• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar

Kloptdatwel?

  • Home
  • Onderwerpen
    • (Bij)Geloof
    • Columns
    • Complottheorieën
    • Factchecking
    • Gezondheid
    • Hoax
    • Humor
    • K-d-Weetjes
    • New Age
    • Paranormaal
    • Pseudowetenschap
    • Reclame Code Commissie
    • Skepticisme
    • Skeptics in the Pub
    • Skeptische TV
    • UFO
    • Wetenschap
    • Overig
  • Skeptisch Chatten
  • Werkstuk?
  • Contact
  • Over Kloptdatwel.nl
    • Activiteiten agenda
    • Colofon – (copyright info)
    • Gedragsregels van Kloptdatwel
    • Kloptdatwel in de media
    • Interessante Links
    • Over het Bol.com Partnerprogramma en andere affiliate programma’s.
    • Social media & Twitter
    • Nieuwsbrief
    • Privacybeleid
    • Skeptisch Chatten
      • Skeptisch Chatten (archief 1)
      • Skeptisch Chatten (archief 2)
      • Skeptisch Chatten (archief 3)
      • Skeptisch Chatten (archief 4)

Wetenschap

Veel vragen rondom studie met ratten en telefoonstraling

29 May 2016 by Pepijn van Erp 137 Comments

Wie zich al zorgen maakt over de mogelijke gezondheidseffecten van elektromagnetische velden afkomstig van mobiel telefoonverkeer was misschien een beetje gerustgesteld door de recent verschenen Australische studie die geen toename laat zien van hersentumoren in de afgelopen 30 jaar. Maar nu duikt er dan op eens een beangstigend resultaat op uit een experiment van het Amerikaanse National Toxicology Program: bij ratten die gedurende twee jaar aan telefoonstraling blootgesteld werden, vonden ze significant meer hersentumoren en tumoren bij het hart. Moeten we ons nu toch weer zorgen gaan maken?

lab rat straling

Het experiment met ratten van dit National Toxicoloy Program (NTP) valt binnen een veel groter onderzoeksproject, waarin bijvoorbeeld ook muizen worden onderzocht. De onderzoekers vonden de resultaten van deze deelstudie blijkbaar zo verontrustend dat ze die meenden te moeten delen met het grote publiek voordat het hele project netjes is afgerond en verwerkt tot artikelen die gereed zijn voor publicatie. De website Microwavenews bracht vorige week als eerste het nieuws dat deze resultaten naar buiten gebracht zouden worden. Die zijn sinds vrijdag te lezen op BioRxiv, een preprint server voor artikelen binnen de biologie: Report of Partial findings from the National Toxicology Program Carcinogenesis Studies of Cell Phone Radiofrequency Radiation in Hsd: Sprague Dawley® SD rats (Whole Body Exposure).

Studieopzet

De onderzoekers stelden in dit experiment ratten bloot aan verschillende elektromagnetische veldsterktes vanaf het moment dat ze nog in de baarmoeder zaten tot een maximale levensduur van 106 weken. Daarna werden de nog levende ratten afgemaakt. Alle ratten werden uitgebreid pathologisch onderzocht op het voorkomen van tumoren.

De stralingsniveaus liepen uiteen van ongeveer het (wettelijk) maximum toelaatbare niveau bij mensen tot het viervoudige daarvan. De blootstelling was langdurig – 9 uur per dag – en over het hele lichaam. Natuurlijk was er een controlegroep die niet werd blootgesteld aan elektromagnetische velden. Om de omstandigheden goed te controleren werden speciale verblijven voor de ratten ontworpen. In elke groep zaten 90 ratten.

Het verslag van de studie focust op twee soorten tumoren: glioom (een hersentumor) en schwannoom (een goedaardige zenuwtumor), die in deze studie rondom het hart werd aangetroffen. De aantallen waar het om gaat zijn laag bij deze zeldzame tumoren en de statistische trucendoos moet wijd open om iets te kunnen laten zien van trends, ondanks dat het aantal van 90 ratten per groep best hoog is in vergelijking met ander onderzoek, bijvoorbeeld naar kankerverwekkende chemische stoffen.

Resultaten

Zie hier het resultaat dat het meest duidelijk wijst op een verband van de blootstelling aan elektromagnetische velden en hersenkanker. Dat is toch eigenlijk het meest interessant, omdat sommige onderzoeken bij mensen zo’n verband lijken te suggereren wat weer de aanleiding was voor de omstreden beslisssing van het IARC om dit soort straling als mogelijk kankerverwekkend te classificeren.

Tabel 1 uit het artikel
Tabel 1 uit het artikel

Hier wordt dus gesuggeeerd dat er een significante trend is gevonden bij mannetjesratten en een specifiek signaal (CDMA, gebruikt in UMTS). Bij de lagere stralingsniveaus en de controlegroep werden geen gliomen aangetroffen, bij de groep met de hoogste stralingsbelasting bij drie ratten. Een trend?
Blijkbaar wel als je die getallen blind in een daarvoor ontwikkelde test stopt. Die test, de poly-k test, is als ik het goed begrijp, door onderzoekers van het NTP zelf ontwikkeld eind jaren tachtig van de vorige eeuw en wordt nu aan het instituut als standaard gehanteerd. De test houdt rekening met de tijdstippen waarop ratten overleden en of er dan bij autopsie kankergezwellen worden aangetroffen (ongeacht of die iets te maken hadden met het overlijden). De artikelen waarin deze test gevalideerd is, zijn behoorlijk stevige kost, maar ik kon er niet zo snel uithalen wat de betrouwbaarheid is met erg lage incidenties zoals we die hier aantreffen.
Opvallend is dat de gliomen bijna alleen werden aangetroffen bij de ratten die zowat tot het einde van de studie in leven waren gebleven.

