nog maar om procedures van de commissies en besturen van universiteiten. Inhoudelijk schieten rechters eigenlijk altijd te kort om iets van waarde bij te dragen voor de kern van de zaak. In veel gevallen is er wel wat op te merken op de aanpak van de commissies die ingesteld zijn om de vermeende misstanden te onderzoeken, met als gevolg dat de beklaagde zich uiteindelijk vaak als slachtoffer kan opstellen.

Nieuwe zaken
De enquête bracht ook nieuwe zaken aan het licht. Blijkbaar stimuleerde die sommige aangeschreven wetenschappers om zaken waarvan ze zelf al langer vermoedden dat er iets aan de hand was, maar uiteindelijk niet gemeld hadden bij een vertrouwenspersoon, nu aan Van Kolfschooten toe te vertrouwen. Het interessantste voorbeeld hiervan betreft het werk van Mart Bax, hoogleraar politieke antropologie aan de VU (inmiddels met emeritaat). Het lijkt er sterk dat die zowel een onderzoek in een Brabants dorp in 1985 als een onderzoek in voormalig Joegoslavië in 1995 uit zijn duim heeft gezogen. In dat laatste onderzoek beschrijft Bax een mini-oorlog met 140 dodelijke slachtoffers, waarvan niemand in de buurt zich iets kan herinneren.
Over een andere hoogleraar met wat te veel fantasie, Antonie Stolk, schreef Gert Jan van ‘t Land al op Kloptdatwel op basis van eerder werk van Van Kolfschooten. Een interessante zaak, die niet in de Nederlandse commissies aan de orde is geweest, is die van de frauduleuze publicaties van Adrian Maxim over satellietontvangerchips. In een voorpublicatie van het boek is daarover te lezen.

Affaire Stapel
Ruime aandacht is er natuurlijk voor de praktijken van Diederik Stapel, min of meer de aanleiding voor het boek. Voor degene die zaak nauwgezet heeft gevolgd het afgelopen jaar, is er echter niet zo veel nieuws in te ontdekken. Het is jammer dat een aantal personen die waarschijnlijk wel nieuw licht kunnen doen schijnen op de zaak, niet wilden meewerken aan het boek.Gelezen: Ontspoorde wetenschap 19
Zo is het Van Kolfschooten helaas niet gelukt om professor Marcel Zeelenberg aan het praten te krijgen. Die bedacht samen met Stapel en professor Roos Vonk het inmiddels beruchte ‘vleeshufteronderzoek’, maar was ook degene waar de drie klokkenluiders uiteindelijk aanklopten en die de stap naar de rector van de Universiteit van Tilburg zette.
Dat ‘vleeshufteronderzoek’ is in de gedachten van velen nog steeds de aanleiding tot de ontmaskering van Stapel, zie bijvoorbeeld een recent stukje op de Joop. Maar dat klopt niet, zoals in het boek ook naar voren komt. Het onderzoek berust weliswaar ook op gefingeerde gegevens, maar was niet de reden dat de drie klokkenluiders uiteindelijk bij Zeelenberg aanklopten (ik heb daar zelf ook over geblogd).
Gezien de lange nasleep van veel andere casussen die Van Kolfschooten beschrijft, was het misschien sowieso te vroeg om te verwachten dat we nu al precies zouden kunnen weten wat er gebeurd is. Wellicht kan over een aantal jaar Stapel zelf publiekelijk toelichting geven.

Tot besluit
Het boek is een genot om te lezen, met name door de persoonlijke schrijfwijze. De schrijver heeft zich erg veel moeite getroost om alle betrokkenen van de verschillende kwesties aan het woord te laten en geeft aan wat hij daarvoor allemaal gedaan heeft. Ik kan me voorstellen dat diverse universiteiten de vragen van Van Kolfschooten heel vervelend vonden. Duidelijk naar voren komt dat er af en toe ook wel erg onhandig is opgetreden door de diverse commissies en Colleges van Bestuur (lees bijvoorbeeld dit artikel op DUB).
Oprakelen van oude affaires is niet altijd een pretje, maar wel zeer leerzaam. Gelukkig voor de lezer heeft de schrijver flink doorgezet en de tegenstrijdigheden in de verhalen van de verschillende partijen systematisch tegen elkaar uitgezet en steeds hoor en wederhoor toegepast. Mijn indruk is dat daardoor uiteindelijk een redelijk objectief beeld gegeven wordt. Het boek leest als een trein en smaakt naar meer, maar het is natuurlijk eigenlijk een beetje raar om te hopen dat er veel meer gevallen boven water gaan komen  😀

Op de website van Frank van Kolfschooten staat aanvullende infomatie over een aantal zaken en staan ook links naar andere recensies. Als je het boek bestelt via onderstaande link, steun je Kloptdatwel ook nog een beetje.

Gelezen: Ontspoorde wetenschap 20
Gelezen: Ontspoorde wetenschap 21
Gelezen: Ontspoorde wetenschap 20
Gelezen: Ontspoorde wetenschap 21

Filed Under: Algemeen, Wetenschap Tagged With: diederik stapel, diekstra, frank van kolfschooten, fraude, ontspoorde wetenschap, plagiaat, wetenschappelijke fraude

Skepsis congres 2011 – Herman Philipse – Vrije wil: een illusie?

20 October 2012 by Jan van der Gaag 85 Comments

In zijn presentatie Vrije wil: een illusie? gaat Herman Philipse vooral in op het boek De vrije wil bestaat niet van Victor Lamme en hoofdstuk XVIII van het boek Wij zijn ons brein van Dick Swaab. Daaraan vooraf belicht hij de raakvlakken tussen filosofie en neurowetenschap. Philipse grijpt de gelegenheid aan om de hersenwetenschappers aan de tand te voelen die denken aangetoond te hebben dat de menselijke vrije wil niet bestaat. Hij gebruikt nadrukkelijk geen PowerPointpresentatie, want er moet een beetje worden nagedacht.

 

Raakvlak filosofie – neurowetenschap

Een belangrijk raakvlak tussen wetenschapsfilosofie en hersenwetenschap is het vraagstuk van de twee verklaringsniveaus. Wanneer we iemand vragen naar de reden waarom hij of zij iets doet, zal die persoon vaak een logisch klinkende reden kunnen geven. Hersenwetenschappers kunnen daarentegen soms een oorzaak in de herseneen aanwijzen; met een scan kunnen ze aantonen dat iemand iets doet doordat er in de hersenen van die persoon een verandering is opgetreden. Beroemd is de ‘readiness potential’ die zich in het brein voordoet kort vóór de eigenlijke handeling van iemand. Hoe verhouden die twee verklaringen zich tot elkaar? Staan ze naast elkaar of is de ene wellicht te reduceren tot de andere? Dat laatste lijkt niet het geval: in een redenering hebben elementen een logisch verband met elkaar, in de hersenen hebben processen een causaal verband met elkaar; de logica van een redenering is niet terug te brengen tot of te destilleren uit de causale processen in het brein.

