• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Gezondheid

Verzekerde zorgkosten van patiënten bij alternatieve huisarts

5 March 2014 by Pepijn van Erp 37 Comments

In een recent artikel stellen Peter Kooreman en Erik Baars dat de zorgkosten van de patiënten van complementaire huisartsen die gedekt worden door de basisverzekering substantieel lager zijn dan die van sociaal-economisch vergelijkbare patiënten met een reguliere huisarts. Dat deden ze eerder al op basis van een kleiner bestand van een andere zorgverzekeraar. Toen beweerden ze ook dat ze aanwijzingen hadden gevonden dat patiënten bij complementaire huisartsen langer zouden leven. Op dat onderzoek kwam veel kritiek en dit nieuwe onderzoek lijkt niet veel beter.

[update geplaatst op 4-9-2014]

Anderhalf miljoen patiënten

Professor dr. Peter Kooreman, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit van Tilburg, en dr. Erik Baars, lector antroposofische gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden en senior onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut, hebben wederom een database van een zorgverzekeraar mogen doorpluizen op zoek naar kostenverschillen tussen patiënten die een reguliere huisarts hebben of bij een huisarts zitten die aangesloten is bij een van de beroepsverenigingen voor alternatieve zorg. Hun bevindingen hebben ze opgeschreven in Complementair werkende huisartsen en de kosten van zorg (Economische Statistische Berichten, 7 feb. 2014). Dit onderzoek van Kooreman en Baars (K&B) is een vervolg op de eerder door hun uitgevoerde analyse op een kleiner bestand. Die studie verscheen in het gezaghebbende European Journal of Health Economics en heb ik vorig jaar besproken in Alternatieve huisartsen werken 15 procent goedkoper? Een verzinsel.

prof. dr. Peter Kooreman
prof. dr. Peter Kooreman

Nu konden K&B de gegevens van maar liefst 1,5 miljoen patiënten analyseren; tien keer zoveel als de vorige keer. Dat lijkt een stuk indrukwekkender dan het is. Het (ongecorrigeerde) verschil in de vorige studie was 7 procent in het voordeel van de complementaire groep, maar niet significant (blijkbaar is de spreiding enorm). Nu vinden K&B 10,1 procent lagere kosten en of dat significant is, staat eigenlijk niet in het artikel. Het lijkt erop dat K&B alleen geïnteresseerd zijn in significante verschillen in subgroepen. Bij dat zoeken naar significante verschillen, lijken ze echter niet veel zorgvuldigheid te betrachten. Merkwaardig, omdat daar eerder stevige kritiek op kwam (van Sampson et al.), zoals ik in mijn vorige blog heb beschreven.
Een belangrijke beperking van beide studies is dat het alleen gaat om de kosten die vergoed werden door de zorgverzekeraar. Hoe hoog de niet vergoede kosten waren, is niet bekend. In de meeste aanvullende verzekeringen zit een maximum aan gedekte kosten voor complementaire zorg. Hoeveel van de verzekerden haalden dat maximum en betaalden vervolgens de rest van de complementaire behandelingen uit eigen zak? De aanspraak op de aanvullende verzekering door de  complementaire groep is aanzienlijk hoger dan die van de reguliere groep en waarschijnlijk gingen er dan ook meer over dat maximum heen. Dus kan dit zeker een rol spelen bij het beantwoorden van de vraag hoe het zit met de totale zorgkosten, niet alleen die van de zorgverzekeraars.

Gezondheidsindicatoren

Sampson en zijn co-auteurs merkten in hun kritiek op de eerdere studie ook al op dat de enige uitkomstindicator in de studie die aan gezondheid gerelateerd is, namelijk sterfte, een ongelukkige is om de populaties van huisartsen te vergelijken. Het door K&B gevonden verschil bleek bij een statistische analyse die meer geschikt is, overigens niet significant. In de huidige studie is dat weer niet het geval, toch spreken K&B eerst weer van “lichte aanwijzingen voor lagere sterfte onder patiënten met een complementair werkende huisarts op basis van een lineair kansmodel en een conditioneel logitmodel” om dan pas met de conclusie van een wel geschikte analyse te komen: “maar geen aanwijzingen voor verschillen in sterfte op basis van een proportional hazard-model.” Een beetje raar, het lijkt erop dat K&B toch even graag die ‘lichte aanwijzingen’ genoemd wilden hebben, hoewel het betekenisloos is.