Kritische reviewers

Maar ja, wat zegt deze significante trend eigenlijk? In het vrijgegeven document zijn ook de reviews van een aantal door NTP uitgezochte wetenschappers opgenomen, die op een conceptversie mochten schieten. Die reviews zijn soms uiterst kritisch en een aantal vragen van statistische aard zijn door de onderzoekers van het NTP naar mijn oordeel niet echt bevredigend beantwoord.

Zo vraagt Michael Lauer onder andere hoe het zit met de kwestie van meervoudig toetsen. Als er heel veel vergelijkingen en trends zijn bekeken, is het niet zo raar dat er een paar, louter door toeval, een significant resultaat laten zien, als je daarvoor niet corrigeert. Hij wijst er op dat de FDA ook adviseert om een veel strenger grens te hanteren voor significantie, juist om dit soort mogelijk fout positieve resultaten te vermijden. Als hij dat uitgangspunt neemt om te berekenen wat de power was van het experiment (dus de kans dat het experiment een echt bestaand effect zou kunnen laten zien), komt hij op een bijzonder lage waarde van 5 procent. Met andere woorden als er daadwerkelijk een verband is tussen deze straling en hersenkanker, dan zijn de onderzoekers behoorlijk fortuinlijk geweest dat deze test reden geeft om de nul-hypothese (er is niet zo’n verband) te verwerpen.
Lauer vond in ieder geval op basis van zijn kritische beschouwing de presentatie van de resulaten van de studie in deze vorm onacceptabel.

Een andere reviewer, Maxwell P. Lee, stipt aan dat het niet voorkomen van tumoren in de controlegroep beter bekeken moet worden. Uit andere onderzoeken is een redelijke schatting te maken van het percentage dat je normaal gesproken zou kunnen verwachten. In dit geval was de kans op 0 ratten met tumoren bijna even groot als die op het vinden van één rat met deze kanker. Als je in de controlegroep wel een rat met glioom had gevonden (wat dus goed had gekund), dan verdwijnen eigenlijk alle significanten resultaten. Het NTP reageert daarop dat zij eenzijdige p-waarden hanteren en dat daarmee zelfs met een glioom in de controlegroep het resultaat nog steeds significantie benadert.

Je ziet hier wel aan dat met deze aantallen het er erg om hangt of je net wel of net niet van significantie kan spreken. Als je echter al het andere onderzoek dat eerder gedaan is in je beoordeling betrekt, dan verwacht ik niet dat het oordeel zou moeten veranderen dat met de nu gehanteerde normen er geen reden is om aan te nemen dat mobiel telefoongebruik het risico op een hersentumor vergroot.

Opvallend is ook dat in de controlegroep de ratten een slechtere overlevingskans hadden. Er overleefde maar 28% tot het einde van de studie, terwijl het gemiddeld 47% is. Heel kort door de bocht zou je ook kunnen zeggen dat de studie laat zien dat mannelijke ratten onder hoge stralingsniveaus dan wel meer risico op kanker lijken te lopen, maar dat de straling wel geassocieerd is met een hogere levensverwachting.

Wat nu? Eigenlijk kun je er pas iets over zeggen als het hele programma is afgerond het netjes gepubliceerd na peer review. Dit ogenschijnlijk verontrustende deelresultaat zou echter goed kunnen leiden tot de vraag om nu toch maar alvast dit onderzoek te herhalen met grotere aantallen ratten. Dat zullen ze bij het NTP ook wel plezierig vinden, houdt deze onderzoekers ook weer van de straat.

Het is een lastig te interpreteren resultaat en het gaat vast en zeker her en der verkeerd weergegeven worden. Een voorbeeld uit de Nederlandse media zien we bij het stukje in Metronieuws, waarin geschreven wordt dat het om een onderzoek met meer da 2500 ratten gaat (in werkelijkheid gaat het in dit deelonderzoek om 630 1260 ratten, 7 groepen van 90 voor beide sexen) en de volgende zin geeft ook aan dat de journalist erg weinig moeite heeft gedaan om er iets van te begrijpen: “De straling was daarnaast ook even hoog als die in huidige telefoons wordt gebruikt.” Nee dus, alleen de groep die de laagste stralingsdosis te verduren kreeg (1,5 W/kg) kreeg een dosis die vergelijkbaar is met het niveau dat tot dusver als maximaal toelaatbaar wordt gehanteerd. Maar de ratten kregen dit hoge niveau dan wel bijna de hele dag te verhapstukken, wat nogal ver afstaat van de wijze waarop een mens blootgesteld wordt aan elektromagnetische velden in het dagelijks leven.

Een goede bespreking van de studie is ook te vinden bij Science.

Waarom veel onderzoekers dit resultaat sowieso met argwaan zullen bekijken, is dat er nog steeds geen overtuigend mechanisme is aangetoond hoe de elektromagnetische velden van mobiele telefoons überhaupt schade zouden kunnen veroorzaken in biologische systemen anders dan via opwarming. Zie daarvoor:

Bang voor GSM-straling?