Filosofen zien vaak redeneerfouten die het gevolg zijn van het niet goed afbakenen van de gebruikte concepten. Een voorbeeld hiervan is de titel van het boek van Dick Swaab: Wij zijn ons brein. Hoe moeten we deze prikkelende uitspraak duiden? Niet letterlijk in elk geval: in de zin “Ik neem de trein” kun je ‘ik’ niet vervangen door ‘mijn hersenen’ – “Mijn hersenen nemen de trein” klinkt toch raar. Wordt wellicht bedoeld dat hersenprocessen het meeste uit ons leven kunnen verklaren? Toch ook niet: omgevingsfactoren spelen een grote rol bij de dingen die iemand kiest of die iemand overkomen, zoals het aanleren van je moedertaal of het verlies van je benen in een gevecht als militair.

Voor de ontkenning van de menselijke vrije wil zijn historisch gezien grofweg drie stadia te onderscheiden. Eerst hebben theologen de vrije wil ontkend, met het argument dat een alwetende God de toekomst volledig kent, wat mensen geen vrije keus laat: alle keuzes liggen vast omdat God die reeds kent. Vervolgens waren het materialistische filosofen die in een newtoniaanse, mechanistische wereld geen plaats zagen voor de vrije wil: met de toestand op één moment liggen alle toekomstige toestanden vast via deterministische natuurwetten. Vandaag de dag zijn het neurowetenschappers die betogen dat de vrije wil niet bestaat: uit hersenonderzoek zou blijken dat alle keuzes louter het gevolg zijn van processen in het brein.

 

Victor Lamme: De vrije wil bestaat niet

Victor Lamme noemt de overtuiging dat ‘wij’ het zijn die handelen door een vrije, op redenen gebaseerde beslissing, een regelrechte vergissing. Hij denkt de verklaring in termen van redenen te kunnen afschaffen ten gunste van de verklaring in termen van hersenprocessen. Hij meent dat wat wij ‘redenen’ noemen slechts rationalisaties zijn die door een mechanisme in de linkerhersenhelft (de ‘kwebbeldoos’) worden geproduceerd. Deze kwebbeldoos zou de illusie van vrije wil creëren om te maskeren dat wij het gedrag van anderen niet kunnen voorspellen: zij blijken telkens weer andere dingen te doen dan wij dachten – zij beschikken schijnbaar over een vrije wil. En omdat wij onze eigen hersenprocessen niet kennen, schrijven we onszelf ook een vrije wil toe. Toch blijft deze vrije wil een illusie, een bedenksel. Aldus Lamme.

Philipse ziet in deze argumentatie echter een joekel van een paradox. Want wij kunnen de conclusie van een betoog alleen dan redelijk aanvaarden indien daar goede redenen voor zijn. Als nu al onze redenen slechts rationalisaties zijn, dan is het betoog van Lamme zelf niet op goede redenen gebaseerd maar op rationalisaties en kunnen wij redelijkerwijs de conclusie (dat redenen slechts rationalisaties zijn) niet aanvaarden. Kortweg: als Lamme gelijk zou hebben, dan kan hij zijn eigen conclusie redelijkerwijs niet aanvaarden. Had Lamme maar een expert in de logica geraadpleegd …

Hoe komt Lamme tot zijn conclusies? Wel, om te beginnen door een onterechte generalisering vanuit bijzondere, pathologische gevallen, waaruit blijkt dat iemands hersenen tot allerlei complexe handelingen en gewaarwordingen in staat zijn zonder dat de persoon zich hiervan bewust is. Het is echter een denkfout om te generaliseren van uitzonderlijke, atypische gevallen naar normale, typische gevallen, te weten mensen die gewone beslissingen zeggen te nemen uit vrije wil.

Daarnaast maakt Lamme een onterechte generalisering vanuit hersenonderzoek bij kikkers. Kikkerhersenen gedragen zich niet alsof ze een vrije wil hebben en mensenhersenen zijn meer van hetzelfde, dus daar zal ook wel geen vrije wil aan te pas komen. In kikkerhersenen zien we geen vrije wil en geen redenen, in mensenhersenen ook niet, ergo: vrije wil en echte redenen bestaan niet. Wederom aldus Lamme. Ja zo lusten we er nog wel één: in hersenen vinden we geen logische redeneringen, dus logische redeneringen bestaan niet!

Ten slotte maakt Lamme een onterechte generalisering vanuit experimenten waarin mensen door de proefleider misleid worden. In de colatest bijvoorbeeld worden proefpersonen 3 glazen cola voorgezet, met achter elk glas een ander merk colafles; aan de proefpersonen wordt verteld dat de cola in elk glas uit de fles erachter komt. Desgevraagd geven de proefpersonen redenen waarom ze de ene cola lekkerder vinden dan de andere. Echter, in alle 3 de glazen zit stiekem hetzelfde merk cola! In zo’n geval is het duidelijk dat de redenen die mensen opgeven rationalisaties moeten zijn, want er is geen verschil tussen de cola’s. Uit het feit dat mensen rationaliseren in die gevallen waarin ze op het verkeerde been worden gezet, volgt niet dat mensen in alle gevallen rationaliseren. Soms kunnen wel degelijk goede redenen bestaan. Al met al staan de argumenten van Lamme voor het niet-bestaan van de vrije wil op erg wankele voet. Het boek rammelt aan alle kanten.

 

Dick Swaab: Wij zijn ons brein

Wat bedoelen we eigenlijk met ‘vrije wil’, of dat bepaalde handelingen ‘vrij’ zijn? Daar vallen diverse begrippen onder. Ten eerste het aantal beschikbare opties: als iemand vrijkomt uit de gevangenis, dan heeft die persoon meer opties (handelingen, bewegingen) tot zijn beschikking dan voorheen. Ten tweede contingentie: indien je in een situatie anders had kunnen handelen dan je daadwerkelijk deed. Omdat je nooit twee keer in precies dezelfde situatie kunt geraken, moet dit gelezen worden als: indien je in dezelfde soort situaties op verschillende manieren kunt handelen, bijvoorbeeld door in restaurants soms witte en soms rode wijn te kiezen. Ten derde een wil de zó vrij is dat deze op geen enkele manier beperkt kan worden. Dit is de meest extreme vorm van het vrijheidsbegrip die o.a. bij Descartes gevonden kan worden. Descartes dichtte de mens een goddelijke, absoluut vrije zielensubstantie toe.