Over de correctie op socioeconomische verschillen

dr. Erik Baars
dr. Erik Baars

Bekend is dat de belangstelling voor CAM (Complementary and Alternative Medicine) vaak samengaat met een hoger opleidingsniveau en een in het algemeen hogere socioeconomische status, precies de parameters die ook statistisch gesproken samengaan met minder ziekte en een langer leven. De kracht van de eerdere studie was nu net dat er redelijk gecorrigeerd kon worden voor deze verschillen, omdat toen gegevens op postcode-6 niveau beschikbaar waren.
K&B merken zelf op over het belang daarvan: “However, since socio-economic differences within a 4-digit postal code are typically large, this would not be a credible approach for identifying a causal effect of CAM on costs.” In deze grotere database waren de gegevens slechts tot op postcode-4 niveau beschikbaar.
Of de socioeconomische verschillen het verschil in kosten kunnen verklaren, diepen K&B niet verder uit. Ze geven echter wel argumenten die het in twijfel lijken te trekken, bijvoorbeeld door te suggereren dat je in de CAM-groep ook hogere ziektekosten zou kunnen verwachten: “Ander onderzoek laat echter zien dat bij complementair werkende artsen relatief veel patiënten met ernstige en chronische ziektes voorkomen (Melchart et al., 2005)” Deze observatie uit Zwitserland is echter gebaseerd op de inschatting van de betrokken huisartsen en patiënten zelf (zie Schlussbericht PEK, April 2005, blz 37) en het verschil kan goed veroorzaakt zijn door bias. Dat blijkt ook uit een ander onderzoek (pdf) in het kader van die Zwitserse PEK dat Kooreman en Baars niet noemen. Daarin staat onder andere:

An important finding in this context is that CAM patients rated their main health problems as more severe than did COM patients, although general health assessments were not different between patient groups. Our data therefore provide some evidence that individual morbidity is not directly associated with overall selfrated assessment of health. The differing perceptions of severity of illness may primarily be linked to different frequencies of major symptoms in the three patient populations of the study, but also may be related to different adjustments and coping strategies with disease in patients seeking COM or CAM.

en

Furthermore, CAM patients see their main health problems as more severe than COM patients, although self-perceived general health levels appear to be equal.

Ook hier ontkom ik niet aan de indruk dat K&B naar een vooraf gewenste uitkomst toe redeneren. Dat vond ook Marc Pomp, consultant gezondheidseconomie, die een reactie in ESB schreef:

Nog los van de vraag of de Zwitserse situatie van toepassing is op Nederland, zijn er allerlei andere potentiële verschillen tussen patiënten met een alternatieve huisarts en patiënten met een reguliere huisarts. De claim waarmee het artikel opent – dat de zorgkosten bij vergelijkbare patiënten van alternatieve huisartsen lager zijn – wordt daarom op geen enkele manier ondersteund door de schattingsresultaten.

K&B reageerden hier weer op en delen en passant een sneer uit naar de kritiek op hun eerdere studie:

Ook nadat gecorrigeerd is voor achtergrondkenmerken, voor zover de beschikbare data dat toelaten, zijn die verschillen zo groot en significant dat ze niet zomaar kunnen worden genegeerd. Natuurlijk is ook in dit onderzoek het scheiden van oorzakelijke effecten (dat wil zeggen de effecten van het doen en laten van de huisarts) en selectie-effecten een uitdaging. Wij zijn ons daarvan zeer bewust en hebben dan ook nergens beweerd dat de gevonden kostenverschillen een zuiver causaal verband weergeven. Integendeel, wij hebben telkens benadrukt dat voor het scheiden van selectie- en oorzakelijke effecten rijkere datasets en nieuwe onderzoeksdesigns nodig zijn. De reactie van Pomp snijdt dan ook geen hout, net als het door hem geciteerde commentaar van Sampson et al. (Kooreman en Baars, 2013). Hetzelfde geldt voor commentaar dat, zonder peer review en zonder wederhoor, op websites is geplaatst.

Helaas staan deze commentaren niet vrij toegankelijk op de site van ESB. Mijn blog was dan wel niet peer reviewed, maar aan wederhoor heb ik wel degelijk gedaan. Juist het gebrek aan bereidheid om in te gaan op mijn vragen vond ik toen bijzonder storend. De cijfers zoals ze gepresenteerd worden, zijn niet controleerbaar en toen ik er om vroeg kreeg ik de achterliggende aantallen per cel, p-waardes en meer van dat soort informatie, niet.

De 0 tot 30 procent uit de vorige studie

Een belangrijk punt in mijn vorige blog was dat de resultaten misleidend weergegeven waren. In krantenberichten stond dat complementaire huisartsen 15 procent goedkoper waren, gebaseerd op een persbericht van de UvT. In het uiteindelijk gepubliceerde artikel werd dat gemaskeerd als dat ze “kostenverschillen vonden, afhankelijk van het type complementaire huisarts en de leeftijdscategorie van de patiënt, die variëren tussen 0 en 30 procent.” In het persbericht van de UvT dat nu uitging staat hierover dat daaruit eerder de ‘te weinig genuanceerde weergave’ van ongeveer 15 procent lagere kosten was gedestilleerd. In feite is het nog minder genuanceerd, zoals ik heb laten zien: de werkelijk gevonden verschillen (voor wat ze statistische gezien waard zijn) lopen uiteen van -47% tot 30%,  wat natuurlijk een heel ander beeld geeft. In een kader bij hun ESB artikel geven K&B echter wederom doodleuk het interval 0 tot 30 procent als resultaat van die eerdere studie.