Filed Under: Wetenschap Tagged With: kanker, mobiele telefonie, ratten

Over de IARC classificatie van glyfosaat als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’

25 February 2016 by Pepijn van Erp 11 Comments

Woensdagavond trakteerde tv-programma Zembla de kijker weer eens op een onvervalst stukje bangmaakvermaak. De schurk van dienst: glyfosaat, beter bekend onder de naam RoundUp – u weet wel, het ‘waarschijnlijk kankerverwekkende’ goedje van Monsanto. En dan kwam er vandaag ook nog eens het huiveringwekkende nieuws dat het spul in Duitse biertjes is aangetroffen! Aaargh, we gaan allemaal dood! Alweer.

Natuurlijk, dat ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ klinkt heel eng, maar dat slaat alleen maar op de classificatie 2A van de IARC. In dat specifieke verdomhoekje zit sinds kort ook rood vlees. En als je beroep kapper is, hoor je er ook in. Er zijn natuurlijk betere categorieën, zoals 2B (‘mogelijk kankerverwekkend’), waarin koffie, ingemaakte groente en telefoonstraling zitten. Maar ook de slechtere categorie 1 (‘kankerverwekkend’), waarin bijvoorbeeld alcohol zit. Hé wacht … alcohol? Dat zit toch ook in bier …

Nou ja, het is wel duidelijk dat die indeling in categorieën van de IARC niet alles zegt. Iets met verschil tussen risk en hazard. Bij glyfosaat is het zelfs maar de vraag of de indeling wel klopt. De Europese instanties volgen het negatieve oordeel van het wetenschappelijke onderzoeksbureau voor risicoanalyses van Duitsland, BfR.
In onderstaande video bekijkt Myles Power samen met zijn ‘League of Nerds’-collega James gedetailleerd naar de wetenschappelijke onderbouwing voor de indeling in categorie 2A door het IARC. Hun kritiek is ook niet mals.

PS aan het begin zitten een paar verwijzingen naar een eerdere versie van deze video, waarin de heren nogal vaak het woord ‘glyphosate’ verhaspelden tot iets als ‘glyphosphate’. Daarop kwam blijkbaar zoveel kritiek dat ze ‘m maar overgemaakt hebben.

Links:

  • Het besproken Lancet artikel: Carcinogenicity of tetrachlorvinphos, parathion, malathion, diazinon, and glyphosate, Guyton, Kathryn Z et al.
  • Het volledige IARC rapport, monograph 112 (glyphosate) [pdf]
  • Zembla uitzending
  • Reactie van Monsanto op de Zembla-uitzending
  • Umweltinstitut München over hun bieronderzoek
  • Op Kloptdatwel: EenVandaag blundert over Roundup

Filed Under: Factchecking, Gezondheid, Wetenschap Tagged With: glyfosaat, IARC, kanker, Myles Power

Lek in samenzweringsuitlekformule

31 January 2016 by Pepijn van Erp 38 Comments

Dat een samenzwering sneller uitkomt doordat een betrokkene uit de school klapt of per ongeluk zijn mond voorbij praat als er meer samenzweerders op de hoogte zijn, ligt voor de hand. Maar kun je ook berekenen hoe lang dat ongeveer duurt als je het aantal betrokkenen weet? Dr. David Robert Grimes denkt dat je dat aardig kunt schatten. Hij publiceerde een artikel waarin hij een formule afleidt die bijvoorbeeld als uitkomst geeft dat als NASA de maanlanding zou hebben gefaket, dat dan met 95 procent zekerheid binnen vier jaar publiek bekend zou zijn geworden. Een wiskundig bewijs dat grootschalige complotten niet geheim kunnen blijven?

volkskrant-complotformuleDit resultaat ging aardig snel het internet over. Nu konden skeptici ook met wiskundige precisie complotdenkers alle hoeken van de kamer laten zien. In de Volkskrant haalde het resultaat van Grimes zelfs de tweede pagina van de krant. Inclusief afbeelding van de formule!

Grimes is van origine natuurkundige en werkt als kankeronderzoeker aan de universiteit van Oxford. Daarnaast schrijft hij veel populaire stukken over wetenschap (onder meer columns in The Guardian), die vaak over skeptische onderwerpen gaan, bijvoorbeeld de antivaccinatiebeweging en ontkenning van klimaatopwarming. In 2014 ontving hij voor zijn schrijverij de John Maddox Prize for Standing up for Science. Het onderwerp complottheorieën is hem dus niet vreemd en met zijn achtergrond is het begrijpelijk dat hij er wel een uitdaging in zag om het kwantificeerbaar te maken.

In zijn artikel On the Viability of Conspiratorial Beliefs, dat verscheen in Open Access tijdschrijft Plos One, doet Grimes uit de doeken hoe hij aan zijn formule komt. Hij kijkt alleen naar het uitkomen van samenzwering door lekken, bewust of per ongeluk. Externe factoren die een complot aan het licht kunnen brengen, neemt hij niet mee – de uitkomsten van het model zullen gemiddeld dan ook nog een te positief beeld laten zien (vanuit het gezichtspunt van de geheimhouders).