Swaab hanteert deze laatste, extreme vorm van vrijheid. Hij trekt vervolgens uit de resultaten van moderne hersenonderzoeken twee conclusies: dat van volledige vrijheid geen sprake kan zijn én dat wij slechts de illusie hebben een vrije wil te bezitten. De eerste conclusie vormt geen probleem, niemand gelooft nog in de absolute vrijheid van de mens. Iedereen is tot op zekere hoogte vrij én tot op zekere hoogte beperkt in zijn vrijheid. Dat de grenzeloze vrijheid niet bestaat, wisten we dus al, daar hadden we het boek van Swaab niet voor nodig. Daaruit volgt echter niet dat onze vrije wil een illusie is. De vrijheid die we binnen onze beperkingen over hebben, is daarmee niet naar het rijk der fabelen verwezen.

Interessant in dit verband zijn de resultaten van de experimenten van Benjamin Libet. In deze proeven werd mensen gevraagd om meerdere keren hun hand te bewegen binnen een zeker tijdsbestek. De momenten mochten de proefpersonen zelf uitkiezen, daar waren ze helemaal vrij in. Zodra een proefpersoon zijn hand wilde gaan bewegen – de aandrang voelde om te bewegen – moest hij op een (nauwkeurige, maar onconventionele) klok kijken en noteren wat deze klok aangaf. De hersenen van de proefpersonen werden gevolgd door elektroden op het hoofd. Wat bleek? Gemiddeld ongeveer 0,5 seconde voordat een hand bewoog, werd in de hersenen een readiness potential gemeten: de hersenen bereidden het aansturen van de spieren al voor. Maar de proefpersonen rapporteerden gemiddeld 0,2 seconde voordat hun hand bewoog, dat ze hun hand wilden gaan bewegen. Dat is 0,3 seconde ná de readiness potential! Het is alsof de vrije wil achter de feiten aanloopt. Maar is dat echt zo? Philipse laat dit in het midden en schuift deze kwestie door naar de discussieronde.

 

Conclusie

Ter afsluiting poneert Philipse enkele stellingen.

(1) De gedachte dat hersenonderzoek onomstotelijk heeft uitgewezen dat de menselijke vrije wil niet bestaat, is pertinent onjuist. Begrippen worden niet geanalyseerd, men generaliseert erop los en er wordt anderszins slecht geredeneerd – het is droevig gesteld.

(2) Als je de menselijke vrijheid ontkent, dan zou je ook de zinvolheid van alle moraal moeten ontkennen. Moraal veronderstelt mensen die verantwoordelijk zijn voor (de gevolgen van) hun keuzes en hun handelingen.

(3) Het schaadt de wetenschap enorm wanneer je niet heel zorgvuldig populariseert, als je je laat verleiden tot uitspraken die het onderzoek niet rechtvaardigt. Zo heeft de overdrijving door Al Gore in diens klimaatfilm de klimaatwetenschap geen goed gedaan.

Alles bij elkaar blijkt de kritiek van Philipse op de conclusies van de hersenonderzoekers niet mals. Wat zouden de neurowetenschappers terugzeggen? Gelukkig volgde na de lezing een discussie- en vragenronde, zodat in elk geval Dick Swaab weerwoord kon geven.

 

Discussie, vraag en antwoord

Een van de eerste vragen uit het publiek is: “Wat is het verschil tussen de ervaringen van iemand die in de echte wereld leeft en een los brein in een vat dat exact de juiste impulsen krijgt toegediend om een illusoire wereld te beleven?”

Philipse: De subjectieve ervaringen zijn in beide gevallen precies hetzelfde. Immers, in het gedachte-experiment met het brein in een vat is de proef zo opgezet dat de illusoire wereld niet van echt te onderscheiden is. Een andere vraag is of wij van buitenaf een bepaalde psychologische toestand aan zo’n brein kunnen toeschrijven. Normaliter gebruiken we iemands gedrag om in te schatten in welke psychologische toestand hij of zij zich bevindt. Een los brein vertoont echter geen gedrag dat we zouden kunnen duiden. In theorie zou dat kunnen, als de hersenwetenschap zó ver gevorderd was, dat we elke specifieke bewustzijnsactiviteit kunnen relateren aan daarbij horende hersenprocessen; maar daar zijn we nog lang niet.

Dick Swaab voegt zich bij Herman Philipse zodat het publiek vragen aan beide kan stellen en de twee heren met elkaar in discussie kunnen gaan.

 

Publiek: Kennis van onze hersencellen is niet voldoende om alle hersenactiviteit te verklaren. Er zijn zoveel cellen in ons brein dat dit zich chaotisch en onvoorspelbaar gedraagt, waardoor er altijd ruimte blijft voor iets als vrije wil.

Swaab: Inderdaad zullen we niet alle hersencellen kunnen volgen om daaruit precieze voorspellingen te doen. Wel kunnen we reeds veranderingen in een netwerk van cellen volgen om daaruit simpele, niet al te specifieke, antwoorden te destilleren. Deze techniek zal zeker verder worden ontwikkeld.

Schertsend laat Swaab weten dat hij later als hij groot is ook filosoof wil worden. Immers, neurowetenschappers doen de experimenten en het enige wat filosofen doen is zeggen dat het geen ideaal experiment was.

Swaab heeft uiteraard geen ideaal experiment met betrekking tot het ‘brein in een vat’, maar kent wel een benadering hiervan, namelijk het locked-insyndroom: een vrijwel volledige verlamming waarbij de hersenen niets van het lichaam kunnen aansturen, op de oogleden na. Met ooglidbewegingen kan zo iemand nog communiceren. Zijn brein blijkt nog steeds te denken en te voelen – er is wel degelijk een persoon aanwezig. Philipse werpt hierop tegen dat dit niet geldt als een brein in een vat, want die heeft zelfs geen oogleden om te bewegen, zodat communicatie niet mogelijk is.

Swaab komt met het voorbeeld van iemand in coma die werd gevraagd zich twee bewegingen voor te stellen: door zijn huis lopen en tennissen. Dit gaf twee verschillende signalen in de hersenen die als ‘ja’ en ‘nee’ konden dienen, waardoor communicatie mogelijk was. Mijn tegenwerping hierop zou zijn dat zo’n brein nog steeds oren heeft om de buitenwereld waar te nemen. Een brein in een vat heeft zelfs geen oren, zodat communicatie niet mogelijk is. Hoe stel je een los brein vragen?