De overstappers

De meest interessante groep laten K&B vrijwel buiten hun analyses. Een grote groep patiënten wisselde minstens een keer van reguliere naar complementaire huisarts (of andersom). In hun modelberekening wordt deze groep er helemaal uit gelaten, terwijl die toch groot is ten opzichte van de groep ‘zuivere’ CAM-patiënten. Alleen een ruwe vergelijking wordt gegeven:

Tabel 1 uit het artikel van Kooreman en Baars (ESB, 7-2-2014)
Tabel 1 uit het artikel van Kooreman en Baars (ESB, 7-2-2014)

Een voor de hand liggende vraag is bijvoorbeeld of er een relatie te ontdekken is tussen de zorgkosten van deze patiënten en het type huisarts dat ze op een bepaald moment hadden. Wellicht dat patiënten zich vertrouwd voelen bij een CAM huisarts zolang hun klachten niet heel ernstig zijn, maar switchen naar de reguliere zorg als ze serieuze gezondheidsproblemen ondervinden. Aangezien deze groep de hoogste zorgkosten heeft en ruim de helft van het aantal ‘zuivere’ CAM patiënten beslaat, is deze mogelijkheid niet zomaar te negeren. Maar misschien komen K&B later nog wel met dit soort analyses.

Conclusie

Kritiek krijgen vinden Kooreman en Baars blijkbaar niet zo leuk. Ze reageren daar overdreven geïrriteerd op, zonder echt in te gaan op de kritiekpunten. Dit onderzoek betekent in feite een forse stap terug op de weg naar de conclusie die K&B graag zouden trekken, nl. dat CAM-artsen minstens zo goede zorg leveren en dat ook nog tegen lagere kosten. Over de gezondheidseffecten van het verschil in type zorg kunnen ze niets zeggen en wat de kosteneffectiviteit betreft ook niet veel. Voor de overheid is er nu dus eerder nog minder reden om onderzoek naar CAM te faciliteren.


Update 4 september 2014

Het is Kooreman en Baars deze keer ook weer gelukt om hun onderzoek in een internationaal goed gelezen wetenschappelijk tijdschrift geplaatst te krijgen. Het verscheen vorige week in BMJ Open onder de titel A 6-year comparative economic evaluation of healthcare costs and mortality rates of Dutch patients from conventional and CAM GPs. Het bevat niet veel meer informatie dan de wat leesbaardere versie in ESB. Wat wel opvalt is dat er nu een analyse van ‘de overstappers’ is toegevoegd. Je zou misschien denken dat dat komt, omdat ik hierboven opschreef dat zo’n analyse heel interessant zou kunnen zijn, maar het komt eigenlijk omdat één van de reviewers er om vroeg (de review history is ook vrij beschikbaar en wel interessant leesvoer).
De belangrijkste conclusie uit die analyse van de overstappers is volgens K&B: “After correction for observed differences between the groups by means of linear regression analyses, switching from a CON to a CAM GP results in 34 Euros lower costs (not significant: p = 0.83) and switching from a CAM to a CON GP results in 360 Euros higher costs (p < 0.079).” Kun je daar iets mee? Je zou kunnen bedenken dat die patiënten na de overstap naar een reguliere huisarts eindelijk de serieuze zorg kregen die ze nodig hadden, maar een andere verklaring is natuurlijk ook mogelijk. Blijft giswerk zonder extra informatie.

Er schoot me nog wel een mogelijke verklaring voor het aanzienlijke verschil in totale kosten voor de verzekeraar te binnen (als we er even van uitgaan dat die met een betere analysemethode ook overeind zou blijven). Nienhuys en Renckens viel het bij de eerder studie al op dat de kosten in sommige categorieën veel lager waren,  maar dat het toch maar net significant was. Als mogelijke verklaring wezen ze op uitschieters. Die zou je het beste kunnen zoeken in de ziekenhuiskosten, omdat die verreweg het grootste deel van het verschil veroorzaken. Het lijkt me nu niet onredelijk te veronderstellen dat er een relatief kleine groep patiënten met ernstige (chronische) aandoeningen is, die een flink deel van de kosten ‘veroorzaakt’. Denk aan oncologie, dialyse. Die patiënten danken hun voortbestaan in belangrijke mate aan reguliere zorg die berust op moderne ontwikkelingen in de medische wetenschap. Het zijn ook vaak patiënten die goed voorgelicht worden en zichzelf informeren over hun ziekte. Zouden die patiënten zich eerder thuisvoelen bij een alternatieve of bij een reguliere huisarts? Ik zou daarom wel eens een grafiekje willen zien van de verdeling van de gemiddelde kosten per patiënt uit de verschillende groepen. Grote kans dat die een heel verschillende verdeling laat zien, met een ‘vette staart’ bij de regulieren.
Een zelfde gedachte gaat op voor de verschillen in kosten voor geneesmiddelen. Zouden er bijvoorbeeld veel hemofiliepatiënten (die zeer dure bloedstollingsmiddelen nodig hebben) bij een antroposofische huisarts dokteren? Ik hoop het niet, want de antroposofische ideeën over bloed zijn uiterst merkwaardig.