De aanname van Grimes is dat de kans dat iemand in een jaar tijd lekt behoorlijk klein is en dat verschillende lekken onafhankelijk van elkaar optreden. En één lek is eigenlijk ook wel voldoende voor het openbaar worden. Een aangewezen methode om dat soort zeldzame voorvallen aan te pakken is om uit te gaan van een Poissonverdeling. De kans op tenminste één lek tot tijd t wordt dan gegeven door de formule L(t)= 1-e^(-tφ) waarin φ het verwachte aantal lekken is in één tijdsperiode (bijvoorbeeld per jaar). Je ziet aan deze formule dat als je t maar laat oplopen de e-macht heel erg klein wordt en L naar 1 kruipt (‘het complot komt bijna zeker uit’).
Voor één samenzweerder is dat simpel en voor meer is het niet veel lastiger. Dan moet je alleen die waarde φ aanpassen. Als je uitgaat van N op gelijke wijze lekkende samenzweerders dan wordt de kans dat er geen één lekt in een jaar gegeven door (1-φ)N, en de kans dat er minstens één lek is door 1-(1-φ)^N en die waarde neem je nu als nieuwe φ op in de formule*. Grimes noemt (1-φ) voor het gemak nog even ψ en neemt in plaats van een vaste waarde N een tijdsafhankelijke functie daarvoor, N(t). De samenzweringsuitlekformule wordt dan:

complottheorieuitlekformule

Waarom Grimes het aantal samenzweerders in de tijd wil kunnen variëren met die functie N(t) is eigenlijk wel goed te begrijpen. Als een complot dat ooit op een moment is uitgevoerd lang geheim blijft, zullen er samenzweerders uitvallen door overlijden. De kans op uitkomen wordt dan vervolgens kleiner, want er zijn minder potentiële lekkers. Grimes geeft nog twee formules van hoe N in de tijd zou kunnen veranderen. Voor een complot dat voortdurend ‘bijgehouden’ moet worden (zoals bijvoorbeeld het verborgen houden van een eenvoudige kuur voor kanker), lijkt een benadering waarin je N(t) constant houdt een logischer keuze.

Leuk zo’n theoretisch afgeleide formule, maar doet ie het ook wel echt? Grimes kijkt daarvoor naar drie samenzweringen die uitgekomen zijn: de NSA-affaire (klokkenluider Edward Snowden onthulde dat het afluisteren en onderscheppen van berichtenverkeer veel verder gaat dan iedereen had vermoed), het Tuskegee-syfilisonderzoek (dat liep vanaf 1932, de besmette deelnemers kregen niet te horen dat ze syfilis hadden en ook geen medicijnen toen die beschikbaar kwamen met de ontdekking van antibiotica) en de affaire rondom het forensisch laboratorium van de FBI (willens en wetens werden talloze getuigenissen afgelegd op basis van onbetrouwbare onderzoeksmethoden).
Op basis van de (min of meer) bekende tijd dat deze zaken verborgen bleven en verschillende schattingen voor het aantallen betrokkenen, komt Grimes tot een conservatieve schatting voor de kans dat een samenzweerder lekt. In zijn berekeningen is Grimes er bij deze voorbeelden van uitgegaan dat ze uitkwamen als de kans daarop groter of gelijk aan 50 procent was. Als je uitgaat van de gunstigste schatting  voor de geheimhouding kom je volgens Grimes uit op een 0,0005 procent lekkans per jaar per samenzweerder.

Er is veel aan te merken op deze benadering en Grimes geeft zelf in het Discussion gedeelte van het artikel een hoop mitsen en maren aan. Zijn schattingen om het model te ijken en een redelijke waarde voor p te vinden zijn grof, maar dat maakt niet zoveel uit voor zijn belangrijkste conclusie dat omvangrijke samenzweringen altijd uitkomen. Hij concludeert op basis hiervan dat het bij vermeende samenzweringen als dat de klimaatopwarming een omvangrijk bedrog zou zijn van wetenschappers en dat de maanlanding een hoax is geweest, het onmogelijk is dat ze zo lang verborgen hadden kunnen blijven. En dus dat er geen sprake kan zijn van samenzweringen in die zaken.

De vraag is natuurlijk of dit model niet te veel toegespitst is op de drie voorbeelden die Grimes heeft uitgekozen. De waarden die Grimes daaruit afleidt verschillen nogal, en wat zouden de uitkomsten zijn als hij andere voorbeelden had genomen? En daarbij moet je bedenken dat het hier gaat om samenzweringen die zijn uitgekomen. Zijn die wel representatief voor alle samenzweringen? Ook voor die juist (nog) niet zijn geopenbaard.

Op Twitter merkte een aantal scherpe geesten op dat er toch ook iets fundamenteels mis moest zijn met Grimes’ benadering. De meest in het oog springende aanwijzing hiervoor is grafiek 1:

3-curven-complottheorieartikelHierin zien we de drie verschillende scenario’s die Grimes in overweging neemt voor verloop van het aantal samenzweerders. De blauwe lijn is het scenario waar het aantal samenzweerders gelijk blijft, de roze stippellijn de situatie voor de gebeurtenis die geheim wordt gehouden door een groepje dat langzaam uitsterft door ouderdom, en de oranje stippellijn waarin het aantal samenzweerders elke zoveel jaar halveert. Telkens uitgaande van een startpopulatie van N=5000 en een lekkans van 0,0005 procent.
Deze grafiek zou de cumulatieve kans moeten weergeven dat het complot uitlekt. Maar een cumulatieve kans kan nooit gaan afnemen in de loop van de tijd, zoals bij de laatste twee scenario’s wel gebeurt! In de commentaren op Plos One bij het artikel vergelijkt iemand het treffend met een overlevingsgrafiek (dan moet je deze grafiek net verticaal omkieperen, naar de waarde 1-L kijken), waar geen stijging in kan voorkomen; dat zou er immers op duiden dat overledenen weer uit de dood opstaan (of in het geval van samenzweringen dat ze na openbaring weer geheim worden). Ik dacht dat Grimes misschien nog een slordigheidje had begaan bij het maken van deze grafiek (formule verwisseld ofzo), maar toen ik narekende bleek dat niet het geval te zijn – de formule is inderdaad dalend vanaf een bepaald tijdstip in de twee laatste scenario’s en dus heeft Grimes een probleem.