Swaab vindt Philipses stelling dat er zonder vrije wil geen moraal mogelijk is, veel te kort door de bocht. Hij vindt dat je het een kind niet kwalijk kan nemen dat-ie met justitie in aanraking komt indien het kind door zijn genen en een slechte zwangerschap een grote kans heeft om uit de bocht te vliegen. Toch heeft moraal zin, maar meer voor de groep dan voor het te straffen individu – zonder moraal functioneert de samenleving niet. Philipse merkt op dat er verschil is tussen het opvoeden van een kind, dat moraal nog moet aanleren, en het handelen van een toerekeningsvatbare volwassene. Volgens hem valt dit verschil weg als vrije wil niet bestaat. Swaab kan niets met het begrip ‘toerekeningsvatbaar’, vindt zelfs dat iedereen in meer of mindere mate ontoerekeningsvatbaar is.

Volgens Swaab zijn er wel redenen om te straffen: genoegdoening voor de samenleving, het voorkomen van recidive, en het feit dat sommige mensen zoveel schade aan de maatschappij berokkenen dat zij opgesloten moeten worden om de maatschappij te beschermen. Een andere reden die soms genoemd wordt, is dat een hoge straf een afschrikkende werking zou hebben; uit onderzoek blijkt dat helemaal niet het geval, dus dit is geen legitieme reden.

Swaab blijft erbij dat je mensen niet kunt aanrekenen dat ze een slecht werkende prefrontale cortex hebben en hun impulsen niet kunnen remmen. Dus toch ontoerekeningsvatbaar, werpt Philipse op. Nee, zegt Swaab, dat hoeft geen probleem te zijn als je maar de juist baan hebt: de meeste psychopaten zitten immers op hoge posten bij banken en in het bedrijfsleven …

 

Publiek: Is er een ondergrens aan leven dat we een wil zouden toeschrijven, en waarom?

Swaab: Ook een minder complexe levensvorm zoals een eencellige neemt beslissingen, daarbij reagerend op de omgeving, bijvoorbeeld door naar voedsel toe en van gifstof af te kruipen. Of je dit een ‘wil’ kunt noemen, daar is een filosoof voor nodig.

Philipse merkt op dat wij in de eerste plaats leren al onze psychologische concepten aan mensen toe te kennen. Om te bepalen of andere dieren ook over een psychologisch concept, i.c. een wil, beschikken, vergelijken we het type gedrag dat dieren vertonen met dat van mensen. Bij een hond zijn we eerder geneigd om te zeggen dat-ie over een wil beschikt, dan bij een microbe. Philipse zou een microbe zelfs geen ‘beslissingen’ toedichten. Daarnaast zijn er zaken die we aan een hond niet zullen toeschrijven: een hond verheugt zich niet op het brokje dat hij met de volgende kerst krijgt, hij vertoont geen gedrag waaruit blijkt dat hij zo’n tijdspanne overziet. Een harde ondergrens voor het toeschrijven van een wil is er in ieder geval niet, het is gradueel.

 

Publiek: De vrij wil is toch niet in tegenspraak met de uitspraak “wij zijn ons brein”: het is immers mijn eigen brein. Gaat het niet eerder om de vraag: “Wat is een autonoom individu?”

Swaab: Wijst op het feit dat hersenen in het centrum staan van het begrip ‘wij’: we kunnen ledematen amputeren of organen transplanteren, het zal iemands persoonlijkheid zelf niet veranderen; maar een hersenbeschadiging op de juiste plek en iemand wordt een heel ander persoon. Daarnaast is bekend dat veel beslissingen onbewust genomen worden.

Philipse erkent dat veel van wat we doen automatisch gebeurt, maar werpt tegen dat er ook momenten zijn waarop iemand weloverwogen een beslissing neemt, en daar gaat de vrije wil over. De problematiek rond wat precies aan wat vooraf gaat en of een zeker proces in de hersenen (zoals de readiness potential) wellicht identiek is aan het nemen van de beslissing, is bijlange na niet opgelost. Swaab refereert aan een experiment waarin bij proefpersonen het bewustzijn tijdelijk werd uitgeschakeld (door een bepaalde stimulus) en de proefpersonen toch de juiste beslissing konden nemen: voor beslissen is geen bewustzijn nodig. Het uitvoeren van een beslissing en het bewust worden van die beslissing zijn twee verschillende zaken.

Philipse heeft moeite met het toekennen van beslissingen aan hersenen: in laatst genoemd experiment zou het meer om automatische handelingen gaan dan om beslissingen. Een beslissing wil hij definiëren als een bewustzijnshandeling. Dat nu, zegt Swaab, blijkt empirisch niet het geval.

 

Iemand uit de zaal bekent dat hij na vandaag tot de conclusie gekomen is dat de vrije wil inderdaad niet bestaat. Daar sluit ik me in beginsel bij aan. De grote afwezige in deze hele discussie is een experiment met een uitkomst die (vrijwel) alleen te rijmen is met het bestaan van de vrije wil. De bewijslast ligt ondertussen bij degene die beweert dat vrije wil wel bestaat, niet bij degene die beweert dat zij niet bestaat – ondanks het boek van Lamme en ondanks de kritiek van Philipse. Afijn, voer voor verder nadenken en discussie.

Geïnteresseerd in de besproken boeken? Bestel ze via de onderstaande link bij Bol.com en steun daarmee Kloptdatwel.nl!

Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 24
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 25
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 24
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 25
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 24
Skepsis congres 2011 - Herman Philipse - Vrije wil: een illusie? 25

Filed Under: Skepsis Congres, Skepticisme, Skeptische TV, Wetenschap

Skepsis-congres 2011 – Dick Swaab – Zonderlinge verschijnselen

19 October 2012 by EmmyJacobs 24 Comments

Emmy Jacobs is helaas op 25 september 2012 overleden. Dit is haar eerste en laatste artikel dat zij voor Kloptdatwel schreef. We vinden het een eer dat we het alsnog kunnen publiceren.

 

Onderaan het artikel staat de opname van deze lezing.

De zetel van zonderlinge verschijnselen.

Zonderlinge verschijnselen hebben veel aandacht getrokken na de publicatie van een artikel over bijna-dood ervaringen van Pim van Lommel. Deze ervaringen zijn echte ervaringen, goed beschreven in het artikel. Echter, de ‘wetenschappelijke’ visie op de bijna-dood ervaring in Van Lommels boek Eindeloos bewustzijn is een misleiding volgens Swaab.

De fenomenen die zich voordoen tijdens zo’n bijna-doodervaring kunnen worden verklaard doordat een deel van de hersenen tijdens een dergelijke ervaring lijdt onder zuurstoftekort waardoor de informatie die normaal door het lichaam (spieren, ogen en evenwichtsorgaan) wordt geproduceerd niet doorkomt.

Swaab geeft het volgende voorbeeld. Een vrouw die op de operatietafel ligt krijgt het gevoel dat haar armen en benen korter worden en dat ze gaat zweven. Ze heeft het idee dat ze uit haar lichaam opstijgt. Er gebeurt echter niets op de operatietafel. Dit heeft te maken met zuurstoftekort. Ook mensen met neurologische afwijkingen hebben het idee uit hun lichaam te treden.