Filed Under: Gezondheid, Wetenschap Tagged With: alternatieve behandelwijzen, cam, Economische Statistische Berichten, Erik Baars, huisartsen, kosteneffectiviteit, Peter Kooreman, statistiek, zorgkosten

Natuurgenezeres ook in hoger beroep veroordeeld tot celstraf

28 February 2014 by Laurens Dragstra 89 Comments

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een natuurgenezeres tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden veroordeeld wegens het opzettelijk benadelen van de gezondheid van een van haar patiënten. Het 39-jarige slachtoffer kwam als gevolg van het handelen van de natuurgenezeres te overlijden, zo oordeelt het hof in navolging van een eerder vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank legde de vrouw in maart 2013 ook al tien maanden celstraf op. Van de tien maanden zijn er vijf voorwaardelijk, met een buitengewoon lange proeftijd van tien jaar. Als bijzondere voorwaarde heeft het hof, in navolging van de rechtbank, bepaald dat de natuurgenezeres gedurende die tien jaar geen enkele activiteit op het gebied van de geneeskunst mag ontplooien. Klik op de links voor de volledige uitspraken van het hof en de rechtbank.

Verdachte was aanvankelijk actief als klassiek homeopaat. Ze had een eigen praktijk en runde bovendien een dierenpension. In 2005 behandelde ze de kat van het latere slachtoffer met haar magische korrels. Dat had blijkbaar effect: het beestje was door de dierenarts opgegeven, maar knapte op na de korrelbehandeling (het verhaal vermeldt niet voor hoelang). Dit succes wekte bij het slachtoffer dusdanig veel vertrouwen dat zij zich in 2009 onder behandeling van verdachte stelde. Die was op dat moment niet meer als klassiek homeopaat werkzaam en had zich uit laten schrijven bij de Nederlandse Vereniging voor Klassieke Homeopathie (NVKH). Bij het hof verklaarde ze dat de uitschrijving het gevolg was van een verschil van mening met de NVKH over het al dan niet inschakelen van reguliere medische zorg. Dergelijke zorg was volgens verdachte onverenigbaar met de door haar ontwikkelde methode ‘Blijf op je pad’ die ze in haar praktijk beoefende. Die praktijk was inmiddels omgedoopt tot praktijk voor natuurgeneeskunde. De methode ‘Blijf op je pad’ is uiterst eenvoudig en komt neer op het op de huid van de linkerarm plakken van ‘energiepleisters’, bestaande uit een korrel en een stukje leukoplast. Dat zou leiden tot zuivering van het zenuwstelsel, constante celvernieuwing en uiteindelijk zelfs onsterfelijkheid. Volgens dit rechtbankverslag beschouwde de natuurgenezeres haar cliënten niet als patiënten, maar als tijdreizigers die samen met haar een roedel vormden.

Deze kat is beslist niet behandeld door verdachte.
Deze kat is beslist niet behandeld door verdachte (foto: Kiiro, CC 3.0-licentie).

Het voorgaande is natuurlijk vragen om problemen, en die bleven helaas niet uit. Het slachtoffer stelde zich aanvankelijk onder behandeling van de natuurgenezeres omdat ze wilde afvallen en meer energie wilde hebben. Concrete klachten ontwikkelde ze pas in 2011. Het slachtoffer had al een grote afkeer van reguliere geneeskunde en werd daarin bevestigd, althans zeker niet tegengesproken door verdachte. Bij iedere gezondheidsklacht die het slachtoffer aan de natuurgenezeres voorlegde, kreeg ze te horen dat dit bij het reinigingsproces hoorde en dat ze door moest gaan met de energiepleisters. De klachten betekenden dat de behandeling werkte en het opgehoopte afval het lichaam verliet. De werkelijkheid was heel anders en het slachtoffer leed gruwelijk veel pijn als gevolg van grote ontstoken wonden bij de anus, loszittende tanden, terugtrekkend tandvlees, zwarte diarree en braakneigingen. Het hoorde er allemaal bij volgens de behandelaarster, iedereen ‘op het pad’ moest hier doorheen. Het slachtoffer verloor geen moment het vertrouwen in de natuurgenezeres en stootte iedereen af die verdachte durfde te bekritiseren. Het slachtoffer belandde op bed en at wekenlang niet meer. Uiteindelijk werd ze bewusteloos op het toilet aangetroffen. De pot zat vol bloed. Reanimatie door haar partner en door toegesneld ambulancepersoneel had geen zin meer. De GGD-arts weigerde een verklaring van natuurlijke dood af te geven en er vond sectie op het lichaam plaats. Er werd vastgesteld dat het slachtoffer was overleden als gevolg van bacteriële infecties, waardoor multi-orgaanfalen was opgetreden.