Dit ging waarschijnlijk mis omdat Grimes de formules voor het verloop van het aantal samenzweerders zomaar substitueerde in de formule die volgt uit de aanname dat het lekken Poisson verdeeld is. Die cumulatieve kansformule is echter afgeleid van de feitelijke kansverdeling en komt alleen op deze vorm uit als die factor in de exponent een constante is. Het vergt wat ver om dat hier helemaal in detail te laten zien, maar het komt er dus op neer dat Grimes de functie van het aantal samenzweerders in de tijd op een verkeerd niveau heeft ingevuld en daardoor verliest de door hem gevonden formule de relatie met het probleem dat die moet beschrijven. Als je het wel goed doet, komt die formule er waarschijnlijk ook stukken ingewikkelder uit te zien, maar ik heb dat niet uitgewerkt. Gelukkig voor Grimes lijkt het wel goed te gaan voor de gevallen waarin het aantal samenzweerders in de tijd gelijk blijft en dat zijn net de voorbeelden die hij verder uitwerkt.

Martin Robbins schreef hier wel een bijzonder kritisch stuk over: The maths of the paper disproving conspiracy theories don’t add up, waarin hij dit ook als een enorme blunder van de peer review bij Plos One benoemt. Er worden ook nogal wat mensen bedankt in het artikel die meegekeken hebben, en die hebben de fout dus ook niet opgemerkt. Robbins vindt het frustrerend dat dit artikel door skeptische organisaties en blogs als welkom resultaat is binnengehaald, vrolijk rondgetwitterd en anderszins verspreid:

It’s frustrating because a paper that lashes out against the idea that scientists might be engaged in covering up bad research turns out to be an example of bad research that slipped through peer review.

Robbins besluit gelukkig wat luchtiger:

Which leaves perhaps the biggest question of all: was this really just a bad paper, or was there some deeper purpose behind it? Is Doctor Grimes engaged in some kind of charade, running interference on behalf of a master or masters unknown? Is he still the real Grimes, or has he been replaced by a foppish-haired lizard impersonator? The truth is out there…

Het is ook een verwijzing naar de slotzin van Grimes’ artikel:

This work did not require specific funding, from nebulous clandestine cabals or otherwise.

In de commentaren op Plos One heeft Grimes zijn fout inmiddels ook al wel voorzichtig toegegeven. Hij is net op vakantie gegaan, dus ik neem aan dat een uitgebreidere reactie nog even op zich zal laten wachten.

* Toegevoegd (20:50 uur): hier gaat ‘t al mis, als N een constante is zou de correcte formule L(t)= 1-e^(-tNφ) worden. Grimes berekeningen kloppen ongeveer nog wel, maar dat komt alleen om dat bij deze hele lage lekkans p =0,0005 procent Np en (1-(1-p))^N elkaar niet veel ontlopen in de drie voorbeelden die Grimes analyseert. Bij de toepassing op de vermeende complotten waar hij uitgaat van honderdduizenden betrokkenen (bij die kuur voor kanker hanteert Grimes 714.000 – alle medewerkers van de acht grootste farmaceuten samen), zou de correcte formule nog veel eerder lekken voorspellen dan de formule van Grimes al doet.

Update 2 maart 2016: Plos One heeft inmiddels een correctie geplaatst van Grimes.

Filed Under: Skepticisme, Wetenschap Tagged With: complottheorieen, David Robert Grimes, Samenzweringen, uitlekken, wiskunde

Acupunctuurpromotie RU: niet meer dan placebo-effect volgens promotor Coenen

29 November 2015 by Pepijn van Erp 23 Comments

Het protest van de Vereniging tegen de Kwakzalverij tegen een ondermaats proefschrift over acupunctuur als behandelwijze tegen slaapproblemen bij patiënten met depressie of schizofrenie haalde weinig uit. Op donderdag 26 november vond de promotie van Peggy Bosch gewoon plaats aan de Radboud Universiteit Nijmegen en zij verliet de zaal met de doctorsbul op zak. Jan Willem Nienhuys en ik waren aanwezig bij de verdediging. Een kort verslag.

Peggy Bosch
Peggy Bosch

Aan de Radboud Universiteit had de brief van de VtdK – en de aandacht in de pers daarvoor – waarschijnlijk toch wel wat effect gesorteerd. Zo werd de aankondiging van de promotie stevig aangepast (zie voor en na). En promotor Ton Coenen liet her en der weten dat het proefschrift misschien wel wat foutjes bevatte en dat de promovenda een wat optimistischer weergave van de resultaten had gegeven dan wellicht objectief gezien verantwoord was. In haar lekenpraatje voorafgaand aan de daadwerkelijke verdediging van haar proefschrift liet Bosch op haar powerpointslides de meer verantwoorde, veel zwakkere conclusies, ook nog even snel voorbij schieten.

De oppositie maakte het Bosch niet erg lastig. Toch moest ze zowat bij elke vraag over haar klinische onderzoekjes toegeven dat er allerlei problemen mee waren en dat ze het achteraf gezien heel anders had moeten opzetten. Ja, misschien was het beter geweest om de controlegroep ook een relaxuurtje aan te bieden op luie stoelen met een rustgevend muziekje, gaf ze toe. Maar ja, daar hadden ze niet op tijd aan gedacht, de trein liep al en er kon niet meer worden bijgestuurd. Ook de vragenlijsten die gebruikt waren om patiënten zichzelf te laten evalueren, waren haar nogal tegengevallen. De schizofrene patiënten kwamen daar bijvoorbeeld als veel normaler naar voren dan je op grond van de klinische beoordeling zou mogen verwachten. De waarde van die meetmethode is dus twijfelachtig, Bosch zou voor vervolgonderzoek graag gebruik maken van objectievere meetmethoden (ze noemde metingen van melatonine en gebruik van de Actiwatch).