Van Lommels verklaring is dat bewustzijn in de ruimte om ons heen zit, dat de hersenen dat oppikken, dat een tijd met ons meedragen en dat het bewustzijn wordt overgedragen aan een ander lichaam als we dood gaan. Bijna-doodervaring is bewustzijn dat buiten het lichaam blijft voortbestaan. Van Lommel zegt dat het buiten het lichaam moet blijven voortbestaan want als een EEG wordt afgenomen dan zie je dat er tijdens een bijna-doodervaring geen EEG is. Dus is er geen werking van de hersenen en de hersencellen kunnen geen informatie verwerken. Volgens Swaab echter kan vanuit de EEG niet worden gezegd dat de cellen dood zijn. Als hersenweefsel ter obductie in plakjes wordt gesneden en gekweekt dan blijken de hersencellen 10 uur na het overlijden nog te functioneren, ja zelfs nog maanden daarna. Er is echter geen werking van de hersenen.

Swaab laat verschillende foto’s zien. Op één van de foto’s is een groep cellen omgeven door een rode kern, dat stellen de cellen voor die dood gaan. De cellen met een gele structuur duiden op alzheimer. Op een andere foto zijn blauwe hersencellen te zien die levend zijn. Die cellen hebben een virus opgenomen waarin een eiwitgen zit dat normaal niet in hersencellen zit. Die cellen leven voort terwijl de patiënt al overleden is. Vanuit de elektrische activiteit en de EEG kan men niet zeggen of de cellen dood zijn. Er kan nog informatie binnenkomen. Die cellen kunnen zelfs nog weken na het overlijden reageren. Indien men weefsel kweekt met stamcellen erbij worden er in grote getale nieuwe cellen gevormd. Het weefsel is dus springlevend lange tijd na het overlijden. Onlangs zijn resultaten van nieuw neurologisch onderzoek bij bijna-doodervaring gepubliceerd in een boek van Kevin Nelson:
The spiritual doorway to the brain, vertaald als De goddelijke hersenstam. (NRT-recensie: De goddelijke hersenstam)

Ieder argument dat Van Lommel geeft is een onwetenschappelijke verklaring.
De tunnelvisie wordt veroorzaakt door de bloedvoorziening van het netvlies. Als er een tekort aan bloed is, dan wordt de periferie van het gezichtsveld het eerst aangedaan, d.w.z. het wordt zwart. Het centrale deel van het netvlies krijgt nog licht en dat wordt gezien als het eind van de tunnel.

Ook heftige stress kan zuurstoftekort veroorzaken. Een straaljagerpiloot heeft er bijvoorbeeld last van als hij te snel de bocht neemt. Hij heeft dan het gevoel in een centrifuge te zitten.

Als hersenen onvoldoende informatie krijgen gaan ze zelf informatie maken, zoals ook uitgelegd in de voorgaande lezing door Van Gijn. Welke fenomenen je te zien krijgt hangt af in welk hersengebied de informatie binnenkomt. Mensen die doof worden krijgen onvoldoende informatie naar het normale hersenschorsgebied. De hersenen gaan dan zelf informatie maken en die mensen horen dan bijvoorbeeld het Wilhelmus of kinderliedjes of hebben last van oorsuizen. Wanneer het gehoor verbetert of er een stimulus is die informatie geeft dan verdwijnt het geluid dat ze steeds horen.

Als mensen slechter gaan zien omdat de retina minder goed functioneert en het licht afneemt in de schemer kunnen ze mooie beelden gaan zien op latere leeftijd.

Ook bij schizofrenie zijn er aanwijzingen dat het gaat om een tekort aan informatie en ga je zelf info maken in de vorm van hallucinaties.

Bij de ziekte van Korsakov als gevolg van overmatig alcoholgebruik treedt eveneens geheugenstoornis op en gaan de hersenen zelf informatie maken.

Op basis van weinig informatie wordt een totaalbeeld geschapen. Je hebt toevallig een fragment van iets gezien en vult dan zelf de informatie aan. Je bent ervan overtuigd dat jouw verhaal van de gebeurtenis klopt. Zeezeilers die dagenlang alleen water om zich heen zien en alleen de horizon zien, gaan hallucineren en zien aan de horizon flatgebouwen verschijnen. Ook bij bergbeklimmers is dit het geval.

Ook verhalen uit de bijbel duiden op tekort aan informatie. Mozes zwierf veertig dagen en nachten door onherbergzaam gebied zonder eten of drinken en kreeg toen een boodschap, naar hij dacht van God: de tien geboden.
Petrus, Johannes en Jacobus verbleven op de berg Tabor en plotseling verschenen Mozes en Elia. En Mohammed zag Gabriël toen hij in eenzaamheid op de berg Hira dwaalde. Hij hoorde stemmen, zag licht en werd bang. De eenzaamheid op de berg zorgde ervoor dat hij dacht een boodschap uit de buitenwereld te krijgen.
Ook in de psychiatrie komen dergelijke zaken voor. Bij schizofrene patiënten hebben we te maken met informatie die de hersenen zelf maakt. Een voorbeeld is Ger Klein, staatssecretaris Onderwijs en Wetenschappen onder kabinet Den Uyl tot 1977. Klein wond zich vreselijk op tijdens een discussie over Aantjes. Het woordvoerderschap werd hem ontnomen omdat hij al eerder een aanvaring had. Hij werd manisch depressief en vertelde in een dorp in Zeeland niet alleen dat hij god was maar de god der goden. Het verbaasde hem niet dat alle mensen wegrenden omdat ze bang voor hem waren. Hij meende dat ze zich haastten om zijn belangrijke geboden uit te voeren.

Alles hangt af van je genetische achtergrond. Sommige mensen zijn gevoeliger voor dit soort zaken dan anderen. Dean Hamer heeft een boek geschreven over dit onderwerp: The God Gene – How Faith is Hardwired in Our Genes (2005). (Het gen in kwestie produceert een eiwit dat neurotransmitters helpt verpakken.) Als je dan gevoelig bent voor dit soort bewegingen en je wordt opgevoed in een dergelijke omgeving en aangemoedigd door ouders kun je je leven lang gevoelig blijven voor spirituele zaken. In de eerste paar levensjaren is het brein extra gevoelig.

Een jongen die Jezus dacht te zien bleek een tumor te hebben en toen de tumor was weggehaald had hij geen spirituele ervaringen meer.

Paulus die alleen op weg was naar Damascus, dacht plotseling licht uit de hemel te zien en een stem te horen die zei: “Saul waarom vervolgt ge mij, ik ben Jezus die gij vervolgt.” Paulus kon toen drie dagen niet zien door het niet-functioneren van zijn thalamus.