Tegen de natuurgenezeres wordt strafrechtelijke vervolging ingesteld. Bij de rechtbank voert haar verdediging onder meer aan dat zij het slachtoffer helemaal niet behandelde. Ze was immers geen zorgverlener, maar een wetenschapper (!) en de korrels zouden niet zijn aan te merken als medicijn. Nu is dat laatste waarschijnlijk wel waar. Toxicologisch onderzoek van de korrels leverde blijkens het vonnis van de rechtbank wisselende resultaten op. Er werden geen toxicologisch relevante stoffen aangetroffen, behalve in één korrel. Daarin werden sucrose en tramadol aangetroffen. Nu heeft sucrose een pijnstillende werking (althans, tot een leeftijd van 18 maanden…) en dat geldt zeker voor tramadol (een opioïd), maar dan moet je de korrel wel innemen (of inbrengen als het om een zetpil gaat). Op de huid plakken lijkt me vrij zinloos. Tramadol is trouwens alleen op voorschrift van een arts verkrijgbaar, dus het is de vraag hoe deze natuurgenezers eraan kwam. En wat ze ervan vond, nu het een wel erg regulier middel is.

Dat zijn allemaal vragen waaraan de rechtbank geen aandacht hoeft te besteden. Ze maakt korte metten met het verweer van de verdediging. Verdachte heeft veel meer gedaan dan alleen haar geloof in de energiekorrels met het slachtoffer te delen. Zo heeft ze adviezen gegeven, korrels verstrekt en enkele dagen voor haar overlijden het slachtoffer nog thuis bezocht. Er is volgens de rechtbank daarom wel degelijk sprake van een geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen verdachte en haar slachtoffer als bedoeld in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (onderdeel van ons Burgerlijk Wetboek). Op basis daarvan had verdachte zowel een informatieplicht als een zorgplicht. De rechtbank verwijt haar dat ze nooit tegenover het slachtoffer de grenzen van haar kennen en kunnen heeft aangegeven, nooit geadviseerd heeft reguliere medische zorg in de vorm van de huisarts te bezoeken en integendeel de angst van het slachtoffer voor de reguliere geneeskunde alleen maar heeft aangewakkerd. De rechtbank veroordeelt de natuurgenezeres wegens opzettelijke benadeling van de gezondheid, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel en de dood tot gevolg heeft (artikel 300, vierde lid, Wetboek van Strafrecht), en legt de hierboven reeds genoemde straffen en voorwaarden op. De Vereniging tegen de Kwakzalverij sprak van een opmerkelijke uitspraak: “Het komt maar zelden voor dat een kwakzalver wordt veroordeeld tot een celstraf.” Volgens de VtdK bracht de natuurgenezeres 2100 euro in rekening voor de korrels.

Het Gerechtshof te Leeuwarden (foto: CrazyPhunk, CC-licentie)
Het Gerechtshof te Leeuwarden (foto: CrazyPhunk, CC 3.0-licentie)

In hoger beroep is het hof het op vrijwel alle punten eens met de rechtbank. Het acht alleen niet bewezen dat de opzettelijke benadeling van de gezondheid zwaar lichamelijk letsel tot gevolg had gehad, maar wel dat dit tot de dood had geleid. Tijdens het hoger beroep had de natuurgenezeres nog aangevoerd dat ze wel degelijk het slachtoffer aan de reguliere medische zorg had willen overdragen door met haar te praten over behandeling door een kaakchirurg. Daar trapt het hof echter niet in: het stelt nuchter vast dat het verdachte alleen maar te doen was om de verwijdering van ‘ziekmakende gebitselementen’ bij het slachtoffer, waardoor de energie in haar lichaam weer sneller zou gaan stromen. Het hof legt niet nader uit wat hiermee bedoeld is, maar gelet op het feit dat de natuurgenezeres eerder had gesproken over ‘omzettingsprocessen van kwik’ zal het wel gaan om de bekende angst voor amalgaamvullingen.

Verdachte voerde ook nog een argument aan dat hondsbrutaal te noemen is: volgens haar was het slachtoffer overleden als gevolg van het handelen van de ambulancemedewerkers en andere reguliere medische zorg. Als zij er zelf bijgehaald was op het moment dat het slachtoffer bewusteloos op het toilet was aangetroffen, dan had het slachtoffer nog geleefd. In dat geval had ze namelijk onmiddellijk een nieuwe pleister met energiekorrel op kunnen plakken. Het behoeft geen verbazing te wekken dat het hof niet meegaat in dit verweer en juist vanwege het totale gebrek aan zelfinzicht bij verdachte een extra lange proeftijd oplegt, gedurende welke zij zich niet meer bezig mag houden met geneeskundige activiteiten. Hierbij speelt overigens ook een verzachtende omstandigheid mee: de natuurgenezeres is verminderd toerekeningsvatbaar nu een psychiater bij haar een waanstoornis heeft vastgesteld. Het ironische is daarmee dat degene die de methode ‘Blijf op je pad’ ontwikkelde zelf ver naast dat pad beland is. Met helaas dramatische gevolgen.