Bosch bleef uitdragen dat ze hoge verwachtingen heeft van acupunctuur. Dat er geen duidelijkere effecten uit haar onderzoekjes naar boven waren gekomen, wijt ze onder meer aan de verschillen tussen de westerse definities van bijvoorbeeld schizofrenie en hoe ze daar vanuit de oosterse behandelwijzen tegenaan kijken. Eigenlijk zou ze onderzoeken willen doen met patiënten die allemaal netjes binnen één zo’n oosterse definitie zouden vallen. Maar in die traditie zijn er zoveel verschillende onderverdelingen dat je daar niet makkelijk genoeg proefpersonen voor kunt vinden om een experiment- en controlegroep mee te vullen. En om te bepalen in welk oosters diagnosehokje je een patiënt moet plaatsen, vertrouwt Bosch op de tong- en polsdiagnoses die daar gebruikelijk zijn.

Skepter 28.2
De bespreking van het proefschrift is het coverartikel van de nieuwste Skepter

De enige echt pittige vraag kwam van Winni Hofman van de UvA. Zij vroeg Bosch of zij de mogelijke effecten van de acupunctuur kon scheiden van die van de rustgevende muziek? Eigenlijk dezelfde vraag die ik in mijn vorige stuk over dit proefschrift ook stel. Bosch moest in haar antwoord toegeven dat ze dat niet kon. Daarmee blijft er dus van de twee klinische pionierstudies in haar proefschrift (zoals Bosch ze noemde) helemaal niets overeind. Voor een grondige analyse van het proefschrift moet je de nieuwste Skepter lezen, Jan Willem Nienhuys schreef er het coverartikel over.

Het was voor de promotiecommissie natuurlijk geen belemmering om na een kort beraad toch de doctorsbul aan Bosch te overhandigen. Zo gaan die dingen. Opmerkelijk genoeg liet Coenen in zijn lofrede eigenlijk alle steun voor acupunctuur vallen. Dat de gevonden effecten (klein, maar significant) verklaard zouden kunnen worden als placebo-effect leek hem en de andere promotor Van Luijtelaar toch eigenlijk wel stukken waarschijnlijker dan dat er sprake zou kunnen zijn van een specifiek effect van acupunctuur. Maar waarom hebben deze heren deze bedenkingen niet veel duidelijker opgenomen in de artikelen in het proefschrift waarvan zijn mede-auteurs zijn? Het lijkt er toch sterk op dat Coenen op het laatste moment pas wakker is geworden en de laatste promotie die hij begeleidde niet een al te grote smet wilde laten worden op zijn staat van verdienste.

Promotores Ton Coenen (l) en Van Luijtelaar
Promotores Ton Coenen (l) en Van Luijtelaar (r)

Dat het onderzoek van Bosch welbeschouwd geen aanwijzingen heeft gevonden dat acupunctuur een zinnige behandelwijze zou kunnen zijn om slaapproblemen aan te pakken en dat de Radboud Universiteit z’n best had gedaan om de te stellige conclusies van Bosch af te zwakken tot enigszins normale proporties, was niet bij iedereen doorgedrongen. De ochtend van de promotie verscheen een persbericht met als kop ‘Radboud Universiteit: Proefschrift over Acupunctuur’ waardoor een aantal medische websites vermoedelijk dacht met een persbericht van de universiteit zelf te maken te hebben en ze namen dit sterk gekleurde verhaaltje klakkeloos over. De universiteit trad er wel snel tegenop en het misleidende persbericht is verwijderd (dat kwam uit de koker van WAVAN, de voor mij nog onbekende Wetenschappelijk artsenvereniging voor acupunctuur in Nederland).

Zie ook:

  • Skepter 28.2:  Acupunctuur-promotie – Omstreden proefschrift over acupunctuur in de psychiatrie
  • Voxweb: Acupunctuurpromotie overleeft ‘storm’
  • VtdK: Vereniging protesteert tegen acupunctuurpromotie
  • Kloptdatwel: Acupunctuurpromotie aan de Radboud Universiteit

02-01-2015: Een Italiaans artikel gebaseerd op dit KdW-artikel is gepubliceerd.

Filed Under: Alternatieve schade, Pseudowetenschap, Wetenschap Tagged With: acupunctuur, depressie, Gilles van Luijtelaar, Peggy Bosch, promotie, schizofrenie, slaapproblemen, Ton Coenen, Winni Hofman

Levert kankeronderzoek iets op?

24 November 2015 by Lucas Stalpers 29 Comments

Tijdens het Skepsis congres merkte een van de sprekers op dat kankeronderzoek de afgelopen decennia vooral veel had gekost, maar geen resultaten had opgeleverd. Ik [Maarten Koller] kon dat moeilijk geloven. Maar aan geloof hecht ik weinig waarde, dus ik ging op zoek naar een deskundige die mij feiten kon vertellen en kwam terecht bij Lucas Stalpers, hoogleraar translationele radiotherapie in het AMC bij de Universiteit van Amsterdam:

Foto: Dirk Gillissen
Hoogleraar Lucas Stalpers – Foto: Dirk Gillissen

Levert kankeronderzoek iets op?
Kort antwoord: Ja, maar minder dan had gekund.

Lang antwoord: Het is maar een beetje hoe je het wilt zien.