Jeanne d’Arc heeft vanaf haar 13de jaar epileptische aanvallen gehad die samengingen met stemmen. Ze vond die stemmen zo bijzonder dat ze begon te huilen als de stemmen ophielden. Haar verhaal is tijdens haar proces nauwkeurig opgeschreven. Ook kreeg zij zo nu en dan epileptische aanvallen als zij klokgelui hoorde.

Mohammed kreeg al op 6-jarige leeftijd een eerste aanval. In 610 kreeg hij het eerste visioen. Hij was toen 40 jaar. Hij zag Gabriël, die hem zei: “Lees”. “Ik kan niet lezen” antwoordde Mohammed. De eerste openbaringen had Mohammed in de grot Hira waarbij hij heftig zweette en zich als een dronkaard bewoog. Soms hoorde hij het geluid van een bel. Na een aantal jaren van dergelijke aanvallen ging hij zich als een profeet beschouwen. Na zijn dood werden de openbaringen van Gabriël opgetekend als hoofdstukken in de koran.

Dostojevski heeft zijn aanvallen tot in details beschreven. In 1849 werd hij gearresteerd als radicaal en kreeg de doodstraf. Voor het vuurpeloton werd de doodstraf veranderd in vier jaar dwangarbeid in Siberië. Dostojevski had geen vorm van epilepsie tot hij met kerstmis bellen hoorde en een epileptische aanval kreeg, temporaalkwabepilepsie. Dostojevski riep: “God bestaat”.

Hij kreeg aanvallen en herinnerde zich hiervan niet of de aanval een halve minuut duurde of een uur.
Hij had sterke religieuze ervaringen en schreef in “De Idioot”: “Jullie gezonden, jullie weten op geen stukken na wat geluk is, dat geluk dat wij epileptici ervaren op het moment vlak voor een aanval. Mohammed zegt in de koran dat hij in het paradijs is geweest. Alle wijsneuzen zijn ervan overtuigd dat hij loog en de zaak belazerde. O nee! Hij loog niet. Hij bevond zich echt in het paradijs wanneer hij net als ik zo’n epileptische aanval kreeg. Ik weet niet hoe lang die extase duurt – seconden, uren, maanden – maar ik weet het wel dat ik het niet zou willen missen, niet voor alle vreugden in het leven”.
De processen kunnen optreden op basis van gebrek aan informatie en soms op basis van hersenziekte.

Placebo-effect

Swaab vestigt vervolgens de aandacht op eenbelangrijk effect in de geneeskunde, het placebo-effect. In de geneeskunde is hiervan altijd al gebruik gemaakt.

In China, 4000 jaar geleden, werd bij patiënten met waarschijnlijk schizofrenie een gat in de schedel geboord om hem van boze geesten te bevrijden. Soms viel een gat te groot uit en de patiënt overleefde het niet. (S. laat plaatje zien). Een ander plaatje laat zien dat er een gat is geboord en rond dat gat nieuw bot gevormd wordt. Die patiënt leefde nog lang.

In de middeleeuwen deed men of men iemand bevrijdde van hallucinaties door een kei of steentje zogenaamd uit de schedel te halen zonder in de huid te snijden. Op het paneel van Jeroen Bosch dat Swaab laat zien, zie je de dokter met een omgekeerde trechter op zijn hoofd. Daarmee werd aangegeven dat de dokter een oplichter was. Op het paneel zijn ook vertegenwoordigers van de katholieke kerk te zien om aan te geven dat de katholieke kerk medeplichtig was.

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw werden patiënten met geheugenstoornis behandeld door het transplanteren van testikels van apen. Op de ene foto is een man oud, op een andere jong. We weten inmiddels dat weefsel van andere species niet werkt.

Parkinson

Parkinson beschreef in 1817 de naar hem genoemde ziekte. Deze ziekte is gemakkelijk te herkennen: oude mensen die schuifelend lopen, tremor aan handen, gelaat als een masker. (Swaab laat foto van paus zien).

Een bekend voorbeeld is ook prins Claus, die enkele jaren in een dure kliniek in Zwitserland heeft doorgebracht waar hij voor depressie werd behandeld. Soms is depressie het begin van Parkinson. Er zijn ook mensen die hun hersens kapot laten slaan, zoals boksers. De kans op Parkinson is dan groot ook als het genetisch niet is bepaald. Cellen in een gebied dat we substantia nigra noemen, ofwel zwarte cellen, degenereren. Bij obductie kun je zien dat de zwarte stof verdwenen is. Cellen zijn de vezels die naar gebieden leiden die belangrijk zijn voor de regulering van de motoriek. Als die cellen en banen verdwijnen is het gevolg de ziekte van Parkinson. Als experiment tracht men dit effect te repareren door een stukje hersenweefsel van foetussen uit hetzelfde gebied in te passen. Als er een stukje weefsel met biologische klok uit een rat of muis wordt haald heeft het beest geen dag- of nachtritme meer.
Dit experiment is ook gedaan met de mens. Je kunt stukjes hersenweefsel transplanteren en als dat foetaal weefsel is groeit het uit, maakt contact met de gastheer en werkt. Er zijn vier abortussen nodig om voldoende foetaal weefsel voor één patiënt te krijgen. Dit wordt dan geplaatst in het gebied waar de vezels eindigen.

Swaab toont een foto waar een patiënt op een operatietafel ligt in een stereotact. Het metalen frame maakt meteen duidelijk waar iedere structuur in de hersenen ligt. Swaab toont plaatjes van hersenen met een rode kleur. De rode kleur betekent hersenactiviteit. Het eerste plaatje laat de hersenactiviteit zien na de operatie, het tweede plaatje zes maanden later en het derde plaatje twaalf maanden later. De hersenactiviteit is groter geworden. Patiënten die voor een percussie kwamen bleken foetaal weefsel te hebben dat stoffen maakte die het mogelijk maakte dopamine te produceren. Deze patiënten kunnen de helft minder medicijnen gebruiken en hebben minder last van Parkinson. Probleem is of dit door de transplantatie komt over door andere zaken. Er zijn daarom twee gecontroleerde trials gedaan. Deze trials hebben het volgende opgeleverd. De hele ingreep inclusief de middelen die je krijgt hebben effect, het placebo-effect. Dit placebo-effect is bestudeerd en werkt ook voor Parkinsonpatiënten. De hersenen geven opiaten af waardoor meer dopamine wordt geproduceerd. Sommige patiënten krijgen een elektrode in hun hersenen om de tremor te onderdrukken. De elektrode is verbonden met een pacemaker die ze zelf kunnen aanzetten. Als de patiënt die aanzet is de tremor weg en functioneert de patiënt beter. Effecten werken snel. Bijwerkingen blijken pas later.