Titelafbeelding via Wikimedia Commons

Update 3 december 2015
De Hoge Raad heeft op 1 december 2015 het door de verdachte ingestelde beroep in cassatie verworpen. De veroordeling is daarmee definitief.

 

Filed Under: Alternatieve schade, Factchecking, Gezondheid, Uit het nieuws Tagged With: alternatieve behandelwijzen, dood, mishandeling, natuurgeneeskunde, strafrecht

Vereniging Homeopathie doet onderzoek

20 February 2014 by Gert Jan van 't Land 89 Comments

De Vereniging Homeopathie wil graag je mening weten over homeopathie.

De Vereniging licht toe:

‘Om de politiek ervan te overtuigen dat homeopathie een belangrijk onderdeel zou moeten vormen van de Nederlandse gezondheidszorg, zijn wij benieuwd naar uw mening over het gebruik van homeopathie en over het onlangs ingevoerde verbod op informatie over de homeopathische zelfzorgmiddelen. Helpt u mee? Vul dan de Homeopathie Monitor in! Met uw gegevens (die uiteraard anoniem blijven) kunnen wij het Ministerie van VWS met harde bewijzen overtuigen hoe belangrijk u de positie van homeopathie in Nederland vindt’. 

Onze oproep aan jou als lezer van dit blog is om de vragenlijst in te vullen en te laten weten hoe belangrijk jij homeopathie vindt. De vragenlijst is te vinden via http://www.vereniginghomeopathie.nl/monitor/. [De vragenlijst is sinds 21-02-2014 om 11:00 gesloten. Red.]

Succes!

We zijn benieuwd naar het resultaat van het onderzoek.

De twee belangrijkste vragen uit de vragenlijst vind je hieronder:

Dit zijn de twee belangrijkst e vragen uit de vragenlijst
Dit zijn de twee belangrijkst e vragen uit de vragenlijst

Filed Under: Gezondheid, Kort Tagged With: alternatieve behandelwijzen, homeopathie monitor, Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland, kwakzalverij

Producent aids-ontkenningsfilm valt maker debunk-video lastig

19 February 2014 by Pepijn van Erp 12 Comments

In 2009 verscheen de documentaire ‘House of Numbers’ waarmee maker Brent Leung de kijker wil doen geloven dat er helemaal geen goed bewijs is voor het bestaan van hiv, het virus dat aids veroorzaakt. Alle maatregelen die gepropageerd worden om besmetting te voorkomen, zoals condoomgebruik, zijn dus onnodig en het is natuurlijk allemaal een complot van de farmaceutische industrie om lekker veel geld te verdienen aan hiv-remmers. Een YouTuber maakte onlangs in een reeks korte video’s gehakt van de documentaire en wordt nu lastig gevallen door de mensen die erachter zitten.

‘House of Numbers‘ (HoN) is hoogst misleidend en de bijdragen van de bonafide wetenschappers, die erin aan het woord komen, zijn enorm verknipt en uit hun verband gerukt. De documentaire is al op diverse plaatsen tegengesproken, maar de recente debunk video’s van Myles Power hebben de makers van de film blijkbaar pas echt boos gemaakt. Powers heeft een redelijk goed bekeken YouTube-kanaal, waar hij zelfgemaakte filmpjes over wetenschappelijke onderwerpen toont en waarin hij regelmatig pseudowetenschap aan de kaak stelt.
In eerste instantie kreeg hij het aan de stok met Liam Scheff, die in HoN wordt opgevoerd als investigative journalist, maar aluhoedje is een veel adequatere benaming. Scheff diende takedown notice in bij YouTube op basis van de DMCA, een wet die wel vaker misbruikt wordt om kritische geluiden te smoren. Niet veel later trok Scheff zijn claim weer in, maar alleen om de kapitaalkrachtige executive producer van de film, Martin Penny, de kans te geven claims in te dienen.
Die takedown notices zijn telkens onderbouwd met als argument dat Power het auteursrecht zou schenden door fragmenten uit de documentaire in zijn video’s op te nemen. Het is echter overduidelijk dat het hier gaat om gebruik binnen de voorwaarden van ‘fair use’ en tegen de talrijke integrale kopieën van HoN op YouTube-kanalen van complotdenkers wordt niet opgetreden. Hoe het precies in elkaar steekt met die DMCA toestanden, weet ik ook niet. Normaal gesproken zou je een tegenclaim moeten indienen, maar dat heeft als nadeel dat je je adres daar voor moet bekend maken, iets wat Power liever niet doet. Voorlopig zijn zijn video’s in ieder geval wel weer teruggezet. Afgaande op de laatste berichten zit Penny nu achter Power persoonlijk aan met mogelijk vervelende juridische toestanden. Het minste dat je kunt doen om Power te steunen is zijn reeks video’s bekijken en te verspreiden. De ontwikkelingen zijn te volgen via de Facebook-pagina van Power.