Eerst de argumenten van de zwaarmoedigen: Nee, we rennen achter de feiten aan
In 1971 werd door Richard Nixon de National Cancer Act ondertekend. Daardoor kwam heel veel geld ter beschikking voor kankeronderzoek. Het doel van Nixon’s War on Cancer was ‘to eradicate cancer as a major cause of death’.

Helaas, die doelstelling is in de verste verte niet gehaald: er gaan in de VS en in Nederland meer mensen dood aan kanker dan ooit tevoren.[IKNL, 2015; Meulepas, 2011]

Tussen 1990, 2015 en 2020 toont het aantal nieuwe gevallen van kanker een toename van 55.000 (1990), 110.000 (2015) en 123.000 (2020). [Meulepas, 2011] De sterfte aan kanker neemt toe van 32.000 (1990) naar 43.500 (2015) en 50.000 (2020). [IKNL, 2015; Meulepas, 2011].

Oorzaken van het falen van de strijd tegen kanker:
Vergrijzing van de bevolking is de belangrijkste oorzaak van het falen van de War on Cancer. Kanker is vooral een ziekte van de oudere mens. Steeds meer mensen worden ouder, dus steeds meer mensen gaan dood aan kanker. Tegen de ouderdom is geen kruid gewassen: een mens moet uiteindelijk ergens aan doodgaan.

Een tweede oorzaak van het falen van de strijd tegen kanker is, vooral in Nederland, het falen van de tabaksbestrijding. Van de 43.000 kankerdoden hangen er 20.000 samen met roken. Na een aanvankelijke daling van het aantal (mannelijke) rokers en een daling van de longkankersterfte (onder mannen) is het aantal rokers weer aan het stijgen en wordt er meer per roker gerookt. De overheid doet daar nagenoeg niets aan.

Dan de argumenten van de optimisten:
Ja, kankeronderzoek heeft wel degelijk wat opgeleverd. De vooruitzichten van een individuele patiënt met kanker zijn de afgelopen decennia sterk verbeterd. Tussen 1989 en 2011 is de 5-jaarsoverleving van kanker verbeterd, voor mannen met 13% van 41% naar 54%. Voor vrouwen met 6% van 57% naar 63%.[Meulepas, 2011]

Waaraan is die verbetering te danken?
Karim-Kos (2012) uit de groep van Jan Willem Coebergh en Bart Kiemeney zette de kankertrends in Nederland tussen 1990 en 2008 op een rijtje.[Karim-Kos, 2012]  Voor de 23 meest voorkomende kankers beschreef zij de trend in het aantal nieuwe kankergevallen (de incidentie), de 5-jaars overlevingskans en de sterfte aan kanker (de mortaliteit). Zij vond opnieuw dat incidentie en sterfte toenemen. Maar voor wie kanker heeft, zijn de overlevingskansen van kanker verbeterd. Dat geldt voor 12 van 19 type kankers bij mannen en voor 12 van de 21 kankers bij vrouwen. Karim-Kos gaat niet in op de verklaringen voor de betere overlevingskansen. Ik wel: de verbetering van de 5-jaarsoverleving is vooral te danken aan medisch-technologische verbeteringen: vroegere herkenning (borst, baarmoederhals, uterus, prostaat), verbeterde chirurgische techniek (colon, rectum, slokdarm), betere radiotherapie-technieken (long), en combinatiebehandeling van chirurgie met bestraling en/of chemotherapie (borst, long, hoofd-hals tumoren, slokdarm, baarmoederhals). Een beter inzicht in het ontstaan van kanker of een beter begrip van de biologie van kanker heeft nauwelijks bijgedragen aan die verbeteringen. (Was dat wel zo, dan zou er niet zoveel gerookt worden.)

Deze verbeteringen in de overleving van kanker zijn vooral behaald in de behandeling van kankers in een vroeg stadium. Behandeling met alleen geneesmiddelen heeft wèl verbetering gegeven van de overleving van bloedkankers (lymfomen, leukemie), maar niet of nauwelijks voor patiënten met veel vaker voorkomende solide tumoren. Dat is merkwaardig, want de grootste investeringen zowel in kankeronderzoek als in kankerbehandeling gaan naar combinaties van nieuwe geneesmiddelen zònder gebruik te maken van technologie: zonder chirurgie en zonder radiotherapie. Het idee van deze eenzijdige onderzoekers is dat we van kanker een chronische ziekte kunnen maken. De onderzoekers naar nieuwe gerichte geneesmiddelen vergelijken hun medicijnen graag met gerichte ‘Magic Bullets’. Wie zijn of haar medicijn wil vergelijken met een ‘Magic Bullet’ zal zich eerst maar eens moeten realiseren dat ‘bullets’ niet zijn gemaakt van organische materialen maar van metaal, net als het lancet, het röntgenapparaat en radioactieve bronnen.

Kankerbehandeling is een oorlog op vele fronten: alleen met de infanterie zullen we de strijd niet winnen. Bovendien, vaak kunnen we de strijd niet winnen. Het zou dan beter zijn om te onderzoeken hoe we het resterende leven zo goed mogelijk kunnen maken. Tot slot een open deur: als we echt vooruitgang willen maken zullen we iets tegen tabaksverslaving moeten doen. Van de 43.000 kankerdoden worden er 20.000 veroorzaakt door roken. Je hebt geen wetenschappelijk onderzoek om te weten wat je daartegen moet doen. Waarom doen we dat dan niet?