De elektrode kan tijdens de operatie ook gebruikt worden om elektrische activiteit af te leiden. De patiënt is bij bewustzijn en alle patiënten krijgen een infuus waarin een stof is ingespoten. De patiënt wordt verteld dat dit een nieuwe stof is tegen Parkinson en dat men niet zeker weet of de stof werkt. De helft van de patiënten voelt zich beter na het inspuiten, de andere helft voelt niets. De patiënten die zich beter voelden, lieten vermindering van elektrische activiteit zien in het gebied waar de elektrode zit. De elektrode moet later in het gebied ervoor zorgen dat de bewegingsstoornis vermindert. De stof in het infuus werkt niet, maar het idee dat je iets krijgt wat nieuw is zorgt ervoor dat de hersenen hun activiteit zodanig veranderen dat de ziekte wordt tegengewerkt. Er wordt dan meer dopamine afgegeven. Het effect van een nieuw geneesmiddel is aspecifiek maar wordt specifiek gemaakt door de verwachting van de patiënt die ervoor zorgt dat hij minder pijn heeft. Als iemand pijn heeft en je geeft een zogenaamd nieuw middel tegen pijn dan ‘weten’ de hersenen dat ze opiaatachtige stoffen moeten afgeven, zodat meer dopamine wordt vrij gegeven. Op die manier wordt de pijn onderdrukt. Dit opiaatachtig systeem zit door de hele hersenen heen. Belangrijk zijn de gebieden in het ruggenmerg die de pijn ontvangen en waar dan meer opiaten vrij komen.

Swaab laat een grafiekje zien met twee lijnen. Eén lijn geeft aan de onderdrukking van pijn door een placebo, de andere geeft aan de pijnvermindering afhankelijk van de sterkte van de elektrische prikkel. Het placebomiddel mag niet te goedkoop zijn. Wanneer de placebo de helft zo duur is is ook de werking minder. Inmiddels is bekend dat groene en blauwe placebo’s rustgevend zijn en rode placebo’s stimuleren.

Ook is gerandomiseerd onderzoek gedaan naar depressieve patiënten. Eén groep krijgt een placebo, de andere een antidepressivum. Als de hersenen gescand worden voor en na zes weken dan worden er dezelfde soort veranderingen gevonden. Beide groepen laten verbeteringen zien. Het voorste deel van de hersenen is activiteit verhogend terwijl de hypothalamus activiteit verlagend is, precies wat van belang is om de depressiviteit te onderdrukken.
Als je een placebo geeft en vertelt dat dit een goed middel is tegen de klacht dan weten de hersenen hoe ze activiteiten moeten verschuiven om je beter te voelen en de symptomen tegen te gaan. Dit systeem monitort je brein. Als je telkens een placebo geeft gaat het steeds beter werken. Het brein leert om goed te reageren op zo’n placebo. Het werkt niet als het voorste deel van de hersenen aangedaan is, zoals bij Alzheimerbreinen. Je hebt dan geen verwachtingen meer. Een deel van de effecten van de middelen die gegeven worden zijn placebo-effecten en het hangt van het middel af hoe groot het placebo-effect is. Bij antidepressiva wordt dit geschat op 45% tot 75%. Een belangrijk deel van de werking van antidepressiva is het placebo-effect. Patiënten die bijvoorbeeld een heup gebroken hebben en dement zijn verwachten minder van pijnstillers. Ze kunnen ook niet duidelijk maken dat ze pijn hebben. Dit soort patiënten wordt zwaar onderbehandeld in de kliniek. Wanneer je weet hoe sterk het placebo-effect is kun je je bij alles afvragen of het allemaal placebo is bij die therapie. Dat is bij acupunctuur gedaan. Hoe belangrijk is het of de klassieke acupunctuurpunten gestimuleerd worden. Er zijn mensen die denken dat het altijd wat oplevert als je de naalden er maar insteekt. En dat is natuurlijk ook zo. De informatie van die naald die in de huid zit wordt doorgegeven aan het brein. (Swaab laat plaatje zien van vier hoofden met min of minder rode plekken). In de hersengebieden die rood zijn aangegeven treden functioneel veranderingen op, afhankelijk waar je de naald in stopt. Er vinden ook op andere plaatsen in de hersenen activiteitverschuivingen plaats. De vraag is in hoeverre dit wordt aangegeven door het verwachtingspatroon.

Zijn die acupunctuurpunten belangrijk? Voor sommige zaken wel voor andere zaken niet. Er zijn een paar experimenten gedaan die lieten zien of het wel of niet effect had of de acupunctuurnaald wordt ingebracht in de klassieke punten of ernaast. Effecten kunnen ook duidelijk gemaakt worden door bijvoorbeeld stof te meten. Je kunt laten zien dat cortisol het stressgevoel afneemt, dat met melatonine het slaapgevoel toeneemt. Er zijn concrete effecten waaraan het een en ander getoetst kan worden. Er zijn scans gedaan om te zien in hoeverre het effect in het brein wordt bepaald door de verwachting. Dat is placebo-effect. Als je een acupunctuurnaaldje inbrengt – je voelt het nauwelijks – hoe moet je dat dan duidelijk maken terwijl er geen naald de huid passeert. Dat soort technieken zijn er om te kijken wat het placebo-effect is. De uitkomst was als verwacht. Het is deels een echt effect en deels een verwacht effect. Placebo-effect speelt natuurlijk een rol bij dit soort behandelingen bedoeld om indruk te maken. Als je echt wilt nagaan wat het doet dan moet je meer experimenteel werk doen.

Yoga

Bij mensen die getraind zijn in de yogaprocedure blijken er veranderingen te zijn in de hersenactiviteiten die gepaard gaan met meditatie. Ook stresshormonen als cortisol nemen af bij deze mensen en ’s nachts slapen mensen beter. Deze effecten zijn reëel op basis van leereffecten. Echter, een zelfde effect kun je bereiken door een goed boek te lezen of naar goede muziek te luisteren.

Bidden

Francis Galton (een neef van Darwin) heeft als eerste geëxperimenteerd met de vraag: “Helpt bidden”. Eerst heeft hij gekeken naar de levensduur van leden van het Britse koninklijk huis omdat mensen voortdurend zeggen: “God save the king” en er na de eredienst altijd gebeden voor de koning of koningin. Hij stelde vast dat het geen effect had op de levensduur. Vervolgens bekeek hij het aantal schipbreuken van schepen die handelswaar vervoerden en het aantal schipbreuken van schepen die pelgrims vervoerden. Ook daarvan was het aantal niet gunstiger, zelfs ongunstiger. Er zijn veel experimenten gedaan op het effect van bidden bij ziekteprocessen maar slechts weinig goede experimenten. Je moet rekening houden met veel andere effecten. Er is een goed experiment gedaan door mensen die effect verwachten.