Zie voor meer informatie over aids-ontkenning ook het Skepter-artikel ‘Het hiv/aids-bedrog‘ van Dirk Koppenaal (Skepter 23.2, 2010)

Filed Under: Gezondheid, Skepticisme, Uit het nieuws Tagged With: aids, aidsontkenners, debunking, hiv, House of Numbers, Martin Penn, Myles Power

Stralingsangst leidt tot ongelukken

17 February 2014 by Pepijn van Erp 14 Comments

In de Israëlische kustplaats Akko vielen maandagochtend vroeg vijf doden en raakten twaalf personen gewond door een explosie van een tank met propaangas. De Israëlische krant Haaretz bericht dat de politie vermoedt dat de tank ontploft is als gevolg van doelbewuste brandstichting om een illegaal geplaatste zendmast op de bovenste verdieping te vernielen. Wijkbewoners zouden al eerder sabotagepogingen hebben gedaan om van de zendmast af te komen, die volgens hen kankerverwekkende straling zou verspreiden.

Bericht van maandag  17 februari 2014 van de Israëlische krant Haaretz
Bericht van maandag 17 februari 2014 in de Haaretz

Er kunnen natuurlijk nog andere motieven een rol spelen bij deze brandstichting met tragische afloop, maar als het inderdaad ging om angst voor de schadelijke effecten van de elektromagnetische velden die gebruikt worden voor mobiel telefoonverkeer, dan is het extra cru dat er net vorige week daarover een (wederom) geruststellend rapport uitkwam in het Verenigd Koninkrijk. Het Mobile Telecommunications and Health Research Programme (MTHR) kwam met zijn Report 2012 (pdf), waarin de resultaten van 31 onderzoeksprogramma’s worden samengevat.

Het rapport bevat onderzoek op verschillende gebieden. Zo werd er bijvoorbeeld gekeken of er een verband was tussen het belgedrag van zwangeren en het ontwikkelen van kanker bij hun kinderen. En een ander onderzoek keek naar het verband tussen leukemie en bellen. Geen van deze twee onderzoeken liet een verhoogd risico zien dat aan telefoongebruik toegeschreven kan worden. Dit is in overeenstemming met het merendeel van de oudere onderzoeken.
Ook onderzocht werd of de manier waarop het telefoonsignaal wordt verstuurd een effect heeft. De informatie van een telefoongesprek wordt omgezet in een digitaal signaal dat op een draaggolf wordt ‘geplakt’ (modulatie). De ‘straling’ kun je je voorstellen als een mooie golvende lijn, die als je er wat op inzoomt, eruit ziet als een tamelijk willekeurig op en neer springende lijn. De vraag is of die modulatie van de draaggolf een ander (biologisch) effect kan hebben dan de ongemoduleerde draaggolf. Anti-stralingsactivisten maken van dit verschil nogal eens een belangrijk punt. Het werd op verschillende manieren getest en de conclusie is dat er geen aanleiding is gevonden om te veronderstellen dat het wat uitmaakt.
Het rapport gaat verder ook in op maatregelen om blootstelling aan straling te beperken (hands-free bellen bijvoorbeeld), standaarden voor toekomstige metingen en doet voorstellen voor vervolgonderzoek. De opstellers van het rapport zien echter geen reden om de reeds besproken onderwerpen nog eens te bekijken en leggen de prioriteiten o.a. bij provocatiestudies en langetermijnstudies om mogelijke effecten van mobiel telefoneren op gedrag en neurologische effecten te bekijken.

Websites van anti-stralingsactivisten als stopumts zijn opmerkelijk genoeg niet blij met het goede nieuws van dit rapport en wijzen al vast op wat kritiek van gelijkgestemden. Ten eerste wijzen ze er op dat het onderzoek betaald wordt door overheid en industrie die er belang bij zouden hebben om negatieve effecten van elektromagnetische velden te verdoezelen. Dat van die financiering klopt wel, maar meteen in de eerste paragraaf van het rapport staat te lezen wat er gedaan is om (ongewenste) invloed te voorkomen:

The Programme has had total funding of approximately £13.6 million provided jointly by government and industry. In order to ensure that none of the funding bodies could influence the outcome of the research, projects were selected and monitored by an independent Programme Management Committee (PMC).