Kortom: Ja, kankeronderzoek heeft veel opgeleverd voor de individuele patiënt met kanker. Maar ja, kankeronderzoek zou meer kunnen opleveren als meer wordt ingezet op samenwerking van medische disciplines, en meer op verbetering van reeds bewezen technieken en maatregelen.

  • Karim-Kos HE, Kiemeney LA, Louwman MW, Coebergh JW, de Vries E. Progress against cancer in the Netherlands since the late 1980s: an epidemiological evaluation. Int J Cancer. 2012 Jun 15;130(12):2981-9
  • http://www.researchgate.net/profile/Esther_Vries2/publication/51524617_Progress_against_cancer_in_the_Netherlands_since_the_late_1980s_an_epidemiological_evaluation/links/542c3c2b0cf29bbc126cc4b5.pdf
  • Meulepas JM, Kiemeney LALM. Kanker in Nederland tot 2020. Trends en prognoses Signaleringscommissie Kanker van KWF Kankerbestrijding, Amsterdam, 2011.
  • IKNL. Cijfers over kanker. www.cijfersoverkanker.nl (laatst bezocht: 10 november 2015)

Filed Under: Columns, Factchecking, Wetenschap Tagged With: kanker, kankeronderzoek, kankertherapieen

  • « Go to Previous Page
  • Page 1
  • Interim pages omitted …
  • Page 5
  • Page 6
  • Page 7
  • Page 8
  • Page 9
  • Interim pages omitted …
  • Page 40
  • Go to Next Page »

Primary Sidebar

Steun ons via:
Een aankoopbol.com Partner (meer info)
Of een donatie

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Skeptic RSS feed

  • Skepsis
  • Error
  • SBM
No Title
31 July 2026 - Ward van Beek

. Robert Baden-Powell liet er in 1908, in de eerste druk van zijn Scouting for boys geen twijfel over bestaan: ‘Ga nooit pal na een maaltijd in diep water zwemmen, want dan krijg je hoogstwaarschijnlijk kramp, waardoor je dubbelklapt en…Lees meer › [...]

Pleisterplakkers in de topspsort
31 July 2026 - Ward van Beek

. Na mondtape is nu de neuspleister in trek bij topsporters. Ze hopen ermee hun hartslag te verlagen terwijl ze meer zuurstof opnemen. Daarop heeft zo’n pleister geen effect. Maar het gevoel ‘makkelijker te ademen’ kan goud waard zijn. Door…Lees meer Pleisterplakkers in de topspsort › [...]

Een ultieme lijst aan blunders
31 July 2026 - Ward van Beek

.Júíst aanhangers van desinformatie komen graag met onderzoek en wetenschappelijke argumenten. Adriaan ter Braack (Sjamadriaan) neemt ze voor Skepter onder de loep.Door Adriaan ter Braack, freelance wetenschapsjournalist in Skepter 39.2 Zaadoliën zijn online vaak de kop van Jut. Hele volksstammen…Lees meer Een ultieme lijst aan blunders › [...]

RSS Error: Retrieved unsupported status code "404"

Guests on the “Why Should I Trust You?” Podcast Want to Hang Doctors. Why Should I Trust It?
31 July 2026 - Jonathan Howard
Guests on the “Why Should I Trust You?” Podcast Want to Hang Doctors. Why Should I Trust It?

"The actual harsh truth about MAHA is that it is an anti-vaxx, anti-science, pro-diarrhea conspiracy movement. It cloaks its arguments in abstractions about "big pharma" and "free speech" to generate the exact op-ed The Atlantic keeps publishing. Movements like this need to be fought, not placated."-- Michael Hobbes The post Guests on the “Why Should I Trust You?” Podcast Want to Hang Doctors. Why Should I Trust It? first appeared on Science-Based Medicine. [...]

The FDA vs. Compounding Pharmacies: GLP-1 Edition
30 July 2026 - Scott Gavura
The FDA vs. Compounding Pharmacies: GLP-1 Edition

The FDA is determined to stop the sale of compounded GLP-1 drugs The post The FDA vs. Compounding Pharmacies: GLP-1 Edition first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Does public health “need” MAHA? No more than medicine “needs” CAM!
27 July 2026 - David Gorski
Does public health “need” MAHA? No more than medicine “needs” CAM!

Last week, The Atlantic published an embarrassingly contrarian piece about how public health "needs" the "make America healthy again" movement. Public health needs MAHA only if it "needs" to integrate antivax and quackery into medicine and public health. Sound familiar? The post Does public health “need” MAHA? No more than medicine “needs” CAM! first appeared on Science-Based Medicine. [...]

Recente reacties

  • Hans1263
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    @Renate Met spiritualiteit is nog nooit iets opgelost en zeker geen wetenschappelijk aan te pakken problemen. Die twee begrippen moeten
  • Renate1
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    Lieve hemel, spiritualiteit. Als ik dat woord hoor, dan krijg ik braakneigingen.
  • Klaas van Dijk
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    Op https://www.blckbx.tv/binnenland/de-wetenschap-kan-niet-de-hele-wereld-beschrijven-ronald-meester-over-spiritualiteit-en-wetenschap staat
  • Renate1
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    Ach ja, er is geen stikstofprobleem. Er is natuurlijk ook geen probleem met een opwarmende aarde. Steek maar lekker de
  • Hans1263
    on Bedenkingen bij het rapport over oversterfte van Ronald Meester en Marc Jacobs
    @Klaas van Dijk "De verbinding met het geestelijke". Bah! "Er is geen stikstofprobleem". Kots! En zo maar door en door

Archief Kloptdatwel.nl

Copyright © 2026 · Metro Pro on Genesis Framework · WordPress · Log in