Drie groepen werden onderscheiden. Mensen in een hartbewakingsafdeling werden aselect verdeeld in een groep waarvoor werd gebeden en die dat niet wisten, een groep waarvoor niet werd gebeden en een groep waarvoor werd gebeden en die dat wel wisten. De minste problemen tussen de controlegroepen waren er voor de groep waarvoor niet werd gebeden en de groep waarvoor wel werd gebeden en het niet wisten. De derde groep waarvoor werd gebeden en het wel wisten had meer complicaties. Dat kan op de volgende manier worden uitgelegd. Als je weet dat er een experiment aan de gang is en er drie groepen zijn en je zit in de groep waarvoor gebeden wordt en je weet het en je merkt geen resultaat, dan denk je dat het met jou wel heel erg zal zijn.

Dat kan een negatief placebo-effect hebben: nocebo-effect. Je kunt van een placebo’s hoofdpijn krijgen, diarree, buikpijn en je kunt bijwerkingen krijgen. Langzamerhand is duidelijk geworden dat het systeem in de hersenen de belangrijkste rol speelt bij de placebo-effecten, te weten dopamine en opiaten. Opiaatachtige stoffen worden ook door hersencellen gemaakt. Opiaten hebben veel functies, o.a. het onderdrukken van pijn. De nocebo-effecten, de bijwerkingen van placebo-effecten, worden vnl aangestuurd door terminus CCK.

De nocebo-effecten zijn ook belangrijk in de psychiatrie. Daar kun je mensen die een middel nodig hebben en dit niet willen hebben het middel onder dwang geven. Je gaat er dan van uit dat zo’n geneesmiddel dezelfde effecten heeft als onder omstandigheden dat de patiënt het middel wel wil hebben. Het probleem is dat de patiënt die het middel wel wil hebben positieve verwachtingen heeft. Als de patiënt het absoluut niet wil hebben denkt hij dat het middel slecht is en bijwerkingen zal hebben. Er is meer kans op negatieve effecten als de patiënt onder dwang wordt behandeld.

Geinteresseerd in de besproken boeken? Bestel ze via de onderstaande link bij Bol.com en steun daarmee Kloptdatwel.nl!

Skepsis-congres 2011 - Dick Swaab - Zonderlinge verschijnselen 30
Skepsis-congres 2011 - Dick Swaab - Zonderlinge verschijnselen 31
Skepsis-congres 2011 - Dick Swaab - Zonderlinge verschijnselen 30
Skepsis-congres 2011 - Dick Swaab - Zonderlinge verschijnselen 31
Skepsis-congres 2011 - Dick Swaab - Zonderlinge verschijnselen 30
Skepsis-congres 2011 - Dick Swaab - Zonderlinge verschijnselen 31

Filed Under: Skepsis Congres, Skepticisme, Wetenschap Tagged With: dick swaab, skepsis congres, swaab

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 18
  • Page 19
  • Page 20
  • Page 21
  • Page 22
  • Interim pages omitted …
  • Page 40
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
Gevaarlijke woorden
26 July 2026 - Ward van Beek

. Liegen zou sporen nalaten in taalgebruik. Maar met die pseudowetenschappelijke theorie wijst de Belgische misdaadauteur Piet Baete waarschijnlijk onschuldigen als daders aan, schrijven drie leugenonderzoekers in Skepter 39.2. Bruno Verschuere, Glynis Bogaard en Ewout Meijer beschrijven hoe pseudowetenschappelijke leugendetectie…Lees meer Gevaarlijke woorden › [...]

Op de paranormale beurs rolt de spirituele waarheid uit een printer
26 July 2026 - Ward van Beek

. De Paraview spirituele beurs is al meer dan 30 jaar een rondreizend gezelschap van waarzeggers, helderzienden en genezers. Vanachter stalletjes vertellen ze hoe de vork, spiritueel gezien, in de steel zit. Skepter was 5 april ter plaatse in Maarssen,…Lees meer Op de paranormale beurs rolt de spirituele waarheid uit een printer › [...]

Helpt een tweede taal tegen ‘breinveroudering’?
26 July 2026 - Ward van Beek

.Meerdere talen spreken beschermt tegen hersenveroudering’, kopten onder meer de Volkskrant, BNR en RTL Nieuws afgelopen november. Dat zou blijken uit nieuw onderzoek, gepubliceerd in het gezaghebbende vakblad Nature Aging. In een groep van maar liefst 86.149 deelnemers uit 27…Lees meer Helpt een tweede taal tegen ‘breinveroudering’? › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

The FDA vs. Compounding Pharmacies: GLP-1 Edition
30 July 2026 - Scott Gavura
The FDA vs. Compounding Pharmacies: GLP-1 Edition

The FDA is determined to stop the sale of compounded GLP-1 drugs The post The FDA vs. Compounding Pharmacies: GLP-1 Edition first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Does public health “need” MAHA? No more than medicine “needs” CAM!
27 July 2026 - David Gorski
Does public health “need” MAHA? No more than medicine “needs” CAM!

Last week, The Atlantic published an embarrassingly contrarian piece about how public health "needs" the "make America healthy again" movement. Public health needs MAHA only if it "needs" to integrate antivax and quackery into medicine and public health. Sound familiar? The post Does public health “need” MAHA? No more than medicine “needs” CAM! first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Stephen Macedo And Frances Lee: Defend Your Essay That Dr. Jay Bhattacharya Would Restore Trust in Public Health
26 July 2026 - Jonathan Howard
Stephen Macedo And Frances Lee:  Defend Your Essay That Dr. Jay Bhattacharya Would Restore Trust in Public Health

Recente reacties

  • Hans1263
    on Maurice de Hond volhardt in leugens over Jaap van Dissel
    @Renate Zoals steeds betreft het bij De Hond amateuristische bemoeienis (of beter misschien: bemoeizucht) met aandachtsgebieden waarin hij a
  • Renate1
    on Maurice de Hond volhardt in leugens over Jaap van Dissel
    @ Hans, Inderdaad. Zie ook z'n gedoe met die iPad-scholen.
  • Hans1263
    on Maurice de Hond volhardt in leugens over Jaap van Dissel
    Dubieus en onbetrouwbaar, daar is alles mee gezegd.
  • Renate1
    on Maurice de Hond volhardt in leugens over Jaap van Dissel
    Met die Deventer moordzaak heeft de heer De Hond toch wel veel geloofwaardigheid verloren. Het is een ding om in
  • Hans1263
    on Maurice de Hond volhardt in leugens over Jaap van Dissel
    @Daniel Tuijnman Een vast patroon bij deze man. Wat denkt u van de gang van zaken omtrent de Deventer moordzaak?

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in