Een ander punt waar ze over vallen is dat nergens in het rapport de bevindingen van Lennart Hardell worden genoemd, die nu juist doorslaggevend waren waren voor het indelen van de straling in categorie 2B (‘mogelijk kankerverwekkend’) door het International Agency for Research on Cancer (IARC). Eigenlijk is dat niet zo heel raar als je weet hoe die indeling tot stand is gekomen. Daar was nogal wat gedoe over en de rol van Hardell is bepaald niet onomstreden. Meer daarover valt te lezen in een artikel uit 2012 van Lorne Trottier op Science Based Medicine: ‘Are Cell Phones a Possible Carcinogen? An Update on the IARC Report‘.
De resultaten van Hardell worden over het algemeen toegeschreven aan bias veroorzaakt door het verzamelen van gegevens over het telefoongebruik die berusten op de herinnering van de geënquêteerden. Als de resultaten waar zouden zijn, zouden we nu ook veel meer gevallen van hersentumoren moeten aantreffen dan er in werkelijkheid worden gezien. De andere bekende studie (Interphone), die geen verhoogd risico liet zien, sluit veel beter aan bij de werkelijkheid.

Confrontatie van het werkelijke aantal tumoren met de voorspellingen op basis van diverse studies.
Confrontatie van het geonden aantal tumoren met de voorspellingen op basis van diverse studies (de ‘Swedish study’ is die van Hardell)

Ik ben bang dat de anti-stralingsactivisten voorlopig door geen enkel onderzoek dat hun ongelijk laat zien, overtuigd kunnen worden. Ze zullen dus onterechte angst blijven verspreiden omtrent de risico’s van zendmasten en in Israël hebben we daar nu misschien een heel tragisch gevolg van gezien.

Filed Under: Gezondheid, Pseudowetenschap Tagged With: elektromagnetische straling, Hardell, IARC, Interphone, MTHR, ongeluk, zendmasten

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 40
  • Page 41
  • Page 42
  • Page 43
  • Page 44
  • Interim pages omitted …
  • Page 81
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
Ype & Ionica zijn skeptisch
3 August 2026 - Ward van Beek

. Ook in het zomernummer van Skepter zijn Ype en Ionica weer skeptisch … [...]

No Title
31 July 2026 - Ward van Beek

. Robert Baden-Powell liet er in 1908, in de eerste druk van zijn Scouting for boys geen twijfel over bestaan: ‘Ga nooit pal na een maaltijd in diep water zwemmen, want dan krijg je hoogstwaarschijnlijk kramp, waardoor je dubbelklapt en…Lees meer › [...]

Pleisterplakkers in de topspsort
31 July 2026 - Ward van Beek

. Na mondtape is nu de neuspleister in trek bij topsporters. Ze hopen ermee hun hartslag te verlagen terwijl ze meer zuurstof opnemen. Daarop heeft zo’n pleister geen effect. Maar het gevoel ‘makkelijker te ademen’ kan goud waard zijn. Door…Lees meer Pleisterplakkers in de topspsort › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

AI And Pseudoscience
5 August 2026 - Steven Novella
AI And Pseudoscience

We have to deal with artificial intelligence (AI). We cannot simply dismiss it or criticize it, and we certainly shouldn’t just embrace it without significant skepticism. But I feel it is necessary for any science communicator to do their best to become AI-literate – even if AI itself is not your field of communication. AI now touches everything. For example, increasingly people […] The post AI And Pseudoscience first appeared on Science-Based Medicine. [...]

The Council on Chiropractic Education reaffirms the subluxation, backs off primary care (sort of)
4 August 2026 - Jann Bellamy
The Council on Chiropractic Education reaffirms the subluxation, backs off primary care (sort of)

The subluxation lives on in new chiropractic education standards. The post The Council on Chiropractic Education reaffirms the subluxation, backs off primary care (sort of) first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Montana’s new “right to try”: Opening the door to profit from unproven drugs
3 August 2026 - David Gorski
Montana’s new “right to try”: Opening the door to profit from unproven drugs

Montana recently finalized rules to implement its expansion of "right-to-try." providing a chance for the unscrupulous to profit. The post Montana’s new “right to try”: Opening the door to profit from unproven drugs first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Hans1263
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    @Klaas van Dijk Aha, via de link naar Lighthouse kom ik bij frequenties en kwantummechanica terecht, voor slechts 150 euro.
  • Klaas van Dijk
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    @Hans1263, BlackBox TV was in het verleden een vehikel van Flavio Pasquino. Een tijd geleden is er ruzie (over geld?)
  • Hans1263
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    @Renate Dat je een aantal richtingen hebt binnen de alternatieve maar ook de reguliere gezondheidszorg, is op zich niet zo
  • Renate1
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    @ Hans, Als we kwakzalverij en religie met elkaar moeten vergelijken, dan kom ik uit op dit stuk over chiropractors
  • Hans1263
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    @Renate Al heel oud en daarom misschien iets minder erg. Toen ik even googelde, kwam ik Albigenzen tegen. Waldenzen dacht

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in